Koning en Keizerrijken  

  Louise Juliana, keurvorstin van de Palts: Biografie

| Keizerrijken | Duitsland | Biografie | Fotoalbum |


Louise Juliana
(1576-1644)
Na een aantal moeilijke jaren was Willem de Zwijger in 1571 van zijn vrouw Anna van Saksen gescheiden. Zij had een buitenechtelijke affaire met de Antwerpenaar Rubens achter de rug, kreeg zelfs een kind van hem, en werd na haar opsluiting langzamerhand krankzinnig. In 1577 zou prinses Anna als een volkomen geestelijk gestoorde sterven-ze was toen pas ruim 32 jaar oud.

In 1575 trouwde de Prins van Oranje voor de derde keer: met de Franse prinses Charlotte de Bourbon, die een avontuurlijk leven achter de rug had. Op haar twaalfde jaar werd zij namelijk door haar ouders gedwongen om in het klooster te gaan, hoewel zij dit helemaal niet wilde. Haar tante was abdis geweest van een Frans klooster en de streng katholieke ouders van Charlotte vonden, dat hun dochter haar als abdis moest opvolgen.

Zo belandde zij in 1559 in het nonnenklooster. Charlotte vond het er afschuwelijk, maar durfde vooreerst niet ongehoorzaam te zijn tegenover haar ouders. Een paar jaar later vond ze toch een manier om duidelijk te maken dat ze helemaal tegen haar zin non was geworden: bij een notaris liet ze vastleggen dat ze onder dwang de kloostersluier had moeten aannemen. Daarbij kwam nog, dat Charlotte zich ging interesseren voor de protestantse leer. Meer en meer las ze hierover en op den duur raakte ze haar rooms-katholieke geloof kwijt.

Voor haar was er nu geen enkele reden meer om abdis van een katholiek klooster te zijn en ze besloot te vluchten. Maar waarheen? Naar wie? Na enig nadenken leek het Charlotte het beste haar toevlucht te zoeken bij de protestantse keurvorst van de Palts, Frederik III, die in Heidelberg zijn hof had. Begin 1572 was het zover: in het diepste geheim sloop abdis Charlotte weg uit het klooster. Enkele weken later kwam ze na een spannende tocht in Heidelberg aan.

Daar bekeerde zij zich tot het calvinisme. Inmiddels had haar vader ontdekt dat ze gevlucht was en hij was daarover buiten zichzelf van woede geraakt. Op allerlei manieren bezwoer hij haar dat ze terug moest gaan, dat ze haar familienaam besmeurde, dat ze zichzelf voor eeuwig onmogelijk had gemaakt, ja, hij dreigde haar persoonlijk te komen halen en haar voor altijd op te sluiten... Charlotte bleef voorlopig onder de bescherming van de Paltsvorst Frederik. Aan zijn hof ontmoette ze ook Willem de Zwijger.

Deze stuurde in 1575 zijn trouwe kameraad Filips van Marnix (van Sint Aldegonde) naar Charlotte om haar namens hem ten huwelijk te vragen.


Charlotte de Bourbon
(1546-1582)

"Daar kan ik niet meteen op antwoorden", reageerde de wat verwarde Charlotte. "Per slot van rekening is de prins van Oranje officieel nog getrouwd zolang Anna van Saksen leeft..."

Haar beschermheer Frederik van de Palts gaf haar ook zijn mening: volgens hem stond niets een huwelijk in de weg. De prins was gescheiden en een nieuw huwelijk was dus geldig. Na enige maanden bedenktijd stemde Charlotte de Bourbon ten slotte toe, en in juli 1575 werd zij de derde vrouw van Willem van Oranje.

Van katholieke zijde (én door haar ouders) werd er natuurlijk erg geageerd tegen dit huwelijk: Charlotte, die "verlopen non", trouwde met een getrouwde man...!! Het werd een heel gelukkig huwelijk. Zes dochters schonk Charlotte haar man gedurende haar korte huwelijk: ze stierf namelijk al in 1582, na zeven jaar huwelijk. Twee van haar dochters zouden later met regerende vporsten trouwen: haar oudste dochter Louise Juliana met Frederik IV, veertiende keurvorst van de Palts (kleinzoon van Charlotte's beschermer Frederik III!,), en haar tweede dochter Elisabeth met Henri hertog van Bouillon.

Negen maanden na het huwelijk van Willem en Charlotte werd hun eerste dochter Louise Juliana in Dordrecht geboren: zij was de eerste Oranje die in Nederland ter wereld kwam. Haar jeugd zou echter niet over rozen gaan: ze was pas zes jaar (en had nog vijf kleinere zusjes!) toen haar moeder Charlotte stierf. Moeilijke jaren volgden. Haar vader Willem van Oranje was voortdurend bezig met de oorlog tegen de Spanjaarden; hij had dus nauwelijks tijd om zich met zijn vele kinderen te bemoeien.

