Koning en Keizerrijken  

  Louise Henriëtte van Oranje, keurvorstin van Brandenburg: Biografie

| Keizerrijken | Duitsland | Biografie | Fotoalbum |


Louise Henriëtte
(1627-1667)
Drie zoons had Willem de Zwijger; Filips Willem, de oudste, stierf kinderloos. Maurits en Frederik Hendrik trouwden helemaal niet en het begon er naar uit te zien dat het geslacht Oranje-Nassau in mannelijke lijn zou uitsterven. In 1625 overleed de vrijgezel prins Maurits, 57 jaar oud. Vlak voor diens dood was zijn jongere broer Frederik Hendrik op zijn eenenveertigste toch nog getrouwd en wel met een hofdame van de Winterkoningin (schoondochter van Louise Juliana): Amalia, gravin van Solms-Braunfels.

Zij schonk hem negen kinderen, waarvan er vier jong overleden. De oudste dochter van Frederik Hendrik heette Louise Henriëtte. Ze was in 1627 te 's-Gravenhage geboren en groeide in grote weelde en luxe op. Beide ouders hielden erg van kunst en van pracht en praal en tijdens het stadhouderschap van Frederik Hendrik was het hof van Oranjes dan ook in heel Europa bekend vanwege de schitterende feesten die er gehouden werden en de luxe waarmee de stadhouderlijke familie zich omgaf. Louise Henriëtte genoot dus een jeugd die wel heel verschillend was van die van haar tantes Louise Juliana, Elisabeth en Brabantina.

Voortdurend waren haar vader en moeder bezig met het verfraaien van hun paleizen, met het verschaffen van opdrachten aan kunstenaars en bouwmeesters. Meestal woonde het prinselijk gezin in paleis Noordeinde en in het Binnenhof. Maar ook werd veel tijd doorgebracht op het slot van Buren en het kasteel van Honselaersdijk. Vanuit heel Europa kwamen adellijke jongelui voor hun opvoeding een tijdje naar 's-Gravenhage, want deze stad stond al gauw bekend als een centrum van verfijnde beschaving. Afgezien van de Winterkoning, zijn vrouw en kinderen (die dus neven en nichten van Louise Henriétte waren), was ook de jonge keurvorst van Brandenburg naar Holland gekomen als Henri Turenne, de jongste zoon van Elisabeth van Bouillon, en de prins van Tarente, kleinzoon van Brabantina de la Trémouille.

Eenzaam hoefde Louise Henriëtte tussen al deze neefjes en nichtjes dus niet te zijn. Maar ze had de huwbare leeftijd nog niet bereikt, of er werd al aan alle vorstenhoven van Europa ijverig gespeculeerd over mogelijke huwelijkskandidaten voor deze rijke protestantse prinses. Met name Louise's moeder Amalia was erg eerzuchtig: zelfs was ze immers van tamelijk eenvoudige komaf en daarom was ze des te ambitieuzer voor haar kinderen. Over het huwelijk van de oudste zoon en erfgenaam, de latere stadhouder Willem II, was ze bijzonder tevreden: hij was in zijn vijftiende levensjaar getrouwd met de tienjarige dochter van de Engelse koning, Mary Stuart.

Het leek er nu op, dat deze vorst zijn zoon, de prins van Wales, wel wilde laten trouwen met Louise Henriëtte. Dat was wel een bijzonder begeerlijke verbintenis.

"Als onze dochter met de Engelse kroonprins trouwt", zei Amalia tegen haar echtgenoot,"dan hoort onze familie van Oranje-Nassau met één klap tot de meest vooraanstaande families van Europa!"


Willem II van Oranje-Nassau
(1626-1650)
Frederik Hendrik voelde er mede om deze reden ook wel veel voor. Er zat echter een groot nadeel aan de verbintenis. De Engelse koning wilde een wederdienst: voor wat hoort wat, was zijn devies.

"Jouw dochter Louise Henriëtte kan later koningin van Engeland worden-maar dan wil ik wel, dat de Republiek de Verenigde Provinciën mij steun verleent tegen al die lastige opstandelingen tegen mijn bewind!" eiste Koning Karel I.

