Koning en Keizerrijken  

  Carolina van Oranje, vorstin van Nassau-Weilburg: Biografie

| Keizerrijken | Duitsland | Biografie | Fotoalbum |


Prinses Carolina
(1743-1787)
Eigenlijk hoort prinses Carolina van Oranje niet helemaal thuis in het rijtje prinsessen van Oranje-Nassau die met vooraanstaande regerende vorsten trouwden. Haar echtgenoot was dan wel een zelfstandig vorstje van een kleine staat, maar zijn gezag en aanzien was natuurlijk niet te vergelijken met de keurvorsten van de Palts en Brandenburg of met de koning van Zweden. Prinses Carolina was echter zelf een toch wel interessante persoon die zich haar hele leven actief met de gang van zaken in haar vaderland heeft bezig gehouden en altijd een levendig contact onderhield met haar broer, stadhouder Willem V.

De geboorte van het prinsesje Carolina in februari 1743 zorgde voor bijzonder veel vreugde aan het stadhouderlijke hof te Leeuwarden. Haar vader was Willem IV, stadhouder van Friesland, Groningen en Drente. Na de dood van zijn verre neef Willem III hadden de andere provincies geen nieuwe stadhouder gekozen, mede omdat de overledene geen kinderen had. Toch hoopte Willem IV nog altijd dat hij ééns stadhouder ook in Holland, Zeeland en de andere provincies zou worden. Juist daarom was hij zo dolblij met de geboorte van een kind.

Zijn vrouw, de Engelse prinses Anna, had al twee maal een doodgeboren kind ter wereld gebracht en na bijna negen jaar huwelijk had zij de hoop op een gezond kind nagenoeg opgegeven. Grote vreugde dus in Leeuwarden. Maar ook veel blijdschap elders in de Republiek, waar men nog altijd veel van de familie Oranje verwachtte, zeker nu het zo slecht ging met het land. Besloten werd het prinsesje de naam Carolina te geven, naar de enkele jaren geleden overleden moeder van Anna. Drie-en-een-half jaar later bracht bracht prinses Anna nog een dochter ter wereld die eveneens Anna werd genoemd. Maar het kleine prinsesje was nauwelijks gedoopt of het stierf alweer, zes weken oud.

Het jaar daarop werd Carolina's vader Willem IV inderdaad benoemd tot erfelijk en algemeen stadhouder van álle provincies der Nederlanden. Het was een grote dag voor de Friese tak van de Oranjes. Het hof werd nu naar 's Gravenhagen verplaatst, waar het Oranjegezin zich in het stadhouderlijk kwartier op het Binnenhof vestigde. Het leek erop dat Carolina enig kind zou blijven. Ze was weliswaar maar een dochter, maar ze moest toch het recht op erfopvolging krijgen, anders zou het geslacht Oranje-Nassau met haar uitsterven en zou ook het stadhouderschap voor de Oranjes verloren gaan. Daarom werd in 1747 bepaald, dat de erfopvolging ook in de vrouwelijke lijn was toegestaan.

Carolina bleek een vrolijk kind te zijn met een opgeruimd karakter. Vooral was ze erg muzikaal en kunstzinnig. Af en toe maakte ze aardige gedichtjes en ze speelde ook goed piano. De omgangstaal thuis was vooral ook gewoon Nederlands-ofschoon de officiële hoftaal toen nog Frans was. Weldra leerde Carolina van een privéleeraar goed schrijven. Er is nog een aantal van haar eerste brieven aan familieleden bewaard gebleven.




"Zeer beminde Papa", schreef ze (in het Nederlands dus!) toen ze een jaar of vijf was, "ik neem de vrijheid deze brieven van mij te vertonen, ik hoop tot tevredenheid van mijn lieve Papa. Ik zal mij inspannen om verder in de schrijfkunst vooruit te komen. Hiermee ben ik, Papa, uw gehoorzame dochter C. prinses d'Orange".

