Koning en Keizerrijken  

  Prins Bernhard: Biografie

| Koninkrijken | Nederland | Biografie | Fotoalbum | Artikelen | Video |


Prins Bernhard
(1911-2004)
Bernhard Leopold Frederik Everhard Julius Coert Karel Godvried Pieter, prins van Lippe-Biesterfeld werd op 29 juni 1911 geboren in het Duitse Jena, als oudste zoon van Bernhard Prins zur Lippe en Armgard baronesse von Sierstorpff Cramm.

Zijn jeugd bracht hij door op het landgoed Woynowo, tegenwoordig bekend als Reckenwalde, in Brandenburg, erfgoed van zijn moeder. Na het behalen van zijn gymnasiumdiploma in 1929 studeerde de jonge Bernhard rechten aan de universiteit van Lausanne en later in München en Berlijn. In 1935, na beeindiging van zijn studie, verliet hij Duitsland in verband met de politieke ontwikkelingen en aanvaardde een functie als directiesecretaris bij de Parijse vestiging van de Duitse chemieconcern IG Farben.

Een ontmoeting met prinses Juliana in het Zwitserse wintersportplaatsje Igls veranderde zijn leven en resulteerde in september 1936 in een verloving met de troonopvolgster. Bernhard kreeg in dat jaar ook het Nederlandse staatsburgerschap. In een radiotoespraak tot het Nederlandse volk de dag na hun verloving zei prins Bernhard:

"Ik streef ernaar een werkelijke steun voor mijn vrouw te zijn".

Op 7 januari 1937 traden Juliana en Bernhard in het huwelijk. Hij kreeg de titel Prins der Nederlanden en kreeg tevens zitting in de Raad van State. Het hoogste adviescollege van de regering zou de prins zelden in zijn midden mogen begroeten, zoals deze zijn hele leven slechts een matige belangstelling voor de politieke aan de dag zou leggen. Het paar kreeg vier dochters: Beatrix Wilhelmina Armgard (31-01-1938) te Soestdijk, Irene Emma Elisabeth (05-08-1939) te Soestdijk, Margriet Francisca (19-01-1943) te Ottawa, Canada en op 18 februari 1947 zag het prinsesje Maria Christina op Soestdijk het levenslicht.


Met zijn ongedwongen optreden wist hij vrij snel het stijve hofprotocol van die tijd te doorbreken. Hij bevrijdde zijn jonge echtgenote uit haar gouden kooi door op paleis Soestdijk vrienden, kennissen en heel wat gewone Nederlanders te ontvangen. Sommigen van hen speelden later tijdens de bezetting een belangrijke rol in het verzet. Door de mobilisatie trad de prins al snel meer op de voorgrond.

Op 23 december 1936 werd hij tijdens een plechtigheid op het Haagse Malieveld beëdigd als officier in de rang van luitenant-ter-zee 1e klasse á la suite bij de Koninklijke Marine, kapitein/ritmeester á la suite bij de Koninklijke Landmacht en kapitein/ritmeester titulair van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger. In die functies drong hij sterk aan op de versterking van de Militaire Inlichtingendienst en een grotere waakzaamheid tegen het opkomende nationaal-socialisme. In 1939 volgde zijn benoeming tot adjudant in buitengewone dienst van koningin Wilhelmina.

In deze functie ontwikkelde prins Bernhard zich tot Wilhelmina's eigen inlichtingendienst in Londen. Als vertrouweling bracht hij haar in contact met zijn RAF-vrienden die luchtaanvallen op Duitse steden hadden uitgevoerd en haar uit de eerste hand verslag deden van de bombardementen op het continent. De prins verwierf in korte tijd veel sympathie. Zijn verjaardag op 29 juni 1940 liep in het bezette Nederland uit op een spontane demonstratie tegen de Duitse overheerser. Honderden landgenoten legden als adhesiebetuiging voor het uitgeweken koningshuis witte anjers voor het Haagse paleis Noordeinde. Prins Bernhard, die na de Duitse inval in mei 1940 met de koninklijke familie naar Londen was uitgeweken, greep de historische Anjerdag aan om in Engeland het Spitfire Fonds op te richten.

Met dit fonds, na de bevrijding omgedoopt in het Prins Bernhard-fonds, zamelde hij miljoenen guldens in ten behoeve van de geallieerde oorlogsvoering. Binnen de Britse Royal Air Force richtte hij het grotendeels uit Nederlandse piloten bestaande 322e Spitfire-squadron op en stampte hij het Nederlandse bevrijdingsleger, de Prinses Irene Brigade, uit de grond. Zijn militaire bliksemcarriére begon in augustus 1940 in Londen. Hij volgde in Engeland een actieve militaire opleiding en voerde als Spitfire-piloot diverse geheime missies uit boven vijandelijk gebied. In maart 1941 benoemde de Royal Air Force hem tot Honorary Air Commodore. Uit veiligheidsoverwegingen week prinses Juliana met de kinderen uit naar Canada.


31-01-1938:
Geboorte Beatrix
Prins Bernhard bezocht zijn gezin slechts enkele keren. In Washington had hij verschillende ontmoetingen met president Roosevelt, die hem in contact bracht met Amerikaanse topmilitairen. De gehele oorlogsperiode is de prins vrijwel steeds bij koningin Wilhelmina gebleven. In september 1941 werd hij hoofd van de Koninklijke Nederlandse Missie in Londen en in 1942 volgde zijn benoeming tot hoofd van het Centraal orgaan voor de voorbereiding van de terugkeer naar Nederland.

