Koning en Keizerrijken  

Elisabeth van Nassau, Hertogin van Bouillon: Biografie

| Keizerrijken | Frankrijk | Biografie |


Elisabeth van Nassau
(1577-1642)
Zoals u het verhaal leest, bestond er een hechte band tussen de zes dochters van Willem de Zwijger en Charlotte de Bourbon. Vooral Louise Juliana van de Palts en Elisabet van Bouillon hadden veel contact met elkaar, omdat hun beider echtgenoten erg betrokken waren met de strijd van de protestanten tegen de katholieken.

Elisabeths echtgenoot Henri vertoefde regelmatig bij zijn zwager van de Palts in Heidelberg en Elisabeth zelf onderhield een drukke briefwisseling met haar zuster Louise Juliana. De twee zusjes scheelden maar één jaar met elkaar en hun kinder-en jongemeisjesjaren verliepen dan ook ongeveer gelijk.

Hun stiefmoeder Louise de Coligny, vierde echtgenote van Willem de Zwijger, had vooral in het begin de grootste moeite de eindjes aan elkaar te knopen en in de jeugd van de Oranjeprinsessen kwam dan ook nauwelijks enige luxe voor. Juist omdat Elisabeth het zo goed met Louise Juliana kon vinden, betreurde ze het des te meer dat dit zusje al in 1593 ging trouwen en dus ging verhuizen naar haar nieuwe vaderland, de Palts.

Bovendien nam de jonge bruid het jongste zusje mee, de elfjarige Antwerpiana, zodat het stil werd aan het hof in het Noordeinde in 's-Gravenhage waar Elisabeth met haar andere zusjes, met haar halfbroertje Frederik Hendrik en met Louise de Coligny woonde. Sinds de moord op Willem de Zwijger was het gezin regelmatig verhuisd.

Eerst hadden de Oranjes in Leiden gewoond, maar daar hielden de protestantse predikanten zulke vijandige preken over de politiek van het geboorteland van Louise de Coligny, Frankrijk, dat ze het maar beter vond naar elders te verhuizen. Haar keuze viel op Vlissingen waar Willem de Zwijger-die immers "Markies van Vlissingen" was-nog een huis bezat. Ook daar beviel het haar niet echt en zo was het oranjegezin ten slotte weer in 's-Gravenhage terechtgekomen.

Gelukkig kreeg Louise de Coligny vanaf 1592 ook een jaargeld van 15.000,- gulden van de Staten-Generaal. Na het huwelijk van Louise Juliana vatte Louise de Coligny het plan om haar vaderland weer eens te bezoeken. In Frankrijk vond op dat moment zoals overal elders een hevige strijd plaats tussen protestanten en katholieken en de zeer gelovige protestantse Louise wilde graag de contacten met haar vroegere vrienden in Frankrijk weer opnemen.

Zo vertrok zij in 1594 met haar stiefdochters Elisabeth, zeventien jaar oud, en Charlotte Brabantina, dertien jaar oud, naar Parijs. Tot haar grote schrik had ze kort voor haar vertrek vernomen, dat de protestantse Franse koning van plan was om katholiek te worden. Het was een klap voor de "Hugenoten", de Franse protestanten. Opeens werd het de aanhangers van dit geloof erg moeilijk gemaakt. In de stad Lyon mochten Hugenoten zich op straffe van de doodstraf niet eens meer vertonen.

Verder was het verboden gestorven Hugenoten op kerkhoven te begraven. In Bordeaux liet men zelfs alle graven van Hugenoten openbreken en de stoffelijke overschotten buiten de stad in een kuil gooien... Kinderen van Hugenoten werden op geen school meer toegelaten, het krijgen van banen en huizen werd erg moeilijk gemaakt.

Het was dan ook begrijpelijk dat de Franse hoge adel die protestants was, om zich heen keek naar geschikte verbintenissen met belangrijke buitenlandse families om de positie in Frankrijk te versterken. Een zo'n protestantse vorst was de hertog van Bouillon. Hij keek erg op naar de machtige prins Maurits van Oranje, die vocht voor de protestanten.

"Wat is er beter", dacht de hertog bij zichzelf, "dan dat ik trouw met de halfzuster van deze invloedrijke Oranjeprins? Ik sta dan steviger in mijn strijd met de nu katholiek geworden Franse koning, omdat de Nederlanden me zeker zullen helpen!"