Korte tijd later schreef Carolina aan haar grootmoeder in Friesland een opgewonden briefje: "Ik heb een klein broertje gekregen!!!!" Het was waar. Ruim vijf jaar na de geboorte van Carolina kwam het prinsje Willem Batavus ter wereld, Anna's vijfde kind, maar het tweede kind dat in leven bleef. Vanaf het eerste moment gedroeg Carolina zich als een moedertje tegenover de baby en dat zou zo blijven. Haar band met prins Willem, de latere stadhouder Willem V, is altijd zeer innig en hecht geweest; de prins luisterde ook graag naar de raadgeving van zijn verstandige zuster.

De volgende jaren leefde het stadhouderlijke gezin in betrekkelijke harmonie en tevredenheid. De kinderen groeiden voorspoedig op en niets leek dit leven te kunnen verstoren. Plotseling overleed echter in 1751 op pas veertigjarige leeftijd stadhouder Willem IV, een achtjarige Carolina en driejarige Willem achterlatend. Niet Carolina, maar Willem werd nu erfstadhouder, maar omdat hij te klein was, nam zijn moeder Anna het regentschap waar. Anna had het niet makkelijk. Haar huwelijk met Willem IV was erg goed geweest en ze vond het haar zo plotseling toegevallen weduweschap moeilijk te verwerken.

Bovendien had zij als dochter van de Engelse koning en dus afkomstig van een uitgebreid hof, nooit helemaal kunnen aarden in de voor haar zo vreemde Republiek der Nederlanden. Haar kinderen voelden er thuis de weerslag van. Hun moeder kon soms kortaangeboden zijn, ongeduldig, snibbig ook. Van één ding was Anna zeker: de toekomst van haar beide kinderen moest en zou absoluut zeker worden gesteld. Willem zou dan wel stadhouder worden, maar er kon hem iets overkomen vóór hij nakomelingen had. Daarom moest Carolina een goed huwelijk sluiten met iemand die aanvaardbaar zou zijn ingeval zij het stadhouderschap zou erven.

Iemand dus, die 't liefst vaak in 's Gravenhagen zou kunnen toeven zodat hij geen vreemde in en voor de Nederlanden werd. Anna had allang een geschikte kandidaat in haar hoofd: Erfprins Karl Christiaan van Nassau-Weilburg, acht jaar ouder dan Carolina. In 1755 was Anna al bezig met de onderhandelingen met de familie van Nassau-Weilburg over een mogelijk huwelijk. Carolina was pas twaalf jaar oud, maar Anna wilde tijdig zekerheid over deze belangrijke affaire. De regenten van de provincies werden niet ingelicht over de huwelijksplannen van Anna-het was toch haar eigen dochter? De regenten hadden daar niets mee te maken, vond ze.


Prinses Carolina met enkele van haar kinderen. Vijftien keer was ze in verwachting

Maar de regenten ergerden zich zeer aan deze eigengereidheid van prinses Anna. Carolina was na Willem de eerste troonopvolger, dus ze wilden wel weten met wie ze trouwde! Bovendien had Anna de toestemming nodig van de Staten der Provinciën voor een huwelijk van de erfdochter. Anna had intussen een uitvoerig rapport laten opstellen over de voor en nadelen van prins Karl Christiaan. De voordelen waren zijn goede gedegen opvoeding, zijn uitstekende manieren en beminnelijk optreden, en natuurlijk zijn uitgestrekte bezittingen.

Via erfenissen (zijn moeder was weer een prinses van Nassau-Idstein) had hij bijna alle goederen van de Walramse lijn van de Nassaus (Willem V had bijna alle Ottoonse bezittingen; in 1255 hadden twee zoons van een der eerste Nassaus, Walram en Otto, hun bezit in tweeën gedeeld. Deze bezittingen waren in de loop der eeuwen verder versnipperd, tot ze door erfenissen weer bij elkaar kwamen. In het niet ondenkbare geval, dat Carolina stadhouder van de Nederlandse provincies zou worden en erfgename van de Ottoonse bezittingen, zou een huwelijk met Karl Christiaan alleen maar gunstig kunnen zijn.