Maar hij had niet alleen geen tijd, hij had ook geen geld meer. De strijd kostte hem handen vol geld en om dit te krijgen ging hij er zelfs toe over zijn bezittingen te verkopen of te verpanden. Zo beleefde de kleine Louise Juliana jaren vol ontberingen. Goede, warme kleren kon haar vader niet betalen en zo leed zij met haar zusjes erg onder de koude, de vochtigheid en de slechte huisvesting. Daarbij moest ook nog rekening worden gehouden met haar oudere halfbroers en halfzusters.

Filips Willem, de oudste zoon van Willem van Oranje, zat alk gevangene van de Spaanse koning ergens in Spanje-niemand wist precies hoe het met hem ging. Prinses Maria, eveneens een kind uit Willems eerste huwelijk, had allang de huwbare leeftijd bereikt, maar het lukte alsmaar niet voor haar een goede man te vinden. Bij wie Willem van Oranje ook maar aan kwam met de hand van zijn dochter, de reactie was steeds dezelfde:


Willem van Oranje
(1533-1584)

"De toekomst van jouw familie is veel te onzeker! Als jullie de oorlog tegen Spanje verliezen, stelt de familie van Oranje niets meer voor in Europa. Bovendien kun je niet eens een goede bruidsschat betalen en dat ben je toch wel verplicht aan je stand!"

Als Willem dan zei, dat Maria toch onder meer Buren had geërfd van haar moeder, dan hielp dat weinig. Zo bleef Maria ongetrouwd. Pas op haar negenendertigste zou ze alsnog trouwen... De prinsen en prinsessen van Oranje waren nog maar nauwelijks hersteld van het overlijden van hun (stief)moeder of het was de Vader des Vaderlands zelf die stierf: in 1584 werd Willem van Oranje te Delft vermoord. Een jaar tevoren was hij voor de vierde keer getrouwd, en wel met Louise de Coligny, die hem een flinke zoon schonk: Frederik Hendrik.

De toekomst zag er nu wel heel somber uit voor de Oranjes. Geen geld, geen aanzien, geen functies-niets leek er meer overgebleven van de roem van weleer. Zelfs de nu achtjarige Louise Juliana begreep de ernst van de situatie. In een brief aan haar oom Jan van Nassau, broer van haar vader, liet ze ook blijken hoe gehecht ze was aan het protestantse geloof:

"Ik smeek u voor mij en mijn kleine zusjes niet alleen een oom, maar ook een vader te willen zijn: er is niemand anders dan u tot ik mij kan richten met het verzoek erop te willen letten, dat wij zullen blijven in het geloof waarin mijn gestorven vader ons heeft opgevoed totnogtoe".

De kans was inderdaad aanwezig dat de zes Oranjezusjes die nu zowel vader-als moederloos waren, zouden worden opgevoed door hun streng katholieke grootouders, uit Frankrijk. De vier jaar oude Flandrina (naar de provincie Vlaanderen genoemd als een eerbetoon) was nog tijdens het leven van Charlotte de Bourbon naar Frankrijk gebracht, waar ze in een klooster opgroeide. De eerste tijd na de moord was Louise de Coligny, de weduwe van Willem, als verdoofd. Ze was tot niets in staat en liep wat wezenloos met de baby Frederik Hendrik in het rond.

Maar na enige tijd kwam ze langzaam tot zichzelf en toonde zich zelfs sterk genoeg om de opvoeding van haar stiefdochters geheel op zich te nemen. Gelukkig werd zij in deze moeilijke taak geholpen door haar schoonzusje Catharina, de lievelingszuster van Willem. Zo groeide Louise Juliana met haar zusjes op: onder leiding van twee flinke vrouwen, de een uit Frankrijk afkomstig (Louise), de andere uit Duitsland (Catharina).


Louise de Coligny
(1555-1620)
Met de jaren veranderde ook de positie van de Oranjes: prins Maurits, halfbroer van Louise Julana, bleek een groot veldheer en hoe meer zijn roem en bekendheid toenam, hoe meer die op zijn familie afstraalde. Tegelijk ging ons land een steeds belangrijker rol in Europa spelen en dat maakte, dat ook de stadhouder (en dus zijn familie) met meer eerbied werd bejegend. Voor de Oranjeprinsessen was dit natuurlijk gunstig.

Toen ze eenmaal oud genoeg waren om te trouwen, waren er opeens allerlei prinsen die maar al te graag een verbintenis met deze familie wilden aangaan. In 1593 leidde dit tot een verrassend aanzoek: de rijke en bekende keurvorst van de Palts, Frederik IV, wilde graag met Louise Juliana van Oranje-Nassau trouwen. De Plalts was het eerste van de zeven zogenaamde keurvorstendommen van Duitsland; deze zeven keurvorsten waren erg belangrijk, omdat zij de Duitse keizer moesten kiezen, vandaar het woord keur voor hun naam.