Omdat de hertog wist, dat Elisabeth van Oranje zich op dat moment in Parijs bevond, liet hij haar daar een huwelijksaanzoek doen. Elisabeth en Brabantina beleefden in deze tijd van hun bezoek aan de Franse hoofdstad met hun stiefmoeder opwindende maanden. Al gauw bleek hoeveel goede kennissen Louise de Coligny nog had in haar vaderland en weldra waren de Oranjes voortdurend omringd met vele adellijke en invloedrijke personen.

Elisabeth begreep dat de familie van Oranje-Nassauw erg geëerd en gevierd was bij de Hugenoten vanwege het optreden van haar beroemde vader en haar broer Maurits. De koning ontving de prinsessen ook regelmatig in audiëntie; verder nodigde hij hen uit bij alle grote feesten en diners die hij gaf. Louise de Coligny kende namelijk de koning, maar vooral ook zijn zuster erg goed, omdat zij na de dood van haar ouders aan het hof van deze vorstenfamilie was opgegroeid.


Henri de la Tour
(1555-1623)
Zo stonden nu vooral de kleine Oranjeprinsessen bij alle feestelijkheden in het middelpunt en het was dan ook erg begrijpelijk dat menig protestantse prins wel voelde voor een huwelijk met een van de twee. Inderdaad zouden beide zusjes met aanzienlijke Franse edellieden trouwen, die bovendien volle neven van elkaar waren.

Brabantina trad op haar zeventiende in het huwelijk met de Hugenootse hertog De La Trémouille, Elisabeth nam het huwelijksaanzoek aan van diens neef de hertog van Bouillon, heer van het zelfstandige staatje Sedan. De volgende naam van de bruidegom van Elisabeth was Henri de la Tour d'Auvergne, burggraaf van Turenne, hertog van Bouillon - maar hij werd meestal Turenne genoemd.

Deze veertigjarige hugenotenvorst (hij was 22 jaar ouder dan zijn bruid) was tijdens de godsdiensttwisten een trouwe volgeling geweest van de Franse koning. Als diens afgezant reisde hij door Europa om tussen de verschillende vorsten te bemiddelen. Zo was hij met een diplomatieke opdracht ook enige malen in de Staten-Generaal te 's-Gravenhage geweest, waar hij telkens weer graag een bezoek bracht aan Louise de Coligny, voor wier vader hij een grote bewondering had.

De Franse koning was hem zo dankbaar voor zijn goede diensten dat hij Turenne Maarschalk van Frankrijk maakte, waardoor hij de hoogste legeraanvoerder werd. Verder ging de koning ermee akkoord dat Turenne zou trouwen met de zeer rijke erfprinses Charlotte de la Marck. Deze Charlotte was namelijk zowel erfprinses van de onafhankelijke heerlijkheid Sedan als erfgename van het hertogdom Bouillon.

Helaas overleed de bruid reeds enkele jaren na de bruiloft en de kinderloze Turenne nam nu de titel Hertog van Bouillon over. Door het bezit van Sedan was hij een onafhankelijke vorst worden. In die tijd was Frankrijk evenmin als Duitsland een éénheid onder een koning. Verspreid door het land lagen kleine rijkjes met onafhankelijke vorsten die soeverein waren en dus als ze wilden een bondgenootschap konden aangaan met andere soevereine staten.

Het prinsdom Oranje van de Oranjes was zo'n zelfstandig staatje; Sedan, dat nu van Turenne was, was een ander. Het lag in het noorden van Frankrijk, tegen de grens met Luxemburg aan. Vanwege de vrijheid van godsdienst die er heerste, weken velen die om hun geloof moesten vluchten, naar Sedan uit, juist ook omdat het zo gunstig gelegen was.

De weduwnaar Turenne was nu dus op zoek naar een tweede vrouw, die hem erfgenamen kon schenken. Elisabeth van Oranje leek hem de ideale bruid vanwege haar protestantse afkomst, maar ook omdat haar zuster Louise Juliana weer met de machtige protestantse keurvorst van de Palts was getrouwd. Het Paltsland lag vlak tegen Sedan aan en aan een goede en nauwe band met dit buurland was Turenne veel gelegen. In 1594 bereikte het huwelijksaanzoek van Turenne de in Parijs verblijvende Oranjes.

Louise de Coligny was er zeer mee ingenomen en zij schreef direct een aanbevelingsbrief aan prins Maurits in Nederland.