Na opeenvolgende tussentijdse bevorderingen, waarbij het kabinet-Gerbrandy er bauwlettend op toekeek dat de prins niet al te veel macht kreeg toebedeeld, werd de 33-jarige Bernhard in september 1944 op voordracht van koningin Wilhelmina benoemd tot bevelhebber van de Nederlandse Strijdkrachten, onder opperbevel van de Amerikaanse generaal Eisenhower. Hij werd hiermee 'de baas' van het Nederlandse verzet. Via Radio Oranje gaf de prins het ondergrondse verzet in Nederland het bevel zich van ongecöordineerde wilde acties te onthouden. Vanuit Londen bracht hij lijn in het verbrokkelde verzet, zorgde voor de voedseldroppings in het hongerende Nederland en voerde zelf talrijke oorlogsmissies uit.

Op 5 mei 1945 was hij als bevelhebber van de Binnenlandse Strijdkrachten in Hotel De Wereld in Wageningen getuige van de Duitse capitulatie door generaal Blaskowitz. Op 13 september 1945 werd de prins eervol ontheven van zijn oorlogsfuncties en op dezelfde dag benoemd tot inspecteur-generaal der Koninklijke Landmacht. Bij de reorganisatie van de krijgsmacht werd deze functie per 1 januari 1970 veranderd in inspeteur-generaal der krijgsmacht. "Wegens zijn uitnemende en bezielende leiding bij de bevrijding van het vaderland", werd de prins in 1946 onderscheiden met het Commandeurskruis der Militaire Willemsorde; voor zijn operationele activiteiten werd hem het Vliegerskruis verleend.

De vriendschappen die hij maakte tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn bepalend geweest voor het verdere leven van de prins. De groep oud-strijders bleef de prins door en door trouw, met name op momenten dat hij het moeilijk had, zoals bijvoorbeeld tijdens de Lockheed-affaire in de jaren zeventig. Daar waar veel Nederlanders kritisch waren over het gedrag van de prins, bleef de groep oorlogsveteranen zijn leider trouw.

Bernhard bouwde fors medisch dossier op


Prins Bernhard (1911-2004)

Van prins Bernhard is tijdens diens lange leven een indrukwekkend medisch dossier opgebouwd. Zelfs zei hij ooit dat hij wel drie jaar van zijn leven in ziekenhuisbedden heeft doorgebracht. Op 17-jarige leeftijd kreeg Bernhard longontsteking, gevolgd door longvliesontsteking (pleuritis). Dat was in 1928. Twee jaar later werd hij opnieuw door deze aandoening geveld. In 1937, het jaar van zijn huwelijk met prinses Juliana, raakt de prins bij een auto-ongeluk zwaargewond. Hij overleefde dit op het nippertje. In 1950 struikelde zijn paard bij een concours hippique in Rotterdam en kwam Bernhard daarbij ongelukkig ten val.

Later dat jaar raakte hij bij een wedstrijd in Amsterdam beklemd onder zijn ros. Artsen stelden twee jaar na dato van deze ongelukken met paarden een vergroeiing in zijn nek vast. Bij het stijgen der jaren nam ook de frequentie van het aantal operatieve ingrepen toe. Het waren vooral problemen aan zijn rug, moeilijkheden van urologische aard en darm-en luchtwegenproblemen die hem parten speelden. In 1972 onderging de prins in het Academisch Ziekenhuis Utrecht een werveloperatie, tien jaar later gevolgd door een urologische ingreep.


Tussen 1985 en 1986 lag prins Bernhard maar liefst drie keer in het ziekenhuis. Zo werd in het Academisch Ziekenhuis Leiden een goedaardige ontsteking aan de alvleesklier verwijderd, vond een operatie plaats aan de peesschede van zijn hand en werd hij in december 1986 in Utrecht geholpen aan een dubbele liesbreuk. In mei 1993 werd de toen 81-jarige prins geopereerd aan een bloeduitstorting vlak onder het schedeldak; het gevolg van een vlucht met een straaljager van de Amerikaanse luchtmacht.

In 1995 ontstond een kritieke toestand nadat eind 1994 na een darmoperatie complicaties optraden aan de longen. Deze complicaties waren er de oorzaak van dat hij de afgelopen tien jaar regelmatig kleinere en grotere problemen had met zijn longen en luchtwegen. Kortgeleden werd bekend dat de kortademigheid van de prins ditmaal berustte op een aanzienlijke hoeveelheid vocht die zich in zijn borstholte bevond en die zijn longfunctie belemmerde. Door de behandelende artsen werd dit vocht afgetapt, hetgeen een aanzienlijke verbetering van de ademhaling van de prins teweeg bracht.

Evenwel bleek bij laboratoriumonderzoek dit vocht kwaadaardige cellen te bevatten. Dit betekende dat de prins leed aan een zogenaamde 'pleuritis carcinomatosa', een ontsteking van het longvlies veroorzaakt door kankeruitzaaiingen. Dit keer echter was er voor de prins geen therapie meer mogelijk...





| Koninkrijken | Nederland | Biografie | Fotoalbum | Artikelen | Video |


terug naar boven