Ten eerste zou hij dan haar erfenis niet betwisten (hij had er immers in de mannelijke lijn ook recht op), ten tweede zouden de oorspronkelijke Nassause bezittingen weer bij elkaar horen. Karl Christiaan had ook echter ook nadelen. Hij was niet rijk en kon voor Carolina zeker niet zo'n hofhouding bekostigen als ze nu gewend was. Desondanks besloot Anna dat Karl Christiaan de ideale man voor Carolina was. Maar nu had ze buiten de Staten gerekend, want die weigerde hun toestemming. Karl Christiaan was luthers en niet gereformeerd zoals vereist was voor de echtgenoot van een ergfgerechtigde Oranjeprinses.

De volgende jaren bleven de Staten tegenwerken en de arme Anna zag haar mooie plannen in rook opgaan. Ze was verbitterd geworden. Haar leven was zinloos, vond ze en dat liet ze ook merken:

"Sedert de dood van mijn man is er geen moment geweest dat ik niet wenste ook de wereld te verlaten en met Christus te zijn"...

Voor Carolina was zij dus bepaald geen vrolijke, gezellige moeder. In 1759 stierf Anna-het huwelijk van Carolina was nog altijd niet goedgekeurd. Maar na Anna's dood zorgde een van haar adviseurs ervoor dat de bruiloft toch door kon gaan. Hij onderhandelde met de Staten en één jaar na Anna's dood trad Carolina in 's Gravenhagen in het huwelijk. De zeventienjarige bruid droeg een kostbare jurk van "zilverstof met zeer veel bloemen bedrukt". In het Oude Hof zoals het huidige Paleis Noordeinde toen werd genoemd, werd een fantastisch feest gegeven. De toekomst leek Carolina toe te lachen. Na alle verzet hadden de Staten zich uitgeput om de fraaiste geschenken aan te bieden.


Anna van Hannover
(1709-1759)
De Staten van Friesland bijvoorbeeld schonken een geldbedrag van 5000 gulden ineens plus een jaarlijkse uitkering van ook 5000 gulden aan het bruidspaar. Verder kreeg Carolina uit haar erflanden grote huwelijkscadeaus: 80.000 gulden van haar Nederlandse goederen; 20.000 gulden van haar Nassause erflanden,; sieraden, zilverwerk e.d. voor een waarde van 10.000 gulden uit het familiebezit. Prins Karl Christiaan schonk haar 10.000 gulden als "morgengave"(=cadeau van man aan zijn vrouw na de huwelijksnacht) plus 3.000 gulden per jaar als kleed-en jaargeld.

Hijzelf werd ter gelegenheid van zijn huwelijk benoemd tot generaal van de infanterie. Zoals afgesproken vestigde het jonge paar zich in 's Gravenhage, zodat Carolina ook zoveel mogelijk een oogje kon houden op haar twaalfjarige broertje. In tegenstelling tot haar moeder bleek Carolina bijzonder vruchtbaar. Negen maanden na haar huwelijk kreeg ze haar eerste kind; in totaal zou zij niet minder dan vijftien kinderen ter wereld brengen-waarvan er overigens zes binnen één jaar zouden overlijden. Het oudste kind werd Belgicus genoemd.

Volgens de afspraak verklaarde de jonge vader dat het kind in het gerformeerde geloof zou worden opgevoed in verband met zijn aanspraken op het stadhouderschap. Kort na de geboorte van Carolina's tweede zoon, Lodewijk Flamand (meestal Lutz genoemd) ging zij met haar man op reis naar zijn eigen land. Bij de stad Kaiserslautern bezat Karl Christiaan een prachtig kasteel, waar het leeg was geworden na de dood van zijn beide ouders en van zijn oudste zusje Henriëtte. Het enig overgebleven zusje (vier anderen waren als kleuters al overleden) was Polyxena van Nassau-Weilburg. Ze was met haar neef getrouwd, maar bleek nu zwaar ziek te zijn.

