Velen noemden hem de "talentvolle lieveling van de Oranjefamilie", "te goed voor deze verdorven aarde", "een engelachtig mens". Prins Frederik was heel anders dan zijn broer, erfprins Willem; deze was erg gesloten en moeilijk te doorgronden. Het was duidelijk dat Willem helemaal niet met zijn vader kon opschieten en de lieveling van zijn moeder was. Frederik daarentegen kon het met iedereen goed vinden. Het was algemeen graag gezien en hij genoot een grote populariteit, zowel in de Oranjefamilie als in hofkringen. Prins Frederik was in februari 1774 als vijfde kind van stadhouder Willem V in 's-Gravenhage geboren. Eén zoon was een dag na de geboorte gestorven en een ander kind was doodgeboren, zodat drie Oranjekinderen opgroeiden: prinses Louise, meestal Loulou genoemd, erfprins Willem en prins Frederik die bij zijn doop de namen Willem George Frederik kreeg. De jongste groeide op tot een lieve, gevoelige jongen die verknocht was aan zijn familie. Toen hij zeven jaar oud was schreef hij een briefje aan zijn vader, dat bewaard is gebleven. Willem V was namelijk naar Texel vertrokken in verband met de Vierde Engelse Zee-oorlog en Frederik (die meestal Frits werd genoemd) wilde hem meteen een brief schrijven. In grote hanepoten schreef het prinsje: "Uw Frits houdt veel van u. We zijn in de tuin van het Oude Hof (het paleis Noordeinde) bloemen wezen plukken. Ik hoop dat u veel vijanden zult vangen en vissen voor de keuken. Mijn zuster Loulou laat u door mij groeten en zal u morgen schrijven. Frederik van Oranje". In 1793 (hij was dus pas negentien jaar) trokken de Fransen ons land binnen en Frederik vocht mee tijdens de verdediging van ons land in Brabant. Hij bleek zo dapper en moedig te zijn, dat hij al gauw onderbevelhebber van de troepen werd, onder zijn oudere broer Willem. Met het leger trok hij naar Noord-Frankrijk, waar hij echter werd getroffen door een kogel in zijn rechterarm. De verwonding die hij hierbij opliep zou hem de volgende jaren veel last bezorgen. Om te beginnen kon hij niet meer met zijn rechterhand schrijven, zodat hij lessen in het linkshandig schrijven kreeg. Nauwelijks een week na zijn verwonding werd er een arts naar hem gestuurd die schrijfoefeningen met hem ging doen. Een paar van deze oefeningen zijn nog bewaard. Wat beverig heeft prins Frederik hier netjes naast elkaar een aantal plaatsnamen opgeschreven: "Wenen, Parijs, Londen, Amsterdam, Yperen, Kortrijk, Luik, Zierikzee, 's-Haage, Haarlem, Rotterdam, Brunswijk..." In de volgende jaren zou de prins soms zijn rechterarm wél kunnen gebruiken en dan weer een hele tijd niet. Dat was moeilijk te verkroppen voor de levendige Frits en hij raakte er soms erg gedeprimeerd van. In 1795 verliet hij samen met zijn vader en zijn oudere broer Willem per schip ons land om naar Engeland te varen. Eerst woonden de Oranjes in Kew House, later in Hampton Court. Voor prins Frederik bracht de ballingschap in Engeland allereerst geluk in zijn privé-leven - ook al zou dat geluk maar kort duren. Hij kwam in Londen namelijk in nauw contact met zijn achternicht prinses Mary van Engeland, dochter van koning George III die een neef was van stadhouder Willem V. Deze George III had in totaal vijftien kinderen en Mary was daarvan het elfde kind en de vierde dochter. Al vrij spoedig na de komst van Frits in Londen bloeide de liefde tussen deze koningskinderen op. Prins Frederik was nu 21 jaar oud en prinses Mary 19, dus ze waren oud genoeg om te trouwen. Frits' vader Willem V had geen enkel bezwaar tegen een huwelijk en koning George III eigenlijk ook niet - ware het niet dat hij jaren eerder een regel had vastgesteld in zijn gezin: "Ik wil niet dat een jongere dochter van mij vóór een oudere trouwt, want dat is niet prettig voor die oudere. Ik vind het dus het beste dat mijn dochters op volgorde trouwen: eerst de oudere, dan de tweede, dan de derde, enzovoort".
