Koning en Keizerrijken  

  Louise van Oranje, koningin van Zweden: Biografie

| Koninkrijken | Zweden | Biografie | Fotoalbum |


Louise van Oranje
(1828-1871)
Koning Boudewijn van België, groothertog Jan van Luxemburg, koning Olaf van Noorwegen, koningin Margaretha van Denemarken, (ex)-koningin Annemarie van Griekenland, en nog een aantal prinsen en graven in Zweden, Denemarken en Duitsland stammen allen af van een Nederlandse prinses van Oranje-Nassau, Louise, die door haar huwelijk koningin van Zweden werd en voortaan Lovisa op zijn Zweeds werd genoemd. Zeer, zeer weinig is er over haar geschreven en er zijn dan ook maar weinigen die weten dat in de 19de eeuw een prinses uit ons vorstenhuis getrouwd was met de koning van Zweden.

Is onze koninklijke familie op dit moment tamelijk uitgebreid met drie getrouwde prinsen en hun gezinnen, in de 19de eeuw was het Oranjehuis nog veel uitgebreider. Toen prinses Lovisa in 1828 geboren werd, was haar grootvader Willem I koning van Nederland. Haar vader was prins Frederik, tweede zoon van Willem I. Deze Oranjeprins had een bewogen leven achter de rug. Hij was in ballingschap in Berlijn geboren in het jaar 1797. Zijn kinderjaren hadden in het teken gestaan van de oorlog tegen Frankrijk onder leiding van de machtige Napoleon. Vanwege de onzekere politieke situatie verhuisde het Oranjegezin nogal eens, maar het grootste deel van zijn opvoeding kreeg Frederik toch in Berlijn.

Hij trok daar op met jongens uit de belangrijkste Duitse adellijke families en werd zo meer een Duitser dan een Nederlander. Op zijn zestiende jaar werd hij Pruisisch officier en hij nam toen al direct deel aan veldslagen tegen Napoleon. Toen de Fransen verslagen waren en Nederland een zelfstandig koninkrijk werd, keerde Frederik met zijn vader (die nu koning Willem I was) terug naar zijn eigenlijke vaderland. In 1825 trouwde de Oranjeprins met de elf jaar jongere prinses Louise, dochter van de koning van Pruisen en bovendien zijn directe nicht. Het jonge paar ging in 's Gravenhage wonen, waar op het Korte Voorhout een eigen paleisje werd gebouwd voor de prins.

De bouw hiervan duurde enige tijd: pas in 1828 konden Frederik en Louise er gaan wonen. Dat was precies op tijd, want zes maanden na hun verhuizing werd hun eerste kind geboren, een dochter, die ze Louise noemden, maar die later als Lovisa bekend zou staan. Het was een gezond meisje en haar ouders waren er dolgelukkig mee. Ze hoopten op een groot gezin, maar helaas volgen er op Lovisa voorlopig geen andere kinderen. Lovisa's vader Frederik was intussen zeer actief in zijn nieuwe vaderland. Hij was grootmeester van de Orde der Vrijmetselaars, hij zorgde voor de oprichting van de nu nog steeds bestaande koninklijke militaire academie te Breda en hij was ook nog minister van oorlog.

Toen Lovisa nauwelijks een jaar was, raakte de hele Oranjefamilie in rep en roer: de Grieken waren in opstand gekomen tegen de Turken en zij wilden nu een zelfstandig koninkrijk worden. Wie moest hun koning worden? Dat was een vraag die aan de hoven van alle Europese vorsten werd gesteld. Op een dag kwam er een delegatie van diplomaten bij prins Frederik die hém de koningskroon aanbood. Lovisa's vader was tamelik verrast. Even aarzelde hij, maar uiteindelijk sloeg hij dit zo vererende aanbod af; zijn antwoord was duidelijk:

"Ik vind dat ik nodig ben in mijn eigen land. Wij hebben op dit moment moeilijkheden met de Belgen en ik wil me daar niet aan onttrekken".


Prins Frederik Karel
(1797-1881)
Zo was Lovisa van Oranje bijna nog een Grieks prinsesje geworden! Voorlopig kreeg Frederik het erg druk met de Belgische opstand en dat betekende dat hij niet veel thuis was. De situatie in de Zuidelijke Nederlanden werd steeds onhoudbaarder en in juni 1830 riepen de opstandige Belgen prins Leopold van Saksen-Coburg uit tot hun koning! De afscheiding van noord en zuid leek een feit. Het ironische was, dat de Grieken na prins Frederik ook aan Leopold de kroon hadden aangeboden.

