Koning en Keizerrijken  

  Emilia van Oranje-Nassau: Biografie

| Koninkrijken | Nederland | Biografie |


Emilia van Nassau
(1569-1629)
Het jaar 1566 is voor de Republiek der Nederlanden een rampzalig jaar:landvoogdes Margaretha van Parma wijst het smeekschrift van de hoge edelen, die tegen de autoritaire Filips II in verzet komen, af, de ketters worden steeds feller vervolgd, de handel stagneert, de graanoogst mislukt, de prijzen gaan omhoog... De honger staat voor de deur.

Dan breekt ook nog eens de Beeldenstorm los, die over het hele land een spoor van verwoesting achterlaat. De materiële ellende maakte het volk wanhopig en opstandig en de situatie wordt met de dag onoverzichtelijker. Men wil onder het Spaanse juk uit! Iedereen wacht op actie van prins Willem van Oranje.

Wordt het nu geen tijd voor een gewapende opstand? Maar Willem aarzelt. Zijn vrienden Van Egmond en Hoorne hernieuwen hun eed van trouw aan de Spaanse koning. Willem weigert dat heel beslist. Als hij dan hoort dat Filips II besluit om de hertog van Alva met een groot leger naar de Nederlanden te sturen, legt Willem zijn ambten neer en besluit hij uit te wijken. Hij omhelst zijn vriend Lamoraal van Egmond. "Vaarwel, prins zonder land", schijnt deze gezegd te hebben.

"Vaarwel, graaf zonder hoofd", is het antwoord. De prins laat een inventaris opmaken van alles wat hij naar Dillenburg wil meenemen: kostbare tapijten, het zilverwerk, de juwelen, en vertrekt op 23 april 1567 met zijn vrouw, Anna van Saksen, die in verwachting is, hun driejarig dochtertje Anna en een gevolg van honderdzeventig personen naar zijn stamslot, waar het gezelschap twee weken later arriveert.

De twee kinderen uit Willems eerste huwelijk zijn er niet bij... De dertienjarige Maria is aan het hof van Margaretha van Parma in Brussel. Hij zal snel een verzoek doen om het meisje te laten overkomen, zijn moeder, gravin Juliana, verlangt ook naar haar. De twaalfjarige Filips Willem studeert in Leuven, daar zit hij veilig. Dénkt de prins. De jongen wordt een jaar later door Filips II naar Spanje ontvoerd en komt pas achtentwintig jaar later, na de dood van zijn vader, in de Nederlanden terug...

Op 14 november van dat jaar wordt Maurits geboren. Het is Anna's vierde bevalling: de eerste Anna en de eerste Maurits zijn allebei jong gestorven. Intussen volgt Willem van Oranje de gebeurtenissen in de Nederlanden op de voet. Hij kan niet werkeloos toezien...hij móet een huurleger hebben en erheen! Anna, die weer zwanger is, blijft met de kinderen achter bij haar schoonmoeder Juliana en haar schoonzuster Elisabeth, de vrouw van Dillenburgs kasteelheer Jan van Nassau.

Met deze twee dames kan Anna het absoluut niet vinen. Overal hebben ze wat op aan te merken. Stel je voor...ze durfden haar zelfs te zeggen dat ze te veel dronk! De hele sfeer in die vesting bevalt haar niet...dat sobere gedoe en al die regels... Wegwezen! Samen met haar kinderen (Maria is inmiddels ook overgekomen maar die krijgt ze van Juliana niet mee) en met een gevolg van zeventig man vertrekt ze naar Keulen. Eindelijk baas in eigen huis! Maar nu moet ze zelf voor alle kosten opdraaien en dat valt haar niet mee.

Al gauw heeft ze grote schulden. Ze stuurt een noodkreet naar haar vroegere voogd, de keurvorst van Saksen. Ze moet natuurlijk wel even uitleggen waarom ze in Keulen zit:

"In Nassau heerst de pest, in Nassau zijn geen doktoren en ik krijg weer een kind, hier in Keulen zijn veel Nederlandse uitgeweken edelen met hun gezinnen, ik heb behoefte aan aanspraak, dat begrijpt u zeker wel. Maar ik heb geen middelen, alles is opgeofferd voor het huurleger van mijn man!"

"Krimp uw personeel dan wat in", is het nuchtere antwoord. Dat doet ze dan maar... Op 10 april 1569 brengt Anna een dochter ter wereld, Emilia, genoemd naar Emilia, gravin van Neuenahr, die op dat moment de leiding heeft over Anna's huishouding. Emilia wordt geboren in een onrustige tijd, tijdens een ballingschap-binnen-een-ballingschap, als dochter van een onrustige moeder, die vaak het slachtoffer is van, wat we met een vriendelijk woord maar "buien" zullen noemen.

Het waren de eerste tekenen van haar ziekte. Arme Anna...ze zal later haar laatste jaren moeten slijten in een kasteel met tralies voor de ramen en een stel potige bewakers voor haar deur. Als Emilia geboren wordt, is er nog maar zó weinig over van het zeventig man-tellende personeel, dat alleen de allertrouwsten en meest-toegewijden gebleven zijn. Het zal Emilia dus heus niet aan liefdevolle zorg ontbroken hebben. Als ze een jaar is, vertrekt moeder Anna naar een oom in Kassel.

De kleine Maurits, Anna en Emilia stalt Anna bij het gezin van haar raadsman, de Antwerpse schepen Jan Rubens. De Rubens' zijn ook voor alva gevlucht. De raadsman zelf neemt ze mee op haar reis, die een half jaar duurt. Daarna komt ze niet terug maar vestigd zich op het Nassau-kasteel in Siegen. De kinderen laat ze overkomen. Intussen is het duidelijk dat Anna en Jan Rubens een verhouding hebben. Rubens bekent in de gevangenis overspel, Anna tenslotte ook.

