Koning en Keizerrijken  

  Prins Alexander: Biografie

| Koninkrijken | Nederland | Biografie |


Prins Alexander
(1818-1848)
Als kroonprins Willem (de latere koning Willem II) en zijn vrouw Anna Paulowna in 1818 op paleis Soestdijk een tweede zoon krijgen geven ze hem echte Russische namen. Alexander zal hij heten, naar de broer van Anna, en de trotse moeder kan het niet laten om haar zoontje meteen ook de namen van al haar andere broers te geven.

Ze is pas drie jaar in haar nieuwe vaderland, deze tsarendochter, en ze kan het grote verre Rusland nog maar niet vergeten. De prinsenkinderen hebben een heerlijke jeugd. Anna en Willem zijn toegewijde ouders die zich veel met hun gezin bezighouden en Willem heeft zelfs zeer moderne ideeën over de opvoeding.

Zo zou hij zijn kinderen het liefst samen met "gewone" kinderen naar school laten gaan, een plan dat in de praktijk jammer genoeg niet uitvoerbaar is omdat het hof steeds tussen Den Haag en Brussel op en neer trekt (België en Nederland horen dan immers nog bij elkaar). En voor de prinsenkinderen betekent dat telkens weer een complete verhuizing van paleis Soestdijk naar het Brusselse paleis Tervueren.

Als de kinderen wat ouder worden ziet moeder Anna Paulowna de verschillen tussen haar twee oudste zoons steeds groter worden. Als ze ziet hoe onbeheerst en grillig de kroonprins soms kan zijn, en hoe hij overal met de pet naar gooit, dan wordt het haar soms zwaar te moede. Moet deze ongemakkelijke jongen later koning worden? Waarom is Sacha, zoals ze Alexander op zijn Russisch liefkozend noemt, niet als oudste geboren?

"Heus, ik kan geen enkele fout in hem ontdekken", schrijft ze enthousiast aan haar broer Nicolaas de tsaar, "hij is verstandiger dan de meeste jongens van zijn leeftijd en zó tactvol dat ik er soms verbaasd over ben".

Als Alexander 16 is en in het verre Moskou gaat logeren, kan oom Nicolaas zelf vaststellen dat zijn zuster niet heeft overdreven.

"Ik moet je mijn compliment maken: jouw Alexander is werkelijk een erg knappe en innemende jongen. Ik vindt dat hij, wat zijn uiterlijk betreft, méér heeft meegekregen dan zijn broers. Het deed me werkelijk plezier om hem te ontmoeten!" schrijft hij terug.

Anna's hart zwelt van trots als ze die waarderende woorden leest. Maar het jaar 1836 zorgt voor een grote schrik. Alexander rijdt samen met kroonprins Willem per rijtuig van Leiden, waar hij studeert, naar Den Haag. Buiten raast een vliegende storm en als het gezelschap in het Haagse Bos komt, liggen er overal zulke dikke afgewaaide takken dat de koets nauwelijks meer verder kan.

"Laten we het rijtuig dan maar hier achterlaten en verder gaan lopen", zeggen de twee prinsen en welgemoed tornen ze even later op tegen de stormachtige wind. Hoe onvoorzichtig dat is blijkt al gauw als er boven hun hoofden een dikke boomtak afknapt en pardoes op Alexander terecht komt. De klap is zo hevig dat de prins bewusteloos raakt en zwaar bloedend naar Huis ten Bosch gebracht wordt.

Gelukkig lijkt het allemaal nog mee te vallen, maar later zal blijken dat Alexanders gezondheid van dit ongeluk toch een gevoelige knak heeft gekregen. In datzelfde jaar vertrekken de twee broers naar Londen. Anna vindt dat de bijna 18-jarige Alexander zo langzamerhand oud genoeg is om aan een huwelijk te denken, en ze voelt wel iets voor de Engelse prinses Victoria, die waarschijnlijk immers later koningin zal worden.

Twee maanden blijven de beide prinsen in de Engelse hoofdstad en op de talloze bals en partijen gonst het van de geruchten. Zal de Hollandse Alexander zich met de 17-jarige Engelse prinses verloven? Victoria is dank zij haar goede vooruitzichten een gewilde partij en er zijn dan ook verschillende kapers op de kust die allemaal hun uiterste best doen om bij haar in een goed blaadje te komen!


Koningin Sophie op de valkenjacht, een schilderij van N. Pieneman

Het komt niet tot een verloving-er wordt gefluisterd dat Alexanders gezondheid een rol heeft gespeeld-en de twee prinsen reizen weer terug naar Nederland waar prins Willem het jaar daarop zijn toekomstige vrouw Sophie leert kennen. Zodra Alexander terug in Nederland is werpt hij zich weer met hartstocht op zijn grote liefhebberij, de valkenjacht.

Als het even kan is hij op Het Loo waar hij deze bijzondere sport zo dikwijls mogelijk beoefent. Als voorzitter van de "Royal Loo Hawking Club" (koninklijke Valkerij Club Het Loo) doet hij zijn best zoveel mogelijk mensen voor deze unieke maar wel peperdure sport te interesseren en vanuit heel Europa komen rijke adellijke gasten naar die bijzondere jachtpartijen kijken.