Maar deze had hem geweigerd (in januari 1830)-vijf maanden later accepteerde hij wel de Belgische kroon. Prins Frederik stond zelf aan het hoofd van het Nederlandse leger dat tegen de Belgen vocht, maar het mocht allemaal niet baten. België werd vrij en onafhankelijk, ook al zouden de Oranjes dit voorlopig niet erkennen. Eindelijk, in 1833, kreeg Lovisa een broertje, Willem genaamd. Heel Nederland was erg blij met de geboorte van deze Oranjestamhouder.

De kroonprins, Frederiks broer, had weliswaar zelf al vier kinderen, maar vooral tegenover de door de Oranjes genegeerde Belgische koningsfamilie was elke versterking van het Oranjehuis welkom. Maar de blijdschap in het gezin van Frederik en Louise zou van korte duur zijn. Om te beginnen was het een grote domper op hun vreugde toen de Belgenkoning Leopold enige tijd later óók een zoon (en dus kroonprins) kreeg. Maar veel erger was het dat Lovisa's kleine broertje Willem al na zestien maanden overleed (het Belgische prinsje zou overigens ook slechts enkele maanden oud worden). Nauwelijks waren Frederik, Louise en de zes jaar oude Lovisa van dit verdriet bekomen, of de vrouw van koning Willem overleed, Lovisa's grootmoeder dus.

Aan het sterfbed van de eerste Oranjekoningin begonnen de ruzies al die haar man Willem I met zijn oudste zoon, de kroonprins had. Deze ruzies liepen soms zo hoog op dat Frederik moest bemiddelen. Hij had het maar wat druk met deze familietwisten, vooral toen bleek dat zijn zusje Marianne grote huwelijksproblemen had. Gelukkig echter raakte Frederiks vrouw eindelijk weer in verwachting en in 1836 kreeg Lovisa opnieuw een broertje, dat Frederik werd genoemd. Vader Frederik was overgelukkig.

"We moeten nu eindelijk onze plannen ten uitvoer brengen", zei hij thuis tegen zijn vrouw. "Al jaren dromen we van een huis dat wat meer buiten de stad ligt, zodat we van de gezonde lucht kunnen genieten. Bovendien is dat ook veel gezonder voor onze kinderen".

Er begon nu een tijd van ijverig zoeken naar geschikte landhuizen. Op een dag hoorde Frederik dat in Wassenaar een schitterend achttiende-eeuws buitengoed te koop werd aangeboden, De Pauw. De naam ervan was ontleend aan vijf pauwfiguren die in de voorgevel waren aangebracht. Na enige onderhandelingen kon de koop worden gesloten en zo verhuisde Lovisa met haar ouders en haar broertje naar de nieuwe woning. Er werd het een en ander verbouwd aan De Pauw en ook werden de tuinen door beroemde tuinarchitecten in stijl aangelegd. Het bleek een goede koop te zijn. De kinderen genoten in de frisse buitenlucht en van de vele bossen in de omgeving.


Frederik & Marie
Veel speelde Lovisa in de tuin, waar allrlei prieeltjes, zitbanken en ook beelden en vazen stonden. Er was maar een kleine hofhouding in dienst op De Pauw. Het waren voornamelijk Duitsers die als bedienden waren aangenomen: Frederik zelf was immers erg Duits opgevoed en zijn vrouw kwam zelf uit Duitsland. Echt rustig was het nooit in Wassenaar: regelmatig kwamen neefjes en nichtjes spelen en ook Lovisa's ooms en tantes kwamen graag op bezoek bij de beminnelijke Frederik.

Juist omdat Lovisa's vader zo vriendelijk en begrijpend was, kwamen veel familieleden bij hem hun hart uistorten. En er waren nogal wat problemen in de Oranjefamilie! Grootvader Willem I wilde trouwen met een katholieke Belgische gravin en dat gaf erg veel gekrakeel in Nederland én in de vorstelijke familie. Tante Marianne kon haar huwelijk met haar lastige man Albert van Pruisen niet uithouden en zij kwam voortdurend klagen bij Lovisa's vader. Dan waren er nog de problemen tussen Lovisa's oudere neef, de latere Willem III, en zijn vrouw: ook dat huwelijk was vanaf het begin zeer ongelukkig.

