Koning en Keizerrijken  

Willem V: Biografie

| Stadhouders | Biografie | Fotoalbum |


Willem V
(1748-1806)
Het leven van onze stadhouder Willem V begon zo mooi en eindigde zo naar... In 1748 was hij geboren als oudste zoon van erfstadhouder Willem IV en in 1751 (hij was dus maar nauwelijks drie jaar oud) erfde hij wegens het overlijden van zijn vader al diens functies en waardigheden.

De toekomst lag voor deze Oranjeprins open! Maar hij was natuurlijk nog te klein om zélf te kunnen regeren en daarom werd het regentschap eerst door zijn moeder waargenomen, die hem ook zo goed mogelijk opvoedde. Later haalde zij de hertog van Brunswijk, naar ons land voor de opleiding van de kleine Willem.

Helaas - dat was geen goede stap. In onze geschiedenisboekjes wordt deze man steevast "De Dikke Hertog" genoemd en veel aardigs werd er nooit. Men vond namelijk dat deze Hertog door zijn autoritair en heerzuchtig optreden elke vorm van zelfstandigheid in de erfprins onderdrukte, zodat Willem V later een slappe, meegaande man werd zonder enig eigen initiatief.

Vanaf het moment dat hij dan ook (op zijn achttiende verjaardag) officieel zijn vader opvolgde als erfstadhouder van de Verenigde Nederlanden, deden er allerlei negatieve verhalen over deze Oranjeprins de ronde. Over geen der Oranjes zijn zoveel spotliederen geschreven als over Willem V. Een berucht liedje bijvoorbeeld was het volgende:

"'t Was nacht toen u uw moeder baarde, een nacht zo zwart als immer was, een heir (=leger) van helse geesten waarde. 't Gevogelte liet een scherp gekras door 't akelig woud tot driemaal horen... Tot ramp van het Vaderland geboren zijt gij tot vloek des volks gesteld".

Dat was duidelijke taal! Een ander liedje bevatte onder meer de volgende twee zinnen:

"Willem de Vijfde is voor 't land geen oliekoek waard omdat hij zich door een Mof zo schandelijk laat regeren".

De Mof (deze scheldnaam voor de Duitsers stamt al uit de zestiende eeuw) was natuurlijk de hertog van Brunswijk, die zoals iedereen wist, eigenlijk de touwtjes in handen had aan het stadhouderlijk hof. Nadat steeds meer en meer mensen hadden laten blijken, dat de dikke hertog een "ongewenst persoon" was, moet prins Willem hem ten slotte wel naar zijn land Brunswijk terugsturen. Maar desondanks nam de kritiek op de stadhouder toe.

Vanaf 1785 kreeg Willem V (inmiddels getrouwd met de vlotte en ondernemende Wilhelmina van Pruisen) steeds meer ruzie met allerlei regeringscolleges. Het leven werd hen in 's-Gravenhage eigenlijk onmogelijk gemaakt en daarom besloot Willem om eerst maar eens een tijdje in een provinciestad te gaan wonen om wat rust te krijgen. In Nijmegen (in die tijd 10.000 inwoners) stond nog het Valkhof (in bezit van de Gelderse regering) en daar wilde het stadhouderlijke gezin zich vestigen.

Willem koos hier dus voor een soort vrijwillige ballingschap in eigen land. Eind 1786 reisde hij met zijn vrouw en kinderen naar Nijmegen waar hij precies 323 dagen zou blijven. Mét hen reisde de hofhouding, bestaande uit 190 leden. Voor de Nijmegenaren was het een hele belevenis dat de stadhouderlijke familie nu plotsklaps in hun midden was.

Bij verschillende gelegenheden konden de bewoners van de stad een van de prinsen of prinsessen zien, want het stadhouderlijk gezin ging graag naar de kermis en andere feestelijkheden. Bovendien gaven ze vaak concerten en danspartijen op het Valkhof, dus hun aanwezigheid bracht nogal wat leven in de brouwerij. Niet kon Willem V toen vermoeden dat hij acht jaar later werkelijk in gedwongen ballingschap zou moeten gaan, ja dat hij in ballingschap zou sterven...

Zijn vrouw Wilhelmina ("Willemijntje" genoemd) was de flinkste van de twee. Met al haar overredingskracht had ze Willem er in deze jaren van weerhouden om uit te wijken naar de Dillenburg, zoals zijn verre voorvader Willem van Oranje zoveel jaren geleden gedaan had. In 1787 reisde zij op eigen houtje naar Den Haag, hoewel ze wist dat overal in het land troepen zaten die tégen de stadhouder waren. Inderdaad gebeurde wat er te verwachten was.

