Koning en Keizerrijken  

  Groothertogin Sophie van Saksen-Weimar: Biografie

| Keizerrijken | Duitsland | Biografie | Fotoalbum |


Groothertogin Sophie
(1824-1897)
In de Russische stad Sint Petersburg vond in februari 1816 een bijzonder huwelijk plaats: de kroonprins van Nederland, de latere koning Willem II, trad in het huwelijk met de dochter van de tsaar, groothertogin Anna Paulowna.

Zij was een wat je noemt "deftige partij" voor onse prins Willem - Nederland was immers lang niet zo groot en belangrijk als het machtige Rusland, om nog maar te zwijgen van de eeuwenoude dynastie der Romanovs, die heel wat meer aanzien genoot dan de Oranjes die pas een paar jaar geleden een koninklijke familie waren geworden.

Om allerlei redenen was deze verbintenis echter de moeite waard en zo kreeg ons land een Russische kroonprinses. Vrij snel achter elkaar kreeg ze vier zoons (waarvan er één spoedig weer overleed) en toen, na acht huwelijksjaren werd er een dochter geboren; naar haar twee grootmoeders en haar oudtante werd zij genoemd Wilhelmina Marie Sophie Louise.

Sophie heette de moeder van Anna Paulowna en Sophie werd de roepnaam van het Oranjeprinsesje. Met haar oudere broers groeide prinses Sophie op in de paleizen Soestdijk en Tervueren bij Brussel. Ze had een heerlijke onbezorgde jeugd. Haar vader Willem, de latere koning Willem II, was dol op haar en verwende haar graag. Aan een goede opvoeding werd helaas niet erg veel aandacht besteed.

Haar gouvernante leerde haar meer wat zij moest laten dan wat zij moest doen... Toen Sophie negen jaar oud was, besloot haar vader haar een eigen boerderij cadeau te doen in het park van paleis Soestdijk. Sophie legde er zelfs de eerste steen voor en toen het gebouwtje eenmaal klaar was, heeft ze er hele dagen doorgebracht. Het was het mooiste cadeau dat haar vader haar ooit had kunnen geven.

Veel, veel later, toen de prinses al jaren getrouwd was, liet ze alsnog de gehele inboedel van dit kinderboerderijtje naar Weimar overbrengen. Wel een bewijs hoe blij ze ermee was geweest! Toen Sophie een tiener was, werd ze ernstig ziek en gedurende enige tijd moest ze langdurig rust houden. In het huis Zorgvliet (het huidige Catshuis te 's-Gravenhage) dat haar vader onlangs had gekocht, werd Sophie goed verzorgd en na enige maanden was ze in zoverre hersteld dat ze met haar moeder mee op reis kon.

Anna's zuster Marie Paulowna was getrouwd met de groothertog van Saksen-Weimar en al vaak had ze erop aangedrongen om eens een bezoek te brengen aan de mooie stad Weimar. Juist nu Sophie nog wat op krachten moest komen leek het Anna Paulowna een goed idee haar mee te nemen op deze reis naar Weimar. Zo reisden moeder en dochter naar het bekende Weimar, stad van de grote schrijver Goethe.

"Hier, in dit huis", vertelde Karel Alexander zijn nichtje uit Nederland, "heeft Goethe onder meer zijn boeken Iphigenie en Wilhelm Meiser geschreven. Ik betreur het zeer, dat hij niet meer leeft. Ik was pas veertien toen hij overleed en ofschoon ik me hem heel goed herinner, had ik graag nog meer en vaker contact met hem gehad".

Sophie keek vol bewondering naar haar in haar ogen zo geleerde neef. Niet alleen had hij de wereldberoemde Goethe persoonlijk gekend, hij was verder ook zo knap: hij sprak al vier talen (Engels, Frans, Russisch en natuurlijk Duits) en leerde ook nog Italiaans! Sophie genoot met volle teugen van het verblijf in het groothertogdom Saksen-Weimar en vond het jammer dat ze weer terug moest naar Nederland.