Tussen al deze familie-ellende viel de harmonie van het gezin van Frederik op. Toen in 1841 nog een dochter werd geboren, Marie, leek het geluk compleet. Maar in 1846 trof het Oranjegezin een wel zeer zware slag. Het tienjarig prinsje Frederik, de trots van de familie, viel tijdens een gymnastiekoefening op een ongelukkige manier; enige tijd later stirf hij aan de opgelopen verwondingen... Zijn ouders konden het niet geloven. Vooral Lovisa, die veel met haar broertje had gespeeld en dol op hem was, begreep niet, dat het mogelijk was dat hij door zo'n ongelukkige val had kunnen sterven.

De diepbedroefde Frederik gaf het bevel, dat nooit meer iets veranderd mocht worden in de kamer van het prinsje, dat alles precies zo moest blijven als hij het had achtergelaten. Lovisa, die inmiddels achttien jaar oud was, troostte haar ouders zoveel mogelijk. Gelukkig was er ook nog het kleine prinsesje Marie, ruim vier jaar oud, dat altijd al de oogappel van haar vader Frederik was geweest en nu met nog meer liefde en zorg werd omringd. Hoe veel Frederik en Louise ook van hun dochters hielden, ze vonden het wel heel erg dat uitgerekend hun twee zoons zo jong hadden moeten sterven.

Nu Lovisa de huwbare leeftijd had bereikt, werd langzamerhand eens uitgekeken naar een geschikte huwelijkspartner. Echt mooi was Lovisa niet, sprankelend evenmin,maar ze was lief en zachtaardig en heel gedwee. Ze drong zich helemaal niet op de voorgrond, liet alles maar over zich heen gaan: haar ouders moesten maar beslissen met wie ze moest trouwen. Inderdaad had ze geen gemakkelijke jeugd gehad: als oudste dochter had ze het verdriet van haar ouders over de dood van haar broertjes van zeer nabij meegemaakt. Prinses Marie was veel later geboren-die was nooit zo betrokken geweest met de huiselijke ellende van dit Oranjegezin.

Er moest natuurlijk een protestantse echtgenoot gevonden worden, lieft iemand van een regerend vorstenhuis. Weldra werd duidelijk dat de kroonprins van Zweden, Carl, een geschikte partij zou zijn. Per slot van rekening behoorden de Oranjes nu tot de regerende koningshuizen van Europa; daarbij kwam dat de Oranjes ook erg rijk waren en dus wel voor een aardige bruidsschat konden zorgen. Frederik en Louise vonden het geen slecht idee: hun oudste dochter koningin van Zweden. Daar kwam nog bij dat Frederik de grootvader van kroonprins Carl goed gekend had: dat was namelijk de Franse maarschalk Bernadotte aan wie tot veler verrassing in 1810 was gevraagd om koning van Zweden en Noorwegen te worden, omdat het daar heersende koningsgeslacht was uitgestorven.


Carl XV
(1826-1872)

De Fransman Bernadotte (die van eenvoudige afkomst was) had na enige aarzeling geaccepteerd en als Carl XIV Johan was hij de Zweedse koning tot zijn dood in 1844. Natuurlijk had hij (en zijn Franse vrouw!) eerst Zweeds moeten leren en uitvoerig de regels en wetten van zijn nieuwe land bestudeerd, maar de nieuwe vorst had zich snel ingewerkt. Zo was hij de stamvader van het vorstenhuis der Bernadottes geworden (die nu nog steeds in Zweden regeren).

Tijdens de Napoleontische tijd had Frederik Bernadotte wel gekend en daarom had hij nog altijd banden onderhouden met het Zweedse vorstenhuis. In 1850 werd na enige onderhandelingen de verloving van de Zweedse kroonprins (kleinzoon van Bernadotte) met de Nederlandse prinses Lovisa gevierd. Er hing een feestelijke sfeer op De Pauw: de oudste dochter had een uitstekende huwelijkspartner gekregen en Frederik en Louise waren 25 jaar getrouwd en vierden dus hun zilveren bruiloft. Daarom werd er een groot diner georganiseerd op het Wassenaarse landgoed van prins Frederik.

De nieuwe Nederlandse koning Willem III was eregast met zijn vrouw koningin Sophie. Helaas liet de rest van de Oranjefamilie het afweten: koningin Anna Paulowna, weduwe van de onlangs overleden koning Willem II, was nog in de rouw en mocht zich dus niet op feesten en ontvangsten vertonen. En prinses Marianne, Lovisa's tante, was op een geheimzinnige reis in het buitenland. Niemand praatte erover, maar Lovisa wist het ook wel: tante Marianne had in het diepste geheim in een dorpje op Sicilië een kind ter wereld gebracht. De vader ervan was haar minnaar, de (met een ander getrouwde) koetsier Johannes van Rossum. Ondanks al deze familieproblemen verliep het diner tamelijk ontspannen.