En juist dit, zo merkte de Oranjestadhouder, was moeilijk te verwezenlijken. De Staten-Generaal had er helemaal geen zin in de Engelse koning te hulp te komen; bovendien had deze een katholieke vrouw die te veel invloed had naar de smaak van de Hollanders, Zeeuwen en andere Nederlanders. Of hij wilde of niet, Frederik Hendrik moest dit ambitieuze huwelijksplan opgeven. "Mademoiselle d'Orange", zoals Louise Henriëtte genoemd werd, was er diep in haar hart wel blij om: ze was al enige tijd verliefd op een heel andere prins met wie ze maar graag wilde trouwen. Haar geliefde was Henri Charles de la Trémouille, prins van Tarente, kleinzoon van zowel Elisabeth als van Brabantina van Oranje-Nassau, en dus een neef van Louise Henriëtte.

De vader van Henri Charles was katholiek geworden en dit had zijn familie-die juist tot de belangrijkste protestantse leiders behoorde-groot verdriet gedaan. Henri Charles was vervolgens katholiek opgevoed, maar dat beviel hem niet en hij besloot weg te lopen en naar Holland te vluchten, naar het hof van zijn oudoom Frederik Hendrik. Zo was de Prins van Tarente opgenomen in de kring rond Louise Henriëtte. Weldra bekenden zij elkaar hun liefde. Hierover heeft de prins van Tarente uitoerig in zijn mémoires geschreven.

"Mademoiselle d'Orange gaf aan mij boven de andere huwelijkskandidaten de voorkeur", schreef hij. "Wij hadden dezelfde godsdienst, wij hadden dezelfde liefhebberijen. Zij bezwoer me nooit met iemand anders te trouwen dan met mij..."

Hoewel de liefde van deze vorstenkinderen wederkerig was en hun afkomst een huwelijk zeer goed toeliet, zag Amalia deze romance met lede ogen aan. Zij had voor haar oudste dochter een betere partij bedoeld: een regerend vorst, zoals de (aanstaande) koning van Engeland, of de keurvorst van Brandenburg. Hoe voornaam Henri Charles ook was, hij was geen soeverein vorst, hij speelde geen belangrijke rol in de Europese politiek. Amalia wilde de Oranjes tot de belangrijkste Europese vorstenfamilies laten behoren. Ze was er dan ook reuze trots op, dat Frederik Hendrik en zijn familie sinds enige jaren het recht op de aanspreektitel "Hoogheid" hadden: dat onderstreepte de gelijkwaardigheid van de Oranjes aan de andere vorstenhoven.


Op 7 december 1646 trouwde de oudste dochter van Frderik Hendrik,
Louise Henriëtte, tegen haar zin met de keurvorst van Brandenburg.
Het huwelijk werd gesloten in de Bal-en Muziekzaal van het paleis Noordeinde.
In het midden links en rechts van de dominee bruidegom en bruid. Tussen hen
in prins Frederik Hendrik en Constantijn Huygen, diens secretaris

Een verdrietige tijd brak nu aan voor Louise Henriëtte. Met de prins van Tarente voerde ze een verliefde briefwisseling. Iemand stal ze echter op een dag uit haar bureau en liet ze aan haar ouders zien. Frederik Hendrik was-nogal onder invloed van Amalia-nogal boos hierover en het leek Henri Charles het beste maar een tijdje uit Den Haag weg te gaan. Intussen ging Amalia verder met de onderhandelingen over een huwelijk van Louise Henriëtte met de keurvorst van Brandenburg, hoewel haar dochter duidelijk liet blijken hier niets voor te voelen. De 26-jarige Friedrich Wilhelm van Brandenburg (die overigens weer een kleinzoon was van Louise Juliana van Nassau!) had wel oren naar een bruiloft met de rijke en gedistingeerde Oranjeprinses.

Zelf had hij een paar jaar voor zijn opvoeding in Rhenen en 's-Gravenhage gewoond, en hij had een hoge dunk gekregen van de Nederlanders. Zijn huwelijksplannen hadden tot dusver nogal wat schommelingen meegemaakt. Toen Friedrich Wilhelm 12 jaar oud was, hadden zijn ouders hem al eens voorgesteld later met een Oranjeprinses te trouwen. Daarop was de van nature tamelijk driftige prins erg boos geworden.