Het jaar 1840 was een belangrijk jaar: Sophies grootvader koning Willem I deed afstand van de troon en haar vader volgde hem op als koning. De inhuldiging van Willem II ging natuurlijk gepaard met grootse festijnen waar de zestienjarige Sophie met graagte aan mee deed. Het was in deze tijd dat zij de Franse prins van Joinville ontmoette, een aanzienlijke man, die haar een huwelijksaanzoek deed. Maar het was tevergeefs-het kwam niet tot een huwelijk.

Misschien omdat Sophie in stilte al rekende op een verbintenis met haar neef Karel Alexander? Deze was in 1841 naar 's-Gravenhage gekomen waar hij bij zijn oom Bernhard van Saksen-Weimar logeerde. Hertog Bernhard was generaal in Nederlandse dienst (dat kon toen nog!) en woonde op het landgoed Buitenrust in de residentie. Enkele weken bleef Karel Alexander bij zijn oom en natuurlijk ontmoette hij zijn nichtje zoveel mogelijk.

Zoveel was Sophie toch wel voor hem gaan voelen dat ze hem een bijzonder afscheidsgeschenk gaf: een portret van zichzelf in Friese klederdracht. Ze had dit kostuumgedragen tijdens haar eerste hofbal in Leeuwarden; met een sierlijke kap van fijne kant op haar hoofd met een gouden oorijzer dat vastgezet was met diamanten spelden. Karel Alexander toonde zich geroerd door dit lieve geschenk.


Karel Alexander
(1818-1901)
Hij beloofde Sophie weer spoedig terug te komen en aan deze belofte zou hij zich ook houden. Een klein jaar later kon de verloving al gevierd worden en wel in het paleis op de Kneuterdijk te 's-Gravenhage (onlangs verbouwd tot Raad van State).

Terwijl de zeventienjarige Sophie met haar ouders en broers wat zenuwachtig in de salons van het paleis op haar verloofde wachtte, werd deze onder een escorte van militairen onder leiding van zijn oom Bernhard van zijn hotel opgehaald en naar de Kneuterdijk gebracht.

Daar werden op plechtige wijze de ringen gewisseld en ook enkele toespraken gehouden. Niet alleen de gehele koninklijke familie was bij deze gebeurtenis aanwezig, óók alle ministers waren getuige van de plechtigheid.

Drie dagen later werd Sophie achttien jaar. Ter ere van dit kroonjaar werd op het Malieveld van Den Haag een grootse wapenschouw gehouden. Samen met haar moeder zat Sophie in een open caléche en bekeek het bonte schouwspel. Nu volgden drukke maanden met voorbereidingen tot het huwelijk. Enerzijds vond Sophie het spijtig te gaan verhuizen naar een tamelijk ver land; ze zou haar vaderland niet meer zo heel vaak terugzien. Vooral haar broer Hendrik zou ze missen.

Met hem kon ze altijd goed opschieten en hij was een echte trouwe speelkameraad voor haar geweest. Maar anderzijds verheugde ze zich op haar leven met Sascha, zoals ze Karel Alexander altijd noemde. Weimar was een prachtige en vooral culturele stad en Sophie voelde instinctief dat ze zich erg goed in dit cultuurcentrum zou thuisvoelen. Na de bruiloft op 8 oktober 1842 reisde het jonge paar eerst naar Rotterdam, vanwaar ze per schip over de Rijn naar Weimar zouden varen.

Het afscheid van het vaderland in deze havenstad was hartverwarmend. Vier hofkoetsen reden achter elkaar door Rotterdam, geëscorteerd door militairen en voorafgegaan door een koets waarin de burgermeester van de stad zat. Bij het schip aangekomen waarmee Sophie en Sascha zouden reizen, stopten de koetsen. De deur van de tweede hofkoets zwaaide met een ruk open en Sophies broer Willem sprong eruit. Snel rende hij naar haar koets om de deur voor haar open te houden.