Het vorstendom dat de pas negentienjarige Frederik bestuurde was uitgestrekt: het bestond uit twee delen, de Rijnpalts aan de beide Rijnoevers met de hoofdstad Heidelberg, waar Frederik ook zijn residentie had. En de Beierse Palts tussen Bohemen en Beieren gelegen. Het was Frederiks grootvader geweest die Charlotte de Bourbon zo liefderijk in Heidelberg had opgenomen na haar vlucht uit het klooster. Keurvorst Frederik IV was ook erg voor het nieuwe protestantisme en hij droomde van uitbreiding van de calvinistische macht.

Vandaar ook dat een huwelijk met de Oranjeprinses Louise Juliana hem welkom was, want ook in de Nederlanden groeide het calvinisme steeds meer. Nadat de keurvorst had laten merken wel te voelen voor een verbintenis met Louise Juliana, werd besloten de trouwe Filips van Marnix aan te stellen als huwelijkshandelaar-had hij niet een kleine twintig jaar geleden ook met succes de bruiloft van Willem de Zwijger met de moeder van de bruid tot stand gebracht?

De onderhandelingen leverden geen probleem op: de besturen van de provincies waren erg tevreden over het huwelijk. Holland en Zeeland kwamen zelfs allebei met een geschenk van niet minder dan 20.000 guldenvoor het jonge paar omdat "zij deze verbintenis voor onze landen heel voordelig achten!" En voordelig was het ook wat de politiek betrof; dat bleek al een jaar later.

Toen klaagde Spanje (dat met ons land in oorlog was!) over Nederland bij de Keizer. Meteen stond keurvorst Frederik op om ons land fel te verdedigen. De Spaanse gezant bleef alsmaar tegensputteren en verklaren dat de Nederlanden nu maar eens stevig moesten worden aangepakt.


Frederik IV
(1574-1610)

Frederik van de Palts hield echter eveneens voet bij stuk en uiteindelijk kreeg hij gelijk: Spanje moest zijn dreigement inslikken, want de Keizer was het met Frederik eens. De zeventienjarige Louise Juliana, die tot op het moment van de bruiloft haar aanstaande echtgenoot nog nooit in levende lijve had gezien (men had haar wél wat portretten van de Paltsvorst laten zien), was natuurlijk erg nieuwschierig naar haar eerste ontmoeting met Frederik.

Deze was inmiddels met een uitgebreid gevolg naar de Dillenburg getrokken. Daar zou het huwelijk van Louise Juliana en hem namelijk worden voltrokken. Bij Geertruidenberg nam de bruid afscheid van haar naaste familie; vooral ook van haar stiefmoeder Louise de Coligny die zo goed voor haar had gezorgd. De zuster van Willem de Zwijger, tante Catharina, zou haar begeleiden naar de Dillenburg. Met grote pracht en praal werd in de maand juni de bruiloft op het familiekasteel gevierd.

Van heinde en ver waren leden van de uitgebreide familie Nassau gekomen om getuige te zijn van deze belangwekkende huwelijkssluiting. Louise Juliana was natuurlijk tamelijk zenuwachtig bij de kennismaking met haar bruidegom-maar gelukkig beantwoordde hij ruimschoots aqan haar verwachtingen. Het werden zeer drukke weken. Na de langdurige bruiloft (hij duurde enkele dagen) reisde het jonge paar met een grote stoet naar de hoofdstad van het land waarvan Frederik vorst was: Heidelberg.

Verbaasd bekeek de bruid de kostbare wagens en andere vervoermiddelen waarmee ze reisden: "Dit zijn zeker je allermooiste koetsen?" vroeg ze argeloos. Louise Juliana was immers erg eenvoudig opgevoed en echte luxe had ze nog nooit meegemaakt.

"Hoe bedoel je?" zei haar man wat bevreemd. "Allermooiste?! Minder mooi wil ik niet! Vergeet niet dat ik een vorst ben die een grote staat moet ophouden! Aan de rijkdom en weelde die ik ten toon spreid, herkent men mijn macht".

Louise Juliana deed er het zwijgen toe-ze zou nog veel moeten leren. Dat haar leven in Heidelberg volslagen verschillend zou zijn van haar rustige, wat beschermende jeugdjaren in de Nederlanden begreep ze wel. Juist het feit dat ze nog wat onwennig was in haar nieuwe positie maakte het extra prettig dat haar jongere zusje Emilia Antwerpiana met haar mee was gegaan naar Heidelberg. De vijf jaar jongere Antwerpiana (die in Antwerpen was geboren, vandaar haar naam) was al moederloos geworden toen ze pas vijf maanden oud was.