Het kan ook moeilijk anders...ze verwacht een kind van hem. Intussen komt Willem van Oranje terug op de Dillenburg, hij merkt merkt dat vrouw en zijn kinderen er niet meer zijn en hoort wat er allemaal gebeurd is. "De kinderen moeten onmiddellijk hier naar toe gehaald worden!" is zijn reactie. Zo gezegd, zo gedaan. De tweejarige Emilia zal haar moeder nooit meer terugzien en haar vader ziet ze nu voor het eerst én voor het laatst, want Willem vertrekt opnieuw naar de Nederlanden en Emilia zal haar hele verdere jeugd op het slot Dillenburg doorbrengen.


Anna van Saksen
(1544-1577)
In het grote kasteel, waar grootmoeder Juliana de scepter zwaait, wordt sober geleefd. Dat strookt met de calvinistische opvatting van gravin Juliana's grote gezin en bovendien was van rijkdom geen sprake meer. De kostbare bezittingen waren opgeofferd voor het goede doel: Willems vrijheidsstrijd in de Nederlanden.

De sieraden waren de dames "van de hals genomen" zoals hij het zelf uitdrukte. Er werd geleefd volgens een reglement waarop iedereen dagelijks lezen kon hoelaat er werd gegeten, wanneer de poort dichtging en hoelaat men verwacht werd te gaan slapen. Het is een groot gezelschap, waar Emilia in terechtgekomen is.

Het gezin van Jan van Nassau telt elf kinderen, er zijn ook nog kinderen van gevluchte edelen opgenomenen nu is zij er nog bij gekomen met haar broer Maurits, haar zusje Anna. Haar halfzusje Maria de dochter van de jong gestorven Anna van Buren, die al achttien is, is ook nog op de Dillenburg. En dan is er heel wat personeel! Er zijn op het kasteel rond 150 bedden en in de meeste daarvan slapen dan ook twee personen. Alleen de leden van het grafelijk gezin en enkele hoge ambtenaren hebben een ledikant voor zichzelf.

Er gaan al gauw een heel stel kinderen de deur uit: Maurits gaat op zijn negende in Heidelberg studeren en diverse neefjes gaan met hem mee. Anderhalf jaar later vertrekken Anna en Maria. Willem van Oranje is hertrouwd met Charlotte de Bourbon. Hij kent nu eindelijk weer een gelukkig gezinsleven en daarom wil hij ook graag zijn twee oudste meisjes bij zich hebben. Waarom gaat Emilia niet mee? Is de reis voor haar te zwaar? Kan gravin Juliana haar niet missen, nu bijna alle kleinkinderen uitgevlogen zijn?

Hoe dan ook, Emilia blijft achter. Gelukkig heeft ze een vriendinnetje om mee te spelen: het buitenechtelijke dochtertje van Anna van Saksen is inmiddels naar slot Dillenburg gehaald. Het meisje krijgt de naam Christina von Dietz en groeit samen met Emilia op, alleen gaat ze naar een gewone school, en niet naar de hofschool, zoals Emilia. Emilia leert Frans, er worden haar hoofse manieren bijgebracht en natuurlijk wordt ze onderwezen in de calvinistische leer, al was ze luthers gedoopt, want de Nassau's zijn van calvinistisch luthers geworden.

En zo groeit Emilia op, ver van haar vader en van haar moeder, van haar broer en haar zusjes, waarvan ze er een aantalnog nooit heeft gezien, en ver van alle overige familieleden in de Nederlanden. Ook als haar grootmoeder in 1580 overlijdt blijft ze op het stamslot. Wat deed ze al die jaren? Spinnen, weven, door de tuinen dwalen, bezoek ontvangen? Wat moet het een schok voor haar geweest zijn als ze in 1584 hoort dat haar vader is vermoord...

Nu staat ze nog eenzamer in het leven. Of misschien toch niet. De dood van haar vader leidt tot een intensiever brief-verkeer met de verre familieleden. Haar halfzusje Louise Juliana, een van de zes dochtertjes van Charlotte de Bourbon, vraagt aan graan Jan om haar "nederige aanbevelingen en die van haar zusjes te doen bij de welwillende Emilia". Emilia is gevoelig voor dergelijke zinnetjes. En de weduwe van haar vader, Louise de Coligny schrijft aan graaf Jan:

"Ik schrijf Emilia maar niet omdat ze geen Frans kent", (daar vergist ze zich in) "maar zeg haar dat ze in mij altijd een echte moeder zal vinden".

Zoveel hartelijkheid raakt bij Emilia een gevoelige snaar... Ze verlangt naar al die lieve mensen! En ze schrijft aan Maurits. Mag ze naar de Nederlanden komen? Wil hij haar een speciale ordonnans sturen om haar te vertellen hoe ze komen kan? Ze stuurt hem bij de brief een souvenir, zodat hij, als hij ernaar kijkt, aan haar zal denken en zal laten halen... Het zál niet de laatste keer zijn, dat Maurits niet op haar schrijven reageert... De zeventienjarige Emilia geeft het niet op.

Ze wil naar de Nederlanden en nu zal het gebeuren ook! Weer schrijft ze een brief naar Maurits. Ze verlangt naar hem, ze weet dat er in Holland veel oorlog en ellende is maar ze zal flink zijn, als ze maar bij hem mag zijn! Ze had ook aan Mr. Dirk van Egmond gevraagd om haar mee terug naar Holland te nemen maar hij had zich geëxcuseerd omdat hij daartoe geen opdracht van Maurits had ontvangen.

