![]() |
In de middag van 20 oktober 1810 arriveerde te Helsingborg een lange Franse maarschalk, de Zweedse kroonprins Karel Jan. Het was een plechtig en historisch ogenblik, waarmee een nieuw begin werd gemarkeerd in de geschiedenis van zweden. Trotse soldaten paradeerden, een massa mensen, burgers en boeren, volwassenen en kinderen, iedereen was verschenen in de hoop een glimp een glimp op te kunnen vangen van deze nieuwe kroonprins die voor het eerst voet op Zweedse bodem zette. Het ontvangstcomite en het toegestroomde publiek ontdekten, enigzins tot hun verassing, dat hun rijzige gast alleen was gearriveerd; zijn vrouw desiree en zijn zoon oscar waren om onbekende redenen achtergebleven.
Helsingborg, in het zuiden van zweden, werd nadien een handelsstad en bleef banden met het koningshuis onderhouden. Latere generaties van het huis Bernadotte en hun gezinnen brachten vaak de zomer door in het fraaie paleis Sofiero, gelegen ten westen van Helsingborg. Het was ook daar dat koning Gustaaf VI Adolf in 1973 overleed; toen ging, volgens het sucsessie-decreet van 1810, de kroon over op zijn kleinzoon Karel XVI Gustaaf.
![]() (1763-1844) |
De 62-jarige Karel XIII werd tot koning gekozen in juni 1809, na de politieke omwenteling waarbij zijn neef Gustaaf IV Adolf werd onttroond en verbannen. Deze Karel echter, was een indolent en vroeg-oud man, zonder kinderen. Hij was vaak langdurig ziek, en kreeg verscheidene malen een hersenbloeding; dat maakte hem ongeschikt als staatshoofd. Nietemin bleef hij populair bij het volk; hij had zich, toen hij nog actief betrokken was, zeer ingespannen om de sociale ellende in zijn land te verlichten. Hij was getrouwd met zijn nicht, koningin Hedvig Elisabeth Charlotta die, hoewel zij meermalen zeer jonge kinderen verloor, een open, opgewekt mens was. Zij was befaamd om haar uitzonderlijke scherpzinnigheid en hield geregeld een dagboek bij, zodat wij ons nu een beeld kunnen vormen van het leven aan het hof in het begin van de negentiende eeuw. Menigeen hoopte dat Christiaan-August, de Deense prins die Karel XIII had geadopteerd, de nieuwe koning zou worden, maar hij verdween in ijltempo van het koninklijk toneel toen hij in 1810 tijdens een militaire parade te Kvidinge, net buiten Helsingborg, van zijn paard viel en stierf, waarschijnlijk ten gevolge van een hartaanval.
![]() |
Op de middag van deze moord arriveerden twee koeriers in Parijs om de dood van kroonprins Karel Gustaaf bekend te maken. De Deense prins Christiaan August van Augustenburg zou de nieuwe kroonprins zijn. De koeriers waren Carl Otto Morner, 29 jaar en luitenant van het Uppland-regiment, en senior-adjudant August Anckarsvard. Het was alom bekend dat Morner geen sympathie voelde voor de koning in Stockholm, maar, en met hem vele andere militaire en politieke activisten, droomde van een Franse oorlogsheld op de Zweedse troon. Een Deense prins was wat Morner betreft ondenkbaar, in zijn visie zou Zweden dan weinig anders worden dan een Deense provincie.
Zo begon het fabelachtige verhaal dat ten slotte eindigde bij de jongste zoon van advocaat Henri Bernadotte uit het kleine Franse plaatsje Pau-hij werd Zwedens grote leider. Luitenant Morner had van de Zweedse staat geen enkele bevoegdheid meegekregen die hem het recht gaf te Parijs onderhandeling omtrent de Zweedse troonopvolging te gaan voeren. Desondanks zocht hij contact met verschillende Franse oorlogshelden uit Napoleons oorlog en informeerde of zij belangstelling hadden voor de Zweedse troon. Stuk voor stuk wezen ze het aanbod om diverse redenen af. Maar toen hij zijn vraag voorlegde aan maarschalk Jean Baptiste Bernadotte, was het antwoord na enige aarzeling'ja'.