Frederik V
(1596-1632)

Nu Louise Juliana een volwassen, getrouwde vrouw was, leek het stiefmoeder Louise de Coligny verstandig haar de kleine Antwerpiana toe te vertrouwen. De volgende jaren zouden de twee zusters elkaar tot steun en toeverlaat zijn in Heidelberg. Pas ruim twintig jaar later zou Antwerpiana zelf trouwen-tot dat moment bleef ze bij Frederik en Louise Juliana van de Palts. Het huwelijk zou de Oranjeprinses aanvankelijk niet meevallen: zoals ze al tijdens de reis van de Dillenburg naar Heidelberg had gemerkt, was haar man erg gesteld op luxe.

Hij hield ervan op iedereen grote indruk te maken en het liefst deed hij dat door zijn hofstoet altijd zo uitgebreid mogelijk te maken. Waar hij ook maar naar toe ging, altijd en overal was Frederik vergezeld door een lange stoet hoogwaardigheidsbekleders, hofmaarschalken, kamerheren en andere functionarissen. Allen gingen even kostbaar gekleed zodat er vaak geroddeld werd in het keurvorstendom van de Palts.

Men sprak van verkwisting en geldsmijterij, en velen aan het hof schudden hun hoofd over al deze overbodige luxe. Maar Frederik (die immers al op zijn achttiende keurvorst was geworden) liet zich niet beïnvloeden en zette zijn opvallende levensstijl voort. Nu was deze eigenschap voor Louise Juliana nog wel te begrijpen en te vergeven. Wat ze echter moeilijker verkroppen kon was zijn grote liefde voor feesten en drinkgelagen. Frederik vond niets heerlijkers dan met een aantal goede vrienden eens goed de hele nacht "door te zakken".

Meestal gebeurde dat in de jachttijd: Frederik bleef dan dagen achtereen weg en pas later hoorde zijn vrome echtgenote pas (of niet...!) wat hij nu weer allemaal had uitgehaald. Louise Juliana beklaagde zich niet. Ze zuchtte erover, maar legde zich er verder bij neer. Haar was al vroeg ingeprent dat de taak van de vrouw in het leven die van zorgzame echtgenote en moeder was.

Het zorgen voor een gelukkig gezinsleven en het stevig houden van de familieband-daarin zag Louise Juliana haar opdracht. Niets deed haar dan ook een groter genoegen dan het ontvangen van haar bezoekende familieleden. Als de oudste dochter uit het derde huwelijk van Willem de Zwijger beschouwde zij het ook als haar plicht de band met haar jongere zusters zo stevig mogelijk te houden. Zo begroette zij regelmatig haar zuster Elisabeth en haar Franse echtgenoot, de hertog van Bouillon, over wie verder in dit verhaal uitvoeriger verteld wordt.

Ook haar broertje Frederik Hendrik zag Louise Juliana graag en toen zij in 1596 haar oudste zoon en troonopvolger Frederik ter wereld bracht, vroeg ze of Frederik Hendrik-die toen pas twaalf jaar oud was-het kind ten doop wilde houden. Vele jaren later lukte het onze Oranje-prinses een grote reünie van het hele Nassau-gezin in Heidelberg te organiseren. Iedereen was er: de prinsen Maurits en Frederik Hendrik en alle zusjes. Alleen prinses Flandrina kon niet komen: zij was abdis van een klooster in Frankrijk.


Elizabeth Stuart
(1596-1662)
Niet lang daarna, in 1610, werd Louise Juliana plotseling verrast door het overlijden van haar man, Frederik IV van de Palts. Hij was pas 36 jaar oud, even oud al zijn vrouw die nu weduwe was geworden. Zeventien jaar waren Louise Juliana en Frederik getrouwd geweest. Ondanks de problemen die er soms tussen hen beiden waren opgetreden, kon de Oranje-prinses terugkijken op een redelijk gelukkig huwelijksleven.

Afgezien van het feit dat ze nu alleen stond voor de opvoeding van haar kinderen en de zorg voor het land, leverde de minderjarigheid van de veertienjarige kroonprins ook moeilijkheden op. Voorlopig zou zijn oom optreden als regent. Na haar jeugd en haar huwelijksjaren ging Louise Juliana nu de derde fase van haar leven in: het weduwschap, een fase die het langst zou duren, namelijk 34 jaar, tot haar dood in 1644.

Vier kinderen had Louise Juliana tijdens haar zeventienjarig huwelijkleven gekregen, twee zoons en twee dochters. Haar oudste zoon die nu haar man als keurvorst Frederik V van de Palts opvolgde, kreeg vanwege zijn minderjarigheid voorlopig een voogd toegewezen.