Hij had het haar afgeraden omdat de winter voor de deur stond, maar dit zou ze niet erg gevonden hebben, als ze maar met hem mee had gekund! Wil Maurits haar tenminste tegen de volgende zomer laten gaan? Zij bidt God dat, als het hem zalig is, Hij haar zal helpen, of dat Hij anders haar hart en zinnen van dit verlangen zal afwenden...

Eindelijk komt het lang-verwachte antwoord, niet aan haarzelf maar aan Jan van Nassau: Louise de Coligny, zijn zusters en hij, Maurits, verlangen er ten zeerste naar om Emilia te zien, en wel op de bruiloft van Emilia's zuster Anna met neef Willem Lodewijk, de oudste zoon van graaf Jan. Zij kon dan met de andere zoons van de graaf meereizen. Graaf Jan voelt niet veel voor het plan. Reizen was voor vrouwen niet zonder gevaar, de invallende winter is een ongunstig moment.

(Maurits heeft als naastbijzijnd, mannelijk familielid het huwelijk van zijn zuster op 22 oktober vastgesteld omdat dan de winterperiode begint en er dan meestal geen oorlog wordt gevoerd.) Maar toen Emilia van de brief wist was ze niet meer te stuiten. Ze wilde zo vreselijk graag naar die bruiloft gaan! En graaf Jan laat haar gaan. Ze kan hem dan meteen op het huwelijk vertegenwoordigen. Omdat Emilia nog geen achttien is, moet er ook nog toestemming worden gevraagd aan een bloedverwant van moederszijde, de landgraaf Willem van Hessen.

Ook hij vindt het goed en zo vertrekt er op 8 oktober 1587 een stoet van 19 personen en 13 paarden van de Dillenburg naar Kassel, (de neven konden niet mee) waar Emilia van landgraaf Willem 300 kronen, enkele gouden armbanden en 20 el fluweel cadeau krijgt, waarna ze, onder de hoede van de met de graaf bevriende Dr. Voeth aan boord gaat van een schip, dat hen naar Friesland zal brengen. Helaas hebben ze zoveel tegenwind, dat ze pas 1 november aankomen.


Emilia van Nassau
Wat een teleurstelling! Alle gasten zijn allang weer vertrokken. Emilia kijkt dus maar een beetje naar de vele, kostbare huwelijksgeschenken... Wat nu? Er doet zich voor Emilia hetzelfde probleem voor als ze in Nassau heeft gehad: ze heeft geen reisgezelschap en Leeuwarden ligt wel heel, heel ver van Holland... Ze blijft dus maar bij haar zusje en haar kersverse zwager.

Emilia ziet hoe gelukkig ze zijn maar al gauw is ze getuige van ware drama's: Anna wordt ziek, ze lijdt aan zware buikkrampen, en kort daarop wordt Willem Lodewijk, als hij Coevorden wil innemen, door een kogel van 5 pond aan zijn onderbeen getroffen, waardoor een stuk vlees wordt weggeschoten en de aderen worden verbrijzeld.

Anna krijgt een miskraam en het blijkt dat ze een groot kankergezwel in haar buik heeft. Een paar maanden later gaat ze, terwijl ze opnieuw zwanger is, dood. Willem Lodewijk is er kapot van, hij zal ook nooit meer hertrouwen. "Die alte Affection war zu grosz", schrijft hij eens. Emilia vertrekt naar Holland en haar zwager geeft haar gouden en zilveren sieraden, paarlen, robijnen en diamanten mee, en ook alle kleren die aan Anna hebben toebehoord: keurslijven, mantels, hoeden, haarsnoeren en heupgordels.

Emilia gaat naar het Prinsenhof, in Delft, waar ook haar halfzusje Maria woont. Daar blijft ze zeven jaar. Ze moeten haar lang geleken hebben, de jonge gravinnetjes hadden er niet veel te doen.

"Er valt in deze stad niet veel prettigs te beleven", schrijft Maria in 1559, "men hoort dagelijks over niets anders dan over oorlog en andere narigheid".

Emilia heeft wel wat vriendinnen, die heel wat meer hebben meegemaakt dan zij: Walburgis van Neuenahr, die op haar veertiende met de graaf van Hoorne was getrouwd, de man die in 1568, samen met graaf van Egmond in Haarlem was onthoofd, en de Zuid-Nederlandse Marie de Brimeu, die in Holland woonde omdat ze haar man een verrader vond...

Hij had de stad Brugge aan de Spanjaarden overgeleverd! Maar Emilia blijft ongetrouwd en als Maria in 1595 in het huwelijk treedt, gaat ze eindelijk naar haar broer, waar ze volgens haar brieven toch altijd zo hartstochtelijk naar heeft verlangd. Maurits woont, sinds hij tot stadhouder van Holland en Zeeland is benoemd, in het stadhouderlijk kwartier van het Binnenhof. Nu kan Emilia ook haar stiefmoeder, Louise de Coligny leren kennen en haar halfbroertje Frederik Hendrik, die Moy Heintgje wordt genoemd.

De jongste van de zes meisjes van Willem van Oranje en Charlotte de Bourbon, de kleine Charlotte Brabantina, woont ook bij Louise. Maurits, die achtentwintig is, als Emilia bij hem komt wonen, is intussen een beroemd veldheer geworden. Koningin Elizabeth I van Engeland en koning Hendrik IV van Frankrijk hebben grote bewondering voor hem.

