Koning en Keizerrijken  

Vivant Denon, verslaggever in Egypte

| Koninkrijken | Egypte | Dominique Vivant Denon |


Vivant Denon
(1747-1825)
Als graveur, schrijver, conservator van het Muntenkabinet van Lodewijk XV, diplomaat-spion onder Lodewijk XVI, leidt Vivant Denon een buitenissig leven dat alle regimes trotseert.

Op 51-jarige leeftijd is hij een van de kleurrijkste figuren van de Egypte-expeditie en het verslag dat hij later van dit avontuur publiceert, Voyage dans la Basse et la Haute-Égypte, wordt een veel grotere best-seller dan Description de l'Égypte. Dominique Vivant, graaf van Denon, een innemend en nieuwsgierige man, wordt in 1747 in Givry (Saone-et-Loire) geboren. De uiterst beschaafde en ontwikkelde jongeman wordt door Lodewijk XV tot conservator van het Muntenkabinet benoemd.

In de salons aan het hof ontmoet hij de markies van Pompadour, diderot en Voltaire. Vivant Denon publiceert een eerste roman, Point de lendemain, die Voltaire omschrijft als een prachtig schildering van de zeden en gewoonten van deze eeuw'. In 1772 wordt hem een delicate diplomatieke missie naar het Rusland van Catharina II en vervolgens naar Napels toevertrouwd. Incidenteel verzorgt hij geheime rapporten, een activiteit die ertoe leidt dat hij uit Sint-Petersburg verjaagd wordt. Tijdens de Revolutie verliest hij al zijn bezittingen. Velen hadden hem graag op het schavot zien eindigen, maar omdat de schilder Louis David hem in bescherming neemt, kan hij de verschrikkingen van de Terreur overleven.

Tijdens het Directoire (1795-1799) maakt Vivant Denon kennis met Joséphine de Beauharnais. Zij introduceert hem bij de jonge Napoleon Bonaparte en zij is ook degene die er later bij de driftige Corsicaanse generaal op aandringt dat Vivant Denon als een van de 160 kunstenaars en geleerden aan de Egyptische expeditie mag deelnemen. Bonaparte aarzelt in eerste instantie en beroept zich daarbij op de leeftijd van de aristocraat (hij is dan 51 jaar oud!), maar kan er niets wezenlijks tegen inbrengen. Op 14 mei 1798 scheept Denon op de Junon in om op i juli van dat jaar in Alexandrië aan te komen. De kunstenaar en gewezen diplomaat is ijzersterk en kerngezond.

Beter dan wie dan ook verdraagt hij het gloeiendhete Egyptische klimaat en de lange tochten door de woestijn. Bij iedere veldslag staat hij met zijn neus vooraan om de verschillende stadia van de gevechten met zijn scherpe potlood onmiddellijk vast te kunnen leggen. Vivant Denon wordt door zijn reisgenoten de 'Joinville van de Egyptische expeditie' genoemd. De man heeft vreselijk veel lef, wat wel blijkt uit de anekdote waar Anatole France mee terugkwam:


'Vivant Denon treft voorbereidingen om in de
woestijn van Boven-Egypte de ruïnes van Hiëraconpolis te tekenen'

'Toen we op een dag de Nijl opvoeren, ontdekte hij ineens ruïnes en zei: 'Daar moet ik een tekening van maken'.

Hij dwong de anderen hem van het schip te laten gaan, rende de zandvlakte op, ging in het zand zitten en begon te tekenen. Toen zijn schets bijna klaar was, vloog er rakelings een kogel over zijn papier. Hij keek op en zag een Arabier die hem net gemist had en die zijn wapen opnieuw laadde. Hij greep zijn pistool, dat naast hem op de grond lag, schoot de Arabier een kogel in de buik, deed zijn tekenmap dicht en keerde terug naar het schip. 's Avonds liet hij zijn tekening aan de staf zien. Generaal Desaix zei tegen hem:

'De horizon is niet helemaal recht' Ah!, antwoordde Denon, dat is de schuld van die Arabier, hij schoot te vroeg'.

