

|
In 1897 volgt Alfred von Schlieffen Waldersee op als chef van de Duitse Generale Staf. Hij maakt meteen zijn plan bekend voor de Grote Europese Oorlog.
Volgens dit plan, het Von Schlieffenplan genoemd, zal Duitsland de neutraliteit van Luxemburg, België en Nederland schenden en maakt een inval in België noodzakelijk.
Er zal wel formeel vanuit Berlijn een ultimatum naar Brussel worden gestuurd om vrije doortocht voor de Duitse troepen te verkrijgen, maar het antwoord is niet van belang.
In 1904 is het Duitse aanvalsplan in België uitgelekt. De koning en de legerleiding dringen op een verhoging van militaire inspanningen aan, en in 1908 nemen ze de legerkwestie onder de loep. Onder leiding van regeringsleider Frans Schollaert en minister van Oorlog generaal Albert Hellebaut wordt de legerhervorming voorbereid en de persoonlijke dienstplicht gaat van kracht op 1 december 1909. In 1913 maakt Koning Albert I in Berlijn een verontrustend incident mee als de Duitse keizer Wilhelm II hem meedeelt dat een oorlog met Frankrijk onvermijdelijk is. Verderop aan tafel hoort hij de Duitse opperbevelhebber Helmuth von Moltke praten over de dwaasheid van België als ze verzet moesten bieden bij een Duitse doortocht. Hij besluit nogmaals naar Frankrijk en Duitsland af te reizen om de Belgische neutraliteit te bepleiten en om te waarschuwen voor verzet bij oorlog tussen de twee landen. Op 28 mei 1913 voert de minister van Oorlog, Charles de Broqueville, de veralgemeende dienstplicht in België om de legersterkte van 180.000 man naar 340.000 te verhogen. Dit getal zal echter nooit gehaald worden. Hij belooft aan de Vlaamse katholieken de verplichte tweetaligheid van het officierenkorps en hij probeert de publieke opinie tevreden te houden met het systeem van regionale recrutering. Nadat Duitsland officieel bekend maakte de Belgische neutraliteit niet te zullen eerbiedigen draaien ook zijn fervenste tegenstanders bij. Op 27 juli 1914 bestaat het leger uit 15 gevechtsklare eenheden waarvan er 11 door loting, 3 door persoonlijke dienstplicht en 1 door opgevoerde dienstplicht zijn samengesteld. Het veldleger bestaat formeel uit 143.000 man, maar 40.000 zijn er niet komen opdagen. Verder zijn er 14.000 beroepsmilitairen, 65.000 in het vestingsleger en 190.000 rijkswachters en leden van het officierskader.
Koning Albert I kiest uiteindelijk voor een legerconcentratie op de linkeroever van de Maas, met Antwerpen als basis voor bevoorrading. Op 2 augustus 1914 schrijft Koning Albert I een persoonlijke brief aan de Duitse keizer, in een laatste poging het onheil af te wenden. Om 19:00 uur komt er als antwoord een ultimatum waarin wordt meegedeeld dat Frankrijk Duitsland zal aanvallen door België en dat België niet in staat zal zijn deze aanval af te weren. Duitsland vraag toestemming door België heen te trekken om Frankrijk tegen te houden... Op datzelfde moment passeren de Duitsers reeds de Luxemburgse grens. De Luxemburgse regering ontving een telegram waarin stond dat Duitsland op de hoogte was van de Franse optocht naar Luxemburg en dat Duitsland daarom uit zelfverdediging de Luxemburgse neutraliteit moest schenden. Diezelfde dag nog is Luxemburg in Duitse handen.
In het Belgische parlement spreekt de koning om 10:00 uur het parlement toe. Hij vraag de politieke onenigheid te negeren voor de duur van de oorlog en keurt 200 miljoen frank oorlogskredieten goed. 's Middags beslist de Kroonraad beroep te doen op Britse, Franse en Russische steun. Via Hombourg bereiken de Duitsers Visé. Als ze een bruggenhoofd over de Maas proberen te slaan worden ze door artillerie vanuit het fort van Pontisse teruggedreven. Als represaille halen ze alle bewoners uit hun huizen en brengen ze naar het station. De woningen worden in brand gestoken, de vrouwen moeten de stad verlaten en ongeveer 600 mannen worden naar een kamp in Münder gebracht. 36 mensen worden neergeschoten. Om 23:00 uur gebiedt Groot-Brittannië in een ultimatum Duitsland België te verlaten en verklaart na weigering de oorlog aan Duitsland. De Britse Veldmaarschalk Horatio Kitchener geeft het bevel het Kanaal over te steken. 's Nachts bouwen de Duitsers de eerste botenbrug bij Visé. Op 5 augustus 1914 om 22:00 uur opent generaal Otto von Emmich een aanval op de forten rond Luik. Deze forten vormen een blokkade voor het Duitse 1e en 2e leger in hun opmars naar Frankrijk. De Duitse 38e en 43e brigades proberen in het zuiden tussen Boncelles en de Ourthe door te breken. De Duitse 34e brigade gaat in het noorden bij Lixhe de Maas over. De Belgische generaal Leman trekt zich met zijn hoofdkwartier in de Citadel terug.