"Dit is een huwelijk dat u ook zeker als zeer gewenst zult ervaren", schreef ze. "Bovendien moeten we ook zeer vereerd zijn door zijn aanzoek, want Turenne is een van Frankrijks beste edellieden. Hij is hooggeacht en zijn lof wordt door vriend en vijand bezongen!"

Maurits toonde zich ook tevreden over dit deftige huwelijk van zijn halfzusje Elisabeth en de voorbereidselen werden meteen getroffen voor de verloving. Toevallig werkten Maurits en Turenne in dit jaar samen in hun strijd tegen de katholieke Spanjaarden: Maurits dreef de Spaanse legers naar het zuiden der Nederlanden, waar Turenne ze opwachtte om hen te verslaan. Het was dus een geschikt moment om meteen door te reizen naar 's-Gravenhage waar Elisabeth intussen was teruggekeerd.

Daar werd plechtig de verloving gevierd. In tegenstelling tot Louise Juliana die haar bruidegom pas op de bruiloft voor de eerste keer zag, kende Elisabeth haar aanstaande echtgenoot al langer vanwege zijn regelmatige bezoeken aan Louise de Coligny. Weliswaar was Turenne veel ouder dan zij en weliswaar was het een zuiver verstandshuwelijk waar politieke argumenten de doorslag hadden gegeven, toch was de verstandshouding tussen de jonge Elisabeth en Turenne vanaf het begin zeer goed.

Hun huwelijksleven zou gelukkig worden. Nadat in april 1595 in 's-Gravenhage de bruiloft was gevierd, vertrok het echtpaar naar Sedan waar Turenne zijn vaste woonplaats had. Louise de Coligny en Brabantina vergezelden de jonggehuwden, doch moesten na enige weken Sedan weer verlaten om naar huis terug te keren. Toen Elisabeth alleen achterbleef, viel het haar opeens erg moeilijk in het verre Sedan. Haar echtgenoot die ze "Monsieur" of Mon Monsieur" noemde, was namelijk vrijwel voortdurend op reis in verband met de oorlog en de eenzaamheid vond Elisabeth niet gemakkelijk om te dragen.


Om haar verbondenheid met haar vaderland en haar (half)-broers uit
te drukken, noemde Elisabeth haar in 1605 geboren oudste zoon Frederik Maurits.
Op dit schilderij door de hofsxchilder van de Oranjeprinses, Van Mierevelt, is hij 21 jaar oud

"Als mon monsieur niet hier is", schreef ze aan haar lievelingszuster Brabantina, "ben ik niet geschikt om gezelschap om me heen te hebben. Ik ben dan te treurig en te slecht gehumeurd. Om me dan zo te vertonen, dient toch ook nergens toe. En als mon monsieur er wel is, wil ik niemand anders dan hem in mijn buurt..."

Het leven was opeens zo anders geworden voor Elisabeth. In Sedan had ze een eigen kleine hofhouding gekregen en het was haar taak om regelmatig mensen te ontvangen en beleefdheidsbezoeken uit te zitten. Juist omdat Turenne daar vrijwel nooit bij was vanwege zijn drukke werk, viel dat deze zo bescheiden opgevoede Oranjeprinses extra moeilijk.

Maar ze had een vrolijk karakter geërfd van haar moeder en ze besloot zich aan een aantal liefhebberijen te gaan wijden, zodat ze de tijd niet nutteloos doorbracht. De nieuwe hertogin van Bouillon leerde goed luit spelen en ze deed ook veel borduurwerk. Brabantina zond haar telkens nieuwe patronen voor kantwerk, zodat Elisabeth zich niet hoefde te vervelen.

Ook Louise de Coligny zorgde voor een prettig tijdverdrijf van haar stiefdochter: ze zond haar goede recepten om vruchten in te maken, zodat Elisabeth al gauw als een volleerde huisvrouw de verrukkelijkste jams stond klaar te maken. Een erg belangrijke tijdpassering was natuurlijk het schrijven van brieven.

De zes zusjes hingen erg aan elkaar en aan hun stiefmoeder en het aantal brieven dat van 's-Gravenhage naar Sedan ging en vandaar naar Heidelberg waar Louise Juliana en Antwerpiana woonden, en vandaar naar het klooster waar Flandriana opgenomen was, was dan ook ontelbaar. De correspondentie met Brabantina was het uitvoerigst. Elisabeth voelde zich mede verantwoordelijk voor de opvoeding van dit jongere zusje en ze maande haar dan ook in vele brieven aan bepaalde dingen wel of niet te doen.