Van juli 1798, de dag waarop de expeditie van Napoleon in Egypte arriveert, tot in Augustus 1799, doet Denon op bewonderenswaardige wijze verslag van een land waarvan hij trouw de monumenten vastlegt en tot in de kleinste details de zeden en gewoonten beschrijft. Vivant Denon grijpt zijn kans als hij besluit zich bij generaal Desaix aan te sluiten die de leider van de Mamelukken, Moerad, achtervolgt. De kleine legereenheid trekt steeds verder naar het zuiden. En zo komt Vivant Denon veel eerder dan de andere kunstenaars en wetenschappers van de expeditie in Boven-Egypte terecht. Op zijn onafscheidelijke bloknoot maakt hij de ene na de andere aantekening en legt hij een voor een niet alleen de monumenten en de standbeelden vast, maar schetst hij ook scénes uit het dagelijks leven van de Egyptische boeren.


Dominique Vivant Denon ligt begraven op
begraafplaats Cimetière du Père-Lachaise, Parijs, Frankrijk

De kunstenaar geeft blijk van doorzicht en zijn archologische conclusies zijn vaak juist. Maar Denon is geen man om lang op een plek te blijven. Als Napoleon een jaar later de leiding van de operatie aan generaal Kleber overdraagt en naar Frankrijk terugkeert, staat Denon vooraan in de rij om mee te gaan. In Parijs stort de baron zich op het schrijven van Voyage dans la Basse et la Haute-Égypte, dat hij opdraagt aan de toekomstige keizer:

'Door de luister van uw naam aan de pracht van de monumenten van Egypte te verbinden, worden de roemrijke daden van nu verbonden aan het verleden'.

Als een soort meesterwerk is deze Voyage zowel een levende en schilderachtige kroniek van de expeditie als een uitmuntend verslag van de verslagen die de Fransen leverden en een beschouwing over de kunst van het oude Egypte. Het boek is binnen de kortste tijd immens populair bij een groot publiek. Het wordt onmiddellijk in het Engels en het Duits vertaald en wordt tot veertig keer herdrukt, terwijl de kunstenaars en wetenschappers van de expeditie aan hun Description de l'Égypte werken, waarvan het eerste deel in 1809 verschijnt. In 1802 wordt Vivant Denon door het Consulaat tot algemeen directeur der Musea benoemd. Tijdens het napoleontische Rijk en de Restauratie wordt hij alom gerespecteerd. In 1825 slaapt de onstuimige baron op 78-jarige leeftijd vredig in.

De weldoener van het Louvre


Vivant Denon is nog maar net klaar met zijn Voyage dans la Basse et la Haute-Égypte of Napoleon Bonaparte benoemt hem tot algemeen directeur van de musea, met de speciale opdracht na te denken over een nieuwe vestiging op basis van het museum dat door de Revolutie is bedacht. Vivant Denon brengt het eerste fonds van het keizerlijk museum bijeen. In tegenstelling tot wat algemeen wordt aangenomen, is de eerste Egyptische kunstcollectie van het Louvre niet afkomstig uit de buit van de expeditie.

Want de meeste, in die tijd verzamelde kunstschatten zijn, net als de steen van Rosetta, in handen van de Engelsen gevallen. Vivant Denon koopt met grote kennis van zaken de eerste Egyptische stukken van het Louvre aan. In 1815 probeert hij alle tijdens de napoleontische veldslagen geroofde kunstwerken vanuit heel Europa in Frankrijk in een collectie samen te brengen.

Een jaar na zijn dood, in 1826, als Karel X Champollion tot conservator van de nieuwe Egyptische afdeling van het museum benoemt, koopt het Louvre de Egyptische kunstverzameling van de consuls Salt en Drovetti aan. Zes jaar later, bij de dood van degene die het hiërogliefenschrift ontcijferde, telt het Louvre 9000 kunstvoorwerpen uit Egypte.



| Koninkrijken | Egypte | Dominique Vivant Denon |


terug naar boven