"Mary mag niet trouwen vóór mij!" liet ze haar ouders duidelijk weten. Frits vond dit natuurlijk verschrikkelijk, maar Mary was gelukkig tamelijk jong en daarom wilde hij best een jaartje of twee wachten. "Het lijkt me het beste dat ik naar het vasteland van Europa vertrek", zei hij tegen Mary, "voorlopig mogen we toch niet trouwen en als ik in het leger ga, kan ik tenminste iets presteren zodat je vader trots kan zijn op zijn schoonzoon!" Mary begreep Frits' gedachten wel en ze stemde er mee in, hoe moeilijk hun beiden het afscheid ook viel. "Om van zo nabij mijn geluk te zien en er niet van te mogen genieten", vertelde Frederik zijn moeder, "kan ik niet volhouden". Zo vertrok prins Frederik van Oranje, een diepbedroefde prinses Mary achterlatend. Haar keuze stond vast en toen een ander om haar hand vroeg, wees ze hem direct af. Frederiks moeder schreef het hem uitvoerig. "Mary is je zo trouw! Haar neef, de hertog van Gloucester, is hier geweest om haar hand te vragen. Het is een aardige, goedhartige, ook wel mooie jongeman, maar volgens mij is hij niet erg snugger. Gelukkig heeft Mary geen moment geaarzeld en hem direct als echtgenoot geweigerd. Bij deze gelegenheid heeft ze haar vader nogmaals gevraagd, of ze niet toch vóór Augusta zou mogen trouwen, maar dat weigerde hij wederom... Jullie zullen moeten wachten..." Prins Frederik had intussen dienst genomen in het leger van de Oostenrijkse aartshertog Karel dat bij de Rijn tegen de Fransen vocht. Gunstig verliepen de veldslagen niet, vooral niet toen de Fransen een geniaal legerleider bleken te hebben: Napoleon Bonaparte. "Al oogsten we dan geen lauweren", schreef de altijd vrolijke en goedgemutste Frits aan zijn moeder, "we leren hier in elk geval lopen en het land verkennen!" Toch verviel hij soms ook in sombere buien als hij aan zijn eigen toekomst en aan die van zijn land dacht. Aan zijn zusje Loulou gaf hij daarvan blijkt in deze brief: "Het is maar al te waar, mijn lieve Loulou, dat de tijdingen uit Duitsland zo treurig mogelijk zijn en nog treuriger schijnen te worden. Alle tijdingen zijn zo verontrustend, dat men maar het liefst helemaal geen nieuws zou willen horen... Het is alleen nog de goede gezondheid van degenen die we liefhebben, die ons tot troost is, en alleen om wille van hen blijft men nog naar nieuws uitkijken, want aan de dingen zelf kunnen we toch niets veranderen. Meer wil ik vandaag niet schrijven; ik zou te veel gaan zeggen en daarom leg ik mezelf het zwijgen op". Later zou hij, die in zijn jonge leven vrijwel alleen maar oorlog meemaakte, eens teleurgesteld schrijven: "Waartoe zijn toch al die mensenlevens verloren gegaan? Waartoe al dit lijden en die smart?" Een lichtpuntje in deze tijden was de geboorte van de naar hem vernoemde tweede zoon van zijn broer Willem in 1797. Het kleine, in ballingschap geboren Oranjeprinsje kreeg drie namen die waren afgesproken tijdens een bijeenkomst op het slagveld tussen de erfprins Willem, prins Frederik en aartshertog Karel: "Vinden jullie het goed als ik mijn zoon naar ons drieën noem?" had de erfprins wat lacherig gezegd. Maar hij had zijn belofte gehouden en zo heette het kind Willem Frederik Karel, roepnaam Frederik of Frits. Niet lang daarna kreeg Frederik weer flinke last van zijn schouder. De artsen zagen het niet zo gunstig in en raadden hem aan naar een kuuroord bij Wenen te gaan. In dit stadje Baden nam de prins regelmatig de geneeskrachtige zwavelhoudende baden. Verder bezorgde hij zich wat afleiding door een piano te huren en allerlei liedjes te spelen en zelf mee te zingen. Om wat aan te sterken reisde hij terug naar zijn ouders op Hampton Court. Hij was blij ook