Wel ving Lovisa af en toe wat negatieve opmerkingen over haar aanstaande echtgenoot op: kroonprins Carl zou een rokkenjager zijn, zijn levenswandel bleek tot dusver niet al te onberispelijk te zijn geweest... Maar misschien zou het huwelijk met de zachtaardige Lovisa hierin verandering kunnen brengen? Carl, kroonprins van Zweden was twee jaar ouder dan zijn Nederlandse bruid. Zijn vader was koning Oscar I, de tweede van het geslacht Bernadotte, zijn moeder een Franse prinses. Hij had drie jongere broers en een zuster. Een van deze broers, Oscar, trouwde later met een verre nicht van Lovisa en wel met Sophia van Nassau, achterkleindochter van Carolina van Oranje, die met de vorst van Nassau-Weilburg was getrouwd.

Carl had een tamelijk woelige jeugd gehad. Zijn vader hield erg van de vrouwen en jarenlang hield hij er een maitresse op na, een in Zweden erg bekende toneelspeelster, die hem ook twee zoons schonk. "Dat zijn de prinsen van Lapland!" zei koning Oscar vaak lachend tegen zijn vrienden en bekenden, als ze het over zijn onechte kinderen hadden. In ieder geval sprak deze nog in Frankrijkgeboren koning van Zweden al vloeiend Zweeds zodat ook Carl tot een echte Zweed kon opgroeien. Hoewel hij kroonprins was, had hij in zijn jeugd toch altijd in de schaduw hestaan van zijn veel knappere en begaafde broer Oscar. Deze prins haalde altijd betere cijfers en toonde ook duidelijk een veel bredere belangstelling. Kroonprins Carl was dan ook heel anders dan Oscar.

Hij wist van het leven te genieten en had niet echt zin zich op school en universiteit flink in te spannen. In 1844 ging Carl met zijn tweede broer Gustaaf aan de universiteit van Uppsala studeren. Maar ook hier moest hij zich spoedig de mindere wanen. De muzikaal erg getalenteerde Gustaaf-die dan ook de "liedjesprins"-werd genoemd-was meteen veel populairder bij de medestudenten. Vanaf het begin stond prins Gustaaf in het middelpunt bij studentenfeesten en bijeenkomsten, en niet de toekomstige koning van Zweden. In het leger daarentegen voelde prins Carl zich op zijn plaats. Hij kon uitstekend paardrijden en hij liet zich dan ook graag in een mooi uniform te paard afbeelden.


Prinses Lovisa
(1851-1926)
Toch wist de kroonprins op den duur de Zweden steeds meer voor zich in te nemen. Afgezien van zijn rijzige gestalte en zijn aantrekkelijke uiterlijk, kwam dat ook door zijn grote succes bij de vrouwen. Weldra had hij een hele sleep vriendinnen (en ex-vriendinnen natuurlijk). Zijn eigen gouverneur beschreef de kroonprins als volgt:

"Al bij de eerste aanblik raakt men door hem geboeid. Degene die zijn koninklijke gestalte, een waar toonbeeld van mannelijke schoonheid met zijn bliksemende ogen en soepele bewegingen, éénmaal heeft gezien zal het niet gauw meer vergeten! Zijn optreden is niet alleen zeer waardig, maar ook eenvoudig en hartelijk".

Zo haalde de kroonprins het gebrek aan belangstelling waar hij vroeger onder had geleden, nu ruimschoots in. Men was erg benieuwd met wie hij uiteindelijk zou trouwen. Zijn liefdesaffaires werden dan wel telkens druk besproken, het was duidelijk dat zijn vriendinnen in geen geval in aanmerking kwamen om koningin te worden. Bij voorkeur wenste men een protestantse prinses als bruid. Carls moeder was katholiek gebleven en dat gaf toch problemen aan het protestantse Zweedse hof. De keuze van Lovisa was een uitstekende-daar waren alle Zweden het over eens. Ze was weliswaar bepaald niet mooi, maar ze was net zo rijzig als de kroonprins en ze vormden zo een goed paar. Bovendien was ze erg rijk-en dat was niet onbelangrijk!