Op de kade stond een grote menigte nieuwsgierig te kijken en een gejuich ging op toen de bruid langzaam uit haar caléche stapte. De kapel van de Rotterdamse schutterij bracht nu enige melodieën ten gehore en vervolgens werden enkele toespraken gehouden. "Enige haast is nu wel geboden, hoogheid", zei een der adjudanten plotseling, "het paar wil hedenavond nog in Keulen zijn, maar dan moet de boot wel spoedig vertrekken!" Alles werd in gereedheid gebracht.

Sophie zette al een voet aan boord van het schip, toen ze zich opeens bedacht. Ze draaide zich om en sprak tot de functionaris die naast haar stond: "Ik wil mijn geliefde ouders nog een afscheidsbrief schrijven vóór ik afscheid neem van mijn land! Heeft u papier en pen voor mij?" De verraste functionaris, admiraal Rijk, zorgde voor het gevraagde.

"Zoud u zo vriendelijk willen zijn, mij uw admiraalssteek even te lenen?" vroeg Sophie hem vervolgens. "Ik wil hem gebruiken als onderlegger bij het schrijven!"

Iedereen kon dit opmerkelijke tafereel gadeslaan en het zorgde voor heel wat vrolijke hilariteit. Maar nu was het moment van afscheid toch echt aangebroken. De muziekkapel zette een feestelijke melodie in en een vlakbij liggend schip loste saluutschoten. Terwijl de mensen op de kade enthousiast wuifden en "vaarwel" riepen, voer het schip met Sophie en Sascha aan boord langzaam de haven uit.

Ruim tien dagen later arriveerde het bruidspaar in Saksen-Weimar, waar het bijzonder hartelijk werd ontvangen door de bevolking. Nadat Sophie en haar man zich in een herberg hadden kunnen opknappen, kwamen ze weer naar buiten en daaqr wachtte hen een verrassing. Zo'n twintig in Nederlandse klederdracht gestoken meisjes vormden een dubbele haag naar een elegante ivoorkleurige caéche met vergulde lantarens, die bespannen was met zes prachtige paarden.

"Dit is het huwelijkscadeau van de stad Weimar", zei een afgevaardigde van de burgerij tegen Sophie, die ontroerd het geschenk bekeek. Samen met haar schoonmoeder (die tegelijk haar tante was) Maria Paulowna ging ze in deze koets zitten, terwijl Karel Alexander te paard links van de koets reed. Zo deed de nieuwe erfgroothertogin van Saksen-Weimar haar intocht in haar nieuwe woonstad. De grootherogelijke familie van Saksen-Weimar had een grote culturele traditie.

Zowel Sascha's vader als zijn moeder hadden er altijd van alles aan gedaan om vooral de letterkunde en muziek te bevorderen; kunstenaars waren dan ook altijd van harte welkom aan het hof. Goethe en Schiller waren hoog vereerde dichters geweest die op alle mogelijke manieren door het groothertogelijk paar waren gesteund.


Goethe
(1749-1832)
Nu was het de beurt aan Sophie: weldra bleek dat zij een minstens even grote belangstelling had als haar schoonouders en erg graag in contact kwam met kunstenaars. In de tijd van Sophies eerste huwelijksjaren was het de naam van de pianist Franz Liszt die op ieders lippen lag.

Deze ongelooflijke pianovirtuoos werd overal waar hij kwam stormachtig toegejuicht en mateloos bewonderd. Regelmatig organiseerde de groot hertogelijke familie concerten in het hoftheater en natuurlijk werd Liszt nu ook naar Weimar gehaald.

Eénmaal had hij zijn kunsten op de piano vertoond en zelden was het publiek zo geestdriftig geweest. Nu, ter ere van de komst van erfgroothertogin Sophie, was hij voor de tweede maal uitgenodigd. Niet alleen het hart van Sophie, nee de harten van alle vrouwen in Weimar gingen sneller kloppen bij de gedachte aan deze beroemde Hongaar.

De opwinding die Liszt telkens en overal veroorzaakte is alleen te vergelijken met de hysterische taferelen die zich afspeelden rond bijvoorbeeld The Beatles in de zestiger jaren. Ook tijdens concerten van Liszt vielen de dames vlauw of slaakten zij opgewonden gilletjes. (Zie hierover het boek van Alan Walker: List. The Virtuose Years. New York 1983). Sophie verheugde zich bijzonder op het galaconcert.