"Halt!" klonk de fiere stem van een Goudse patriot bij het gehucht Goejanverwelle waar de prinses met haar koets doorheen trok. "Uitstappen en binnenkomen", was het barse bevel aan de verbijsterde prinses, die zich nog steeds niet kon voorstellen dat burgers in opstand konden komen tegen het wettelijk gezag. "Willemijn" werd het huis van een bewoner van Goejanverwelle binnengevoerd en hier werd haar te verstaan gegeven, dat ze maar beter het grondgebied van de provincie Holland kon verlaten.

Terug naar Nijmegen dus... "Kun je zoiets voorstellen?", zei ze vol verontwaardiging tegen haar man toen ze weer terug was gekeerd. "Ik, prinses van Oranje-Nassau, geboren prinses van Pruisen, wordt aangehouden als een ordinaire overtreder van de wet...!" Maar nu heb ik genoeg van het gebrek aan respect tegenover de stadhouderlijke familie! Ik roep mijn broer te hulp, de koning van Pruisen. Hij zal dit zaakje wel even opknappen!"


Willemijn
(1751-1820)
Inderdaad stuurde Willemijns broer spoedig een leger en voorlopig leek het erop of het prinsengezin weer in rust kon leven. Deze rust duurde echter maar tot 1795: toen werd het écht ernst. In dat jaar trokken de Fransen ons land binnen en samen met de patriotten in ons land werd de "Bataafse Republiek" gesticht.

Voor een stadhouder was geen plaats meer. Zelfs Willemijn had nu de moed laten zinken: "Hier is geen redding meer...", schreef ze enige dagen voor de vlucht van de familie, "ik beklaag mij over niets, ik zal trachten mijn lot te dragen, welk het ook zij..." Op 18 januari verlieten de Oranjes per visserspink vanuit Scheveningen het land.

Willem V zou hier nooit meer terugkomen. De laatste vóór deze fatale 18de januari waren dramatisch geweest. Eigenlijk wilden de Oranjes naar Nassau in Duitsland gaan en daarom lag er in Den Helder al een schip klaar om het prinsengezin daarheen te brengen. Maar toen Willem V wilde vertrekken, was de vorst zó streng dat bij Hamburg alle zeegaten dichtgevroren waren, zodat ze niet vanuit Den Helder konden wegvaren... De enige vluchtweg die nog over was, was die naar Engeland.

"Ons leven hangt af van een visserspinkje in Scheveningen", moet prinses Willemijn in deze bange dagen gezegd hebben. Besloten werd dat de familie in twee gedeelten zou uitvaren. Op de zondagmorgen van 18 januari vertrokken eerst Willemijn met haar schoondochter (de vrouw van de latere Willem I) en haar kleinzoon van twee jaar (de latere Willem II). Voor het Binnenhof, waar ze gewoond hadden, stonden de koetsen klaar en kleumend van de kou werd dit drietal naar Scheveningen gebracht.

Op het strand stonden vele inwoners van het vissersdorp te wachten op het hoge gezelschap. Toen Willemijn met het prinsje uitstapte, liep een oude vissersvrouw naar voren en vroeg eerbiedig of ze prins Willem "een kusje zou mogen geven". Dit werd genadiglijk toegestaan. Deze gebeurtenis maakte op alle omstanders een onvergetelijke indruk. Even later droegen sterke schippers de twee vrouwen aan boord van de sloep.

Toen de kinderverzorgsters de tweejarige Willem aan de schipper gaf om ook hem aan boord te dragen, zei ze "Och schipper, zorg goed voor ons kleine prinsje". Met tranen in de ogen beloofde de stoere schipper dit en met de grootste voorzichtigheid bracht hij daarop de kostbare last naar het schip. De zeereis kon om twaalf uur s'middags beginnen. De prinsessen die van de zenuwen lang niets meer hadden gegeten of gedronken, werden al spoedig zeeziek.

Gelukkig verliep de reis verder voorspoedig en de volgende dag meerde het schip in Yarmouth af. "Ons Willempje" zoals het prinsje genoemd werd, kreeg de schrik flink te pakken, toen ter ere van de aankomst van de vluchtelingen luide saluutschoten werden gelost... Ook verliep de begroeting eerst wat moeizaam, omdat de van oorsprong Duitse Oranjeprinsessen nauwelijks Engels spraken.

Maar ze werden hartelijk ontvangen en voorlopig ondergebracht in een buitenhuis van de Engelse koninklijke familie in Kew. Diezelfde zondag dat de helft van de familie al op zee voer, liep Willem V nog besluiteloos door zijn vertrekken in het Binnenhof. Zou hij wél vertrekken? Zou hij niet vertrekken? Hij wist het niet; zoals in alles was hij ook op dit moment van zijn leven besluiteloos. Aan het eind van de middag ging hij voor de zekerheid maar vast aan boord, maar hij wilde niet wegvaren...

