Koning en Keizerrijken  

  Prins Willem II van Oranje-Nassau: Biografie

| Koninkrijken | Nederland | Biografie |


Prins Willem II
(1626-1650)
Veel te vroeg is hij gestorven, de 24-jarige zoon van Frederik Hendrik en Amalia van Solms. En bij zijn geboorte ziet alles er nog zo rooskleurig uit. "Een echt gelukskind", wordt er aan het hof gezegd als de baby nog lekker in zijn wiegje aan het Haagse Binnenhof ligt te slapen. Het pasgeboren prinsje heeft zo te zien inderdaad schitterende vooruitzichten.

Vader Frederik Hendrik heeft in de afgelopen jaren kans gezien de positie van de Oranjes flink te verstevigen. Natuurlijk, hij is en blijft "stadhouder" en dus eigenlijk gewoon dienaar van de regenten. Maar Frederik Hendrik is een talentvol man. Op het slagveld behaalt hij de ene overwinning na de andere en hij voelt zich hoe langer hoe minder een ondergeschikte.

Als het aan hem en zijn eerzuchtige vrouw Amalia ligt mogen de rollen best worden omgedraaid... Vooral Amalia is altijd in de weer om de macht en het aanzien van het Oranjehuis nog verder te vergroten. Ze is dol op luxe, op mooie dingen om zich heen en nu ze met de rijke Oranjeprins is getrouwd kan ze zich wel het een en ander veroorloven. Amalia weet heel goed wat het is om arm te zijn. Is ze zelf niet jaren geleden als berooide hofdame met de afgezette koningin van Bohemen mee naar Nederland gekomen?

Wat een vernedering was het toen geweest om op kosten van de Oranjefamilie te moeten leven! Maar Frederik Hendrik, op zoek naar een bruid die voor een stamhouder kon zorgen, had zijn oog op haar laten vallen en vanaf die dag is het Amalia voor de wind gegaan. Ze doet haar plicht door voor de zo vurig gewenste stamhouder-Willem II-te zorgen en met het fortuin van de Oranjes kan ze al haar kunstzinnige ideeën naar hartelust uitleven.

Er worden paleizen gebouwd en verbouwd, prachtige schilderijen en kunstvoorwerpen gekocht en kostbare meubelen en fonkelend zilver geven de prinselijke vertrekken vorstelijke allure. "Zelfs haar vaatwerk is van goud!" schrijft de Engelse gezant vol verbazing naar huis. "Ze drinkt uit gouden flessen en al haar sleutels zijn van massief goud. Ze leeft in zo'n geweldige luxe dat zelfs de grootste koningen er niets bij zijn. Ik ken geen hof waar het zó weelderig toegaat als bij Amalia van Oranje".

Zo groeit het Haagse hofleven langzaam maar zeker uit tot een oogverblindende wereld waar andere Europese landen jaloers naar kijken. Trouwens, de zuinige en sobere Nederlanders knipperen óók wel even met hun ogen bij het zien van zoveel pracht en praal aan hun eigen hof. Natuurlijk kost het Amalia en Frederik Hendrik handenvol geld om dit allemaal draaiende te houden. Maar gelukkig is er aan inkomsten voorlopig geen gebrek en Amalia geniet met volle teugen van haar schitterende positie.

Wat een verschil met vroeger toen ze als eenvoudige hofdame nog nederig voor de koningin van Bohemen moest buigen! Nu het de Oranjes zo voor de wind gaat is het natuurlijk erg belangrijk dat er een stamhouder is die zijn vader later kan opvolgen. De geboorte van de kleine Willem in 1626 maakt het geluk van Amalia en Frederik Hendrik dan ook helemaal compleet. "Willempie" noemt de stadhouder zijn zoontje liefkozend en moeder Amalia legt het jongetje goed in de watten.

Het kleine ventje hoeft zich aan het drukke Haagse hof met al zijn schittering geen ogenblik te vervelen. Het is er een komen en gaan van deftige heren en dames uit heel Europa en de kleine Willempie hoort om zich heen alle talen spreken. Natuurlijk wordt de Oranjeprins al spoedig op zijn latere taak voorbereid.

De jongen moet al vroeg met het oorlogsbedrijf kennismaken, vindt Frederik Hendrik, want de eindeloos durende oorlog tegen het gehate Spanje is nog altijd niet afgelopen en ook Willem zal later waarschijnlijk heel wat uren op het slagveld moeten doorbrengen. Het ventje is dan ook pas 4 jaar als hij plechtig tot generaal van de ruiterij wordt benoemd en 11 als vader hem voor het eerst meeneemt naar een belegering, van Breda.