Na de sluiting van het huwelijk in Stockholm in juni 1850 gingen Carl en Lovisa in het koninklijk paleis wonen. Aanvankelijk had Lovisa nogal wat heimwee-ze moest hier aan een toch wel heel ander leven wennen. Gelukkig kon ze het goed vinden met haar schoonzusje, Carls zuster prinses Eugénie, die iets jonger was dan zij. Al gauw bleek dat Carl niet van plan was zijn vrolijke leventje op te geven. Hij zat nog even veel achter de vrouwen aan als toen hij nog vrijgezel was. Maar wat wél erg was, was dat hij openlijk affaires onderhield met hofdames van zijn eigen vrouw Lovisa. "Hoe kun je je toch zo goed beheersen?" vroeg Eugénie meer dan eens verbaasd aan Lovisa als Carl zich weer eens misdragen had. Lovisa zei niet veel. Het lag niet in haar aard om in opstand te komen tegen haar lot.

Gelukkig was er voor haar weldra genoeg reden om gelukkig te zijn: ze was in verwachting! Carls moeder Josephine en prinses Eugénie waren opgetogen: "Eindelijk na twintig jaren weer een koninklijke geboorte in Stockholm!" juichte Eugénie en ze begon meteen met het borduren van babykleren. Ook koningin Josephine liet zich niet onbetuigd. Dagen zat ze samen met Lovisa te praten over de inrichting van de baby-kamers en over de vele voorbereidingen die nodig waren. "We moeten een uitgebreide uitzet voor de toekomstige koning maken", zei koningin Josephine, want ze was er evenals kroonprins Carl van overtuigd dat het kind een jongen zou zijn.

De fijnste stoffen werden ingekocht, allerlei babykleren werden door de hofnaaisters gemaakt en de koningin zorgde er met de aanstaande moeder Lovisa en Eugénie voor, dat alles een prachtig koninklijk monogram kreeg, dat ze er zelf op borduurden. Niet minder dan honderdtwintig luiers van het fijnste Nederlandse linnen lagen op de koninklijke baby te wachten, alle met een vorstenkroon erop. Ook alle slabbetjes en waslappen werden gemerkt met het koninklijke wapen. In de kast lagen verder zesentwintig babymutsjes klaar en vijftien zuiver zijden "uitgaanspakjes" voor het kind.


Lovisa's schoonvader, koning Oscar I van Zweden, op zijn sterfbed.
Vooraan links Lovisa met haar dochtertje, naast het bed: kroonprins Carl

Op 31 okober 1851 was het zover. Vol spanning wachtten de Zweden de geboorte af: zou alles goed verlopen? Zou het een jongetje zijn zoals iedereen graag wilde? Voor de paleishekken verdrong zich het nieuwschierige publiek. De kroonprins zelf wachtte ook met spanning. Hij werd niet bij de bevalling toegelaten en ijsbeerde door de gangen van het paleis. Opeens werd begonnen met het lossen van schoten, teken van de voorspoedige geboorte van een koningskind. Zenuwachtig telde Carl... Nee, het was een meisje! Wat een teleurstelling! Daar had hij helemaal niet op gerekend. Dan haalde hij de schouders op: Lovisa was nog jong, dus ze kon nog een heleboel zoons krijgen!

"Champagne! Champagne!" beval Carl, terwijl Lovisa nog in het kraambed lag en geen toestemming kreeg haar man te ontvangen. Eerst moest alles worden opgeruimd en moest het prinsesje mooi worden aangekleed. Koning Oscar I, grootvader van de pasgeborene, was bijzonder trots op dit eerste kleinkind. "Mijn lieve Sessa!" zei hij liefkozend toen hij ten slotte met prins Carl en andere familieleden het prinsesje mocht bewonderen. "Sessa" was een verkleinwoord van het Zweedse woord Prinsessa-en zo zou Lovisa's dochter verder haar hele leven genoemd worden.

De doop moest een groot feest worden. Uit Nederland kwamen de dolgelukkige prins Frederik en prinses Louise hun dochter en kleindochter bezoeken. Lovisa bewees haar moeder een extra eer door haar kind naar haar moeder Louise (in Zweden dus weer Lovisa) te noemen. De overige namen die het kind kreeg waren die van de andere grootmoeder, koningin Josephine, en van tante Eugénie, zodat het prinsesje voluit gedoopt werd: Lovisa Josephine Eugénie. Maar niemand zou haar zo noemen: sinds grootvader Oscar I haar voor het eerst Sessa had genoemd, blééf het Sessa.