Zoals het in die tijd gebruikelijk was, was hij eerst thuis aan het Hof van Heidelberg opgevoed, maar voor de voltooiing van zijn opleiding werd hij naar het buitenland gestuurd. Men vond nu eenmaal dat een internationale ervaring erg belangrijk was voor een regerend vorst. Louise Juliana hoefde niet lang na te denken: bij haar zuster Elisabeth die met de Franse hertog van Bouillon was getrouwd, zou haar zoon zeker goed verzorgd worden. Op vastbesloten toon deelde ze Frederik haar beslissing mee:

"Je tante Elisabeth wil je graag aan het hof opnemen en dat is erg vriendelijk van haar", begon ze. "Maar ik ben er ook erg mee ingenomen, want de Franse plaats Sedan waar tante Elisabeth resideert, heersen tenminste wat fijnere en elegantere zeden dan hier in Duitsland aan veel van de kleinere vorstenhoven. Je Franse oom heeft een verfijnde smaak en hij zal nooit zulke ruwe en plompe wooden gebruiken als je hier in Duitsland wel eens hoort".

"Maar dat is niet het enige", ging Frederiks moeder verder. "Een heel groot voordeel vind ik persoonlijk dat je oom en tante van het gereformeerde geloof zijn. Ik hoop vurig dat ze jou daarin een goed voorbeeld zullen zijn".


Henri de la Tour
(1555-1623)

De veertienjarige kroonprins had hier niets tegen in te brengen: wat zijn moeder en ook zijn voogd hem bevolen moest hij doen. En zo vertrok hij naar Sedan. Louise Juliana zou niet teleurgesteld worden in haar verwachtingen. Frederik groeide in Sedan op tot een beminnelijke jonge prins vol goede manieren en met veel charme. Intussen werd er druk nagedacht over een eventuele bruid van de toekomstige keurvorst. De Palts was een belangrijk protestants land en had dan ook veel aanzien.

Het lukte Louise Juliana na enige onderhandelingen ten slotte een bijzonder nobele bruid te vinden voor haar zoon: de Britse prinses Elizabeth Stuart, dochter van Jacobus I van Engeland. In 1613 werd de bruiloft gevierd tussen de zeventienjarige keurvorst en de eveneens zeventienjarige prinses. Het zou een bijzonder gelukkig huwelijk worden: Frederik en Elizabeth waren vanaf het allereerste begin hartstochtelijk op elkaar verliefd en dat zouden ze altijd blijven.

Zózeer gingen ze in elkaar op, dat ze de dertien kinderen die ze samen kregen niet eens erg belangrijk vonden; vooral Elizabeth liet zich weinig aan haar gezin gelegen. Eén van haar dochters schreef later dan ook in haar mémoires:

"Mijn moeder keek liever naar haar huisdieren, haar apen en haar honden, dan naar ons..."

Daarom was het vooral Louise Juliana die in 1614, een jaar na de bruiloft, dolgelukkig haar eerste kleinkind in haar armen droeg. Frederik Hendrik heette het kroonprinsje, genoemd naar zijn beroemde oudoom Frederik Hendrik van Oranje. Zo verliepen de eerste jaren van het weduwschap van Louise Juliana tamelijk vredig. Het enige wat haar zorgen baarde was de enorme weelde waarin haar zoon Frederik en zijn vrouw zich baadden. Handenvol geld gaven ze uit aan dure kleren, kostbare feesten, weelderig meubilair.

Vol verbazing bekeek de zo zuinig opgevoede Louise Juliana de luxe waarmee haar kinderen zich omgaven. Ze zuchtte dan maar diep: deze verkwisting en zin voor pracht een praal had Frederik duidelijk van zijn vader geërfd. Maar afgezien hiervan (Louise Juliana had er nogal eens ruzie over met Frederik en Elizabeth) ging het leven rustig zijn gangetje. Louise Juliana had het paleis in Heidelberg overgelaten aan haar zoon, de nieuwe keurvorst, en was zelf elders in het land gaan wonen.

Deze bescheiden Oranjeprinses wilde zich vooral niet opdringen in het gezin van haar kinderen en kleinkinderen. Niets wees erop dat jaren vol beproeving voor haar lagen. Natuurlijk, de godsdiensttwisten gingen onverminderd voort en de Palts stond bekend als een van de kampioenen van het protestantisme, samen met de Oranjeprinsen in de Nederlanden.


Prins Maurits
(1567-1625)
Maar dat de strijd tussen katholicisme en protestantisme zó afschuwelijk zou aflopen als later gebeurde, Louise Juliana niet verwacht. De ellende begon in 1618 toen de protestanten in Bohemen (nu Tsjechoslowakije) in opstand kwamen tegen de strenh katholieke Duitse Keizer. Ze namen het recht in eigen hand en kozen in Praag niemand minder dan de protestantse Frederik V van de Palts tot koning van Bohemen. Louise Juliana was ontzet.