"Een mooie kans voor Willempie om eens te zien hoe zoiets in zijn werk gaat", zegt Frederik Hendrik tegen Amalia. Als de jonge Willem 13 is krijgen Frederik Hendrik en Amalia hoog bezoek. Maria de Medici, de koningin-moeder die uit Frankrijk is weggejaagd, komt eens een kijkje nemen aan het Hollandse hof waarover ze al zoveel heeft horen vertellen, en ze kijkt inderdaad haar ogen uit.

"Ze hebben me niets teveel verteld", denkt de vorstin bij zichzelf. "Wat een rijkdom, wat een weelde. Ongelooflijk, zo ver als die Hollanders het geschopt hebben!"

En onmiddellijk rijpt er in haar altijd bezige brein een plan. Als ze even met Amalia alleen is brengt ze het voorzichtig ter sprake.

"Ik heb gezien dat U zo'n knappe en talentvolle zoon hebt", zegt ze vleiend, "wat zou U denken van een huwelijk van Willem met een van mijn kleindochters?"


Nu, dáár heeft Amalia wel oren naar. Want die kleindochters zijn dochters van de Engelse koning en als haar Willem met een koningsdochter trouwt zullen de Oranjes voortaan bij die exclusieve wereld van échte vorstenhuizen horen! De eerzuchtige Amalia kan zich niets mooiers indenken. Als aan haar ligt wordt dit geweldige plan zo gauw mogelijk uitgevoerd.

En als Amalia eenmaal ergens "ja" tegen zegt volgt Frederik Hendrik vanzelf, zo liggen de verhoudingen nu eenmaal... De onderhandelingen worden dus geopend en de Oranjes laten weten dat ze alleen de Princess Royal, de oudste dochter willen hebben, met een andere dochter nemen ze geen genoegen.

Ze krijgen hun zin. Na veel heen-en weer-gepraat wordt tenslotte besloten dat prins Willem van Oranje zal trouwen met Mary Stuart, Princess Royal van Engeland. Dat het bruidje met haar...9 jaar eigenlijk nog een kind is deert niemand. Als het om vorstelijke huwelijke gaat zijn prinsen en prinsessen alleen maar pionnen in het spel van de grote en o zo ingewikkelde politiek.

En over deze zet zijn alle partijen tevreden. De Oranjes zijn opgetogen over het vooruitzicht dat ze een koninklijke schoondochter krijgen. En de ouders van het bruidje verwachten gouden bergen van deze verbintenis met het rijke Oranjehuis. Ze hebben in eigen land nogal wat problemen en ze rekenen erop dat Frederik Hendrik machtig genoeg is om hen uit de brand te helpen. Als het huwelijkscontract eenmaal is opgemaakt laten de Oranjes er geen gras meer over groeien.

De 15-jarige Willem steekt over naar Engeland om kennis te gaan maken met zijn kindbruidje en dan ook maar meteen met haar te trouwen. Als de Engelse koning en koningin hun jonge schoonzoon voor 't eerst zien zijn ze méér dan tevreden. Wat staat hij daar zelfverzekerd voor hen. Zonder een spoor van zenuwen steekt hij keurig een toespraak af die hij thuis zorgvuldig uit zijn hoofd heeft geleerd. De hofdames stoten elkaar bewonderend aan.

"Wat een knappe jongen!" fluisteren ze, "en wat gedraagt hij zich ridderlijk!" Nu hij die eerste vuurproef goed heeft doorstaan is Willem razend nieuwsgierig naar zijn bruidje. Thuis, in Holland, hebben ze hem wel een portret van Mary laten zien maar nu wil hij haar dolgraag ook in het echt zien. Maar dat komt slecht uit: de prinses is juist ziek.

"Ze zal je vast erg tegenvallen", waarschuwt koning Charles zijn vurige schoonzoon-in-spe. "Ze is helemaal geel en lang niet zo mooi als het portret dat je van haar gezien hebt. Wacht liever een paar dagen".

Maar de ongeduldige Willem laat zich niet tegenhouden en tenslotte krijgt hij zijn Mary dan toch te zien. Ze staan eerst nog wat onwennig naar elkaar te kijken, de twee vorstelijke kinderen. Maar ook al ligt Mary met een dikke wang en een geel gezicht in bed, Willem is erg in zijn schik met haar. "Nu ik haar in het echt zie vind ik haar veel knapper dan op het schilderij", schrijft hij opgewekt naar huis.

En dat is een hele opluchting voor het Engelse koningspaar want ze weten best dat de kleine Mary bepaald niet moeders mooiste genoemd kan worden... Nog een paar dagen hebben de twee kinderen om wat aan elkaar te wennen en dan wordt het zo zoetjesaan tijd voor de huwelijkssluiting. Vertederd kijken de gasten toe als de beide kinderen schitterend uitgedost hand in hand voor het rijk versierde altaar staan.