"Nooit! Nooit trouw ik met een Hollander. Ik wil een Duitse vrouw, die haar man gehoorzaamt!"

Enkele jaren later had men een nieuwe bruid voor hem bedacht: Christina van Zweden, de latere koningin van dat land. Zes jaar lang werden moeizame onderhandelingen gevoerd: Brandenburg en Zweden zouden dan één groot land worden. Maar Christina stelde te veel eisen: ze wilde Friedrich Wilhelm alleen als "prins-gemaal" en dat vond hij toch te minderwaardig. Zo werden ten slotte deze onderhandelingen ook maar stopgezet. Christina zou uiteindelijk helemaal niet touwen. Louise Henriëtte van Oranje was nu wel een erg begerenswaardige echtgenote en Friedrich Wilhelm besloot zelf naar 's-Gravenhage te reizen om haar hand te vragen.

De ontmoeting liep anders dan hij verwacht had. Mademoiselle d'Orange gedroeg zich uitermate koel: "Ik zeg het u oprecht: ik verzoek u niet meer aan mij te willen denken", liet ze hem ronduit weten. Maar Amalia had toch het laatste woord. Deze huwelijkskans kon niet gemist worden en daar zorgde zij ook voor. De arme Prins van Tarente, die zo graag zélf de bruidegom had willen zijn, beschrijft de gebeurtenissen:

"Mevrouw de Prinses (Amalia) was intussen met de voorbereidingen voor de bruiloft verdergegaan en had de dag voor het huwelijk vastgesteld. Nog de avond ervóór zei de bruid, dat ze haar toestemming niet wilde geven. Maar hoe dan ook-tegen haar wil voerde haar moeder haar de volgende dag, 7 december 1646, toch naar de kerk en deed er het huwelijk voltrekken. De plechtigheid was erg somber, zowel om de droefheid van de bruid als om de ziekte van de Prins haar vader" (drie maanden later zou de al enige tijd zieke Frederik Hendrik sterven).


Friedrich Wilhelm
(1620-1688)
Zo werd Louise Henriëtte van Oranje Keurvorstin van Brandenburg. Gelukkig had haar man een goed karakter zodat het huwelijk tussen deze twee uiteindelijk toch nog tamelijk gelukkig werd-ook al bleef Louise Henriëtte in het verre Brandenburg altijd veel heimwee hebben naar haar geliefde vaderland. Voorlopig bleef Louise Henriëtte echter nog thuis om zlang mogelijk bij haar stervende vader te zijn.

Een predikant was erbij toen Louise Henriëtte voor eeuwig afscheid van prins Frederik Hendrik nam:

"Toen Zijne Hoogheid haar zijn zwakke handen toereikte, heeft zij deze met tranen bedekt, zodat mij het hart breekt als ik daaraan denk".

Direct na deze droevige gebeurtenis volgde de jonge bruid haar man naar Kleef. Voorlopig zou het echtpaar hier wonen, omdat de Zweedse troepen in deze tijden van oorlog nog de steden Berlijn en Koningsbergen (thans Kalingrad in de Sovjet-Unie) bezet hielden. Friedrich Wilhelm had niet minder dan 80.000 gulden aan huwelijksgeschenken uitgegeven. Maar de bruidsschat van zijn Oranjeprinses was ook niet gering: 6 paar beddegoed, 24 nachthemden, 36 handdoeken, zilveren lampetkannen, talloze juwelen met diamanten, robijnen en van goud, spiegels, knopen en zilverwaren en couverts (die alleen al 60,000 gulden waard waren).

In Kleef bracht Louise Henriëtte twee gelukkige jaren door. In mei 1648 kreeg ze tot haar grote vreugde een zoon en erfgenaam voor de Brandenburgse troon. Het prinsje werd naar de vader en grootvader Wilhelm Heinrich genoemd. Een even grote vreugde bereidde haar in dit jaar de Vrede van Munster die aan de al tientallen jaren slepende oorlog met zijn vele verwoestingen gelukkig een einde maakte. Vooral was Louise Henriëtte trots op het feit dat-mede door de inspanning van haar vader-de Republiek der Verenigde Nederlanden voortaan erkend zou worden als een zelfstandige staat, los van Spanje. Een nadeel van de vrede was, dat de keurvorst nu echt terug moest naar zijn land. Louise Henriëtte aanvaardde de lange reis naar "Keulen aan de Spree" zoals Berlijn toen nog werd genoemd.