Het gevolg van die roem is dat menig buitenlandse gezant bij Maurits zijn opwachting komt maken en eindelijk heeft Emilia een taak in haar leven, want Maurits is niet getrouwd en heeft dus niemand om als gastvrouw op te treden en daar is Emilia nu juist voor geknipt: ze heeft hoofse manieren, spreekt uitstekend Frans en is een charmante, knappe verschijning. Ze heeft er de touwtjes goed in handen en verhoudingen met getrouwde hofdames worden onder Maurits' dak, althans zolang zij daar de scepter zwaait, niet meer getolereerd!

Daarbij speelt ze ook vaak voor gastvrouw bij haar zwager, de hertog van Bouillon, (de man van haar halfzusje Elisabeth, de tweede dochter van Charlotte de Bourbon) die door de Franse koning naar de Staten-Generaal in Den Haag is gezonden. Hij en Emilia kunnen het samen zo goed met elkaar vinden, dat het Elisabeth verbaast.

"Ik dacht vast dat de in Duitsland geboren en getogen Emilia niets van Fransen moest hebben". schrijft ze.

Maar Emilia schijnt eens tegen Maurits gezegd te hebben, toen hij het eens met haar over een mogelijke Duitse echtgenoot had, dat zij niets voor een huwelijk met een arme Duitse prins voelde. De nadruk moet op het woordje "Duits" gelegen hebben, want toen er zich twee arme Portugese prinsen op het Binnenhof meldden, was ze een andere mening togedaan. De prinsen heetten: Emanuel en Christoffel van Portugal.

In verhouding tot de pasteltinten waaruit het leven van Emilia is opgebouwd, vertoont het palet van het leven van de prinsen Emanuel en Christoffel heel wat fellere kleuren. Zij zijn de zoons van koning Antonio van Portugal, de man die pas op zijn zevenenveertigste tot de ontdekking kwam dat hij een onwettig kind was. Zijn vader, de kroonprins Luis, was bang dat zijn waardigheid een aardige knauw zou krijgen als het volk ontdekte dat hij was bezweken voor de mooie ogen van een eenvoudig meisje, dat tijdens een koninklijke intocht vanaf een balkon naar hem had gezwaaid.

Luis trouwde in het geheim met haar, de familie, waaronder de koning en de koningin van Portugal, waren van de situatie op de hoogte, maar de laatste die het te horen kreeg, was het kind zelf: Antonio. Zou hij zijn leven anders ingericht hebben als hij geweten had dat hij géén bastaard was? Waarschijnlijk wel. Nu ging hij filosofie studeren, en theologie, werd hij diaken en later prior en nam hij, "om de mohammedanen uit te roeien" deel aan een veldtocht in Noord Afrika.


Antonio van Portugal
(1531-1595)
En bij die gelegenheid zal hij voor het eerst kennis maken met de onbetrouwbaarheid van de dan heersende Spaanse koning: Filips II, die 50 schepen en 4000 soldaten had toegezegd maar zijn belofte niet nakomt.

Filips lijkt wel een vurig katholiek maar hij is veel meer gebrand op de uitbreiding van de macht van het Habsburgse Huis, waartoe hij behoort, dan op de verspreiding van het Christendom. Hij heeft zijn oog in de eerste plaats gericht op het buurland Portugal, met zijn rijke koloniën. Dat de Portugezen in Afrika in de pan gehakt worden, komt hem dus wel goed uit.

De Portugese koning sneuvelt en Antonio komt pas na vele omzwervingen terug in Lissabon, waar hij niet alleen hoort dat kardinaal Hendrik koning is geworden, maar ook van een oud-bediende van zijn vader verneemt dat hij geboren is uit een onwettig huwelijk. De bewijzen daarvan stapelen zich op, het wordt tijd voor een gerechtelijke uitspraak.

Filips, die zelf op de troon aast, koopt rechters om, poogt Antonio gevangen te nemen, stuurt spionnen om hem op te sporen. Als koning Hendrik sterft, komt het tot een openlijk touwtrekken tussen de aanhangers van Antonio en Filips, die zegt dat hij als zoon van Isabella van Portugal (en Karel V) een claim op de troon heeft. Nu heeft hij geen been om op te staan, en dat weet hij best, want wettelijk is het koningsschap aan koningsdochters of zoons van die dochters verboden.

Wat niet verhindert dat Filips de hertog van Alva, intussen een jaar of zes terug uit de Nederlanden, opdraagt om Portugal binnen te verboden. Intussen roept het volk om Antonio. Maar Antonio weigert de troon keer op keer. "Ik ben er om het land te verdedigen" zegt hij, "niet om het te besturen" en hij vraagt de paus wat hij moet doen. Filips meent immers ook rechten te hebben... De paus laat weten dat Filips geen recht op de troon heeft en zich van vijandelijkheden dient te onthouden.

Antonio geeft toe en laat zich kronen, hopend dat het geschil nu voor eens en voor al de wereld uit is. In feite begint het nu pas goed. Alva staat met een geweldig leger voor de poorten van Lissabon. Dan merkt Antonio tot zijn verbijstering dat een groot deel van zijn ruiters overloopt... Omgekocht door Filips! En Antonio, die intussen de vijftig nadert, zwerft, voortdurend achtervolgd, rond door bossen en wildernissen, slaapt, ook 's winters, meestal onder de blote hemel en steekt zwemmend rivieren over om het vege lijf te redden.

En ondanks alle maatregelingen van Alva, ondanks de 25000 dukaten die voor hem zijn uitgeloofd, is er geen boer die de koning bij de Spaanse vorst aanbrengt, ook al wordt menigeen die hem onderdak verschaft opgehangen en de gasthuizen in brand gestoken. "Er is geen man die Antonio niet in zijn hart draagt" klaagt Alva in een brief van 25 oktober 1580. En dan ligt er een Nederlands schip voor de Portugese kust, niet ver van Setubál. Cornelis van Egmond heet de kapitein.