Het was de maarschalk in zijn carriere plotseling voor de wind gegaan, hij was van gewoon soldaat tot generaal gepromoveerd. Toen Napoleon in het voorjaar van 1804 zijn keizerrijk uitriep, werd hij een Franse maarschalk en op de kroningsdag stond hij naast Napoleon met diens ambtsketen in de hand. Napoleon had hem gedurende langere tijd niet nodig, maar hij voegde zich bij zijn idool tijdens de Drie-Keizers-slag te Austerlitz in 1805. In 1806 werd Bernadotte prins van Pono Corvo, een kleine enclave met iets meer dan vijfhonderd inwoners, nabij het koninklijke Napels in Italie. Daarnaast trad hij in de periode 1807-1809 op als algemeen gouverneur in Hamburg. Maarschalk Bernadotte dankte zijn reputatie niet aan zijn talenten als generaal, maar aan zijn voortreffelijke kwaliteiten als organisator en vertegenwoordiger van de keizer. Hij kon te velde goed met zijn soldaten overweg en gedroeg zich uiterst humaan jegens krijgsgevangenen.
Er is wel eens gespeculeerd dat Bernadotte, toen hij de eerste schok te boven was, het aanbod van de Zweedse kroon accepteerde om voor zichzelf een hoge positie in Frankrijk veilig te stellen. Hoe dan ook, de affaire was nog niet afgesloten: de Zweedse regering en het parlement dienden nog overtuigd te worden van Bernadotte's kwaliteiten. Luitenant Morner, die er bij terugkeer ternauwernood in slaagde straf te ontlopen, werd, dat was wel hetminste, huisarrest opgelegd in zijn huis te Uppsala. Dit weerhield hem er overigens niet van energiek voort te gaan in zijn streven Bernadotte op de Zweedse troon te krijgen.
Er heerste grote onrust in Zweden, en het parlement dat zich bezighield met de opvolgingskwestie was van Stockholm verplaatst naar het vredige, landelijk Orebro om te voorkomen dat zich incidenten zouden voordoen. De koning, de regering en de commissie die zich met de zaak bezighielden hadden een voorkeur voor de Deense prins Christiaan August van Augustenborg. Op dat moment dook uit het niets een Frans zakenman op, Jean Antoine Fournier, die zich opwierp als pleitbezorger voor Jean Baptiste Bernadotte. Fournier, die een tijd in Goteborg had gewerkt, stelde met veel nadruk dat Bernadotte volkomen bereid was de troon te aanvaarden. Hij had weinig concreets om zijn standpunt kracht bij te zetten, anders dan een algemene aanbevelingsbrief van de Zweedse consul in Parijs, en een doosje voor tandenstokers met op het deksel een afbeelding van Bernadotte's vrouw Desiree en hun zoon Oscar. Gewapend met deze 'mandaten' en een aantal vrijblijvende toezeggingen omtrent grote sommen gelds die Bernadotte het ministerie van Financien ter hand zou stellen, lukte het Fournier premier Lars von Engestrom zover te krijgen dat hij de kandidatuur van Bernadotte zou steunen. Het parlement herinnerde zich ook nog de humane houding die Bernadotte aan de dag had gelegd jegens Zweedse officieren en soldaten die op het slagveld va Lubeck krijgsgevangen waren gemaakt-dit alles werkte in zijn voordeel en zette zijn zaak kracht bij.
Het feit dat hij werd gesteund door de premier hielp de zoon van de advocaat uit het Franse Pau bij zijn pogingen de Zweedse troonopvolger te worden. Op 21 augustus 1810 werd de Franse maarschalk officieel door het parlement tot kroonprins van Zweden gekozen. Hij was op dat moment 47 jaar oud. In november van datzelfde jaar adopteerden koning Karel XIII en koningin Hedvig Elisabeth Charlotta Jean Baptiste Bernadotte, die de naam Karel Jan aannam. Vier jaar later werd hij kroonprins van Noorwegen.