Om hen heen een hele kring van adellijke meisjes, allemaal ongeveer net zo klein als Mary en in hetzelfde prachtige zilverlaken gekleed. Mary's broertjes, met hun 11 en 8 jaar, ook nog echte kinderen, lopen plechtig achter hun vader de kapel binnen. Wie niet beter wist zou warempel denken dat een groepje kinderen een sprookjestoneel aan het opvoeren is! Maar het is bittere ernst.

Het valt de twee prinsenkinderen nog niet mee om de lange en moeilijke huwelijksbelofte zonder fouten op te zeggen. Willem heeft het allemaal wel keurig uit zijn hoofd geleerd maar hij kent nauwelijks Engels en hij begrijpt niet altijd wat hij zegt. Gelukkig wil Mary's vader wel bijspringen als de jonge Willem er af en toe niet uit kan komen. Hulpvaardig zegt de koning de moeilijke woorden voor waarna de jonge bruidegom ze gehoorzaam herhaalt.

Zo zweren de twee kinderen elkaar eeuwige trouw, in goede en in kwade dagen... Daarna verlaat de popperige stoet de kapel en een schitterend huwelijksfeest barst los. Maar de Engelse koning en koningin zijn er met hun gedachten niet helemaal bij. Het rommelt en gist in Londen en er zijn genoeg mensen die het bloed van het Britse koningspaar wel kunnen drinken. Nu heeft koning Charles het er ook wel naar gemaakt.

Keer op keer lapt hij de Engelse wetten eenvoudig aan zijn laars en de mensen nemen het niet langer. De troon wankelt en de toekomst ziet er duister uit. Dit huwelijk van Mary is hun laatste hoop, haar schatrijke en machtige schoonvader is de enige die hen misschien nog uit de brand kan helpen... Maar het laatste onderdeel van het bruiloftsfeest, de plechtige ceremonie rond het bruidsbed, verdrijft even alle sombere gedachten.


Tradities zijn heilig en het is nu eenmaal de gewoonte dat een jonggehuwd vorstelijk paar door de hele hofhouding en alle gasten plechtig naar het huwelijksbed wordt gebracht. En ook de twee kinderen komen daar niet onderuit. Het is een gedrang van jewelste in de slaapkamer.

Iedereen rekt zijn hals om toch maar niets van het schouwspel te hoeven missen. Dáár ligt het kindbruidje in haar staatsiebed. Ze trekt een gezicht alsof het haar allemaal niet aangaat, maar wat zal er op dit ogenblik in haar kinderhart omgaan?

In één opzicht verschilt ze van andere vorstelijke bruiden: de jeugdige prinses is van top tot teen in een laken gewikkeld dat van onder stevig is dichtgenaaid! Men heeft toch nog wel genoeg gezond verstand om het meisje voor een échte huwelijksvoltrekking te behoeden. Maar verder wordt de traditionele ceremonie van A tot Z opgevoerd en de slaperige kinderen krijgen de eerste tijd nog geen rust.

Het wachten is op het bruidegommetje dat even later in zijn nachtgewaad de kamer binnenkomt en zich door de nieuwsgierige toeschouwers heen een weg baant naar het hemelbed. Koning Charles tilt zijn schoonzoon pardoes op en zet hem naast Mary op het rijkversierde bed. Daar komt de hofnar. Met een zwierige buiging biedt hij de piepjonge bruidegom een schaar aan om zijn bruidje uit het laken te knippen en de opdringende gasten slaan zich op de knieën van plezier.

"Geef haar eens een kusje!", roepen ze in koor en het regent dubbelzinnige grapjes. Het lijkt wel of er geen eind aan komt aan de beproeving, de uitgelaten gasten weten van geen ophouden. Eindelijk, na ruim anderhalf uur, vindt de koning het toch welletjes. Het bruidegommetje mag naar zijn eigen slaapkamer terug, zijn schoonouders komen hem nog welterusten zeggen en dan is de bruiloft voorbij...

Thuis in Holland, wachten Frederik Hendrik en Amalia nieuwsgierig op berichten van hun pasgetrouwde zoon. Ze kunnen gerust zijn.

"U vraagt hoe het tussen mij en de prinses gaat", schrijft Willem, "welnu, ik ben heel verliefd op haar. We voelen ons nu erg op ons gemak bij elkaar, ik houd veel van haar en ik geloof dat zij ook veel van mij houdt".

