Koning en Keizerrijken  

Einde van een mythe...Oranjes zijn niet rijk!



07-02-1901: Huwelijksportret van Koningin Wilhelmina en prins Hendrik

De Nederlandse koninklijke familie is niet zo rijk als altijd werd gedacht. In zijn lijvige biografie over de jonge koningin Wilhelmina maakt de Leidse hoogleraar Cees Fasseur een eind aan een langdurige mythe. Wilhelmina was niet de rijkste vrouw ter wereld. Ze erfde van haar vader koning Willem III zeven miljoen gulden en bezat in 1940 niet meer dan zestien miljoen. Er was daarom alle reden voor haar vermaarde zuinigheid.

Koningin Wilhelmina is nooit de rijkste vrouw ter wereld geweest. Ze bezat geen aandelen Koninklijke Shell zoals vaak werd gedacht. Koning Willem III liet na zijn dood veertien miljoen gulden na, waarvan zeven miljoen naar zijn dochter Wilhelmina, de andere zeven miljoen ging naar koningin Emma. Na de dood van haar halfbroer prins Alexander erfde Wilhelmina nogmaals twee miljoen gulden. Na de dood van haar moeder erfde Wilhelmina haar vermogen, maar toen Nederland in 1940 bezet werd door de Duitsers kwamen zij ook bedrogen uit. In plaats van een onmetelijk vermogen becijferden zij het privé-kapitaal van de Nederlandse koningin op slechts zestien miljoen gulden. Dit onthult de Leidse hoogleraar Cees Fasseur in zijn lijfige biografie over de jonge koningin in haar jaren.

Fasseur kreeg van koningin Beatrix toegang tot het koninklijk huisarchief en mocht de vertrouwelijke briefwisselingen van Wilhelmina en haar familie inzien. Ook kreeg hij inzicht in de koninklijke boekhouding van die tijd. Wilhelmina werd vrijwel heel haar leven een onmetelijke vermogen toegedicht, omdat men in de veronderstelling verkeerde dat zij groot aandeelhouder was van de Koninklijke Shell, een bedrijf dat in 1890 was opgericht. Fasseur concludeert nu dat Wilhelmina helemaal geen aandelen Shell heeft gehad. Het vermogen dat Wilhelmina erfde was opgebouwd met winst uit het tinbedrijf Bilton. Het noodzakelijke kapitaal voor Shell werd destijds gestort door de Franse Rothschilds en niet door Wilhelmina.

Wilhelmina kreeg jaarlijks 600.000 gulden uit de staatskas, waarmee zij haar hofhouding moest bestieren. Het lagere personeel werd karig betaald, de hogere functies waren merendeels erebaantjes. De adel die hiervoor werd uitgekozen, moest zich maar zelf bedruipen. Alleen enkele hoge functionarissen die een fulltime baan aan het hof hadden werden betaald. Wilhelmina's echtgenoot, de Duitse prins Hendrik was al evenmin rijk. Toen hij in 1901 met Wilhelmina trouwde, bezat hij een bescheiden kapitaal ter grootte van 279.000 gulden, zijn jaarinkomen bedroeg voor zijn huwelijk 27.000 gulden. Toen hij trouwde met Wilhelmina weigerde de Nederlandse staat de Prins-gemaal een staatsinkomen. Wilhelmina moest hem uit eigen zak betalen. In het huwelijkscontract werd vastgelegd dat hij jaarlijks van haar 100.000 gulden kreeg. Dit bedrag is nooit verhoogd. Ondanks geldontwaarding en inflatie bleef hij tot aan zijn dood in 1934 ditzelfde bedrag houden. Pogingen om meer van zijn vrouw te krijgen liepen op niets uit.

Na 1918 toen in Duitsland de revolutie uitbrak, braken voor Hendrik nog armere tijden aan. Zijn Duitse bezit raakte hij kwijt, ook zijn familie had nauwelijks nog een cent en moest leven van zijn inkomen. Later schonk Wilhelmina Hendriks Familie een lening. Na zijn dood in 1934 weigerde Wilhelmina de erfenis van Hendrik, die alleen uit schulden bestond. Ook Wilhelmina verloor in de Eerste Wereldoorlog een groot deel van haar vermogen. Een derde daarvan was belegd in aandelen en obligaties van de Russische Spoorwegen. Toen de communisten in 1917 alle bezittingen naastten, waren de aandelen waardeloos geworden. Het vermogen van de Oranjes is opgebouwd na 1813. Alle bezittingen van de Stadshoudelijke Oranjes waren in de Franse tijd al verbeurd verklaard en nooit teruggegeven, met uitzondering van enkele paleizen. De veronderstelling, zelfs aan het begin van de vorige eeuw, dat ze over honderden miljoenen guldejns beschikken, was dan ook een misvatting.

Wilhelmina stond bekend als een uiterst zuinige, zelf ietwat gierige vrouw. Ook aan kleding gaf zij weinig uit. In 1914 werd ze door een Engels modeblad uitgeroepen tot de zuinigste koningin van Europa. Ze gaf slechts 12.000 gulden aan kleding uit. De Spaanse koningin gaf al vijf keer zo veel uit. In het paleis Het Loo werd bijna niet gestookt. Niet alleen uit zuinigheid, maar ook omdat Wilhelmina niet tegen warmte kon. In 1916 vierden ze kerst in een koud en donker paleis. Omdat het koud was, ging ze vaak om 21:00 uur naar bed. Prins Hendrik, die reumatische klachten had waarvoor hij vaak in Duitsland ging kuren, zocht zijn vertier dan ook al snel buiten het koude paleis. Prinses Juliana erfde bij de dood van haar moeder in 1962 dan ook geen miljarden vermogen, maar slechts enkele tientallen miljoenen.

In 1973 werd dit vermogen ondergebracht in een viertal stichtingen, waarvan nu koningin Beatrix voorzitter is. Juliana wilde haar bezit gelijdelijk verdelen over haar vier dochters. Het bedrag van zestien miljoen uit 1940 zou volgens huidige schattingen van deskundigen zijn uitgegroeid tot zo'n tweehonderd miljoen gulden. Maar verdeeld over vier kleinkinderen, en straks veertien kleinkinderen, zal elke Oranje-telg straks niet veel meer bezitten dan Wilhelmina in 1940.

N.B. Is Willem III wel Wilhelmina's vader?

Toen koningin Emma in 1880 het leven schonk aan Wilhelmina deden al snel geruchten de ronde dat niet de bejaarde koning Willem III, naar zijn adjudant S.M.S. De Ranitz de vader zou zijn. De Ranitz, aanvankelijk een eenvoudige ordonnans-officier, werd in 1881 de particulier Secretaris van de koning en later de secretaris en vertrouwensman van Emma. Hij zou dat vele jaren blijven. In 1888 werd hij ook jonkheer. Wilhelmina mocht hem niet en haatte de man en volgens Emma's kamerheer gaf hij die haat tienvoudig terug.




terug naar boven