Langzaam liep de muziekzaal vol met vooraanstaande inwoners van Weimar. Ook waren deze avond veel bekende persoonlijkheden te gast. Iedereen zag er prachtig uit: de heren in uniform, rok of met korte broek en zwart-zijden kousen; velen hadden een lange om de hals gebonden witte das "á la romantique": dat paste bij de romantische muziek van Liszt. De dames droegen met kant opgemaakte crinolinejurken, diep gedecolleteerd en met kostbare armbanden en kettingen.

In het midden van de zaal was de grote hofloge, waar Sophie en Sascha binnenkort zouden binnenkomen. Links daarvan was het balkon voor de burgerij, rechts het balkon voor de adel: dat was toen nog streng gescheiden. Er was ook nog een "Fremdenloge" voor buitenlanders, waar deze avond onder meer een Poolse dichter en een onmetelijk rijke Russische graaf zaten.

Voorafgegaan door de opperhofmaarschalk schreden nu Sophie en Sascha binnen. Sophie zag er beeldig uit in een champagnekleurige satijnen avondjurk met kerserode strikjes. Als sieraden droeg ze parels in haar oren en een kleine tiara op haar haar. De kunstenaar van de avond, Franz Liszt, werd nu aan de erfgroothertogin voorgesteld. Sophie reikte hem de hand en zei vriendelijk:

"Ik ben erg benieuwd, hoe het temperament van een Hongaar die in Parijs is opgevoed het gevoeligsentiment van de Duitse Goethe zal vertolken!"

(Liszt zou o.a. liederen van Schubert op tekst van Goethe spelen). Liszt lachte vrolijk, en boog. Sophies schoonmoeder, Maria Paulowna, wenkte haar even toe: "Weet je wat ik graag zou willen?", fluisterde ze Sophie toe, "Dat Liszt in Weimar komt wonen en zo het muziekleven in onze stad op een hoger peil kan brengen!" Sophie keek verrast: "Dat zou fantastisch zijn! Maar of hij zoiets zou doen...?"

Maar inderdaad zou Liszt later Weimar als zijn domicilie kiezen, mede door de steun die hij kreeg van de groothertogelijke familie! Toen Franz Liszt zijn vriend Richard Wagner in Weimar introduceerde, was de familie van Saksen-Weimar meteen enthousiast over zijn muziek, ook al was die zo anders dan men gewoon was. Sophies schoonmoeder besloot de lege plaatsen in de concertzaal met vrijkaarten op te vullen, toen Wagner de eerste opvoering van zijn opera Lohengrin zou dirigeren.

Het heeft haar heel wat geld gekost, want de bewoners van Weimar waren niet zo "modern" als de groothertogelijke familie! Sophie zelf had dolgraag bij de Lohengrin willen zijn, want zij bewonderde Wagner (die overigens later met de dochter van Liszt trouwde) zeer. Helaas was haar vader, koning Willem II, in 1849 plotseling overleden en moest zij voorlopig rouw houden. Intussen was Sophie begonnen zanglessen te nemen van de grote Liszt.

Deze deed dat met veel genoegen, want hij vond dat de Oranjeprinses muzikaal begaafd was. Aan een goede vriendin schreef hij in 1848:

"Naast mijn omvangrijke werk aan het theater moet ik ook de wekelijkse concerten aan het hof voorbereiden en regelen. Ik geef erfgroothertogin Sophie vier, soms vijf uur zangles per week. De prinses is zéér intelligent en heeft een mooie stem".


Franz Liszt
(1811-1886)
Al die jaren dat Liszt in Weimar woonde en werkte, had hij het erg druk. Elke zondagochtend gaf hij een pianoconcert vlakbij het groothertogelijk paleis. Sophie en haar man waren daarbij vrijwel altijd aanwezig. Weldra genoten deze zondagochtendconcerten wereldberoemdheid, zowel vanwege het hoge peil ervan alsook vanwege de vele beroemdheden die ze opluisterden.

