Æ¢ Paleis Het Loo
  Koning en Keizerrijken  

Paleis Het Loo: Geschiedenis

| Paleizen | Nederland | Paleis Het Loo |


Stadhouder Willem III is op een bescheiden en rustig leven gesteld. Hij mijdt de vorstelijke schittering, leeft tamelijk teruggetrokken op het Stadhouderlijk Kwartier in Den Haag en laat zich - hij is niet zo gesteld op stadse woningen - in 1685 bij Apeldoorn een heerlijk buitengoed bouwen: paleis Het Loo. Een lustslot voor een landedelman, ver van de bewoonde wereld, maar toch van koninklijke allure. Een oase van rust, maar ook een luxueus "klein Versailles" met de bebouwingen in de Lodewijk XIV-stijl en de tuinen en parken geheel volgens Franse voorbeelden.

Het zeer uitgestrekte domein dat stadhouder Willem III kocht, was in feite "Het Oude Loo", een kasteeltje dat toen zo'n honderdvijftig jaar oud was en gebouwd was door de Bentincks, destijds rentmeesters van de Veluwe. Voor eigen gebruik vond de stadhouder het kasteel veel te klein. Het zou na de bouw van het grote Loo vooral dienen als huisvesting van het hofpersoneel en (onbelangrijke) gasten.

Bijna twee eeuwen later zou koning Willem III (die zich zéér thuis voelde op het Loo) het kasteeltje ter beschikking stellen aan zijn zoon Willem Willem, maar die woonde liever in Parijs omdat de vrouwenjacht hem liever was dan de valkenjacht, die oom Alexander zo graag op het oude Loo had beoefend. In de jaren dertig van de negentiende eeuw was deze prins Alexander een enthousiast lid van de "Loo Hawking Club" en kwamen toen geregeld heel wat buitenlandse liefhebbers van deze opmerkelijke sport op het oude Loo logeren om er met hun lievelingen, de valken dus, op reigers te jagen.

Inmiddels was het nieuwe Loo een bezit van indrukwekkende allure geworden. Er waren schitterende, streng symmetrische tuinen gekomen, en buiten de ommuring werd een park aangelegd van vierhonderd hectaren met vijvers, moestuinen, bosjes en een doolhof. Stadhouder Willem V liet op het Loo zijn verzameling exotische dieren onderbrengen, een menagerie waarin apen en kangoeroes, olifanten, buffels, zebra's pelikanen en gieren bijeen waren gebracht. Al tien jaar later, na de omwenteling, heeft de toen aan de macht zijnde Bataafse republiek de complete dierentuin aan Napoleon overgedaan.

In die jaren is het Loo praktisch leeggeroofd, later weer aardig gerestaureerd en verfraaid door koning Lodewijk Napoleon. Koning Willem I zou er na 1840 graag verblijven met zijn tweede vrouw, de Belgische gravin Henriëtte d'Oultremont, en ook zijn dochter, prinses Marianne, zou er nog een heel enkele maal op bezoek komen bij "vrouwtje" van Loenen, die het modelboerderijtje beheerde dat haar vader daar voor zijn dochter had laten bouwen. Jaren lang heeft Marianne nog met de familie van Loenen gecorrespondeerd en ze zorgde ervoor dat het "vrouwtje" later een aangenaam pensioen kreeg.

Ook koning Willem III en zijn dochter Wilhelmina waren bijzonder aan het Loo gehecht. Het paleis werd toen vrij sterk uitgebreid. Het kreeg er een verdieping bij, er kwam een balzaal, er werd iets verderop op het domein een indrukwekkend complex stallen gebouwd. Het Loo besloeg toen met alle (staats-)domeinen op de oostelijke Veluwe een terrein van minstens tienduizend hectaren. Vooral Wilhelmina's moeder, koningin Emma, heeft veel verbeteringen in het eerst vrij muffig geworden paleis aangebracht.

Het grote huis was destijds (1885) uiterst ouderwets ingericht: er waren nogal wat lelijke trofeeën van de koning, de gordijnen en stoelbekledingen waren van stoffen met eeuwige bloemmotieven, het meubilair was een allegaartje uit allerlei tijdvakken. De nog jeugdige Emma wist wat gezelligheid en sfeer in het paleis te brengen, zorgde altijd voor vrolijke boeketten bloemen, liet voor dochter Wilhelmina voor de begrippen van die jaren een heel moderne speelkamer inrichten, en leerde het kind inmiddels handwerken, naaien en Duits.


Willem III
(1650-1702)
De kleine prinses bezat op het Loo ook al een menagerie: kippen en duiven, geitjes, pony's, konijnen, een eendenvijver, een hond. In het park was een chalet voor haar gebouwd met bloemkassen waar ook perziken en druiven werden gekweekt, ze leerde er op de parkvijvertjes schaatsenrijden, volgens de koning een voor meisjes ongepaste bezigheid, dus dat gebeurde heel in het geheim. De grote tragiek in die jaren was de ziekte van koning Willem III.

In het begin van 1890 verliet hij nog maar zelden zijn geliefde Loo. Hij raakte soms dagen lang buiten bewustzijn, was dan weer heel helder, kreeg opnieuw last van "lichtheid in het hoofd" en maakte een paar maal een ernstige val. Hij raakte tenslotte totaal verward, en koningin Emma reisde naar Den Haag waar ze werd beëdigd als regentes.

Terug op het Loo werd ze diezelfde avond gealarmeerd door de kamerdienaar van de koning: Willem III was plotseling opgestaan, en had wankelend gepoogd een paar stappen te lopen. De verschrikte vertrouweling van de vorst had geprobeerd zijn koning te bewegen weer naar bed te gaan, maar de vorst, die in weken geen woord had gesproken, voegde hem heel duidelijk toe: "Wie beveelt hier, gij of ik...? De dienaar had snel geantwoord: "Gij en gij alleen majesteit", had hem toen toch te bed gelegd en was als een haas koningin Emma gaan waarschuwen.

Drie dagen later, 23 november 1890, overleed Willem III: de laatste mannelijke Oranje was heengegaan. Ook prinses Juliana heeft, precies zoals haar moeder, veel van haar jeugd op het paleis het Loo doorgebracht. En de oude koningin Wilhelmina koos het paleis nadat ze afstand van de troon had gedaan (1948) als haar laatste verblijfplaats. In 1962 is ze er gestorven. Prinses Margriet heeft met haar gezin nog enkele jaren op het paleis gewoond en betrok daarna een bungalow op de paleisgronden.

Het Loo is inmiddels een rijksmuseum geworden: een verzameling van 200 vertrekken die tonen hoe hier de prinsen van Oranje, de stadhouders, de koningen en koninginnen hebben gewoond.



| Paleizen | Nederland | Paleis Het Loo |


terug naar boven