Hij is de kleinzoon van graaf Jan I van Egmond uit een geheim huwelijk. En Cornelis brengt hem naar Frankrijk. Gelukkig dat Alva zoveel brieven schreef. Daar zijn er veel van bewaard. Hij heeft het bijvoorbeeld over een rebel in Tomár, die "in zekere zin de schoonvader van Antonio" is. Dat is goed om te weten. De rebel is Gaspar Barbosa, de vader van Anna Barbosa, waarbij Antonio in ieder geval zes van de twaalf hem-toegeschreven kinderen heeft.

En nu komen we in de buurt van Emanuel, om wie deze hele voorgeschiedenis begonnen is, want Antonio verklaart in 1579 dat hij, omdat hij als diaken tot het celibaat is verplicht, aan de paus dispensatie vraagt, om met Anna te kunnen trouwen. Hij wil door een huwelijk "zijn zoon", en hiermee wordt vrijwel zeker Emanuel bedoeld, tot zijn rechtsopvolger maken.

We zullen later merken dat de al of niet geldigheid van dit huwelijk een van de grote struikelblokken blijkt bij Emilia's wanhopige pogingen om Maurits' toestemming voor een huwelijk met haar Manuel te krijgen. Als er op een goede dag twee jonge prinsen op het Binnenhof verschijnen, waar ze zo vriendelijk door Emilia van Nassau worden ontvangen, zijn ze, bij wijze van spreken, nog buiten adem van al hun omzwervingen.

Omdat de Portugese koning steeds blootstond aan de vervolgingen van Filips II, kon hij er zeker van zijn dat zijn twee oudste zoons, als eventuele troonopvolgers, ook groot gevaar liepen om omgebracht te worden. Van het begin af aan moesten dus ook de jongens steeds in veiligheid gebracht worden. Vanaf 1580 werden ze, meestal in meisjeskleren, van hot naar haar gesleept, in kloosters verstopt of bij familie ondergebracht, en vaak genoeg werden ze toch weer door spionnen opgespoord en moesten ze met behulp van listen worden weggevoerd of teruggesmokkeld.

Toen Filips er de lucht van kreeg dat ze naar Frankrijk waren ontkomen, schreef hij meteen naar de koningin-moeder, Catharina de Medici. Of zij hen, zodra ze zich aan het hof vertoonden, gevangen wilde laten nemen. "Tot geen prijs" was het antwoord, en zij ontving ze allerhartelijkst. Niettemin werden ze voortdurend door sluipmoodenaars belaagd, zodat ze naar Engeland moesten uitwijken.

Daar werden ze met vorstelijke honneurs ontvangen door koningin Elizabeth I, die net op het punt stond de Staten Generaal de Verenigde Nederlanden 4000 man voetvolk en 400 ruiters te zenden onder het opperbevel van de graaf van Leicester. Ze hoopte zo wat meer invloed in de Nederlanden te krijgen. Antonio besloot meteen Emanuel met Leicester mee te sturen.

Zo zou hij meteen contacten kunnen leggen met hooggeplaatste personen in de Republiek, tenslotte was Antonio nog steeds van plan zijn verloren koninkrijk te heroveren. Zo liep Emanuel dan mee in de stoet waarmee de graaf van Leicester zijn intocht hield, naast prins Maurits (kersverse stadhouder), graaf Willem Lodewijk van Nassau, Justinus, de onechte zoon van Willem van Oranje, en nog vele anderen. Emanuel kon toen nog niet vermoeden dat hij temidden van zijn toekomstige schoonfamilie liep.


Emanuel
(1568-1638)
Er zitten dan ook nog tien jaar tussen dit ogenblik en het moment dat hij "zulke aangename conversaties" met Emilia zal houden. Vooralsnog is hij de speciale gezant van zijn vader. De opdracht is: een paar oorlogsschepen los te krijgen, Antonio zal ze na acht maanden teruggeven, Emanuel mag gerust zijn veertienjarige broer Christoffel als onderpand aanbieden.

De Staten Generaal besluiten Antonio te helpen. Christoffel hoeft niet te komen. Die wordt daarop als gijzelaar naar de Marokkaanse koning Mulai Ismail gestuurd, als onderpand voor de 300.000 cruzados die deze leent voor de strijd. Intussen heeft koningin Elizabeth I nog eens 120 vaartuigen en 20.000 man ter beschikking gesteld.

Antonio en Emanuel schepen zich in en op 26 juli 1582 wordt er een verschrikkelijke zeeslag geleverd, die ze verliezen. Oorzaak: een gedeelte van de vloot is door Filips omgekocht. Weer volgt een tijd van vluchten en vermommen, en van een nieuwe zeeslag, die opnieuw mislukt. Intussen dreigt de Marokkaanse koning Mulai Ismail, om bij Filips in een goed blaadje te komen, Christoffel uit te leveren en er zijn ook heel wat listen voor nodig om de jongen veilig in Engeland te krijgen.

En dan gebeurt er iets vreemds. Een Portugese edelman in Engeland krijgt 50.000 kronen om Emanuel en enkele volgelingen van de koning om te kopen om zich aan de Spaanse kant te scharen en inderdaad slaagt hij erin Emanuel zover te krijgen dat deze een brief aan Filips schrijft waarin hij zijn diensten aanbiedt! Emanuel vertrekt naar Frankrijk, om vandaar naar Spanje te gaan, maar Antonio wordt gewaarschuwd.