Op 2 november 1810 werd de voormalig generaal uit de revolutie te Stockholm ontvangen. Hij verbleef voor deze gelegenheid zolang op slot Drottningholm. Mensenmassa's bevolkten de versierde straten om de nieuwe kroonprins te begroeten. Er waren ook militairen op de been voor eventuele ongeregeldheden. Maar alles verliep vlekkeloos en hij genoot van de voorliefde van het publiek voor al deze pracht en praal. Drie dagen later legde de kroonprins de eed af in de gigantische eetzaal van het paleis te Stockholm, ten overstaan van koning Karel XIII; alle vier klassen van de Zweedse gemeenschap brachten hem hulde. De leiding was in handen van Engestrom, die zich zo had ingespannen om Bernadotte te Orebro verkozen te krijgen.
De aankomst van de kroonprins werd met een zeker vertoon en uitgelatenheid gevierd; de komst van kroonprinses Desiree kwam een beetje als een anticlimax. Met grote tegenzin had zij Parijs en haar vriendenkring begin november 1810 verlaten om, met enige vertraging, tegen kerst met har zoon Oscar in Helsingborg te komen. Het land dat haar nieuwe thuis moest worden, betekende nogal een schok; klimaat, tradities en gewoonten stonden haar niet aan, en toen zij eindelijk in Stockholm arriveerde om ergens buiten de stad haar man, Karel Jan, te ontmoeten, had ze het gevoel dat haar lot bezegeld was. Desiree, of Desideria zoals ze in Zweden wordt genoemd, wensde vanaf het allereerste begin terug te keren naar de Parijse hofkringen en vroeg telkens aandacht voor haar zwakke gezondheid. Begin juni werd besloten dat de kroonprinses enige tijd naar een kuuroord zou gaan. Toen zij met haar koets vertrok, vermoedde niemand dat Karel Jan en Oscar twaalf jaar lang op haar terugkeer zouden moeten wachten.
![]() |
Na de slag bij Leipzig, waarbij de koning het leger aanvoerde en Napoleon versloeg, dwong hij, bij de vrede van Kiel, Denemarken, afstand te doen van Noorwegen. De Zweeds-Noorse personele unie kwam tot stand in 1815. Door de jaren heen werd Karel XIV Jan steeds conservatiever en hield zich in toenemende mate bezig met binnenlandse politiek. Hij overleed op 8 maart 1844 in het paleis te Stockholm en werd opgevolgd door zijn zoon Oscar, die koning was van Zweden en Noorwegen van 1844 tot 1859. Oscar I, die in 1823 huwde met Josefina van Leuchtenberg, zette zich in voor liberale hervormingen en verbond zich tijdens de Krimoorlog met de westerse mogendheden.
De opvolging der Zweedse koningen zet zich voort via Karel XV, Oscar II, vervolgens diens en koningin Sofia's zoon Gustaaf V, bekend als de tennisliefhebber Mr. G., trouwde met Victoria van Baden, en daarmee zijn we in deze eeuw beland. Gustaaf en Victoria kregen drie kinderen: Gustaaf Adolf, Willem, en Erik. Tijdens de crisis binnen de unie (1905-1907) was Gustaaf overtuigd voorstander van het behoud van de unie, maar toen hem duidelijk werd dat ze geen stand zou houden, kwam hij zelf met de aanbeveling dat het initiatief tot opheffing uit Zweden zou komen.
De ontwikkelingen aan het begin van deze eeuw hebben grote invloed gehad op de Zweedse politiek. Zo eindigde een zeer fel debat omtrent een heffing die de boeren zouden moeten storten ten bate van defensie, in een massale demonstratie van boeren te Stockholm. Het idee voor die demonstratie was afkomstig van een groothandelaar uit Uppsala, die meende dat de Zweedse boeren via een dergelijke belasting hun loyaliteit aan de koning zouden kunnen betuigen.