"Je moet de volgende keer eens wat netter en duidelijker schrijven", heette het in de ene brief, en in de vplgende: "Denk eraan dat je nu niet gaat ophouden met je studie Italiaans! Je zult later blij zijn als je deze taal goed kunt spreken. Probeer door te zetten".

Prinses Brabantina, die vroeger een beetje het lelijke eendje van het gezin was geweest omdat ze heel klein en mager, ja wat spichtig was, begon zich te ontwikkelen tot een mooie vrouw die zich uitstekend wist te kleden. Elisabeth die van zich zelf wist, dat ze er niet echt mooi, maar wel vrolijk en sportief uitzag, verheugde zich over de ontluikende schoonheid van Brabantina.

"Ik kom er rond voor uit", schreef ze zonder een spoor van verlegenheid, "dat het misschien niet helemaal onjuist is wat men hier in Sedan beweert: dat ik de slechts geklede vrouw van ons land zou zijn... Van jou, zuster, hoor ik daarentegen opgetogen verhalen. Onze broer Maurits heeft het alleen nog maar over jou als "La belle Brabant", zó mooi ben je geworden. En de japonnen die je draagt, schijnen zelfs in Parijs opzien te baren!"

In de oude Franse archieven zijn talloze brieven van vooral Elisabeth gevonden, waarbij men moet bedenken dat de verzending van de post in die tijd uiterst moeizaam verliep. Ons land voerde oorlog met Spanje dat een groot deel van de Nederlanden in handen had. Alle post moest dus over zee worden verzonden, waarbij men niet wist of de brieven wel ooit op hun bestemming zouden aankomen.

Soms lukte het een zending brieven mee te geven aan kooplieden die via Luik reisden en niet altijd door soldaten werden gefouilleerd. De politieke situatie bleef voortdurend zeer onzeker. Juist omdat Sedan op zo'n kruispunt van wegen lag en op een strategisch belangrijke plek, werden Turenne en Elisabeth telkens weer opgeschrikt door berichten dat Spaanse of Franse legers aan de grens stonden.

De bewoners van Sedan namen het zekere voor het onzekere en besloten de stad te verstevigen zodat een belegering van buitenaf moeilijker zou worden. "Moge God ons genadig zijn", schreef Elisabeth aan Brabantina, "de val van Sedan zou rampzalig zijn voor de protestantse zaak die er op dit moment toch al zo slecht voor staat". Juist in deze moeilijke tijden vond Elisabeth het nog zwaarder te verdragen, dat haar familieleden zo ver weg woonden.

Haar grootste wens was Brabantina vaker te kunnen zien en hoe kon deze wens beter vervuld worden dan door een huwelijk van haar zuster met een van de Franse Hugenoten? Turenne zag het politieke belang ervan in, als Brabantina met zijn neef, de hertog De la Trémouille, zou trouwen: de protestantse leiders zouden dan nog sterker aan de Nederlanden en de Palts verbonden zijn.


Claude de la Trémouille
(1566-1604)
Trémouille voelde wel voor een gunstig huwelijk; hij was bijna dertig jaar en het was dus tijd om aan vrouw en kinderen te denken. "Gij kent prins Maurits goed", zei hij tegen zijn neef Turenne, "ik zou het zeer op prijs stellen als u voor mij de hand van zijn halfzuster wilt vragen".

Maurits toonde zich onmiddellijk tevreden over het huwelijksvoorstel van zijn zwager Turenne en hij schreef dat ook aan Brabantina:

"Ik raad je dit huwelijk ten sterkste aan, ma belle Brabant! Ook al zal ik je niet vaak meer zien, als je eenmaal in het verre Frankrijk woont, ik weet dat de hertog De la Trémouille een edel man is bij wie je in veilige handen zult zijn".

In maart 1598 werd het huwelijk tussen deze Oranjeprinses en de hertog gesloten. Vooral Elisabeth verheugde zich hierover: nog maar zestien dagreizen was haar zusje nu van haar verwijderd. Ze zouden elkaar in de toekomst zeker veel vaker kunnen bezoeken. Hoewel Elisabeth tot haar grote verdriet tot op dit moment slechts dochters ter wereld had gebracht en nog geen zoon en erfgenaam, toonde ze zich oprecht blij toen Brabantina een zoon kreeg.