Hij laat zijn zoon meteen naar Engeland terughalen en sluit hem op en Christoffel ook, want nu was hij nergens meer zeker van... We horen niets meer over de kwestie. Christoffel ontdekte een complot tegen het leven van koningin Elizabeth I en dat schijnt veel goed gemaakt te hebben. Antonio zal Portugal niet terugzien. Hij sterft op 22 augustus 1595. Vlak voor zijn dood schrijft hij zes brieven. Eén ervan is aan de Staten-Generaal van de Verenigde Provinciën, waarin hij hen bedankt voor hun steun bij zijn strijd tegen Filips II.

Een andere is voor prins Maurits, die hij vraagt zijn zoons bij te staan in hun plannen. Ook Louise de Coligny ontvangt een brief van hem, waarin hij haar herinnert aan haar bezoek aan hem te Parijs. Hij vraagt haar dringend om haar invloed bij prins Maurits en de Staten-Generaal aan te wenden, opdat zijn zoons hun plannen om Portugal te bevrijden kunnen uitvoeren. Ze hebben nog steeds plannen in die richting maar hun pogingen falen keer op keer.

De vraag is nu: waar moeten zij heen en waarvan moeten zij leven? Marokko? Frankrijk? In Engeland blijven? Naar de Nederlandse Provinciën, die zo krachtig weerstand boden aan hun gemeenschappelijke vijand! Gewapend met aanbevelingsbrieven van koningin Elizabeth I maken ze zich klaar om de oversteek te maken. Ze moeten geld lenen om de reis te betalen...

Maar op 1 april 1597 komen zij aan in Den Haag, nemen hun intrek in de herberg "De Zwaan" en sturen een verzoekschrift naar de Staten-Generaal, waarin ze om gastvrijheid en bescherming vragen en hun diensten aanbieden in de strijd tegen de vijand. Keer op keer zullen de Staten-Generaal zowel als Maurits persoonlijk hun verzoek afwijzen... Ze raken daardoor zo teleurgesteld, dat ze tenslotte maar besluiten zich aan de koning van Spanje te onderwerpen!

Het lot zal anders beslissen. Bij hun veelvuldige pogingen om met Maurits in contact te komen, leert het tweetal Emilia kennen. De fijne manieren, die ze aan de buitenlandse hoven hebben geleerd en hun kleurrijke verhalen over de avonturen die ze hebben meegemaakt, misschien, bij hun gastvrouw, hun effect niet. Verliefd! Emanuel en Emilia weten het zeker. Binnen de kortste keren maken ze huwelijksplannen.

Die haast is niet zo verbazend, voor een zwervende prins en gravinnetje dat al achtentwintig is en voor wie het leven tot dan toe zoveel trager lijkt te verstrijken dan dat van anderen. Vijf van haar zusjes zijn inmiddels getrouwd. En allemaal met edelen met klinkende namen. Meteen als het stel het samen eens is, doet Emanuel, door tussenkomst van Emilia's neef en zwager Willem Lodewijk, een aanzoek bij prins Maurits om de hand van Emilia.

"Ach wat, een gril", moet Maurits gedacht hebben. "Niet de moeite om op te reageren".

Er komt dus geen antwoord en zelfs tegen Emilia, die hij toch dagelijks ziet, rept hij er met geen woord over. Onder het motto "Wie zwijgt, stemt toe", blijft Emilia Emanuel ontmoeten, waardoor de liefde begint uit te botten en tenslotte belooft het paar elkaar onwankelbare trouw tot in de dood, zoals Emilia op 7 november 1597 met een ondertoon van: "'t Is maar dat je 't weet" aan de Staten-Generaal schrijft.

Nu begrijpt Maurits dat hij (na maanden) toch eens moet reageren, en hij komt met harde bezwaren op tafel:

"Emanuel heeft geen cent, hij is rooms-katholiek, hij heeft geen functie en hij is een onecht kind, dus "prins", of iemand die "aanspraak" zou kunnen maken op de "Portugese troon"... Zeer dubieus! Nee, Emilia, denk dan even aan je eigen afkomst en zet dat huwelijk uit je hoofd. Geen aangename conversaties met Emanuel meer, alsjeblieft!

Dus dan maar in het geheim. En Emanuel besluit Maurits rechtstreeks toestemming voor een huwelijk te vragen. De reactie van Maurits was nauwelijks hoofser dan:

"Noem eerst maar eens de naam van uw moeder en kom maar met een bewijs dat uw ouders getrouwd waren voordat u werd geboren" overtuigd als Maurits is dat hem dat voorgoed de mond zal snoeren.

Verder wordt Emanuel de toegang tot het hof ontzegd. Emanuel geeft het niet op. Een maand later laat hij weer een verzoek doen, zeggend dat hij zijn woord van trouw aan Emilia dient na te komen. Zo vliegen de verzoeken en evenzoveel afwijzingen heen en weer. Emilia begrijpt dat het allemaal niets uithaalt en dat ze beter zelf met Maurits kan gaan praten.

Intussen laat ze in een grote koffer al haar kostbaarheden naar Emanuel brengen, want ze beseft heel goed dat Maurits best in staat is om haar ergens vast te houden, op de Dillenburg bijvoorbeeld, en waar zou Emanuel dan van moeten leven? Naar Maurits dus. Maar Maurits ligt met zijn leger in de buurt van Winterswijk. Dat zal Emilia niet weerhouden en op 13 oktober stapt ze zijn legertent in en overhandigt hem een brief van Emanuel, waarin staat dat zijn ouders wettig getrouwd geweest zijn en dat hij de naam van zijn moeder, vanwege de vervolgingen van Filips niet kan noemen.


Koningin Elizabeth I
(1533-1603)
Maurits vindt dat zijn zuster, temidden van zijn krijgsverrichtingen bijzonder ongelegen komt, zegt dat de brief hem niets bewijst en hij laat Emilia weer naar Den Haag teruggaan. De maat is vol.