Mary weer te kunnen zien en hoopte in stilte dat Augusta haar verzet nu wel zou opgeven, zodat hij eindelijk zou kunnen trouwen. Maar dat viel tegen. Noch prinses Augusta, noch koning George was te vermurwen. Voor Frits zat er dus niet veel op dan na zijn genezing weer terug te gaan naar zijn leger, dat nu in Italië lag. Prins Frederik was nog nooit in Italië geweest en hij keek zijn ogen uit. ahaelemaal gunstig was zijn oordeel niet, want hij schreef in een van zijn eerste brieven: "Hier in Italië is het aantal nietsnutten en leeglopers groot en luiheid schijnt wel een verdienstelijke eigenschap van dit volk te zijn!" De winter was dat jaar voor Italiaanse begrippen erg koud en prins Frederik verkleumde helemaal in zijn hoofdkwartier, dat niet was berekend op zo'n koude. Het deerde hem echter niet en hij ging onvergoten voort met zijn werk. Zo bezocht hij ook regelmatig ziekenhuizen waar gewonde soldaten lagen. Daarbij liep hij op een dag een besmetting op, waar hij zich echter weinig van aantrok. Hij liet niet eens een dokter roepen en schreef er ook niets over aan zijn familie.
Vooral die laatste naam konden de hem omringenden niet thuisbrengen, omdat ze niet op de hoogte waren van de liefde van Frederik voor de Engelse prinses. Op 6 januari 1799 stierf deze geliefde prins, pas 24 jaar oud. Het duurde ruim een maand voor zijn vader en zijn moeder en prinses Mary het afschuwelijke bericht vernamen. Ze konden het niet geloven, want tot voor kort hadden ze nog vrolijke brieven van de prins gekregen. Pas midden februari begreep Frits' moeder dat haar zoon inderdaad was gestorven. Aan Loulou schreef ze diepbedroefd: "Nu kan ik niet langer twijfelen. De Hollandse kranten geven zoveel bijzonderheden, dat het wel zeker is, dat onze goede Frits niet meer in leven is. Ik ben er geheel door van streek zodat het me moeite kost je door mijn tranen heen te schrijven... Heel mijn leven wil ik rouw blijven dragen om het vroegtijdig sterven van die goede beste jongen die overal wordt betreurd". Ook prinses Mary was ontroostbaar. Haar familie vond het goed dat ze openlijk in rouwkleren zou lopen om haar bedroefdheid over de dood van haar geliefde te kunnen tonen. Men had een haarlok van de gestorven prins geknipt en aan zijn Mary gestuurd. Zij liet vier ringen maken van dit haar van Frits en van haar van haar zelf, die ze aan Frits' moeder, aan zijn zusje Loulou en zijn schoonzusje Mimi (de vrouw van erfprins Willem) gaf. Zelf hield ze de laatste ring - ze zou hem altijd blijven dragen. Veel, veel later, pas in 1816, trouwde ze alsnog met haar neef, de hertog van Gloucester. Augusta zou nooit trouwen... Voorlopig werd Fredrik van Oranje in Padua bij een klooster begraven. Ruim een eeuw later, in 1896, zorgde koningin Emma ervoor, dat zijn stoffelijk overschot met een oorlogsschip naar Nederland werd vervoerd, waar het in het familiegraf van de Oranjes in Delft werd bijgezet. De dood van deze veelbelovende, beminnelijke Oranjetelg maakte in heel Europa diepe indruk. Zelfs in zijn vaderland betreurde men de in ballingschap gestorven prins. In talloze boekwinkels kon men een afbeelding van Frederik kopen en ook verscheen enige jaren later een biografie over hem in ons land. Het werd goed verkocht en dat wilde in deze tijd, dat alle Oranjes als ballingen buiten Nederland woonden en hun eigen land niet eens officieel mochten bezoeken, toch heel wat zeggen! Wát men ook van de Oranjefamilie vond, over prins Frederik was iedereen het eens: hij was een talentvolle, door iedereen biminde jongeman, die véél en veel te vroeg was gestorven. Wat had hij nog veel voor zijn land kunnen betekenen, als hij was blijven leven... |