Tijdens de demonstratie op 6 februari 1914, waaraan zo'n 30.000 boeren deelnamen voor het paleis te Stockholm, hield koning Gustaaf een toespraak waarin hij zijn persoonlijke opvattingen uiteen zette. Deze toespraak had niet de goedkeuring van de regering; resultaat was een constitutionele crisis. Premier Karl Staaff trachtte de koning te overreden zijn woorden in te trekken; toen de koning weigerde, bleef hem niets anders over dan samenmet zijn ministers op te stappen. Twee dagen later trok een stoet van meer dan 50.000 arbeiders langs het paleis om hun steun aan Staaff en de zijnen te betuigen. Honderden riepen slogans en eisten een republiek. De autoriteit van de koning bleef overeind in het tumult.
Deze geschiedenis, en een politiek besluit dat in de jaren vijftig door het kabinet-Tage Erlander werd genomen, zijn de enige twee momenten, voorzover bekend, dat de Zweedse monarchie echt op de proef wordt gesteld. Tage Erlander snoerde de voorstanders van een republiek de mond tijdens het partij-congres van de socialisten in 1967, 1968 en 1969. Later werd de roep om de republiek steeds minder en minder gehoord.
In vele opzichten was de regeringsperiode van Gustaaf V een gelukkige tijd, hoewel de Tweede Wereldoorlog en andere gebeurtenissen hun schaduwen ook over Zweden wierpen. Koningsgezinde publikaties hielden zich bezig met de oude koning en zijn favoriete bezigheden als tennis en jagen. Ten paleize ging de aandacht bovenal uit naar de vier prinsessen, Margaretha, Brigitta, Desiree, en Christina, kleindochters van Gustaaf Adolf, die als Gustaaf VI Adolf koning van Zweden was van 1950 tot 1973. Het gezinsgeluk was compleet toen de zusjes op 30 april 1946 verblijd werden met de komst van hun kleine broer. Het begon in de Walpurnacht (nacht waarin volgens oud volksgeloof de lente binnentreedt-noot vertaler). Prinses Sibylla, echtgenote van Gustaaf Adolf, de oudste zoon van Gustaaf VI Adolf, baarde om 10:20 uur een jongetje, en het hele land stond naar verluidt, op zijn kop. Volgens de traditie werde 84 saluutschoten gelost bij de geboorte van de nieuwe kroonprins. Heel stockholm feliciteerde zichzelf-eindelijk had prinses Sibylla, na een reeks dochters, een zoon het levenslicht doen aanschouwen. Het personeel in het paleis was zo opgewonden dat een van de schoonmakers flauwviel. Het baby'tje van zeven pond groeide in de loop der tijd uit tot een jonge prins, en de lieveling van het Zweedse volk.
De opvolging leek nu nu voor een aantal generaties verzekerd. Koning Gustaaf V stierf in 1950 en werd opgevolgd door zijn zoon Gustaaf VI Adolf, die op dat moment 67 jaar oud was. Uit zijn eerste huwelijk met Margareta van Groot- Brittannie (1905-1920) werden vijf kinderen geboren: Gustaaf Adolf, Sigvard, Ingrid, Bertil, en Karel Johan. Drie jaar na Margareta's dood trouwde hij met Louise Mountbatten. Haar dood op 7 maart 1965 werd door de hele natie diep betreurd. Ook als kroonprins werd Gustaaf Adolf al vrij grondig ingewijd in koninklijke taken; hij gaf al jong inhoud aan de monarchie. Zijn sympathie voor Engeland viel in goede aarde, zeker na de voorkeur die zijn ouders altijd voor Duitsland aan de dag hadden gelegd. Op 26 januari 1947 kwam Gustaaf Adolf echter te overlijden door een vliegtuigongeluk te Kastrup, net buiten Kopenhagen.
![]() |
De Zweedse samenleving is van een standen-maatschappij onder heerschappij van een koning ingrijpend veranderd tot een democratie met constitutionele monarchie.
Door zichzelf en zijn rol aan de eisen van de nieuwe tijd aan te passen, riep Gustaaf VI Adolf een nieuw type 'heerser' in het leven waarbij het trefwoord democratie werd.
Deze manier van optreden maakte hem tevens tot voorbeeld voor zijn kleinzoon.
Carl Gustaaf, de huidige koning Carl XVI Gustaaf, die ooit de verantwoording als koning der Zweden op zich zou nemen.