Het leven hernam spoedig weer zijn gewone gang. Lovisa bemoeide zich graag zoveel mogelijk met haar dochtertje. Elke dag was vooral het baden van Sessa een waar familie-uitstapje. Kong Oscar I en koningin Josephine, Carl en Lovisa gingen dan de trappen op naar de appartementen van de baby om te kijken hoe het kind gebaad werd. Lovisa voelde zich langzamerhand aardig thuis in Zweden. Aan het hof was spoedig duidelijk geworden dat deze prinses bepaald geen luxepaardje met buitenissige en luxueuze eisen was. Ze bleef heel eenvoudig. 't Liefst zat Lovisa wat te borduren of te naaien, of speelde ze met Sessa. Zó eenvoudig was ze dat ze de hofkoks enigzins tegen zich had ingenomen.

De koninklijke familie had namelijk vijf vooraanstaande chefkoks in dienst die allen hun eigen specialiteiten hadden. Maar algauw bleek dat de kroonprinses 't liefst het gewone stevige Zweedse eten wilde hebben. Elke dag stuurde ze de door haar gewenste menu's naar beneden en daarbij vielen de koks van de ene verbazing in de andere. In de keuken was men gewend aan de fijne smaak van de Bernadottes, die immers van Franse afkomst waren. Lovisa daarentegen bestelde gewone degelijke kost zoals kip met rijst, varkensvlees met erwten, kool met gehakt, haring met uiensaus,...

Met de grootste moeite slaagden de koks er telkens weer in deze "burgermanskost" in het Frans te vertalen, zodat het menu op de koninklijke eettafel er nog een beetje deftig uitzag. Intussen was Lovisa voor de tweede keer in verwachting geraakt. Het hele land was weer in opwinding-zou het deze keer wél een prins zijn? In december 1852 werd inderdaad een jongen geboren, die naar zijn vader en beide grootvaders Carl Oscar Willem Frederik werd gedoopt. De kroonprins was dolgelukkig: de troonopvolging was met deze zoon weer verzekerd. Terwijl Lovisa lag bij te komen van de tamelijk zware bevalling, ging haar man aan de zwier. Het ene moment zag men hem ernstig praten met vooraanstaande Zweedse politici, een paar ogenblikken later werd hij met een van zijn vele minnaressen gezien.


Koningin Lovisa
En vlak daarna ging hij zijn vrouw gezelschap houden-die niets liet blijken van afkeuring van zijn tamelijk wilde gedrag. Lovisa kon zich zelf wel bezighouden-uren lang zat ze vaak de tekeningen in een mooi uitgevoerde Bijbel in te kleuren. Het leek haar niet te storen dat Carl, waar zij bijzat, aan het flirten was met haar hofdames. Hoewel Carl de heerser was en de hofdames in zijn dienst waren, was de relatie tussen het hofpersoneel en de koninklijke familie verrassend familiair. Dat kwam ook door de ongedwongen en innemende houding van de kroonprins.

De hofdames gedroegen zich dus niet als stilzwijgende dienaressen die protestloos hun plicht deden-nee, ze namen deel aan de conversatie, waren soms ook aardig brutaal. Dat zo'n relatie soms in het bijzijn van Lovisa uitliep op een wat genante hofmakerij, was dan ook niet helemaal onverwacht. Toen het prinsje Carl Oscar vijftien maanden oud was, overleed hij tot intens verdriet van zijn ouders. Een plotselinge zeer heftige koorts had men niet kunnen bedwingen en het kind bezweek. Lovisa kon geen kinderen meer krijgen, en dat betekende dat kroonprins Carl geen opvolger had. Zijn broer zou dus later na hem koning moeten worden. Een meisje had in Zweden nu eenmaal geen recht op de troonopvolging.

Lovisa was ontroostbaar. Ze sloot zich helemaal in zichzelf op. Vanaf dit moment kreeg ze ook regelmatig last van aanvallen van flauwtes, een typisch lichamelijke reactie op haar plotselinge verlies. De kleine Sessa werd nu met nóg meer zorg omringd. Het kind had een gouvernante (die Engels met haar sprak), twee kinderjuffrouwen, en een verpleegster; met haar moeder sprak Sessa Frans, met de secretaresse Duits en met haar gouvernante dus Engels... De gouvernante was zeer streng. Het werd Sessa verboden met andere kinderen te spelen en zo groeide het kind eenzaam op tussen de paleismuren met kamers vol speelgoed, maar met niemand om mee te ravotten of te lachen.