Toch moet hij na een paar maanden zónder zijn bruidje terug. "Afspraak is afspraak", zegt de Engelse koning, "pas als Mary 12 is is ze oud genoeg om naar Holland te komen, eerder beslist niet". En hij denkt zorgelijk aan die ándere afspraak, over de bruidsschat. Veertigduizend pond heeft hij beloofd, maar waar moet hij die in 's hemelsnaamm vandaan halen? Die twee jaar uitstel zijn hem daarom bijzonder welkom. Ook Mary is al lang opgelucht dat ze voorlopig nog gewoon thuis mag blijven.

Haar kinderleventje gaat gewoon verder, vér weg van de groeiende onrust en de talloze relletjes in de Londense straten. En toch zal de kleine prinses nog geen tien maanden later halsoverkop afscheid moeten nemen van haar vader, haar broers en zusje en van alle andere mensen van wie ze houdt. Want koning Charles heeft zich zo langzamerhand zó onmogelijk gemaakt in zijn eigen land dat er niet veel meer hoeft te gebeuren of er breekt een complete burgeroorlog uit.

Nog altijd weigert de eigenzinnige koning in te zien dat hij op een vulkaan danst totdat hij tenslotte zo dom is om zélf het lont in het kruitvat te gooien. Hij denkt dat hij straffeloos het parlementsgebouw kan binnendringen om vijf tegenstanders te laten oppakken maar daarmee is hij toch werkelijk te ver gegaan: nu barst de lang verwachte burgeroorlog eindelijk los...

Wat nu? Charles zit al jaren op zwart zaad, waar moet hij geld vandaan halen om een dure oorlog te voeren? Bovendien is de koningin, de fanatiek-katholieke Henriette Marie, haar leven niet langer zeker in het vijandige Engeland. De protestante Engelsen hebben haar altijd gehaat en ze zullen niet aarzelen om haar uit de weg te ruimen. Maar als ze stiekem het land uitvlucht maakt dat óók geen beste indruk, voelt de koning. Maar...Mary is er nog.

Dat hij zijn dochter heeft laten trouwen met een eenvoudige prins van Oranje, nota bene véél lager in rang, is niet voor niets geweest. Op dit moment kan hij het geweldige fortuin en de macht van Mary's schoonvader héél goed gebruiken. De enorme bruidsschat die hij aan Frederik Hendrik beloofd heeft moet voorlopig maar even wachten... Mary naar Holland, dat brengt hem op een lumineus idee. De koningin zal toch met haar dochter méémoeten om het kind naar haar nieuwe vaderland te begeleiden.

Zo kan Henriette Marie zich uit de voeten maken zonder dat iemand kan zeggen dat ze haar land overhaast ontvlucht. En aan het Hollandse hof zal ze veilig zijn voor complotten en aanslagen die bij bosjes tegen haar beraamd worden. Koning Charles is in zijn nopjes met dit plan waarmee hij twee vliegen in een klap slaat. Natuurlijk doorziet Frederik Hendrik het spelletje wel.


Charles I
(1600-1649)
Maar hij is al lang blij dat zijn koninklijke schoondochter al zo gauw zal komen. Hij had het toch al niet erg begrepen op die twee jaar uitstel. In twee jaar kan zoveel gebeuren, misschien kwam van zo'n uitstel nog afstel, je wist het maar nooit. Intussen zit de kleine Mary met haar moeder op de boot.

Voor haar lijkt de grote reis naar Nederland wel een vertrek naar het andere eind van de wereld. Naar háár wensen wordt niet gevraagd, ze moet maar zien dat ze het rooit in haar nieuwe vaderland. Koningskinderen hebben immers niets te willen, ze zijn alleen maar pionnen in het ingewikkelde politieke spel en of ze willen of niet, ze moeten mééspelen...

Zo komt het tweetal na een voorspoedige zeereis in Holland aan: de moeder, veracht door haar eigen landgenoten, de dochter zó arm dat zelfs de meest noodzakelijke dingen nog aan haar schamele uitzet ontbreken. Maar ondanks hun benarde positie weigeren de twee vorstinnen het hoofd te laten hangen. Ze mogen dan misschien totaal berooid zijn maar ze hebben nog altijd koninklijk bloed in hun aderen.

En dat kun je van Frederik Hendrik en Amalia niet zeggen, ook al zijn ze nog zo rijk. Het Hollandse Oranjepaar ontvangt de hoge Engelse gasten overigens luisterrijk. Frederik Hendrik slooft zich uit om het de twee dames naar de zin te maken. Iedereen moet vooral goed kunnen zien dat hij een waardig gastheer is voor zulk hoogdeftig bezoek. Tegenover Mary, een kind nota bene, is hij haast op het onderdanige af, en Amalia ergert zich daar stiekem nogal aan.

