

|
Zelfs aan het Nederlandse hof is met verbijstering gereageerd op de onthulling dat prinses Juliana een oudere broer had kunnen hebben.
Zeven jaar voordat zij ter wereld kwam beviel Wilhelmina van een zoontje.
De baby werd bijna vier maanden te vroeg geboren en overleed tijdens de bevalling die twee dagen en een nacht heeft geduurd.
Deze onthulling wordt gedaan in het boek (zie categorie Boeken) 'Wilhelmina, De Jonge Koningin. De auteur Cees Fasseur kreeg voor het samenstellen van zijn biografie toestemming van koningin Beatrix tal van persoonlijke brieven, privé-rapporten en intieme aantekeningen van haar grootouders in te zien. De koningin had er geen bezwaar tegen dat het drama, dat zich ruim honderd jaar geleden op Paleis Het Loo afspeelde, nu in de openbaarheid komt. Toch blijft ook nu nog een aantal vragen onbeantwoord. Zoals: waar werd dit kind begraven? En waarom heeft het Nederlandse hof de geboorte van Wilhelmina's zoon ruim honderd jaar verborgen gehouden? Prinses Juliana's moeder Wilhelmina heeft gedurende de eerste jaren van haar huwelijk met prins Hendrik van Mecklenburg-Schwerin heel wat drama's doorgemaakt. De erg jonge koningin, die op haar tiende tot vorstin van ons land werd benoemd en op haar achttiende daadwerkelijk de troon besteeg, kreeg in twaalf jaar tijd maar liefst vijf miskramen! Drie jaar lang mocht de soms erg verzwakte koningin van haar lijfarts geen sexuele omgang met haar man hebben, om te voorkomen dat ze opnieuw zwanger zou raken, en ze met een volgende miskraam haar leven op het spel zette. De vorstin verlangde al meteen na de huwelijksvoltrekking met haar Duitse echtgenoot vurig naar een zwangerschap. Zeven maanden nadat ze in Den Haag in het huwelijk was getreden was die grote wens in vervulling gegaan. Lang heeft de vreugde echter niet geduurd, want ze kreeg een miskraam. Nauwelijks twee maanden later bleek Wilhelmina opnieuw in verwachting, en dit keer leek de zwangerschap zich voorspoedig te ontwikkelen. In de derde maand van haar zwangerschap besloot Wilhelmina van Den Haag naar Apeldoorn te vertrekken om zich daar op Het Loo in alle rust te gaan voorbereiden op de geboorte. Nauwelijks gearriveerd kreeg ze hoge koorts en hield noodgedwongen het bed. Wilhelmina bleek door tyfus te zijn getroffen, een besmettelijke ziekte waarvan om verspreiding te voorkomen zelf. Op een bord aan het paleishek werd zelfs melding gemaakt over de tyfus. De regering hield er ernstig rekening mee dat de jonge koningin deze aanslag op haar leven niet zou overleven en achter besloten deuren werd toen al besproken hoe de monarchie gered kon worden. Ze had immers geen kinderen en dus moesten er opvolgers voor de Nederlandse troon in de Duitse tak van de Oranjes worden gezocht. Wekenlang zweefde Wilhelmina tussen dood en leven. Wilhelmina's lijfarts Roessingh maakt zich de grootste zorgen. zijn gevecht om de koningin voor de dood te behoeden blijkt na ruim drie weken intense verpleging en door toekenning van zware medicijnen succesvol te zijn. De koningin had de cricis overwonnen en het kon niet anders dan dat zij weer helemaal op zou knappen. Zelfs het ongeboren kindje dat ze bij zich droeg had alle tegenslagen goed doorstaan. Dokter Roessingh kon dan ook, zo dacht hij, met een gerust hart zijn koninklijke patiënte alleen laten om zich na weken van afwezigheid voor een paar dagen bij zijn familie in Den Haag te voegen. De ochtend nadat de arts was vertrokken sloeg echter het noodlot toe. Dokter Roessingh kreeg het dringende verzoek om weer terug naar Het Loo te komen, omdat Wilhelmina onwel was geworden en het gevaar liep haar kind te verliezen. Aangekomen in Apeldoorn zag dokter Roessingh door welke helse pijnen Wilhelmina werd gekweld. In de hoop de baby te sparen en de zwangerschap te redden liet hij onmiddelijk de Utrechtse gyneacoloog Kouwer overkomen, die echter ook niets Wilhelmina kon doen. Prins