Toen Sessa vier jaar was, maakten Carl en Lovisa een reis naar een Zweedse privincie. Sessa mocht mee. "En-waar vind je het 't fijnste om te zijn" vroeg een van de hoogwaardigheidsbekleders aan het prinsesje. Zonder aarzelen antwoordde ze: "In Stockholm, op het Karel XIII-plein, want daar zijn zo veel sessa's!" Het kind dacht dat alle kleine meisjes "sessa" werden genoemd en op dat plein zag ze vaak kinderen spelen. Duidelijk liet ze met dit antwoord blijken hoezeer ze verlangde naar speelkameraadjes. Toch was Lovisa het kennelijk eens met de eenzame opvoeding van haar dochter, want ze veranderde het niet. Ze kreeg ook steeds minder kans om echt tijd aan haar kind te besteden, zeker vanaf het moment dat Carl koning was geworden na de dood van zijn vader Oscar in 1859.

Het kwam er meestal op neer, dat Lovisa de kleine Sessa 's morgens even begroette en dat Sessa 's middags mooi opgedirkt voor haar vader, die nu koning Carl XV van Zweden en Noorwegen heette, verscheen terwijl talloze hofdignitarissen en kamerheren om hem heen liepen. Wél besloot Lovisa ter gelegenheid van de kroning van Carl XV tot koning een groot kinderfeest te geven op het Stockholmse paleis. Honderden kinderen van de deftigste adellijke families werden uitgenodigd. Ze moesten allemaal in de officiële zwart-witte hofdracht komen-zelfs de poppen van de meisjes droegen deze speciale dracht... Toch was het feest niet zo'n succes. Lovisa, maar vooral de achtjarige Sessa had zich ontzettend op deze dag verheugd.

In het begin van het feest kwam de jonge koning binnen en een vrolijk gejuich klonk op. Tien minuten lang rende Carl XV met Sessa in een wild spel door de paleiszalen-toen verdween hij plotseling: liever was hij in het gezelschap van de dames die ook aanwezig waren. Het gegil van de kinderen irriteerde hem en maakte hem ongeduldig. Het was een teleurstelling voor Sessa. Alle kinderen konden met hun ouders pronken, maar haar vader had geen belangstelling. Lovisa probeerde het kind wel te sussen, maar dat lukte niet erg. Carl was nu wel koning, maar dat wilde niet zeggen dat hij afzag van zijn pleziertjes. Weldra werd het een gewoonte aan het hof om 's zomers op een grote hooiwagen het land op te trekken naar verschillende boerderijen.


Het koninklijk gezin van Zweden thuis: koning Carl schildert, zijn vrouw Lovisa kijkt toe.
De negenjarige prinses Lovisa "Sessa", zit links achter

Carl, Lovisa, soms ook Sessa en enkele hofdames en kamerheren klommen dan boven op de door paarden getrokken wagen nadat ze zélf gehooid hadden. Het ging er altijd zeer ongedwongen aan toe. Als het nodig was, lag een kamerheer zélf onder de wagen om iets te repareren, terwijl de dames bovenop ijverig liedjes zongen. Lovisa voelde zich niet helemaal thuis in deze wel erg ontspannen sfeer en ze bleef dus meestal thuis. Sessa groeide intussen op tot een niet erg aantrekkelijke tiener. Ze werd wel erg lang, langer dan haar beide ouders die ook niet tot de kleinsten behoorden: Het enige echt aantrekkelijke aan Lovisa's dochter was haar zeer smalle taille-iets waar Sessa dan ook reuze trots op was.

Door Carl en Lovisa werd natuurlijk al diep nagedacht over een geschikte huwelijkspartner voor hun enige dochter. Vanuit Denemarken kwamen regelmatig berichten, dat men erg graag een huwelijk zou willen tussen de Deense kroonprins en de Zweedse prinses. Hiebij speelde de gedachte mee, dat wellicht de landen verenigd zouden kunnen worden tot één Scandinavisch koninkrijk. Noorwegen hoorde al bij Zweden, en Carl had toch geen zoon. Maar toen Carls broer Oscar hiervan hoorde, was hij zeer geërgerd. Hij rekende erop dat hij Carl na diens dood zou opvolgen. Bovendien had hij uit zijn huwelijk met Sophia van Nasau maar liefst vier zoons, dus er waren troonopvolgers genoeg in Zweden!

Oscar voelde helemaal niets voor een samengaan met het buurland Denemarken. Maar de Denen bleven aandringen en daar hadden ze wel reden toe. Ze waren bang dat hun kroonprins Frederik te veel Duitsgezind was. Als hij nou ook nog met een Duitse prinses zou trouwen, dan zou de zelfstandigheid van Denemarken wel eens gevaar kunnen lopen. Een huwelijk met de Scandinavische Sessa was daarom zeer wezenlijk. Ondanks de woede van Oscar werd daarom toch in 1868 de verloving tussen de pas zestienjarige Sessa en de zesentwintigjarige Frederik van Denemarken beklonken. Sessa had haar toekomstige man nog nooit gezien!