Ook liet ze merken hoe fijn ze het voor Brabantina vond, dat haar man wel dikwijls thuis was, terwijl Turenne altijd op reis was. "Wat ben je toch gelukkig!" schreef ze, "dat jij je monsieur altijd bij je hebt. Ik denk dat je onder een gelukkiger gesternte bent geboren dan ik. Als je eens uit ervaring zou weten, hoe erg het is om vrijwel voortdurend gescheiden te moeten leven van degene die je lief is-dan zou je me zeker beklagen..."

Maar een paar jaren later waren de rollen omgedraaid: in 1604 stierf onverwachts de pas 38-jarige De la Trémouille in de armen van zijn vrouw. Pas zes jaren was Brabantina met hem getrouwd; nu bleef ze achter met twee zoontjes en één dochtertje. Elisabeth deed alles om haar weduwe geworden zuster zoveel mogelijk te troosten. Gelukkig verklaarde stiefmoeder Louise de Coligny zich bereid Brabantina's dochtertje bij zich te nemen.

Zelf raakten Elisabeth en haar man nu ook in grote problemen. Steeds minder slaagde Turenne erin een onafhankelijke koers van Frankrijk te varen. De koning wist zijn invloed geleidelijk te vergroten en daarmee steeg ook de macht van de katholieken. Sedan bleef wel een centrum voor de hugenoten, maar de protestanten verloren toch steeds meer terrein.

Een paar maal was Turenne zelfs gedwongen om halsoverkop zijn hertogdom uit te vluchten omdat de koning hem van hoogverraad beschuldigde. Zowel in de Nederlanden als in de Palts vroeg Turenne dringend om hulp, maar dat was vergeefs: men was bang in oorlog te raken met de Franse koning. Meer en meer trok de teleurgestelde Turenne zich de volgende jaren terug uit de actieve politiek.

Een grote troost in deze jaren waren voor hem de geboorten van twee zoons, in 1605 en 1611. Zijn jongste zoon Henri zou later een algemeen beroemd Frans veldheer worden. Elisabeth had het druk gekregen met haar grote gezin. Maar zij vond niets heerlijker dan zich zoveel mogelijk met de opvoeding van haar eigen kinderen en van die van haar zusters bezig te houden.

Met graagte ging ze in op het verzoek van haar zuster Louise Juliana van de Palts om haar zoon, kroonprins Frederik, enige jaren bij zich aan het hof te Sedan op te leiden. Na de dood van De la Trémouille logeerde Brabantina zoveel mogelijk met haar zoons bij Elisabeth, zodat het aan het hof te Sedan altijd een drukte van jewelste was. Mede vanwege de academie te Sedan die hugenootse predikanten opleidde, bleef deze stad een waar centrum voor protestanten.

De toekomstige keurvorst van Brandenburg (die met de dochter van Louise Juliana trouwde) kwam voor zijn opleiding naar Sedan, evenals veel andere vooraanstaande edelen. Met haar broers Maurits en Frederik Hendrik hield Elisabeth ook zoveel mogelijk contact. Haar genegenheid voor deze Oranjeprinsen had ze ook doen blijken, door haar in 1605 geboren zoon naar hen beiden Frederik Maurits te noemen.

Zoals gebruikelijk in die tijd, zond ook Elisabeth haar zoons ter voltooiing van hun opvoeding naar een buitenlands hof, in dit geval aan het hof van haar broer Frederik Hendrik te 's-Gravenhage. In deze stad vertoefden in deze jaren erg veel leden van de uitgestrekte Nassaufamilie en van aangetrouwden. Onder meer bevond zich de uit Praag gevluchte zoon van Louise Juliana, Frederik V van de Palts, de "Winterkoning", met zijn vrouw en kinderen in de Nederlanden.

Ondanks het feit dat Elisabeth haar uiterste best deed om haar zoons een zorgvuldige protestantse opvoeding te geven, zou ze later diep in hen teleurgesteld worden. Frederik Maurits trouwde met een katholieke vrouw en werd daarop ook zelf katholiek. Maar dat was niet het ergste: hij verkocht het hertogdom Bouillon (dat Elisabeth na de dood van haar man zo goed voor hem had beheerd) voor 150.000 gulden aan de bisschop van Luik en stond in 1643 (maar toen was Elisabeth gelukkig al overleden) Sedan af aan de Franse koning...


