Het is honderdenzes jaar geleden dat koningin Wilhelmina werd ingehuldigd. Paleis Het Loo in Apeldoorn viert dit gedenkwaardige feit met een overzichtstentoonstelling van kleding die koningin Wilhelmina van haar vroegste jeugd tot haar laatste openbare optreden heeft opgedragen. Haar kleindochter prinses Margriet opende de tentoonstelling en nam de eerste catalogus die een beeld geeft van de collectie in ontvangst. Zij was verbaasd en ook verrast over de kledingkeuze van haar lievelingsgrootmoeder Wilhelmina. Tijdens de rondwandeling die zij maakte langs de vitrines waarin kleding wordt tentoongesteld, moest zij zich verschillende keren vermannen. Zo af en toe worden de emoties haar even te veel. Zij kent de verhalen achter de verschillende kledingstukken en weet dat haar grootmoeder zeer veel waarde hechtte aan kleding, maar vooral koos voor kwaliteit en zich absoluut niets aantrok van het modebeeld. Maar liefst vijf jaar (1993 tot 1998) is er met hart en ziel gewerkt om de kledingcollectie van Wilhelmina weer enigzins toonbaar te krijgen. Doordat de stoffen van goede kwaliteit waren was herstel en restauratie mogelijk, want uiteindelijk zijn de meeste kledingstukken meer dan honderd jaar oud. Mevrouw drs. Elisabeth W. van Braam, conservator textiel van Paleis Het Loo vertelt: "Het is uniek dat er van één persoon zoveel kleding bewaard is gebleven. Traditie was vroeger altijd dat na het overlijden van een lid van de koninklijke familie de kleding werd geschonken aan medewerkers van het hof. Prinses Juliana heeft deze traditie doorbroken. Enkele jaren geleden schonk zij ons zeventig kledingstukken van haar overleden moeder. Wat mij direct opviel was dat de kwaliteit van de stoffen erg goed was, al moest er wel het één en ander aan gerestaureerd worden. Maar liefst vijf jaar zijn wij hier mee bezig geweest en eerlijk gezegd ben ik met het resultaat meer dan tevreden". De tentoonstelling geeft een goed beeld van de vrouw die koningin Wilhelmina was en vooral haar voorkeur voor bepaalde stoffen en ontwerpen. Ook laat de tentoonstelling zien dat de koningin in haar jonge jaren al gekleed kon worden met maatje 36 en op oudere leeftijd zeker maat 50 moest dragen. Opvallend is dat het leek alsof koningin Wilhelmina een absolute voorkeur had voor grijs, wit en zwart. Dat beeld werd veroorzaakt door de zwart/wit beelden die er van haar werden vertoond. In werkelijkheid zag haar kleding er echter veel vrolijker uit. Zo zijn er japonnen van goudbrokaat en waren kleuren als rood, paars en fel blauw geen uitzondering. Door deze frisse kleuren van de jurken wordt het sobere beeld van de historische foto-en filmopnamen bijgesteld.
Iedereen weet dat koningin Wilhelmina zich in haar vrije tijd uitleefde op het toneel en de japon die zij droeg tijdens de toneeluitvoeringen ter ere van de verjaardag van koningin-regentes Emma in 1898 te zien. Zeer herkenbaar zijn ook de inhuldigingsjapon uit 1898, de verlovingsjapon uit 1900 en de trouwjapon uit 1901. En wat te denken van de Friese klederdracht japon die speciaal voor haar gemaakt werd en die de koningin met gepaste trots droeg tijdens haar bezoek aan deze provincie. Overduidelijk blijkt dat koningin Wilhelmina een bijzonder zuinige vrouw was. Zo vertelt mevrouw Braam: 'Kostbare en favoriete kledingstukken van de koningin werden nogal eens vermaakt en aangepast. Zo werd het goudbrokaten toilet die zij droeg tijdens de inhuldiging van koningin Juliana in 1948 eerder gedragen tijdens de opening van de Staten Generaal in 1938 en weer vermaakt voor het staatsbezoek aan België een jaar later'. Voor de Eerste Wereldoorlog bestelde de koningin haar japonnen voor officiële gelegenheden bij de Parijse modehuizen Nicaud en Premets. Na de oorlog richtte zij zich meer op de Nederlandse modehuizen, waaronder het Haagse modehuis Kühne. Mevrouw Van Braam steekt haar trots over het langdurige werk dat zij had aan deze collectie niet onder stoelen of banken als zij vertelt: 'Je ziet duidelijk dat koningin Wilhelmina zich absoluut niet stoorde aan de mode.
Ze had een zeer uitgesproken smaak en bepaalde absoluut zelf wat ze wilde dragen.
Natuurlijk was zij wel koninklijk gekleed, want dat was in die tijd nodig.
Door haar kleding liet ze merken hoe zij gezien wilde worden.
Als een vrouw van het volk, dat is duidelijk.
Met deze tentoonstelling hoop ik dat het beeld van koningin Wilhelmina enigzins veranderd is.
Deze statige dame was een uitzonderlijk vorstin met een geheel eigen smaak op het gebied van mode...'