Korte tijd later werd een ontmoeting tussen de twee gearrangeerd. Carl was stralend, maar Lovisa was in een zeer slecht humeur terwijl de aanstaande bruidegom en bruid elkaar toedronken. Ze vond haar dochter nog te jong om aan de staatsbelangen op te offeren. Sessa toonde zich nogal afwezig; ze was al blij genoeg dat ze niet verder hoefde te gaan wonen dan in Kopenhagen, want ze was altijd erg bang geweest dat haar ouders haar naar een verdergelegen land zouden uithuwelijken. Denemarken leek tenminste nog op Zweden. Bruidegom Frederik was ook niet bepaald vrolijk. Zo zat het bruidspaar met Sessa's ouders de verloving te "vieren"...

De komende maanden werden er niet vrolijker op. Koning Carl wilde per se een grootse bruiloft; voor Lovisa was dat niet zo belangrijk, maar ze had geleerd, dat haar man toch precies deed waar hij zin in had. Er ontstonden nu enige problemen. Van het parlement verwachtte de koning de toezegging van een grote som geld voor een uitbundig huwelijksfeest. Maar juist in deze jaren ging het zeer slecht met de economie van Zweden en velen emigreerden naar het beloofde land, Amerika. De provincies liepen leeg, er werd honger geleden en in Stockholm zag je overal bedelaars. Daarbij kwam, dat Lovisa's echtgenoot er op dit moment openlijk tegelijkertijd twee minnaressen op na hield, die hij in een van zijn paleizen had geïnstalleerd.

Het parlement had dus helemaal geen zin om nog eens extra geld uit de staatskas te nemen. Zo werd ten slotte een besloten bruiloft gevierd achter de muren van het paleis. Sessa werd door dit huwelijk kroonprinses van Denemarken. Ze was in een bijzondere familie terechtgekomen. Haar man, in de familiekring, Freddy genoemd, was opgegroeid in een gewone prinselijke familie-tot opeens zijn vader tot de troon van Denemarken was uitverkoren, toen daar geen opvolgers waren. Freddy's zuster Alexandra werd later koningin van Engeland door haar huwelijk met Edward VII, terwijl zijn andere Zuster Dagmar met de tsaar van Rusland was getrouwd.


Frederik VIII
(1843-1912)
Koningin Lovisa van Zweden kon al een jaar later haar eerste kleinkind in haar armen sluiten: Christiaan. Maar nauwelijks was ze vanuit Kopenhagen weer teruggekeerd in Stockholm, of ze hoorde het droevige beicht dat haar eigen moeder thuis op De Pauw te Wassenaar was overleden. Lovisa maakte intussen alweer plannen om haar dochter Sessa te gaan bezoeken (die weer zwanger was) toen ze plotseling een longontsteking opliep. De ziekte was dodelijk.

In maart 1871 stierf de pas 42-jarige Lovisa van Oranje-Nassau, koningin van Zweden, in het koninklijk paleis van Stockholm. Een echt geliefde en bekende persoonlijkheid was ze nooit geworden-daar was de eenvoudig opgevoede Lovisa te bescheiden voor. Haar man Carl zou haar slechts één jaar overleven: hij stierf, 46 jaar oud, in 1872. Sessa erfde alleen maar grote schulden van hem-na de afbetaling daarvan bleef er niets voor haar over... Toch werd Lovisa van Oranje groot-en overgrootmoeder van talloze Europese koningen en koninginnen. Haar dochter Sessa, koningin van Denemarken, kreeg namelijk vier zoons en vier dochters die door hun huwelijken met vrijwel alle vorstenhuizen verwant raakten.

De beroemde, jonggestorven koningin Astrid van België bijvoorbeeld, was een achterkleindochter van Lovisa. Toch is er nauwelijks over deze Zweedse koningin van Nederlandse afkomst geschreven. Daarvoor leefde ze te teruggetrokken. Met haar eigen familie had Lovisa eigenlijk het innigste contact. Het is dan ook niet verwonderlijk dat haar zusje Marie in 1880 haar eerste dochter Louise noemde, ter nagedachtenis aan haar wat eenzame, vroegoverleden zuster Lovisa van Oranje.

| Koninkrijken | Zweden | Biografie | Fotoalbum |


terug naar boven