In 1764 overleed ook zij, zodat Karl Christiaan de enig overgeblevene Nassau-Weilburg was. Omdat er in zijn vorstendom natuurlijk wel het een en ander te regelen was, vertoefden vanaf dit moment Carolina en hij erg veel op het familieslot. Per brief moest Carolina nu het contact met haar broer Willem V in stand houden. Gelukkig kreeg ze ook de kans om regelmatig naar 's Gravenhagen te reizen. Het was ook in deze Oranjestad, dat zij in 1765 het negenjarige wonderkind Wolfgang Mozart ontving die met zijn ouders en zusje een tournee door Europa maakte. Carolina hield erg veel van muziek en ze begreep direct, dat Mozart inderdaad een geniaal musicus was.

Enkele malen werd Wolfgang met zijn ouders en zusje aan het stadhouderlijk hof uitgenodigd om te komen spelen. Carolina was verrukt. Wolfgang zelf-die inmiddels bij de groten der aarde had gemusiceerd (keizerin Maria Theresia, de koning van Engeland etc.)-was onder de indruk van de hartelijkheid van de prinses en hij besloot zes sonates aan haar op te dragen. In 1766 werden ze gedrukt en uitgegeven met het opschrift:

"Zes sonaten voor clavesimbel met begeleiding van viool, opgedragen aan mevrouw de prinses van Nassau-Weilburg, geboren prinses van Oranje, door W. Mozart, oud 9 jaar".

Toen Wolfgang ernstig ziek werd tijdens zijn bezoek aan 's Gravenhagen en het er zelfs op leek, dat hij het niet zou redden, besloot Carolina het wonderkind haar eigen arts te sturen. Inderdaad knapte Wolfgang na enige tijd op, nadat zijn hele familie alsook de Haagse muziekliefhebbers doodsangsten hadden uitgestaan. Intussen hadden Carolina en Karl Christiaan in 's Gravenhagen een eigen paleis laten bouwen waar ze zich goed thuis voelden. Het gebouw stond midden in de stad, aan het Voorhout, en werd al gauw een middelpunt voor belangrijke bezoekers uit het buitenland. Carolina gaf graag feesten, maar omdat ze erg van kunst en muziek hield, combineerde ze haar feesten meestal met iets kunstzinnigs.


Willem V
(1748-1806)
Als ze kon ondersteunde ze talentvolle kunstenaars-vooral musici uit binnen-en buitenland konden op haar rekenen. Mozart was een van haar vele-maar wel de bekendste-beschermelingen geweest. In 1765 overleed Carolina's Friese grootmoeder Maaike Meu, moeder van Willem IV. Het was een belangrijke zaak, want het betekende dat de noordelijke provincies geen regent meer hadden. Carolina's broer Willem was immers nog niet meerderjarig. Maaike Meu had het regentschap tot dusver uitgeoefend en besloten werd het over te dragen aan Carolina.

Willem was toch al zeventien jaar, dus de voogdij zou nog maar één jaar duren. Carolina was op het moment van de begrafenis zes maanden zwanger van haar vierde kind. Dit werd in september geboren en ze noemde het Louise, naar de overleden Maaike Meu, die eigenlijk Maria Louise van Hessen-Kassel heette. Een paar maanden eerder was Karl Christiaan benoemd tot gouveneur van Sluis. Zijn driejarige zoontje Lutz volgde hem op als kolonel van de infanterie. In die tijd was het heel gewoon om kleuters het opperbevel van legers te geven-in naam althans. Want in feite bleef Karl Christiaan het commando voeren.

Carolina moest er wel om lachen. In haar brieven praatte ze voortaan altijd over "de kolonel" als ze haar zoontje Lutz bedoelde. Schertsend schreef ze bijvoorbeeld in deze tijd onderaan een brief aan haar broer Willem:

"P.S. De kolonel zal hier nog enkele woorden aan toevoegen!".

Vervolgens stond er in beverig handschrift te lezen:

"Ik ben zoet. Dag Oom. Lodewijk van Nassau".

De meeste tijd bracht Carolina door op haar paleis op het Voorhout (tegenwoordig is dit de Koninklijke Haagse Schouwburg). Vandaaruit maakte de altijd vrolijke prinses graag uitstapjes. Op een dag schreef ze haar broer dat ze naar het schitterende buitenverblijf van de familie Boreel, het landgoed Beeckestein bij Haarlem, zou gaan.