Ook Sophie, de vrouw van kroonprins Willem, zelf een uitstekend amazone, rijdt dikwijls mee. Ja, Alexander is een vurig paardenliefhebber. Hij houdt er een eigen renstal op na een van zijn liefhebberijen is het fokken van Friese paarden. Toch maakt Anna zich diep in haar hart wel-eens zorgen. Alexander werpt zich zo met hart en ziel op de ruitersport en de valkerij, put hij zich niet veel te veel uit met die vermoeiende ritten?

Hij hoest zo dikwijls en na het ongeluk met de vallende tak is hij nooit meer helemaal de oude geworden. Maar als ze er iets van zegt lacht Alexander steevast haar zorgen weg en dan laat ze zich weer in slaap sussen Ze heeft trouwens genoeg zorgen om haar man, die ernstig aan het sukkelen is. Maar in 1847 kan Alexanders gehoest echt niet langer zorgeloos worden weggewuifd.

Er wordt een dokter gehaald die de geschrokken ouders moet meedelen dat hun lievelingszoon aan t.b.c. lijdt.

"Hij moet zo snel mogelijk naar een land met een warm klimaat", zegt de arts ernstig, "een rustkuur in eigen land helpt niet meer, daarvoor is hij al te zwaar ziek".

Anna en Willem besluiten om Alexander naar het zonnige eiland Madeira te sturen. Prins Hendrik, zijn zeevarende broer, zal hem erheen brengen. Diep teneergeslagen nemen Willem en Sophie afscheid van hun innemende zoon op wie ze allebei zo dol zijn. Zullen ze hem ooit weer gezond en wel terugzien? Het is een bleke en zwakke Alexander die even later aan boord van de "Prins van Oranje" stapt.

Soms, als het weer tijdens de reis mooi is, gaat hij wat in een armstoel op het dek zitten, maar erg fit voelt hij zich niet. Als het trieste gezelschap in Madeira aankomt trekt Alexander samen met twee adjudanten in een villa in de buurt van de hoofdstad. Het is een bewogen moment als prins Hendrik zijn zieke broer tenslotte op het eiland moet achterlaten. Zal Alexander op dit mooie zonovergoten eiland inderdaad genezing vinden of...?

Als Alexander een paar weken op het eiland is komt de koningin-weduwe Adelheid van Engeland met haar zuster bij de zieke prins op bezoek. Bezorgd ziet deze hartelijke vrouw dat het niet best is gesteld met de patiënt en ze stuurt zo snel mogelijk een brief naar Willem en Anna om hen te waarschuwen. Geschrokken stuurt de koning direct zijn lijfarts, maar als de man na de lange bootreis op het eiland aankomt en de magere en bleke Alexander ziet, weet hij dat hij niets meer kan doen...

Een week later sterft de beminnelijke en sportieve prins, nog geen dertig jaar oud, op het vreemde eiland zo ver van zijn vaderland, zijn ouders en zijn vrienden. Als het tragische nieuws bijna een maand later Den Haag bereikt zijn Willem en Anna diep verslagen. Hun Sacha dood, ze kunnen het vreselijke bericht maar amper bevatten. Het duurt nog vier weken voor een schip uit Madeira het stoffelijk overschot naar Rotterdam komt brengen.

Alexander ligt in een heel merkwaardige kist die de vorm van een schildpad heeft! Van Rotterdam gaat de reis naar Delft waar de exotische kist tenslotte temidden van de andere Oranjes een plaatsje krijgt...


Tuberculose

T.b.c., oftewel tering, heeft in elk geval het leven gekost aan zeker 3 Oranjes: Anna van Hannover, de vrouw van stadhouder Willem V, prins Alexander, de broer van koning Willem III en prinses Louise van Pruisen, de vrouw van prins Frederik. Maar omdat de infectieziekte vroeger lang niet altijd onderkend werd kan dat aantal best veel hoger liggen. T.b.c. heeft al sinds onheugelijke tijden veel slachtoffers gemaakt, vooral in de steden.

Naarmate de steden groeiden greep ook de ziekte meer om zich heen en in Amerika zijn arme en slecht gevoede immigranten uit Europa bij bosjes aan deze sluipende ziekte gestorven. "De witte plaag" werd de ziekte toen genoemd en omdat men niet wist dat de kwaal besmettelijk was kon het aantal slachtoffers schrikbarend groeien.

In veel gevallen ging het om long t.b.c., een sluipende ziekte die met hoesten, vermagering en verzwakking gepaard gaat. Toen de mensen zich beter gingen voeden en meer hygiene in acht namen werd hun weerstand tegen de ziekte steeds groter. In onze westelijke wereld is de ziekte dan ook geen bedreiging meer, mede dankzij nieuwe geneesmiddelen. Maar de ziekte heeft in vorige eeuwen in talloze gezinnen onnoemelijk veel leed gebracht.

Koningin Emma, die zelf al heel jong een zusje aan deze kwaal had verloren, heeft zich enorm ingespannen om de gevreesde aandoeningen te bestrijden. Het eerste sanatorium in ons land kwam er dank zij haar en later richtte ze het welbekende Emmafonds op, waarbij eens per jaar het "Emma-bloempje" werd verkocht. De opbrengst daarvan werd gebruikt om deze volksziekte zo snel mogelijk uit te roeien, een doel dat nu, zoveel jaren later, gelukkig bereikt is!


Aan t.b.c. aangetaste longen


| Koninkrijken | Nederland | Biografie |


terug naar boven