Koning Albert I organiseert een uitval naar Haacht en het Duitse garnizoen is even van zijn stuk gebracht. 's Avonds komt het Duitse bevel de stad te vernietigen. De Duitse troepen zetten vele eeuwenoude gebouwen (bv. de universiteitsbibliotheek) in brand en gijzelen de inwoners. 173 Leuvenaars worden gefusilleerd. De Belgische 4e divisie trekt zich op 2 september 1914 terug tot Antwerpen om zich bij de rest van het leger te voegen. En als op 9 september 1914 de Britse Lt. Commander Littlejohns aankomt met 6 kanonnen van 12 cm en van 15 cm lanceert koning Albert I een aanval op de Duitse strijdkrachten. De Duitse keizer schrikt van dit initiatief en beveelt de inname van de Antwerpse haven. De kanonnen worden opgesteld op treinen in de spoorwegplaatsen te Hoboken. 70 Belgische militairen zullen de trein bemannen onder bevel van Kapitein Servais. Op 23 september vertrekt het eerste spoorwegkanon om samenwerkend met een vliegtuig vijandelijke stellingen te bombarderen. De Duitse generaal Von Beseler verovert Mechelen op 27 september 1914 en daarmee is de Duitse aanval op Antwerpen geopend. De volgende dag beschieten de Duitsers de forten rond Antwerpen met 420-mm en 305-mm granaten. Op 29 augustus 1914 bereiken de Duitsers de eerste bruggen maar worden onder vuur genomen vanuit Fort Walem. Een Duitse granaat komt in het munitiemagazijn terecht en het fort is niet meer. Ook Fort Sint-Katelijne-Waver wordt na 30 uur beschietingen ijlings verlaten. Enkele dagen later, op 2 oktober 1914 geeft koning Albert I opdracht tot de terugtrekking tot Oostende omdat hij vreest dat Antwerpen het niet langer zal uithouden. De Britten arriveren de volgende dag in Oostende en steken de bevolking en het leger een hart onder de riem. Als Winston Churchill op 4 oktober Antwerpen bezoekt is het reeds te laat en kunnen de Duitsers niet meer gestopt worden. Op 6 oktober 1914 is de Belgische verdediging van de Antwerpse haven zwaar toegetakeld en moet geëvacueerd worden. 's Nachts steken ze heimelijk de Schelde over. De volgende dag vertrekken ook de Belgische regering en het Corps Diplomatique naar Oostende.
De Slag om de IJzer kan beginnen... De Britten bezetten Ieper vanaf 14 oktober 1914. De Slag van Langemark luidt op 21 oktober 1914 het begin van de Eerste Slag om Ieper in. Pas als het Duitse oppercommando op 22 november 1914 besluit het offensief te staken is de slag gestreden. De Tweede Slag om Ieper gaat op 17 april 1915 van start als zware mijnladingen onder de Duitse stellingen op Hill 60 tot ontploffing worden gebracht. Tijdens deze slag wordt er kennisgemaakt met een nieuw wapen: nl. chloorgas, ook wel mosterdgas of yperiet genoemd. Nadien krijgen de troepen gasmaskers mee. Soms zelfs twee: als het ene niets uithaalt, kan het andere misschien helpen... Als de Tweede Slag om Ieper is afgelopen, blijven de Duitsers en geallieerden de komende jaren toch kleine uitvallen doen om enkele meters grond te bemachtigen. Op 18 juli 1915 wordt door de Britse 175° Tunneling Company Royal Engineers een ondergrondse mijn van 1 750 kg Ammonal tot onploffing onder de Duitse uitkijkpost in 't Hooge. Er ontstaat een krater van 40 m diameter en 16 m diepte. Het 4° Middelsex (8° Brigade van de 3° Divisie) neemt de krater onmiddellijk in. Maar op 30 juli 1915 moeten ze de krater vrijgeven omdat ze bestookt worden door Duitse vlammenwerpers. De Duitsers zetten op 2 juni 1916 een groot offensief (De Strijd om Mount Sorrel) in vanuit hun stellingen op Hill 60. Het levert hun aanvankelijk veel winst, maar die moeten ze deels prijsgeven bij hevige Canadese tegenaanvallen. Uiteindelijk is op 6 juni 1916 het gebied tussen Hill 60 en Hill 62 in Duitse handen. Op 12 juni 1916 zet de Canadese infanterie de tegenaanval in op Hill 62. Ze verrassen de Duitsers midden in de nacht. Enkele uren en honderden slachtoffers later is de heuvel terug in Canadese handen. Op 7 juni 1917 ontploffen 19 dieptemijnen onder 21 Duitse stellingen op de heuvelrug van Mesen. De Duitsers zijn zo onder de indruk dat ze bij de Britse infanterieaanvallen op Hill 60 en bij Spanbroekmolen op de vlucht slaan. De dieptemijnen werden geplaatst als voorbereiding op een groot offensief, de Derde Slag om Ieper, gepland door de Britse veldmaarschalk sir Douglas Haig, om de Duitse linies tussen de Noordzee en de Leie te doorbreken. Het Britse 2° leger onder generaal sir Herbert Plumer voert de uiteindelijke aanval uit en verovert de heuvel ten koste van 17.000 manschappen. De Duitsers verliezen 25.000 soldaten. Wijtschate is een klein landelijk dorp nabij Ieper. De Britten beginnen op 11 juli 1917 een luchtoffensief boven Ieper om de Duitsers uit de lucht te halen voor hun groot offensief dat gepland is tegen het eind van de maand. Ze bombarderen ook de Duitse loopgraven buiten de stad. Met de Slag om Passendale gaat op 31 juli 1917 de Derde Slag om Ieper van start. De Britse generaal sir Douglas Haig vermoedt dat deze slag de Duitsers eindelijk zal doen wankelen. Er staan op dat moment bijna een miljoen manschappen tegenover elkaar. De slag zal tot 10 november 1917 duren.
|