Op zich was ze het wel eens met de bewoners van Bohemen, maar ze zag wel in dat het koningschap erg onzeker zou zijn.

"Je stort je in een levensgevaarlijk avontuur!" hield ze haar zoon dringend voor. "Begin hier in vredesnaam niet aan! De katholieke Habsburgers zijn veel machtiger dan jij en als ze willen, trekken ze met hun leger Bohemen binnen en gooien je van de troon. Wat moet er dan gebeuren? Waar moet je dan naar toe? Alsjeblieft, begin er niet aan!"

Louise Juliana stuurde waarschuwing na waarschuwing aan Frederik, maar deze antwoordde zelfverzekerd dat ze het helemaal mis had:

"Moeder, u vergeet de steun die ik van de machtige Oranjeprins Maurits, mijn oom, zal krijgen! En er zijn nog meer protestantse vorsten die mij zeker zullen helpen ingeval de katholieken mij de oorlog zullen verklaren. Bovendien moeder-ik zie mijn verkiezing tot koning van Bohemen als een goddelijke roeping, die ik niet zomaar kan negeren".

Louise Juliana sloeg de angst meer en meer om het hart. Nog heftiger werd haar waarschuwing:

"Reken niet te veel op je oom Maurits van Oranje: de Nederlanden hebben het veel te druk met hun eigen binnenlandse problemen. En de andere protestantse Duitse vorsten zijn dan misschien wel blij, dat Bohemen protestants blijft, maar ik denk dat de jaloezie het daarvan wint: er is geen vorst die er blij om zal zijn dat je én koning van Bohemen én keurvorst van de Palts zult zijn. Je wordt hen veel te machtig!"

Frederik luisterde niet naar al deze goedgemeende en ook zeer juiste argumenten van zijn moeder en van andere raadgevers. In 1619 vertrok hij met Elizabeth (die in verwachting was van hun vierde kind) en zijn zoon Frederik Hendrik naar Praag om zich als koning te laten inhuldigen. Vol bezorgdheid zag Louise Juliana hen vertrekken. Zij bleef achter in Heidelberg, waar ze voorlopig de twee achtergebleven kinderen van Frederik onder haar hoede zou nemen.


Ferdinand II
(1578-1637)
Via koeriers vernam ze al gauw, dat de inhuldiging van koning Frederik van Bohemen met grote festiviteiten gepaard was gegaan en dat koningin Elizabeth, haar schoondochter, in praag was bevallen van een zoon. Voorlopig leek alles er prachtig uit te zien-maar de schijn bedroog. Want de Habsburgers lieten de belediging door dat "keurvorstje van de Palts" niet op zich zitten.

Een paar maanden na Frederiks feestelijke intocht in Praag trok een groot leger Bohemen binnen waartegen niets te beginnen was. De overmacht van de Habsburgers was zo groot dat de Bohemers verpletterend verslagen werden en Frederik en zijn gezin in aller ijl het land uit moesten vluchten. Slechts één winter was hij koning van Bohemen geweest; vandaar dat hij verder altijd bekend zou staan als de "Winterkoning".

Vanaf dit moment begon een afschuwelijk leven van onzekerheid en armoede. De Duitse Keizer verklaarde Frederik en Elizabeth en hun kinderen vogelvrij en vervallen van al hun rechten en aanspraken in het Duitse Rijk. Het keurvorstendom werd van hen afgenomen en aan Beieren gegeven. Maar dat was nog niet het ergste: weldra trokken de legers van de katholieke vorst ook de Palts binnen, plunderden en verwoestten de schone stad Heidelberg en verboden in het hele land het protestantisme.

Frederik en Elizabeth die nu geen land, geen geld en geen bezit meer hadden, namen de wijk naar Den Haag, naar hun familie van Oranje-Nassau. Louise Juliana was in Heidelberg toen de katholieke legers de stad naderden. Het leek haar het beste zo gauw mogelijk te vluchten, want als zij in handen zou vallen van de soldaten, dan zag het er niet best voor haar uit. Bovendien had ze de zorg voor de twee kinderen van Frederik en Elizabeth. Eerst vluchtte ze daarom met hen naar Wurtemberg, maar ze kon daar niet lang blijven.

Men wist namelijk al gauw dat ze in dit hertogdom was, en de hertog van Wurtemberg was bang, dat de keizer hem zou straffen als hij Louise Juliana van de Palts met kleinkinderen gastvrijheid zou verlenen. 't Liefst ging Louise Juliana net als haar zoon Frederik naar haar geboorteland Holland terug, maar dat was helaas onmogelijk. Duitsland zat vol met legers van de katholieken en het was levensgevaarlijk om daardoorheen te trekken. Gelukkig kwam op het laatste moment de redding. Louise Juliana's dochter Elizabeth Charlotte was getrouwd met de keurvorst van Brandenburg die in Berlijn resideerde.