Het herinnert haar o zo pijnlijk aan het feit dat zij zelf, een vroegere hofdame, in de verste verte geen koninklijk bloed in haar aderen heeft. Ook de regenten kijken een beetje zuur als ze zien hoe Frederik Hendrik zich uitslooft voor zijn gasten. Ze hebben toch al weinig op met het Engelse huwelijk en nu moeten ze ook nog diep in de beurs tasten om die geweldige pracht en praal te bekostigen.

Want een dure grap is het wel. Mary heeft een complete Engelse huishouding van 80 personen bij zich en het gevolg van haar moeder telt maar liefst 300 mensen. En die moeten allemaal ergens wonen, eten en vermaakt worden, maandenlang! Maar het volk loopt uit om de kleurrijke Engelse koningsstoet te kunnen bewonderen en Frederik Hendrik en Amalia genieten van al die belangstelling. Ze hebben een goede zet gedaan met dit huwelijk en ze zijn heel tevreden.

Maar de medaille heeft ook een keerzijde. Mary mag dan een deftige koningsdochter zijn, ze blijkt ook gruwelijk lastig, verwend en hooghartig te zijn. Heftige scénes spelen zich tussen het jonge bruidje en schoonmoeder Amalia af, de twee kunnen absoluut niet met elkaar overweg. Bovendien begint het voortdurende gebedel om geld en steun Frederik Hendrik een beetje in verlegenheid te brengen.

De logeerpartij van de twee dames kost hem al handen vol geld, genoeg om een complete oorlog van te bekostigen. Maar koningin Henriette Marie heeft met vooruitziende blik de Engelse kroonjuwelen tussen haar bagage gestopt met het plan om die voor een mooi bedrag in Holland te belenen. Met dat geld zal ze voorlopig genoeg oorlogstuig voor haar in het nauw gebrachte man kunnen kopen.

Alleen, Frederik Hendrik zal haar daarbij wél moeten helpen...Frederik Hendrik voelt maar al te goed dat hij zijn hoofd in een wespennest steekt. De regenten, zijn werkgevers, laten duidelijk merken dat ze niets te maken willen hebben met een koningspaar dat in eigen land de wetten met voeten treedt. Maar Frederik Hendrik laat zich toch telkens weer door Henriettes dringende smeekbeden overhalen, hij dúrft de koningin gewoon geen nee te verkopen.

Alle partijen halen dan ook opgelucht adem als de lastige en veeleisende koningin tenslotte, na een verblijf van een jaar, met haar schepen vol wapens wegzeilt. Alleen Mary is ontroostbaar. Ze heeft het afgelopen jaar het hele spel moeten meespelen om haar soms wanhopige ouders te helpen. Telkens is ze door haar vader of moeder op Frederik Hendrik afgestuurd om gunsten te vragen. De kleine prinses is een handige tussenpersoon en haar schoonvader durft haar niet veel te weigeren.

En als ze niet een-twee-drie haar zin krijgt neemt ze haar toevlucht wel tot stampvoeten of een driftbui, tien tegen een dat Frederik Hendrik dat zó door de knieën gaat! Dat Mary zich met haar gedrag al gauw razend onpopulair maakt aan het hof kan haar niet schelen. Haar eigen familie gaat haar boven alles en haar nieuwe schoonfamilie lapt ze aan haar laars. Maar nu haar moeder naar Engeland teruggaat zal ze zich toch wat meer naar haar schoonmoeder moeten gaan schikken, of ze wil of niet.

Gelukkig duurt het niet lang voordat ze haar 12-de verjaardag kan vieren. Nu geldt ze echt als Willems vrouw, ze mag naar zijn paleis aan het Haagse Noordeinde verhuizen en de scepter gaan zwaaien over haar eigen huishouding. Maar het heimwee blijft aan haar knagen en veel moeite om zich aan haar nieuwe vaderland aan te passen doet ze niet. Zo blijft ze voorlopig nog een eenzame Engelse prinses en zelfs Willem ziet ze maar heel weinig.

Want Willem is een echte levensgenieter die zich met hart en ziel in het vrolijke Haagse uitgaansleventje heeft gestort. Een hartstochtelijk jager is hij, een verwoed sportbeoefenaar ook en als hij niet op jacht is kan men hem bijna altijd op de renbaan of de kaatsbaan vinden. Maar eerzuchtig is hij óók, al laat hij dat misschien niet zo merken. Hij staat te popelen om zijn talenten op het slagveld te kunnen uitleven maar voorlopig krijgt hij daar de kans nog niet voor.


Henriette Marie
(1609-1669)
Want al gaat de gezondheid van vader Frederik Hendrik zienderogen achteruit, hij vertikt het om het opperbevel over het leger op zijn ongeduldige zoon over te dragen. "Hij is nog veel te jong en tot nu toe heeft hij nog niet veel gepresteerd!" luidt zijn harde oordeel en Willem blaast mokkend de aftocht.