(Het huidige Berlijn bestond in die tijd uit een paar straten, Berlijn genaamd, en Keulen aan de Spree waar het paleis zich bevond. Later voegde men dit samen onder de naam Berlijn.) Zoals in die tijd wel vaker gebeurde, was de vermoeiende reis in schommelende rijtuigen te veel voor het kleine prinsje en het stierf ondeerweg. Het was een zware slag voor Louise Henriëtte: nu zou ze als keurvorstin in Berlijn worden ingehuldigd zonder erfgenaam in haar armen... Het was naar aanleiding van dit verlies dat zij om zichzelf te troosten een vroom gedicht schreef, dat ook nu nog in de protestantse kerken word gezongen. De eerste regels zijn:


Henriëtte Catharina
"Jesus mijn toeverlaat en mijn heiland leeft-dit weet ik; moet ik daarom niet tevreden zijn, welke gedachten in deze doodsnacht ook in mij opkomen?"

Keurvorst Friedrich Wilhelm stelde alles in het werk om zijn jonge vrouw zoveel mogelijk van haar verdriet af te leiden. Vlakbij Berlijn lag een buitenverblijf dat hij haar cadeau deed. Hij had haar geen groter plezier kunnen doen. Onmiddellijk ging Louise Henriëtte aan de slag om dit landgoed te ontginnen. Uit Holland en Friesland liet zij boeren, veehouders, akkerbouwers en tuinlieden komen om het gebied opnieuw te bebouwen.

Ze zorgde ervoor dat er allerlei proeven werden genomen met landbouwgewassen die dan vervolgens werden gekweekt. Op deze manier werd haar landgoed, dat oorspronkelijk Bötzow aan de Havel heette, maar omgedoopt werd in Oraniënburg, op den duur een centrum van Nederlandse cultuur en beschaving. Want niet alleen op landbouwgebied liet Louise Henriëtte deskundigen overkomen, ook geleerden en kunstenaars nodigde ze uit. Intussen was ze ijverig bezig met de bouw van een kasteeltje op een eiland in de Havel. Het werd in Hollandse stijl gebouwd en eromheen kwam een prachtige, streng geometrisch aangelegde tuin.

Verder liet Louise Henriëtte er ook een dierentuin inrichten en een "keukentuin". Weldra aten de leden van de hofhouding als ook natuurlijk het keurvorstelijk echtpaar zelf alleen nog groenten, fruit en kruiden uit hun eigen tuin. Zelfs de kaas en de boter kwamen van Louise Henriëtte's eigen koeien van Oraniënburg. De keurvorstin hield het hele reilen en zeilen van haar landbezit nauwkeurig bij en ze voerde zelf het kasboek met inkomsten en uitgaven. Elke boer, elke pachter van Oraniënburg kende ze persoonlijk en het was dan ook niet verwonderlijk dat vele van haar onderdanen hun kinderen de namen Louise en/ of Henriëtte gaven als eerbetoon aan hun vorstin.

Maar hoe druk Louise Henriëtte ook bezig was, er bleef een grote bezorgdheid aan haar knagen: zij had geen kinderen. Als ze geen troonopvolger ter wereld bracht, zouden de Hohenzollerns (waartoe haar man behoorde) uitsterven en het keurvorstendom Brandenburg zou aan een ver familielid worden vererfd. Het was nu zes jaar geleden dat haar eersteling Wilhelm Heinrich was geboren, en vijf jaar geleden dat hij was gestorven. Louise Henriëtte besefte heel goed dat zij als vrouw te kort schoot-ook al liet haar man niets merken.

Enige tijd speelde ze zelfs met de gedachte zich te laten scheiden, opdat Wilhelm Friedrich opnieuw zou kunnen trouwen met een vrouw, die hem hopelijk wél de zo gewenste troonopvolger zou schenken. De keurvorst van Brandenburg gedroeg zich echter allerardigst tegenover zijn kinderloze echtgenote. Het leek wel of het hem minder raakte dan Louise Henriëtte. Steeds meer trok ze zich in zichzelf terug, probeerde ze haar verdriet te vergeten in het schrijven van vrome verzen. In 1654 was de keurvorstin zo wanhopig, dat ze besloot een gelofte af te leggen: als God haar een kind zou schenken, dan zou zij een tehuis voor ouderloze kinderen stichten in Oraniënburg.