Op 6 september 1998 was het precies honderd jaar geleden dat de jonge Wilhelmina tot koningin van Nederland werd ingehuldigd. Een halve eeuw regeerde zij over het land. In haar boek 'Wilhelmina, een portret in herinneringen' verzamelde Betsy Udink aan de hand van verklaringen van mensen die haar kenden, haar dienden en met haar werkten een beeld van een onverzettelijke, markante vrouw die soms ook verrassend gewoon kan zijn... Van een openbare huilbui van koningin Wilhelmina zijn buiten haar familieleden weinigen ooit getuige geweest. Maar op 13 mei 1940, toen Wilhelmina van de opperbevelhebber van het Nederlandse leger te horen kreeg dat de situatie aan het front wanhopig was en hij niet langer voor haar veiligheid kon instaan, barstte Wilhelmina kort erna in snikken uit. Nadat de opperbevelhebber verdwenen was, trof een ordonnas-officier Wilhelmina in haar schuilkelder 'zo huilend aan als was haar hart gebroken'. Diezelfde dag vertrok Wilhelmina naar Hoek van Holland in de hoop zich via zee bij de Nederlandse troepen in Zeeland te voegen. Toen zij te horen kreeg dat dit vanwege mijnengevaar niet mogelijk was, barstte de koningin opnieuw in huilen uit.
'In het laatste oorlogsjaar heb ik zes namiddagen met elkaar doorgebracht met lange gesprekken bij talloze koppen thee. Naarmate de uren verstreken werd de thee slapper en slapper. Wilhelmina spaarde over op haar theerantsoen voor zieke Engeland-vaarders, die zij dan persoonlijk een theebuiltje kwam brengen. Bovendien hamsterde Wilhelmina thee voor 'Nederland na de bevrijding'. Wilhelmina kon ook koppig zijn. Ze reed haar ministers soms danig in de wielen door te weigeren sommige koninklijke Besluiten te ondertekenen. Sinds 1918 had ze stelselmatig de erkenning van de Soviet-Unie weten tegen te houden, omdat zij als kleindochter van prinses Anna Paulowna niet kon verkroppen dat de communisten de Romanov-familie hadden vermoord. Pas na de Duitse overval op de Soviet-Unie in 1941 slaagde minister Van Kleffens erin haar de erkenning af te troggelen. Na haar troonafstand in 1948 sleet Wilhelmina haar laatste dagen op haar geliefde Paleis Het Loo, waar zij ook haar jeugd had doorgebracht. In het grote, oude huis, zo herinnert de intendant mevrouw Van Lawick-Van Pabs zich, had alles zijn vaste plaats en regels en mocht niets veranderd worden. Dat gold ook voor het park, waar zo min mogelijk gekapt moest worden'. 'In een ondoordacht ogenblik vroeg mijn man aan de prinses of een van de oude eiken voor het paleis, die door een storm nogal gehavend was, niet weg mocht. Wilhelmina antwoordde: 'Mijnheer, hoe komt u erbij. Die bomen zijn gepensioneerd, ik ben dat ook en ik wil ook graag nog wat blijven'. De oude prinses had soms een leuke manier van reageren. In het voorjaar van 1959 bleek Wilhelmina in haar kamers op Het Loo last van muizen te hebben. Ze liet de intendant komen. Om iets tegen de muizen te doen, moest die op een boerderij een poes halen. De intendant stelde voor eerst een stoffeerder te laten komen om te kijken of er muizenholen te vinden waren waren. Wilhelmina keek de intendant aan en zei: 'Ik heb toch om een poes gevraagd en niet om een man'. Prinses Wilhelmina ging in Apeldoorn vaak naar de kerk. De loper werd dan uitgelegd bij de Grote Kerk, zo wisten de kerkgangers dat de koningin zou komen. Er werd een heel vak vrijgehouden, ook voor het personeel van het paleis. Maar Wilhelmina ging ook naar andere Apeldoornse kerken. Dan wisten de mensen er niet van en schoof zij op een stoel waar het uitkwam, tussen de anderen in. Een keer ging Wilhelmina met haar hofdame naar de Pniëlkerk. Ze ging daar zitten op een hoekplaats die al verhuurd was. Even later kwam de rechtmatige huurster en voegde de prinses zonder haar te herkennen toe: 'Le zit op mien ploatse' en schoof de prinses kordaat opzij. Tot verbazing van de hofdame maakt Wilhelmina onverstoorbaar ruimte en schoof op. Wilhelmina's particulier secretaris Thijs Booy haalt wat herinneringen op uit Wilhelmina's jeugd, waarin zij speelde met haar poppen. Eén pop was erg stout. De jonge poppenmoeder voegde die pop vermanend toe: 'Nog één keer zo ondeugend en ik maak je koningin: dan heb je niemand meer om mee te spelen. Later mocht er een groepje freuletjes komen om met Wilhelmientje te spelen. Voordat de kinderen hun nieuwe speelkameraad te zien kregen, vertelde de hofdame dat elk huis zijn regels heeft. Hier was de regel dat hun nieuwe speelgenoot aangesproken moest worden met Mevrouw. Een poosje later constateerde de hofdame tevreden dat het protocol niet werd geschonden.
'Waarom mocht ik toch nooit op de kettingen voor de Voorhout zitten schommelen? Ik wou het zo graag. Ik was toch ook een kind'. Niemand zelfs de grootste historicus of psycholoog kan navoelen wat de levensachtergrond wordt van een meisje voor wie dames die haar grootmoeder konden zijn revérences maakten, voor wie iedere soldaat in de houding sprong en dat bij de poppen werd weggeroepen met de mededeling: 'Mevrouw, er is opgediend'. |