Frederik Hendrik is al lang de oude niet meer. Hij wordt zo geplaagd door de jicht dat hij vaak niet meer kan lopen van de pijn en de zwellingen. Maar veel erger nog is dat hij geestelijk zo aftakelt. En het is Amalia die achter de schermen de touwtjes in handen heeft en onder andere op een vrede met Spanje aanstuurt.

Ook Frederk Hendrik verlangt na bijna 80 jaar oorlog naar vrede maar hij zal dat grote moment net niet meer meemaken. Vlak voordat de strijdende partijen in 1648 eindelijk de strijdbijl begraven sterft de eens zo krachtige Stedendwinger als een geestelijk en lichamelijk uitgeblust man. De jonge Willem volgt zijn vader op maar is woedend om de pas gesloten vrede. Daar gáán zijn kansen om zijn dapperheid te tonen.

"Ik wou dat ik alle schurken die de vrede gesloten hebben de nek kon laten breken", zegt hij boos. "Ik zal nooit vergeten dat een koning van Spanje destijds mijn grootvader, Willem de zwijger, heeft laten vermoorden!"

Ja, als het aan Willem ligt wordt de oorlog met Spanje zo gauw mogelijk weer opgepakt. Zo vol haat is hij tegen alles wat Spanje is. Maar als hij zich weer in een oorlog wil storten zal hij de regenten moeten méékrijgen en daar is voorlopig helemaal geen kijk op. Voor Mary heeft de dood van Frederik Hendrik ook gevolgen. Ze is nu de belangrijkste vrouw van het land geworden, belangrijker nog dan Amalia, en Willem en zij verhuizen naar het Stadhouderlijk Kwartier aan het Haagse Binnenhof.

En toch: Mary's hart is nog altijd in Engeland. Met spanning kijkt ze telkens weer uit naar berichten uit haar vroegere vaderland waar haar familie zich steeds verder in de nesten heeft gewerkt. Koning Charles heeft de ongelijke strijd niet lang kunnen volhouden en is tenslotte gevangengenomen. "Hoogverraad!" zeggen zijn rechters beschuldigend en voor een koning die misbruik heeft gemaakt van zijn macht kennen ze geen genade.

"Hij verdient de doodstraf", luidt het vonnis en Mary is ontzet als ze dat vreselijke bericht hoort. Maar zolang het afschuwelijke vonnis nog niet is uitgevoerd is er nog hoop, en de radeloze Mary zoekt samen met haar gevluchte broers koortsachtig naar mogelijkheden om het leven van haar vader te redden. Nog gauw steken twee Nederlandse gezanten over om te proberen de Engelsen te bepraten maar het haalt allemaal niets meer uit.

Beleefd aanhoort men het pleidooi van de Hollanders maar hun besluit blijft onwrikbaar: de koning heeft deze straf met zijn wangedrag dubbel en dwars verdiend, zijn hoofd zal moeten vallen. En een dag later wordt koning Charles I plechtig onthoofd... Er gaat een golf van ontzetting door Nederland na dit drama. De Engelse koning heeft het ernaar gemaakt, dat is waar, maar een koning onthoofden, dat is iets ongekends!

Ook Willem is diep onder de indruk en hij belooft Mary's broer Charles alle hulp om hem op de Engelse troon te krijgen. Dat betekent natuurlijk wel weer een flinke aanslag op zijn beurs en dat terwijl hij toch al de grootste moeite heeft om zijn eigen uitgaven bij te benen. Zijn poelierster bijvoorbeeld vertikt het om nog langer kippen en kalkoenen aan het hof te leveren, ze wil nu eerst wel eens geld zien!

Hoe meer Willem zich voor de Engelse Stuarts uitslooft, hoe meer hij de regenten tegen zich in het harnas jaagt. En hij zal die machtige heren juist hard nodig hebben als hij de oorlog tegen Spanje opnieuw wil gaan beginnen. Maar daar lijkt het voorlopig nog helemaal niet op. Integendeel zelfs, de regenten willen het grootste deel van de soldaten juist zo gauw mogelijk naar huis sturen.

Het is nu toch immers vrede, waarom dan nog langer zo'n peperduur leger op de been houden als het nergens voor nodig is? Maar dat plan schiet Willem helemaal in het verkeerde keelgat. Die soldaten moeten helemaal niet naar huis, hij wil oorlog en dan heeft hij ze hard nodig. Het wordt een hooglopend conflict en de twee partijen staan lijnrecht tegenover elkaar.