Het oude slot te Potsdam dat door de echtgenoot van Louise Henriëtte werd gebouwd

Het leek erop dat God haar gebed verhoorde, want in februari 1655 schonk Louise Henriëtte het leven aan een gezonde zoon en erfgenaam die de namen Karl Emil kreeg. De vreugde in Brandenburg was groot. De moeder werd overstroomd met gelukwensen en iedereen verheugdezich over de erfopvolging die nu verzekerd was. Uiteindelijk zou echter niet Karl Emil zijn vader opvolgen: nauwelijks negentien jaar oud zou hij tijdens een veldtocht tegen de Franse koning sneuvelen. Het was Louise Henriëtte's derde zoon Friedrich die later keurvorst (en een hele beroemde ook nog!) van Brandenburg zou worden.

In totaal kreeg Louise Henriëtte na Karl Emil nog vier kinderen: Friedrich, de tweeling Heinrich en Amalia (naar haar beide ouders genoemd) en Ludwig. Friedrich werd in de belangrijke Pruisische stad Koningsbergen geboren, waar het Hof langere tijd verbleef. Maar ook hier gebeurde hetzelfde als met het oudste zoontje Wilhelm Heinrich: de lange terugreis van Koningsbergen naar Berlijn over slechte wegen in slecht verende koetsen was niet al te best voor de baby Friedrich; tot overmaat van ramp liet het kindermeisje het prinsje tijdens de reis ook nog eens vallen zodat dit zijn rug verzwikte. Louise Henriëtte was in tranen:

" 't Is mij blijkbaar niet gegund gezonde kinderen te hebben... Dit komt nooit meer goed. Als Friedrich in ieder geval maar in leven blijft..."

Het prinsje bleef leven, maar was voortaan ziekelijk en ook nog kreupel. Uit een soort schuldgevoel gaf Louise Henriëtte vooral aan hém de meeste liefde, verwende ze hem 't meest. Maar haar opvoeding had succes, want later zou dit wat mismaakte prinsje de eerste koning in Pruisen zijn. Intussen had de keurvorstin haar belofte van 1654 waargemaakt. Vrij spoedig na de geboorte van Karl Emil werd begonnen met de bouw van een weeshuis in Oraniënburg. Voor die tijd was dit iets zeer bijzonders: in Brandenburg bestond nog helemaal geen tehuis voor zulke kinderen. Ons land kende dit wel: Maria van Nassau, de oudste dochter van Willem de Zwijger en dus tante van Louise Henriëtte, had in haar graafschap Buren zelf een weeshuis opgericht.

Deze tante Maria was waarschijnlijk Louises voorbeeld. Op nog een andere manier wilde de vrome Oranjeprinses haar dankbaarheid voor het tweede moederschap tonen: omdat Karl Emil op een dinsdag werd geboren, besliste ze dat voortaan de dinsdag voor haar een dag van gebed, vasten en meditatie zou zijn. De zo goedgelovige Louise Henriëtte heeft zich aan dit voornemen gehouden. Verliep het gezinsleven voor de keurvorstin nu voorspoedig, het politieke leven was minder aangenaam. Voortdurend was haar man in oorlogen verwikkeld en in 1658 trok hij voor langere tijd op tegen de Zweden. Louise Henriëtte bleef achter: voorlopig zou ze Friedrich Wilhelm niet zien.

Aanvankelijk vond ze de scheiding nog wel te dragen, maar hoe langer de oorlog duurde, hoe eenzamer zij zich voelde. Aan een gemeenschappelijke vriend schreef ze een trieste brief:

"Misschien heeft de keurvorst me helemaal niet nodig, hoewel het mij zwaarmoedig genoeg maakt om zolang van hem gescheiden te zijn. Ik wilde liever al het ongemak van het legerkamp verdragen om daar bij hem te zijn, dan alle comfort van de wereld te hebben zonder hem te kunnen zijn..."