Deze schoonzoon ging ermee akkoord dat zij met haar kleinkinderen in Berlijn zou komen wonen. Hier ging Louise Juliana een volstrekt ander leven tegemoet dan ze gewend was. Na het luxueuze en deftige leven in het tot voor kort zo matige Paltsland, kwam ze nu terecht in het armste en meest achtergebleven keurvorstendom van Duitsland: Brandenburg. De hoofdstad van dit land, Berlijn, was niet te vergelijken met het welvarende Heidelberg. De mensen woonden er in armelijke gemetselde krotten, die kriskras door elkaar gebouwd waren. Ertussendoor liepen ongeplaveide wegen waarlangs de open riolen lagen.

Veel Berlijners hielden in of buiten hun woning varkens die de stad er niet schoner op maakten. De adel had in Berlijn zijn eigen leven. Velen woonden aan het hof in het grote paleis vlak bij de rivier de Spree. Hoewel er nauwelijks geld in de staatskas was, leefde de keurvorst van Brandenburg toch op tamelijk grote voet. De manieren aan het hof waren in Louise Juliana's ogen ook tamelijk barbaars en lomp, maar ze was blij dat ze tenminste een dak boven het hoofd had. Bovendien was ze erg gelukkig dat ze haar dochter nu weer dagelijks kon zien.


Gustav II Adolf
(1594-1632)

Zo woonde de verdreven Paltsvorstin voorlopig met haar kleinkinderen in Berlijn. Vol spanning wachtte ze de gebeurtenissen af. Europa was nu gewikkeld in een felle oorlog tussen protestanten en katholieken en het was volstrekt onduidelijk wie de strijd zou gaan winnen. Louise Juliana vgerwachtte vooral veel van de dappere Zweedse koning Gustav II Adolf die als leider van de protestanten optrad.

Hij won de ene veldslag na de andere en trok steeds verder Duitsland in. Zou hij de Palts weer in ere kunnen herstellen en haar zoon Frederik terug kunnen brengen op zijn eigen keurvorstelijke troon?, vroeg ze zich af. In 1632-al ruim twaalf jaar woonde Louise Juliana dus in ballingschap!-was de Zweedse koning de grote overwinnaar tijdens een veldslag, maar hij sneuvelde zelf tijdens het gevecht.

Deze klap was niet de ergste die Louise Juliana te verwerken kreeg: enkele dagen later kreeg ze het bericht dat haar zoon Frederik (die ze al dertien jaar niet meer had gezien) was gestorven na een ernstige ziekte. De dood van de Zweedse koning had hem te zeer geschokt. Het was een zware slag voor Louise Juliana, die alleen wat werd verzacht door de omstandigheid, dat de Zweden een deel van de Palts hadden bevrijd van de katholieke legers. Haar zoon Frederik zou dus nooit meer op de Paltstroon zitten, maar misschien wel zijn zoon?

In ieder geval besloot Louise Juliana's jongste zoon, de broer van Frederik dus, direct naar Heidelberg te reizen om de macht weer in handen te nemen.

"Moeder, waarom kom je ook niet terug?" schreef hij aan Louise Juliana in Berlijn. "De protestanten zijn steeds meer aan de winnende hand en volgens mij kan er hier in de Palts niets meer gebeuren...!"

Maar Louise Juliana was er niet gerust op. Enerzijds vond ze de situatie in Heidelberg te onzeker om er naar terug te keren: de katholieken konden elk moment het land weer binnenvallen. Anderzijds had ze zich aan het leven in Berlijn bij haar dochter en schoonzoon en met haar kleinkinderen gehecht. Ondanks het aandringen vanuit de Palts besloot ze dus toch maar in Berlijn te blijven:

"Ik vind het voorlopig nog te gevaarlijk", schreef ze haar zoon, "en wacht liever de ontwikkelingen van de oorlog maar eens af".

Louise Juliana kreeg inderdaad gelijk. De volgende jaren verloren de protestanten steeds meer terrein en in 1636 kregen de legers van de katholieke keizer de stad en het kasteel van Heidelberg in handen. Plunderend en verwoestend trokken de soldaten door stad en land en een groot deel van de bevolking kwam onder het afschuwelijke oorlogsgeweld om. Het vorstelijk slot in Heidelberg ging helemaal in vlammen op, mét al zijn kunstschatten, schilderijen, meubels, beelden, tuinen...


Frederik Hendrik
(1584-1647)
Nooit zou Louise Juliana deze vorstelijke residentie waar ze haar hele huwelijk had doorgebracht, meer terugzien. Aanvankelijk bleef ze in Berlijn via koeriers nog goed op de hoogte van de sombere berichten uit de Palts, Maar deze berichten werden steeds dreigender: de katholieke legers marcheerden steeds verder naar het noorden en trokken nu zelfs het land Brandenburg binnen!