Sophie en Sascha vonden dat juist een van de aantrekkelijkheden van deze zondagconcerten: ongedwongen konden ze praten met interessante en artistieke personen vanuit heel Europa. Deroemde dichter Hans Christian Andersen bijvoorbeeld maakte op deze wijze kennis met het echtpaar; regelmatig zou hij op hun paleis te gast zijn.

Zo zorgde de stimulerende kracht van het groothertogelijk paar ervoor dat Liszt in Weimar woonde en dat deze stad een algemeen erkend muziek-en cultuurcentrum werd. Maar de zo veelzijdig geïnteresseerde Sophie zorgde er natuurlijk ook voor, dat haar eigen kinderen een goede muziekopvoeding kregen. Niet alleen Liszt, ook zijn leerlingen en collegae hielden zich hiermee bezig.

Eén zoon en drie dochters had Sophie gekregen. De zoon Karl August zou echter nog vóór zijn vader sterven, zodat Sophies kleinzoon (Karl Augusts zoon) later groothertog van Saksen-Weimar werd. De láátste, want na de Eerste Wereldoorlog werd het land een republiek die zich aansloot bij Thüringen (nu Oost-Duitsland). Van haar drie dochters Marie Alexandrine, Sophie en Elisabeth overleed de tweede op achtjarige leeftijd. Haar dood dompelde het vorstenhuis in diepe rouw.

Vooral Sophie was er enige tijd erg van over haar toeren. Haar dochtertje had een afschuwelijke oorontsteking opgelopen, waar de artsen machteloos tegenover stonden. De kleine Sophie leed ondraaglijke pijnen, maar men kon niets doen. Ononderbroken zat Sophie aan het bed van de zieke, hopend op een wonder. Maar ten slotte overleed dit kind toch.

Sophie heeft het verdriet hierover nooit helemaal kunnen verwerken. Kort hierna was er opnieuw een sterfgeval in de vorstelijke familie: Maria Paulowna, Sophies schoonmoeder, stierf vrij onverwacht. Samen met haar drie kinderen was Sophie nog de avond vóór de verjaardag van Sascha bij haar schoonmoeder op bezoek geweest. Volgens Russisch gebruik (Maria Paulowna was een tsarendochter!) werden aan de vooravond van een verjaardag de cadeaus uitgereikt.

Daarna was het de gewoonte met zijn allen te eten. De avond was erg geslaagd geweest, ook al was Maria Paulowna de laatste tijd wat ziekje. Samen met Sascha reed Sophie terug naar het paleis (de kinderen waren al eerder naar huis gebracht), toen zij plotseling werden ingehaald door een officier, die hen de droevige en onverwachte mededeling deed, dat de grootvorstin Maria Paulowna was gestorven...

Enkele jaren daarvoor was Sophies schoonvader ook al overleden en haar Sascha was hem opgevolgd als regerend vorst van Saksen-Weimar. De begrafenis was indrukwekkend geweest en ook opmerkelijk: Sophies schoonouders hadden zich namelijk niet alleen voor muziek, maar ook voor de literatuur zeer ingezet. Goethe en Schiller hadden in Wimar gewoond en gewerkt.

Sascha's vader had zijn bewondering voor deze dichtervorsten voor eeuwig willen vastleggen en daarom had hij bepaald, dat zowel Goethe als Schiller zouden worden bijgezet in het mausoleum van de groothertogelijke dynastie. Zo werd de overleden hertog nu niet alleen naast zijn eigen ouders maar ook naast deze grote Duitsers begraven. Inmiddels had groothertogin Sophie zich zeer verdiept in de werken van Goethe en Shiller.

In Weimar leefden de twee kleinzoons van Goethe, Wolfgang en Walther die enigzins gebukt gingen onder de schaduw van hun zo beroemde grootvader. Ze waren niet getrouwd en woonden samen in het grote Goethehuis. Beiden leidden een enigzins zonderling leven. Wél bewaakten ze met argusogen hun kostbare erfenis: de nagelaten papieren van hun grootvader! Niemand werd hier toegelaten, zelfs groothertog Sascha niet.