"Eindelijk zal ik tijdens dat tochtje de kans krijgen om Amsterdam eens te bekijken! Ik ben er nog nooit geweest en ik ben natuurlijk erg nieuwschierig!"


Willem IV
(1711-1751)
Per trekschuit voer Carolina met de families Fagel en Boreel naar Haarlem, Amsterdam, Beverwijk en Egmond. Zeven dagen lang bleef ze weg-het was een hele reis voor die tijd! In sommige plaatsen liet men de prinses bij de burgers binnen kijken. Carolina toonde zich er wel eens verbaasd over, zoals ze haar broer liet merken:

"De netheid wordt soms toch wel overdreven in de huizen die ik bekeken heb. Sommige ervan leken wel een poppenkast, zo proper waren ze!"

Natuurlijk werd aan het stadhouderlijk hof intussen overlegd over een geschikte echtgenote voor de binnenkort meerderjarig wordende Willem V. Enige maanden werd een huwelijk met de zuster van de Engelse koning Mathilde serieus overwogen. Deze Mathilde was overigens tegelijk een directe nicht van Willem via zijn moeder Anna. Maar Mathilde trouwde ten slotte met de Deense koning en Willem zou in 1767 (hij was toen dus negentien jaar) met de zestienjarige, zeer aantrekkelijke prinses Wilhelmina van OPruisen in het huwelijk treden.

Vanaf het begin konden Carolina en de bevallige en verstandige Wilhelmina het uitstekend samen vinden. Het brievenschrijven werd er dan ook niet minder om wanneer Carolina zich in het vorstendom van haar man bevond. Eigenlijk had ze altijd heimwee naar haar geboorteland en naar haar familie en dat bleek uit elke brief. Willem van zijn kant vond het aardig zijn neefjes en nichtjes regelmatig kleine geschenken te sturen-waarvoor Carolina hem dan weer uitbundig bedankte.

"Marie en Louise (haar twee oudste dochters) willen graag dat ik jullie namens hen omhels, want ze hebben me gezegd: Geef Oom en Tante een zoentje en vraagt hoe het met hen gaat!..."

Verder vertelde ze:

"Lutz heeft een echt feest mogen geven voor zijn zusjes en enkele "dames" om de omgeving. Zijne Hoogheid Lutz" schreef Carolina schertsenderwijs, "heeft flink met Marie en Louise gedanst. Frits (haar zesde kind, petekind van Willem V) wordt al lekker dik-hij lijkt een beetje op wat de Fransen noemen een fricandeau..."

In 1770 kreeg Carolina weer een dochter-aan Willem liet ze goed merken dat ze al dat kinderen krijgen haar wel zwaar viel, hoezeer ze ook van hen hield.


Wilhelmina van Pruisen
(1751-1820)

"Ik zou erg blij zijn als de goede God ervoor zou zorgen dat ik er niet nog meer krijg... Maar dit zijn zaken die ik maar voor lief moet nemen, die ik moet nemen zoals ze zijn..."

Wel was ze erg verheugd om het verzoek van stadhouder Willem V aan haar om zowel peettante te zijn van zijn oudste dochter alsook van zijn twee jaar later geboren zoon Willem, de latere Koning Willem I. Helaas verliep het in de politiek in de Nederlanden niet zo best voor de Oranjestadhouder. De Nederlanders waren niet bijster tevreden over de trage, besluitloze Willem V die in deze woelige jaren geen enkele poging ondernam om eens orde op zaken te stellen.

Steeds meer verzet ontstond tegen hem door de zogenaamde patriotten, die ook steeds openlijker lieten blijken dat ze wilden dat de hele Oranjefamile maar moest verdwijnen... In een wijd en zijd verspreid pamflet "Aan het volk van Nederland" geheten, stond te lezen dat de Oranjes tirannen en verraders waren, dat stadhouder Willem V er de schuld van was dat het zo slecht ging met het land, dat hij de vrijheid genadeloos onderdrukte. Carolina ergerde zich zeer aan dit soort aantijgingen en in haar brieven aan haar broer liet ze dat goed maken. Helaas kwam het in 1784 tot een verschil van mening tussen Karl Christiaan en Willem V.