Emilia besluit om dan maar zónder toestemming van haar broer te trouwen, en omdat ze niet wil dat haar toekomstige kinderen ooit door de Portugezen als natuurlijke kinderen zullen worden beschouwdn en dan misschien geen recht zouden hebben op de Portugese troon, zullen zij en Emanuel zowel voor de Gereformeerde kerk als voor de Katholieke Kerk trouwen.

Nu was dat in die tijd niet zo gemakkelijk als het klinkt, want katholieke godsdienstoefeningen waren toen verboden, in Holland. Maar via via wordt de huiskapelaan van Lammoraal II van Egmond (die in verband met zijn goederen in Noord-en Zuid-Nederland beide kerken naar de ogen moest zien) gehaald, die schrikt als hij merkt waarvoor hij geroepen is maar het paar toch in de echt verbindt.

Dezelfde dag nog, 7 november 1597, schrijft Emilia naar de Staten-Generaal dat ze voor de katholieke kerk al in de echt zijn verbonden, dat ze van plan zijn om in Delft ook nog een gereformeerde huwelijk te sluiten, dat ze zeer verheugd was Emanuel tot haar echtgenoot te hebben gekozen en dat ze hem niet zou willen ruilen voor de grootste monarch ter wereld. Verder smeekt ze de Staten om hen te beschouwen als hun eigen kinderen. Daar zaten de Staten nogal mee in hun maag.

Ze hadden juist van Maurits een brief gekregen waarin hij zei dat het jonge paar, als zij Den Haag zouden willen verlaten, "met het nodige respect voor hun persoon in bewaring zouden moeten worden gehouden". Gescheiden, uiteraard. Dezelfde middag nog (alles speelde zich in een razend tempo af, verzocht een aantal afgevaardigden Emilia "niet verder te gaan op de ingeslagen weg", waarna de heren naar Emanuel gingen, die zich in het "grote saleth" bevond.

Het hierop volgende gesprek moet ongeveer zo zijn verlopen:

"Waarom bent u zo vermetel geweest om niet te wachten op de toestemming van de prins?"

"Ik heb alleen gevolg gevolg gegeven aan de uitdrukkelijke wens van Emilia en ik heb daar, volgens mij, niets mee misdaan".

"Waar denkt u haar van te kunnen onderhouden?"

"Als het moet kan ik altijd mijn recht op de Portugese kroon aan de koning van Spanje verkopen, dan hebben we voor ons leven lang genoeg".

Grote woede.

"Schaamt u zich niet een jonkvrouw over te leveren aan een Spanjaard die haar vader op schandelijke wijze heeft laten vermoorden!"

Intussen hebben de Staten opdracht gegeven om de kamer van Emilia te bewaken en te beletten dat de prins bij haar komt. Maar Emanuel rent ineens weg, passeert de bewakers en stuift met een grote sprong haar kamer binnen. De Staten vliegen hem achterna en als ze het vertrek inkomen, zien ze dat Emilia de prins stevig tegen zich aandrukt.

"Hij is voor God en de wereld mijn wettige man!" roept ze. "Ik laat me niet van hem scheiden. Ik ben bereid het land te verlaten en hem te volgen waar hij maar gaan wil!"

Hierop bevelen de Staten Emanuel naar zijn logement te gaan, maar die is dat niet van plan, zodat de Staten er Louise de Coligny bijhalen, die met haar gebruikelijke tact voor elkaar krijgt dat iedereen ermee akkoord gaat dat Emanuel dezelfde avond tussen negen en tien uur naar zijn logement zal gaan. Nu laten de Staten op het grote saleth het avondmaal opdienen, waaraan iedereen aanzit, en kort na negenen gaat Emanuel braaf weg. Dan gaan de Staten en Louise de Coligny ook naar huis, maar niet nadat er een paar bewakers voor de deur zijn geplaatst.

Toen was de dag van de bruiloft voorbij. Spanningen om ziek van te worden, en dat wordt Emilia dan ook. Ze maakt zich verschrikkelijk ongerust over de maatregelen die ten aanzien van Emanuel zullen worden getroffen en kan zelf letterlijk geen kant op. Op 10 november verklaren de geneesheren dat haar toestand zeer bedenkelijk is. Ook nu mag Emanuel niet naar haar toe. Emilia's toestand wordt met de dag erger. Ze huilt aan een stuk door en op het laatst wil ze niets meer eten.

Nu wordt iedereen toch echt bang dat ze zich op die manier van kant wil maken. Besloten wordt om de beste arts van het land te sturen, de Leidse professor Heurnius, die ook haar vader heeft behandeld. Als we dat betrouwbare en vriendelijke gezicht zien, want er is een portret van hem, dan kunnen we ons voorstellen dat hij haar er toe weet te bewegen om weer wat te eten.

"Doe het nou maar", zegt hij, na zijn hele verhaal, "en stel je eens voor wat een naam ik zal maken, als straks door mijn behandeling je vroegere gezondheid en vrolijkheid weer terugkomt! Dan wil iedereen die ziek is van verliefdheid door mij behandeld worden!"

"Niemand anders dan de prins van Portugal kan mij genezen, goede dokter", antwoordt Emilia, "maar om u een genoegen te doen, zal ik uw raad opvolgen en weer voedsel gebruiken".

Hoe zat dat toch?...waarom was Maurits zó tegen deze verbintenis gekant? Wilde hij heel gewoon Emilia niet kwijt? Wogen de principiële bezwaren zó zwaar dat hij dit huwelijk van de derde van de negen dochters van Willem van Oranje moet verbieden? Zijn hekel aan Emanuel werd in ieder geval vergroot door diens hechte vriendschap met de man van zijn zuster Maria, Filips van Hohenlohe, een man die Maurits niet kon uitstaan. Want de tegenwerking van Maurits blijft niet gering.