Sophies man had al eerder geprobeerd deze waardevolle papieren met een nationaal belang van de broers te kopen, maar het was niet gelukt. Alleen met Sophie onderhielden de broers een tamelijk vriendschappelijke band. De koning van Pruisen en de koning van Beieren deden in deze jaren ook een poging de documenten te bemachtigen, maar Wolfgang en Walther gaven niet toe. In 1883 overleed Wolfgang, twee jaar later volgde zijn broer Walther von Goethe.

Tot grote verrassing van iedereen bleek Walther zijn kostbare bezittingen aan groothertogin Sophie, prinses van Oranje-Nassau, te hebben nagelaten: "Moge Uwe Koninklijke Hoogheid deze nalatenschap aanvaarden als een teken van mijn innig gevoeld geloof in Haar zegenrijke toewijding aan deze voor mij heilige zaak", stond er in het testament.


Het was in deze zgn. Gothische Zaal van het paleis op de Kneuterdijk dat Sophie van Oranje in
1742 in het huwelijk trad met haar neef, de (erf)groothertog van Saksen-Weimar.
Deze zaal is gerestaureerd en behoort nu tot het Raad van State-complex.

Zo was de strijd om om Goethes erfenis plotseling beëindigd-en iedereen was er gelukkig mee. Sophie was natuurlijk zeer ontroerd door dit blijk van vertrouwen. "In heb geërfd; Duitsland en de hele wereld ervan met mij", zei ze meteen na het bekend worden worden van het grote nieuws. Ze was 61 jaar oud toen dit gebeurde en vanaf dit moment zou ze zeer veel tijd besteden aan de naar haar genoemde "Sophienausgabe": de bewerking van de vele documenten en, veel later, de uitgave ervan.

Van haar eigen geld liet Sophie een archief bouwen om Goethes literaire nalatenschap in onder te brengen. Onder haar eigen toezicht werden vervolgens alle geschriften geordend en gecatalogiseerd. Ze hielp er zelfs ijverig aan mee. In grote wasmanden liet ze de handschriften naar haar paleis overbrengen, waar ze vrijwel alle persoonlijk doorkeek.

"De papieren waren zó stoffig dat ik bij dit werk, dat maanden geduurd heeft, steeds handschoenen moest aantrekken!", schreef ze in een brief. Vier jaar na de dood van Goethe kreeg Sohie nóg een erfenis. Kennelijk had men een groot vertrouwen gekregen in haar deskundige behandeling van de Goethe-nalatenschap wande klein-en achterkleinkinderen van Schiller hadden besloten alle oorkonden en manuscripten van deze dichter ook aan Sophie te verwerven.

Vanaf dat moment heette het archief te Weimar het "Goethe-Schiller-Archiv. In 1892 waren Sophie en Karel Alexander-Sascha-vijftig jaar getrouwd. In Nederland werd dit feit groots gebracht. Nu ons Oranjehuis zo klein was geworden (Wilhelmina was koningin en verder was er in ons land niemand meer, behalve haar moeder Emma), was Sophie kroonprinses geworden.

Bij een overhoopt overlijden van het koninginnetje Wilhelmina was zij de eerste opvolgster van de troon. Juist door deze nauwe band met ons volk, werd er altijd veel aandacht aan het leven van "onze prinses Sophie" geschonken. Vier jaar na haar gouden bruiloft logeerden Sophie en Sascha voor het laatst samen in Nederland: eerst op Soestdijk, bij de zestienjarige koningin, later in 's-Gravenhage.

Een jaar later overleed Sophie toch nog vrij onverwacht. Haar man Karel Alexander overleefde haar nog vier jaar. De dood van hen beiden bracht in ons land verslagenheid teweeg: zowel Sophie als Sascha waren hier zeer gerespecteerd en geliefd. Tot de geboorte van prinses Juliana in 1909 bleef ons vorstenhuis met de Saksen-Weimar hecht verbonden: na de dood van Sophie waren namelijk de kinderen van haar dochter Marie Alexandrine mogelijke troonopvolgers van Nederland!



| Keizerrijken | Duitsland | Biografie | Fotoalbum |


terug naar boven