Vele uren wachtte de stuurman op het sein van vertrek. Eindelijk - het was bijna middernacht - zei de stadhouder diep zuchtend tot de schipper:

"Het is tijd. Licht het anker en zet koers naar Engeland!"

Terwijl de visserspink langzaam wegvoer, keek en keek Willem naar zijn land dat zich steeds meer van hem verwijderde. "I weet niet of ik ooit mijn vaderland zal terugzien, maar ik zal nooit ophouden het lief te hebben, wat er ook gebeure..." schreef Willem V kort na zijn aankomst in Engeland. Zo goed en zo kwaad als het kon, richtte hij zich in zijn voorlopige verblijfplaats in. Na een poosje in Kew gewoond te hebben, mocht de prinselijke familie weldra in paleis Hampton Court wonen.

"Het is een reusachtig kasteel!", schreef Willemijn in een brief, "Onze appartementen zijn mooi ingericht, hoewel ze wat ouderwets zijn. Mijn slaapkamer is snoezig en heeft een prachtig uitzicht. Wat ik hier wel erg mis, zijn mijn huisdieren: mijn honden, mijn rijpaard en vooral mijn papegaai..."

Aanvankelijk was het gezin dus wel tevreden, maar spoedig sloeg de stemming radicaal om, toen Willem V hoorde dat men in de "Bataafse Republiek" al zijn bezittingen verbeurd had verklaard en zijn roerende goederen op een openbare veiling werden geveild...! "Ze behandelen mij als een misdadiger!" was zijn reactie - maar hij deed er verder weinig aan. Ook nu bleek weer dat Wilhelmina de flinkste was. Zij zette hem ertoe aan eens flink te protesteren tegen deze inbezitneming van zijn eigendommen.

Veel hielp het niet. Willem V die ook in zijn eigen land nooit erg ondernemend was geweest, verviel nu tijdens zijn ballingschap tot een soort klagerige passiviteit. Als een soort zelfkwelling las hij alle berichten uit Nederland, waarin hij vaak als verrader en machtswellusteling werd beschreven. Het enige wat hem wel interesseerde was het legertje van mede-uitgewekenen, die van plan waren om Holland binnen te vallen en de stadhouder in zijn macht te herstellen.


18 januari 1795: Stadhouder Willem V verlaat per visserspink Nederland

Inderdaad zijn er later een paar pogingen geweest om Willem V terug te brengen in zijn functies, maar die zijn mislukt. Intussen was de verstandhouding tussen Willem V en zijn oudste zoon Willem niet al te best. Zo hoog liepen de spanningen op dat erfprins Willem in september 1795 Hampton Court verliet en naar Berlijn reisde, naar zijn oom, de koning van Pruisen. Later liet hij ook zijn vrouw en de kleine Willempje overkomen.

Vooral voor Willemijn was dat een zwaar verlies, want ze was dol op haar kleinzoon. De volgende jaren waren smartelijk voor Willem en Willemijn. De enige afwisseling in hun uitzichtloze leven als ballingen bracht de verjaardag van prins Willem op 8 maart. Dan gaven ze altijd een bal en dan kon er nog wat gelachen worden. Op zo'n bal kwamen natuurlijk ook altijd veel andere Nederlanders die gevlucht waren toen de Bataafse Republiek was opgericht.

Zo sleepten de dagen zich voort. Zeer verergerd was het stadhouderlijk paar, toen op een dag bleek dat al hun tafelzilver was gestolen... Juist in verband met de inbeslagneming van hun bezittingen zaten ze toch al zo slecht bij kas. In 1799 deden Russen en Engelsen samen een inval in Noord-Holland, maar die mislukte. "Nu kunnen we een herstel van het stadhouderschap voorlopig wel vergeten...", zei Willem mismoedig toen hij van deze mislukte expeditie hoorde.

"We kunnen hier nu ook niet meer blijven. De Engelsen hebben hun best gedaan, maar het is niet gelukt. Ik vrees dat ik tot mijn dood een balling zal blijven..."

Prinses Wilhelmina zuchtte. Voor één keer gaf ze haar man in zijn pessimisme gelijk. "Het lijkt me het verstandigst als we Engeland verlaten en op ons erfgoed in Duitsland gaan wonen".

"Maar wáár??", klaagde Willem. "De Fransen hebben Dillenburg veertig jaar geleden helemaal verwoest! Waar moeten we gaan wonen?"

"We hebben nog één familiekasteel over", herinnerde Willemijn hem, "Oranienstein te Dietz aan de Lahn is heel goed bewoonbaar".

"Het zal wel moeten. In ieder geval zal ik mij daar beter thuis voelen dan hier. Oranienstein ligt immers in het stamland van de Nassaus!"