Geheel links in de groep edelen, Emanuel, temidden van de Oranje-familie

Van Oldenbarnevelt is zelfs zo bang dat de prins Emanuel "leed zal aandoen" dat hij hem verzoekt Den Haag te verlaten. Emilia hoort ervan en smeekt de Staten-Generaal om haar man vóór zijn vertrek een half uurtje te mogen spreken. En mag hij alsjeblieft naar Delft? Emanuel mag niet naar Delft. Emilia mag hem niet spreken. Niets mag. Emilia mag van Maurits niet meer op het Binnenhof blijven wonen maar moet naar de Prinsenhof. Ziek? Niets mee te maken. Nee, Maurits wil haar niet zien.

Als na enkele weken blijkt dat Emilia echt niet van plan is om Emanuel als echtgenoot op te geven, besluiten de Staten-Generaal dat Emanuel, en tegelijk maar zijn broer, uit de Verenigde Provinciën moeten vertrekken. Emanuel schrikt van het bevel. "Ik wist wel dat Emilia dood is!" roept hij vertwijfeld. Ook hij wil sterven... Hij wil niet verder vertrekken dan van de herberg naar het graf, schrijft hij terug aan de Staten-Generaal.

Emilia kan niet geloven dat de Staten of haar broer zo tiranniek zouden wezen dat ze haar van haar man willen afhouden. Dat is toch volkomen in strijd met de heersende wetten en de vrijheid die haar als meerderjarige toekomt? Ze neemt een besluit. Ze weet dat Emanuel in Wezel is en reist hem na. In Rotterdam gaat ze aan boord. En kijk, Maurits belet het haar niet. Hij wenst niet voor tiran door te gaan. En weer volgen er series brieven. Mogen ze alsjeblieft in de Verenigde Provinciën wonen?

Mogen ze alsjeblieft antwoord op hun brieven? Ook anderen spannen zich voor hen in, Christoffel lóópt van Arnhem naar Den Haag. Schandalig! Hij mocht het land toch niet in... Zoveel verzoeken, zoveel smeekbeden, zoveel keer nee op het request. En dan, een klein jaar later: Mag Emilia in de Nederlanden bevallen? Ook op dit verzoek komt geen antwoord. Ja toch, op op het allerlaatste moment.

Ze mag naar een van de huizen van de graaf von Hohenlohe, om daar te bevallen. Groot succes voor de drie vriendinnen van Emilia, die deze goedkeuring na eindeloos gepraat los hebben gekregen. Op 29 september 1598 wordt het eerste kind van Emilia en Emanuel geboren. Een meisje. Aan Emilia's verzoek aan Maurits om doopgetuige te zijn, wordt niet voldaan. Emilia en Emanuel zullen tien kinderen krijgen, waarvan acht meisjes. In 1608 zal Maurits zich weer met zijn zuster Emilia en haar man verzoenen.

Daar hebben zich heel wat mensen voor ingespannen, maar die verzoening is toch voornamelijk te danken aan Louise de Coligny. Emanuel en Maurits zullen later zelfs nog heel wat reizen maken, samen, ze staan ook heel broederlijk samen te paard op een groot schilderij. Dat Emanuel nooit een functie krijgt te vervullen, steeds belangrijke posten zijn neus voorbij ziet gaan, is erg zuur voor Emanuel en Emilia. Ze proeft daaruit een grote geringschatting, al is het dan openlijk goed tussen haar broer en haar echtgenoot.

Bovendien moet Emanuel elk jaar de grootste moeite blijven doen om een geldelijke ondersteuning van de Staten-Generaal los te krijgen voor zijn gezin en hemzelf. Al die teleurstellingen hebben er waarschijnlijk toe geleid dat hij verscheidene keren met de Spaanse koning onderhandelt en inderdaad doet hij in 1625 afstand van zijn rechten op de Portugese troon. (Hij wist wel dat zijn kansen verkeken waren) Hij belooft dat hij zich met zijn gezin in Brussel zal vestigen en hij zal, in ruil voor zijn onderwerping een bedrag van 1000 écus ontvangen. Dit gaat Emilia te ver.

Ze denkt er niet over om ook maar iets aan te nemen van de Infante Isabella, de dochter van Filips II, de moordenaar van haar vader. En zo zien we dit huwelijk toch nog uit elkaar vallen... Emanuel gaat naar Brussel. Emilia en haar dochters gaan naar Genéve, maar niet nadat Emilia de Staten-Generaal in 1626 een afscheidsbriefje schrijft, onder dankzegging voor de eer en de vriendschap, alsook voor de grote gunsten die zij van hen ontvangen heeft.

Daarna verkoopt ze een groot deel van haar bezittingen om aan reisgeld te komen en in Zwitserland een huis te kunnen kopen. Emanuel probeert nog een paar keer om haar over halen om naar Brussel te komen, en gaat ook een paar keer bij haar op bezoek, maar dan houden de bezoeken op... Door haar optreden en hartelijkheid wint Emilia de achting van de gehele bevolking, onder wie de meest hooggeplaatste personen van de stad, zoals de beroemde letterkundige Théodore d'Aubigné.

In de loop van het jaar 1628 krijgt Emilia een ziekte, die langzamerhand erger wordt. Op 16 maart 1629 sterft ze. Met grote luister werd haar stoffelijk overschot in de kathedraal van Genéve begraven. De kapel waarin Emilia wordt bijgezet heet sindsdien "La Chapelle des Princesses de Portugal".



| Koninkrijken | Nederland | Biografie |


terug naar boven