Hendrik, die aanvankelijk niet van de zijde van zijn vrouw week, kreeg het zo moeilijk dat hij de zorg voor de koningin helemaal aan de behandelende artsen overliet. Hij kon het niet langer verdragen zijn echtgenote zo te zien lijden! Een dag nadat dokter Roessingh zijn familiebezoek abrupt had afgebroken zette bij Wilhelmina de bevalling in. Om 22:30 uur 's avonds werd zij moeder van een doodgeboren baby. De dokter maakt in zijn rapporten melding van een flinke jongen, die ook na de geboorte aan Wilhelmina werd getoond. De koningin had inmiddels zo'n vertrouwensband met haar lijfarts gekregen, dat zij tijdens de zware bevalling zijn hand vasthield en zich na de geboorte van de baby ook helemaal durfde te laten gaan. De koningin huilde en nadat ze enigzins tot bedaren was gekomen sprak ze met hem over het feit dat ze in haar kamer waarin zij van haar doodgeboren kindje van bevallen, ook haar vader was gestorven. Dat gesprek verliep echter wel moeizaam en vooral emotioneel. Steeds weer schoot Wilhelmina vol en moest ze huilen, en ook haar lijfarts had zijn tranen niet meer in bedwang. Het drama werd door de arts toegeschreven aan de tyfus, die de koningin wekenlang op de rand van de dood en leven had laten balanceren. Waar het doodgeboren kindje werd begraven en of Wilhelmina en Hendrik hun eerste kind ook nog officieel een naam hadden gegeven is nog altijd een mysterie. In het verschenen boek wordt van de gegevens ook geen melding gemaakt. Zelfs in de naaste omgeving van de koninklijke familie wordt hierover gezwegen. Pas nu blijkt dat slechts een handjevol mensen op de hoogte is geweest van het drama, dat zich op de vierde mei in 1902 op Het Loo had voltrokken. De vijf maanden oude baby is in elk geval niet bijgezet in de koninklijke Crypte in de Grote Kerk van Delft, waar bijna alle Oranjes begraven liggen en uiteindelijk ook koningin Wilhelmina (1880-1962), prinses Juliana (1909-2004) en prins Hendrik (1876-1934) hun laatste rustplaats vonden. Vermoedelijk is, om te voorkomen dat het trieste nieuws zou uitlekken, gekozen voor een intiem plekje in de tuin van Paleis Het Loo en aangenomen mag worden dat in elk geval Wilhelmina niet bij de geheime begrafenisplechtigheid aanwezig is geweest. Daarvoor was ze kort na de zware bevalling nog veel te zwak. Ondanks het feit dat bijna iedereen de hoop op een troonopvolger inmiddels had opgegeven, bleek Wilhelmina twee jaar later toch opnieuw zwanger te zijn. Door haar hofarts Roessing en gyneacoloog Kouwer werd de koningin met de grootste zorg omringt. Koningin Wilhelmina koos er dit keer voor haar zwangerschap in Den Haag te volbrengen. Om te voorkomen dat de zwangerschap weer zou eindigen in een spontane abortus maakte ze zelfs geen uitstapjes meer met de koets over de hobbelige keien van de straten in de regeringsstad. Als Wilhelmina de deur uitging, dan ging ze lopend. Buiten haar werk als staatshoofd hield ze zoveel mogelijk rust. Ze maakte zich wel zorgen over de komende bevalling en ze zorgde er zelfs voor dat er op schrift kwam te staan hoe haar kind moet worden opgevoed, mocht ze onverhoopt in het kraambed overlijden. Ze bepaalde wie haar kind zou mogen verzorgen en zelfs welke opleiding het zou moeten krijgen. De bevalling was weer erg zwaar en duurde net zoals de eerste keer twee volle dagen. Uiteindelijk beviel Wilhelmina in Paleis Noordeinde in Den Haag van een gezonde dochter, Juliana. Juliana woog bij de geboorte zeven en een halve pond. De komst van haar dochter gaf Wilhelmina wat het moederschap betreft enorm veel zelfvertrouwen. Ze wilde graag dat Juliana nog een broertje of zusje zou krijgen en ruim twee jaar nadat haar dochter was geboren was Wilhelmina opnieuw in verwachting. Bijna twee maanden later volgde een miskraam. En dat was voor Wilhelmina uiteindelijk de reden om zich neer te leggen bij het feit dat een gezonde tweede kind niet voor haar was weggelegd. |