In november 1801 kwamen Willem en Wilhelmina in Duitsland aan. In Dietz werden ze hartelijk door de trouwe inwoners verwelkomd. Ook al waren er ruim zestig jaren geen Oranjes meer hier geweest, de bewoners hadden hun aanhankelijkheid tegenover de familie behouden. Het kasteel Oranienstein was tijdens de jarenlange leegstand wat vervallen geraakt en er moest dus heel wat worden opgeknapt. Wilhelmina begon daar direct aan, met de voortvarendheid haar eigen.

Met veel smaak richtte ze de appartementen in en weldra was het zover dat de Oranjes bevriende vorstelijke families konden uitnodigen voor partijen en dansavonden. Er werd weer gelachen en gezongen door de Oranjes! Het voordeel van de verhuizing van Engeland naar Duitsland was ook, dat Willem en Willemijn hun kinderen en kleinkinderen vaker konden zien.

Behalve zoon Willem (die inmiddels drie kinderen had) was daar nog hun dochter Louise, in de familiekring Loulou genaamd, een beminnelijke en begaafde Oranjeprinses die in 1790 was getrouwd met de ziekelijke hertog van Brunswijk (familie van de Dikke Hertog). Haar bruiloftsfeest was destijds gegeven in de grote feestzaal van het binnenhof - diezelfde feestzaal is nu de vergaderzaal van de Tweede kamer! Loulou had geen kinderen gekregen en dat vond ze heel erg.

Gelukkig had ze allerlei liefhebberijen en zo vaak ze kon kwam ze naar Oranienstein om haar ouders wat op te vrolijken. Willem V had nóg een zoon gehad, prins Frederik, die eveneens in ballingschap was gegaan. Deze begaafde Oranjeprins die door iedereen geliefd was, stierf echter tot groot verdriet van zijn ouders in 1799. Zo verliepen de laatste jaren van onze laatste stadhouder betrekkelijk rustig.

Toch was er nog een periode van onzekerheid toen de burgerlijke Napoleon Bonaparte meer en meer overwinningen behaalde en zich zelfs tot keizer van Frankrijk verhief!! Willemijn was bang, dat Napoleon binnenkort ook de Nassause erflanden zou binnentrekken en grote verwoestingen aanrichten.

"We hebben al wat maatregelen getroffen om in geval van nood onze belangrijke kostbaarheden te kunnen redden", schreef ze eind 1805 aan haar zoon Willem. "De moeilijkheid om een veilige plek voor onze bezittingen te vinden is al even groot als voor onszelf..."


Louise
(1770-1819)
Gelukkig kwam het niet zo ver. Maar enige tijd later moest Wilhelmina een veel grotere schok verwerken: in april 1806 kreeg de 58-jarige Willem V een beroerte, waarna hij spoedig overleed. Voorlopig werd hij in de kerk van Brunswijk begraven, honderdvijftig jaar later zou zijn stoffelijk overschot te Delft worden bijgezet.

Kort na de dood van de ex-stadhouder overleed ook de echtgenoot van prinses Loulou. Moeder en dochter hadden zo'n innige band, dat ze besloten samen te gaan wonen. Het werden moeilijke jaren. Napoleon trok steeds verder Duitsland in en de Oranjes raakten eerst Nassau, vervolgens ook Brunswijk kwijt.

Willemijn en Loulou maakten heel wat omzwervingen in deze tijd: ze verbleven enige tijd in Schwerin, vervolgens in Lübeck en ten slotte weken ze uit naar Sleeswijk waar ze de bescherming kregen van koning Christiaan VII van Denemarken. Ruim anderhalf jaar waren ze zo als verdreven rondgetrokken tot ze in 1807 in Berlijn mochten gaan wonen, bij koning Frederik Willem III van Pruisen.

Zeven jaar woonden de prinsessen hier in het zogenaamde "Niederländische Palais" tot in 1814 Nederland weer een zelfstandig land werd en hun zoon en broer Willem koning van Nederland werd. Voor zowel Willemijn als voor Loulou was het een dag van groot geluk toen ze na bijna twintig jaar weer Nederlandse bodem mochten betreden! Nog enkele gelukkige jaren woonden ze in het Haagse paleisje aan het Plein (tegenwoordig ministerie van Buitenlandse Zaken) tot Willemijn in 1820 overleed.

Loulou was haar in 1819 voorgegaan. Hoe begrijpelijk is het dat beiden, moeder en dochter, al die jaren één wens hadden gekoesterd: had Willem V het herstel van de Oranjes toch mogen meemaken en niet als balling maar als geëerd Oranjeprins mogen sterven...!



| Stadhouders | Biografie | Fotoalbum |

terug naar boven