Al enkele jaren was de vorst van Nassau-Weilburg gouveneur van Maastricht, maar keizer Josef II verklaarde dat deze stad hem toebehoorde. Karl Christiaan die met zijn vorstendom tot het Duitse Rijk behoorde en dus liever geen ruzie met de keizer kreeg, trok zich daarom terug als gouveneur en tegelijk ook nam hij ontslag uit de dienst der Staten. Deze stap betekende een grote verandering in het leven van Carolina: voortaan zou ze in het vorstendom van haar man blijven wonen en niet vaak in haar vaderland komen. En dit gebeurde juist op het moment dat haar broer haar door zijn politieke problemen het hardste nodig had!

Er werd oorlog gevoerd in Europa en Carolina merkte dat goed genoeg. Regelmatig werd ze opgeschrikt door voorbijmarcheerde troepen. Daarbij kwam dat Karl Christiaan veel naar Wenen moest, naar het keizerlijk hof, om daar de belangen van zijn land te behartigen. In 1785 was Carolina nog wel in staat haar zilveren bruiloft met enige feestelijkheid te vieren. Ze was weliswaar alweer-voor de vijftiende en laatste maal!-in verwachting, maar ze genoot van het grootse feest dat een hele dag duurde. Er werd eerst gegeten, terwijl een orkest musiceerde. Vervolgens werden spelletjes gedaan, waarna men naar een toneelstuk kon gaan kijken. Na afloop hiervan gingen de gasten zich verkleden voor het galabal 'a avonds. Toch begon Carolina's gezondheid af te nemen:

"Dat kan ook niet anders, schreef ze wat mismoedig, "de kinderen volgen veel te snel op elkaar. Mijn lichaam werkt me aan hen bijna dood...ik wordt echt oud en koud en begin te krukken..."


Keizer Josef II
(1741-1790)
Haar zwakke gezondheid verhinderde niet dat zij levendig geïnteresseerd bleef in de politiek in haar vaderland. In 1787 was de toestand zo veregerd dat haar broer moest verhuizen naar Nijmegen. Toen Wilhelmina terug wilde reizen, werd zij op een brutale manier door de patriotten bij de Goejanverwellesluis aangehouden; deze verboden haar de reis voort te zetten! Carolina was mateloos geërgerd over deze belediging aan de Oranjefamilie, maar vanuit het verre Duitsland kon zij niets doen. Het werd toch al stiller om haar heen. Karl Christiaan was vrijwel voortdurend op reis en enkele van haar kinderen waren inmiddels getrouwd.

"Mijn dochter Louise maakt me binnenkort Grootmama en jou Oudoom!!" schreef ze in 1786 nog opgetogen aan Willem. Maar de baby stierf snel na de geboorte en bovendien vertrok Louise met haar man naar het keizerlijk hof te Wenen. Carolina was teleurgesteld.

"Zo gaat dat met getrouwde dochters! Je houdt van hun echtgenoten en als je een goede band met hen hebt gekregen, moet je weer afscheid nemen, waarbij je weet dat je elkaar niet al te vaak meer zult zien...

Na deze brief ging het bergafwaarts met de prinses. Ondanks alles bleef ze opgewekt en vol belangstelling. Op 13 april 1787 schreef ze nog een lange brief, op 6 mei overleed ze. Ze was 44 jaar. Een begaafde en kunstzinnige Oranjeprinses ging met haar heen. Haar achterkleinzoon Adolf van Nassau (-Weilburg) werd in 1890 na de dood van koning Willem III groothertog van Luxemburg, omdat dit landje de vrouwelijke opvolging van koningin Wilhelmina niet accepteerde. Zijn nakomelingen regeren op de dag van vandaag in Luxemburg.



| Keizerrijken | Duitsland | Biografie | Fotoalbum |


terug naar boven