Er ontstond grote paniek in de keurvorstelijke familie: wat moesten ze naar toe? Louise Juliana'sschoonzoon hakte de knoop door:

"We gaan naar het oosten, naar Pruisen, naar de stad Koningsbergen (tegenwoordig het Russische Kaliningrad). Daazitten we veilig!"

Zo vertrok in 1638 het hele hof met hofhouding en groot gevolg naar deze oude Duitse stad. Vooral voor Louise Juliana die inmiddels 62 jaar oud was, was deze reis naar een voor haar onbekende stad erg inspannend. Nog altijd zorgde ze voor haar "pleegkinderen", de kinderen van Frederik en Elizabeth. Gelukkig bleek Koningsbergen een mooie, welvarende handelsstad waar het leven niet al te onaangenaam. De keurvorst bezat er een prachtig slot, waar in totaal niet minder dan vierhonderd personen (familie plus hofhouding) woonden.

Neen, Louise Juliana kwam hier niets te kort. Er werkten vijftig mensen in de hofkeukens, tien in de wijnkelders, er was een eigen apotheker, een eigen hofbanketbakker en zelfs een hofportretschilder. Voor de nachtrust van de keurvorstelijke familie was een "bedmeester" met twee bedienden aangesteld. Dieren waren er natuurlijk ook genoeg aan het hof: honderd paarden en ongeveer twintig apen als huisdier. Met verbazing bekeek Louise Juliana ook hier hoe soms met geld werd gesmeten ondanks de weinige inkomsten en ondanks de dreigende oorlog aan de grens van Brandenburg.

In 1641 bedroeg de rekening voor juwelen niet minder dan 32.000 daalders en een paar jaar later werd een briljanten ring voor 27.000 daalders aangeschaft. Het gevolg van deze verkwisting was wel, dat de schoonzoon van Louise Juliana soms moest omzien van nieuwe bronnen inkomsten. Daarom had hij onder meer de mooie hoftuin van Koningsbergen voor 600 daalders verpacht aan een burger; voortaan mocht de keurvorstelijke familie alleen nog maar wandelen in haar eigen tuin, maar geen bloemen plukken of kruiden of vruchten meenemen...

Maar alle weelde kon de moeilijke situatie van de vorstelijke familie niet verbeteren. Vooral de schoonzoon van Louise Juliana was vaak hevig gedeprimeerd, omdat hij werkeloos in Koningsbergen moest toezien hoe delen van zijn land werden geplunderd.

"Ik verwacht niets meer van de toekomst", klaagde hij bij Louise Juliana, "Ik zie het allemaal erg somber in. Wat moet er van onze familie terechtkomen?"


Louise Juliana
De Oranjeprinses trachtte hem vaak op te beuren-vooral het geloof was haar steun in deze tijd. De keurvorst zonk echter steeds dieper weg in zijn melancholie en in 1640 overleed hij te Koningsbergen, 45 jaar oud. Nog vier bittere jaren zou Louise Juliana hem overleven-het leven had haar toch veel teleurstelling gebracht. Flink ook doorstond ze die laatste jaren. Vooral het gezelschap van haar dochter en haar kleinkinderen gaf haar troost.

Maar toen ze ten slotte in 1644 in de stad Koningsbergen-zo ver van Holland, zo ver van de Palts-de laatste adem uitblies, was het goed dat aan haar lijden een eind was gekomen. Louise Juliana was geboren in een tijd van grote moeilijkheden en armoede, vervolgens getrouwd in een rijke en vooraanstaande familie met wie ze een leven van glans en glorie had gevoerd; en toen was al deze glans en glorie weer verdwenen om plaats te maken voor afhankelijkheid van haar bloedverwanten en voor een absolute onzekere toekomst.

"Wat gaat er met de Palts gebeuren?" was de vraag geweest die haar vanaf het jaar 1619 voortdurend had gekweld. Toen ze in 1644 stierf, zag het er niet best uit voor haar land. Toch zou alles weer goed komen, ook al zou Louise Juliana dat helaas niet meer meemaken. Vier jaar na haar dood werd de vrede van Munster gesloten die een einde maakte aan de jarenlange oorlog in Europa. Louise Juliana's kleinzoon Karel Lodewijk, de prins die zij al die jaren in Berlijn had verzorgd en opgevoed, mocht toen na moeizame onderhandelingen als keurvorst van de Palts terugkeren naar zijn land.

Wat zou het Louise Juliana van Oranje-Nassau gelukkig hebben gemaakt als ze dát nog had kunnen beleven!



| Keizerrijken | Duitsland | Biografie | Fotoalbum |


terug naar boven