De "grote Keurvorst" stierf in de hierbij afgebeelde zogeheten gele
paradekamer in 1688, 21 jaar na de dood van Louise Henriëtte

Een paar dagen later schreef ze:

"Ik zou willen dat mijn leven op de een of andere manier nuttig voor hem zou kunnen zijn. Ik heb er alles voor over om hem gelukkig te maken".

Het is wel duidelijk: de gehoorzame Louise Henriëtte had zich helemaal verzoend met haar huwelijk en zij wilde niets liever dan haar man gelukkig maken. Daarom was ook de vroegere twist met haar moeder Amalia van Solms vergeten. Sedert Frderik Hendrik gestorven was, reisde zijn weduwe veel rond en maar al te graag logeerde ze bij haar dochter en schoonzoon in Berlijn. Regelmatig was ze dan ook aan het hof te vinden, vooral ook omdat Louise Henriëtte's jongere zuster Henriëtte Katharina die met een Duitse prins getrouwd was, ook permanent aan het hof van de Hohenzollerns woonde.

In de Nederlanden had Amalia het immers niet gemakkelijk: na de dood van haar zoon Willem II had men het stadhouderloze tijdperk uitgeroepen en dat betekende dat er niet veel meer over was van het glanzende hof dat zij met Frederik Hendrik op Huis ten Bosch en paleis Honselaersdijck had gehouden. Louise Henriëtte vond het ook erg prettig haar moeder vaak op bezoek te hebben. Graag reisde ze naar 's Gravenhage om haar familie daar op te zoeken. In 1667, kort na de geboorte van haar jongste zoon Ludwig, was Louise Henriëtte weer even in haar vaderland geweest. Ze had toen al erg veel last van een hardnekkige hoest, die er gevaarlijk begon uit te zien. Amalia waarschuwde haar dochter telkens, wat rustiger aan te doen.

"Het is gewoon een koppige hoest", wuifde Louise Henriette deze zorgen weg, "als het eenmaal ophoudt, ben ik verder ook weer gezond. Ik hoef hier echt geen medicijnen voor in te nemen".

Amalia schudde haar hoofd over zoveel koppigheid. Met tranen in haar ogen nam ze afscheid van Louise Henriëtte toen deze terugkeerde naar Berlijn: zouden ze elkaar ooit weerzien? Een hofdame vond het reizen voor de zieke keurvorstin te gevaarlijk:


In het Museum te Kassel hangt dit schilderij van de Oranjeprinses en
de Keurvorst van Brandenburg. Het werd gemaakt vlak na hun huwelijk

"Hoogheid, waarom laat u uw man niet hierheen komen, mét uw kinderen? "Geen sprake van!", was het gedesideerde antwoord van Louise Henriëtte. "Jullie moeten me weer naar Brandenburg brengen, levend of tusse vier planken..."

Zoals het hoorde voor een regerend vorstin, moest zij eerst weer talloze hoogwaardigheidsbekleders in audiëntie ontvangen-dat was nu eenmaal protocol. Het was erg uitputtend voor de steeds zieker wordende vorstin, maar ze sloeg zich er dapper doorheen. De terugreis was lang en zwaar. In Berlijn wist men intussen dat er geen hoop meer was voor de keurvorstin. Louise Henriëtte was niet meer in staat iets te eten-men gaf haar ezelsmelk in de hoop dat ze weer honger zou krijgen, maar dit lukte niet. Urenlang zat keurvorst Friedrich Wilhelm-de man die de geschiedenis zou ingaan als De Grote Keurvorst-aan het bed van zijn stervende vrouw. Ook in haar laatste ogenblikken dacht Louise Henriëtte vooral aan hem:

"De Keurvorst breekt mijn hart", zei ze kort voor haar dood tegen een hofdame, "Hij is me zo trouw, God zal het hem vergelden.... Wat is er toch een verschil tussen de liefde van man en vrouw, en de vrienden-liefde".

In juni 1667 stierf de nog geen veertigjarige keurvorstin van Brandenburg, geboren prinses van Oranje. Haar man was gebroken. Zij was in zijn armen gestorven en telkens wanneer hij de volgende jaren een afbeelding van haar zou zien, zou hij zeggen: "O Louise, hoe mis ik je..."



| Keizerrijken | Duitsland | Biografie | Fotoalbum |


terug naar boven