De regenten vertikken het om het hoofd te buigen. Zij zijn tenslotte de werkgever en Willem is hun ambtenaar, waar of niet? Willem windt zich over alle vernederingen zó op dat hij nog maar één uitweg ziet. Als het niet goedschiks kan dan maar kwaadschiks, hij zal wel eens even laten zien wie hier de sterkste is. Hij begint met zes van zijn felste vijanden gevangen te zetten op kasteel Loevestein en ondertussen broeit hij een doldriest plan uit om Amsterdam met geweld te veroveren en zo de regenten op de knieën te krijgen.

Maar in het donker van de nacht raken Willems mannen op de uitgestrekte heidevelden de weg kwijt en het hele plan mislukt. Zo loopt het uiteindelijk toch nog met een sisser af maar de Oranjeprins heeft met dit misplaatste machtsvertoon heel wat sympathie in het land verspeeld... Hoe zou het met Nederland en met de Oranjes zijn afgelopen als Willem langer was blijven leven?


Zou de onstuimige, haast onbesuisde prins zijn land meegesleept hebben in een nieuwe oorlog met Spanje? En hoe zouden andere, nieuwe krachtmetingen met de regenten zijn afgelopen? We kunnen er alleen maar naar gissen want het lot beschikte-heel onverwachts-anders.

Begin oktober 1650 vertrekt de prins naar het Hof te Dieren, een jachtslot dat hij schitterend heeft laten verbouwen. Uren achter elkaar zit hij in het zadel om hazen en herten te verschalken want het jagen is en blijft zijn grootste hartstocht.

Maar het weer is guur en koud en als Willem van een van zijn jachtpartijen terugkomt voelt hij zich ziek. Ernstig ziet het er niet uit al vindt men het beter om de prins per boot naar Den Haag te brengen, daar is de verpleging wat gemakkelijker dan in het afgelegen Gelderse Dieren. De geneesheren houden het voorlopig maar op "de koorts", een vergaarbak van alle ziektes waar ze geen raad mee weten.

Maar een paar dagen later verschijnen er vlekken op Willems gezicht en dan weten de geleerde heren het plotseling: de prins heeft de pokken. Iedereen denkt ogenblikkelijk aan prinses Mary. Ze is hoogzwanger en dat pokken erg besmettelijk zijn, dát is wel bekend, dus dat betekent dat Mary haar man niet meer te zien krijgt... Intussen krijgt de patiënt alle standaardbehandelingen van die tijd.

Hij wordt regelmatig "adergelaten" en "gepurgeerd" en men lijkt merkwaardig genoeg niet bijster ongerust. Terwijl de prins met een vlekkerig gezicht en hoge koorts in zijn ziekenkamer ligt dineren de heren van zijn hofhouding gezellig samen met het gevolg van de prinses. Ze laten zich een lekker glas wijn erbij goed smaken en er is geen vuiltje aan de lucht, tenminste zo lijkt het. Maar de volgende morgen slaat een van de drie behandelende artsen alarm.

"Ik maak me zorgen om de prins", zegt hij ernstig en iedereen schrikt geweldig. Maar als er die middag weer een andere arts aan Willems bed komt wordt het sein weer op veilig gesteld. "Loos alarm", denkt men opgelucht, maar die zelfde avond komt er opnieuw verontrustend nieuws uit de ziekenkamer. De prins blijkt er nu opeens verschrikkelijk beroerd aan toe te zijn en dat sombere bericht wordt heel voorzichtig aan de ongeruste Mary overgebracht.

"Zijne Hoogheid maakt het niet zo goed", zegt van Heenvliet, het hoofd van Mary's hofhouding, omzichtig tegen de huilende prinses en gauw gaat hij terug naar de deur van de ziekenkamer-hij mag niet naar binnen-om daar verder nieuws af te wachten. Zijn vrouw neemt de hevig geschrokken Mary mee en probeert de snikkende prinses wat moed in te spreken.

Van Heenvliet heeft zich nog maar nauwelijks voor de deur van de ziekenkamer geposteerd of daar komt de chirurgijn al naar buiten. "De prins is dood, of zo goed als dood", fluistert hij de ongelovige Van Heenvliet in het oor.

"Ik werd van de schrik zó flauw dat ik haast niet meer de trap op kon komen", vertelt de hofmeester later in zijn dagboek. "Ik moest even wat drinken en ging toen naar prinses Mary die bij mijn vrouw zat te huilen".

Maar Van heenvliet heeft het hart niet de snikkende vrouw te vertellen dat haar man dood is. En zo komt het dat heel Den Haag al weet van de onverwachte dood van de prins behalve Mary. Dodelijk verontrust is ze en ze vertikt het om nog langer van haar zieke man weggehouden te worden.