Henri de la Tour
(1611-1675)
Ook haar jongste zoon Henri, de latere bekende veldheer, zou overgaan tot het katholieke geloof. Daarmee was ook het geslacht Van Bouillon verloren voor de hugenotenzaak, die er inderdaad in deze jaren steeds somberder uit ging zien. Elisabeths echtgenoot had de strijd eigenlijk al opgegeven toen hij in 1623 enigzins verbitterd stierf.

Overal om zich heen zag Elisabeth de macht van de protestanten afbrokkelen-haar zuster Louise Juliana moest zelfs uit de Palts vluchten en na veel omzwervingen als ballinge in Berlijn gaan wonen.

Daarbij kwamen nog de brieven van haar katholieke zuster Flandrina, abdis van een klooster, die zowel Brabantina als Elisabeth poogde over te halen tot een bekering tot het ware geloof. Maar Elisabeth bleef standvastig en was blij, dat haar dochter Marie tenminste even fanatiek protestants bleef als zijzelf.

Met Brabantina overlegde Elisabeth nu over de toekomst van de hugenoten. "Onze zaak staat er nu zo somber voor", zei Elisabeth, "dat we ons in moeten spannen voor een versteviging van de leiding. Daarom zou het volgens mij het beste zijn, als jouw oudste zoon en erfgenaam met mijn dochter Marie zou trouwen. De twee belangrijkste hugenotenfamilies zijn dan verbonden en dat zal onze invloed tegenover de koning vergroten".

De twee zusters vonden dit een goed plan, maar ze hadden niet op de tegenstand van de koning gerekend. Deze voelde niets voor zo'n nieuwe hugenotenverbintenis. Zijn adviseurs wisten hem echter om te praten: "Als de erfhertog De la Trémouille niet met Marie van Bouillon trouwt, trouwt hij zeker met een belangrijke Duitse protestantse prinses. Dat lijkt ons nog veel gevaarlijker!" prentten de raadgevers de koning in.

Deze zwichtte voor deze argumenten en aldus kon in 1619 het huwelijk van Marie en Henri gesloten worden. Zo veelbelovend als deze echtverbintenis er uitzag, zoveel teleurstelling zou hij de bruid en haar moeder brengen. Reeds negen jaar later zou ook Henri de la Trémouille overgaan tot het katholieke geloof en dat betekende een klap in het gezicht van Marie die haar hele leven fel protestant zou blijven.

"Ik ben zo diep getroffen door het verraad van je zoon", schreef Elisabeth hierover aan Brabantina, "dat ik naar waarheid kan verklaren nooit bedroefder te zijn geweest. Hoe kan ik jou troosten, terwijl ik zelf even grote troost nodig hebt? We kunnen alleen onze tranen vermengen en dit vreselijke leed proberen te dragen. Omdat ik van je houd als van een tweede ik, lijd ik dubbel om jouwent-en mijnentwil. En als ik denk aan onze kleinkinderen, bezwijkt mijn hart. Te moeten zien, dat men hen de afgod wil laten dienen in plaats van de ware God... Dat men hen, die in Zijne Kerk gedoopt zijn, nu het teken des beestes wil opdrukken... Ik wenste wel dat ik gestorven was..."

Brabantina was zó geschokt door de geloofsafval van haar zoon Henri, dat voor altijd een kllof tussen moeder en zoon bleef bestaan. Haar leven was de laatste jaren toch al zo moeilijk gemaakt door het losbandige leven van haar tweede zoon. Deze zwierf door Europa, verslaafd aan het gokken, en stierf uiteindelijk in een duel. Brabantina's dochter trouwde met een Engelse edelman en verhuisde naar het eiland Man. Zo bleef Brabantina alleen achter-haar enige troost was haar zuster Elisabeth.

Lang kon ze dit leven echter niet volhouden: in in 1631 stierf ze, vijftig jaar oud. Elisabeth kon dit verlies maar moeilijk verwerken. Gelukkig was de band met haar dochter Marie zeer hecht, zodat de laatste jaren van deze Oranjeprinses enigszins verlicht werden. Elf jaar na het overlijden van Brabantina stierf Elisabeth van Nassau, hertogin van Bouillon, in Sedan. Het was 3 september 1642.



| Keizerrijken | Frankrijk | Biografie |


terug naar boven