"Niemand kan me nog tegenhouden", roept ze uit, "ik wil nu onmiddellijk, met mijn eigen ogen, zien hoe het met Willem is".

Dan moet het hoge woord er tenslotte wel uit. De dominee wordt geheel om Mary voorzichtig te vertellen dat de prins van Oranje, pas 24 jaar oud, dood is. In één keer vloeit alle opgekropte spanning uit de opgewonden prinses weg. Willoos laat ze zich naar haar kamer brengen waar ze versuft van verdriet op haar bed gaat liggen... Het is allemaal te snel, te onverwachts ook gegaan. De prins was helemaal niet zo ziek, hoe kan het dan dat hij toch zo plotseling gestorven is?

Na een paar dagen beginnen allerlei wilde geruchten de ronde te doen. "De prins is helemaal niet aan de pokken gestorven", zeggen de Fransen beschuldigend, met een half oog naar Spanje. "Mensen die hem uit de weg wilden ruimen hebben hem een glas vergiftige limonade gegeven". De Nederlanders zelf zijn wat nuchterder. In vergiftiging geloven ze niet zo erg maar dat Willem gewoon aan de pokken gestorven is wil er bij lang niet iedereen is.

"Er zijn fouten gemaakt bij het aderlaten", zeggen sommigen en anderen denken dat de prins is gestorven omdat de verplegers hun patiënt veel te dikwijls schone kleren hebben aangetrokken. Er is ook verdenking tegen het geneesmiddel dat de prins de avond van zijn dood te slikken kreeg: vlak daarna had de patiënt immers hevige stuipen gekregen...?


Maria de Medici
(1573-1642)
Wie heeft er gelijk? Is Willem II inderdaad met opzet om het leven gebracht (vijanden had hij genoeg!) of is het gewoon een ongelukkig toeval geweest dat zijn ziekte zo plotseling uitliep op de dood?

Want het was maar een lichte aanval van pokken geweest en Willem was bovendien een volwassen man dus hij had de ziekte wel weer te boven kunnen komen. Het is een vraag die zelfs eeuwen later nog verschillende geleerden heeft beziggehouden.

Maar ze zijn er, met het lijkschouwingsrapport en de uitvoerige xiektebeschrijving ernaast, niet uitgekomen en het lijkt niet waarschijnlijk dat dit geheim ooit nog ontsluierd zal worden!

De Pokken


Veel minder gevreesd dan de allesverwoestende pest waren de pokken. Het waren vooral kinderen die aan deze ziekte bezweken, van elke drie kinderen stierf er één voor het derde jaar aan de pokken en men had geleerd daarin te berusten.

Wie het geluk had weer beter te worden wist in elk geval zeker dat hij de rest van zijn leven immuun was voor de ziekte, ook al werden heel wat genezen patiënten wel blind. Of de ziekte wel of niet gehad had stond letterlijk op je gezicht te lezen want de pokpuisten lieten in een hgelaat meestal een spoor van vernieling achter.

"Maria Louise is bescheiden, charmant en nauwelijks door de pokken geschonden", kon Johan Willem Friso van Oranje in 1708 opgelucht aan zijn moeder schrijven toen hij op haar aandrang met deze bruid was gaan kennismaken. Toch is zijn verre neef stadhouder Willem II minder fortuinlijk als hij in 1650 plotseling aan deze ziekte sterft.

Tien jaar later slepen diezelfde pokken ook zijn 29-jarige vrouw in het graf. En haar naamgenote, eveneens een prinses van Oranje, is pas 32 als ze, diep betreurd door iedereen, aan de pokken overlijdt. Niet lang daarna komt er vanuit Turkije een methode om mensen al jong immuun te maken tegen de gevreesde ziekte. Bij een gezond persoon werd een sneetje in de arm gemaakt en daarin druppelde men wat pus uit een pokpuist.

Een halve notedop werd op het wondje gebonden en de pusdruppels deden hun werk: ze zorgden voor een héél lichte besmetting, niet genoeg om echt ziek te worden maar net genoeg om immuun te worden. In Europa probeerde men deze methode veiligheidshalve eerst op een stel ter deed veroordeeld gevangenen uit maar het mislukte nogal eens en dan was een klein pokkenepedemietje het gevolg.

De meningen over deze primitieve inenting waren dan ook zeer verdeeld. Toch nam erfstadhouder prins Willem IV van Oranje dat risico maar op de koop toe en hij liet allebei zijn kinderen de behandeling ondergaan, met succes! Pas tegen het einde van de 18-de eeuw wordt er in Engeland een veiliger methode uitgevonden om de pokken te voorkomen en vanaf die tijd verliest de ziekte steeds meer terrein.



| Koninkrijken | Nederland | Biografie |


terug naar boven