![]() |
De wortels van de prinsen van Liechtenstein zijn vervaagd in de genealogische mist van de Donauworth-familie, landheren van Beieren; men neemt aan dat zij leefden in Neder-Oostenrijk in de dertiende eeuw, en dat zij hun naam hebben ontleend aan kasteel Liechtenstein, dat ongeveer dertig kilometer van Wenen is gelegen. De eerste met name genoemde voorvader is Huc van Liechtenstein die leefde in de twaalfde eeuw. Zijn nakomelingen deelden in het fortuinlijk lot der Habsburgers en verwierven zich grote landgoederen binnen het rijk. Zij werden in 1608 prinsen van het Heilige Roomse Rijk; hertog van Troppau in 1613, en prins en hertog van Jagerndorf in 1623. zij werden landheren van Schellenberg in 1699 en Valduz in 1712, die na hun vereniging in 1719 een nieuw vorstendom vormden waaraan zij hun naam gaven.
Op deze manier creeerde Keizer Karel IV de 343ste staat van de Duitse tak van het Heilige Roomse Rijk voor hen; en het is de enige die nog steeds bestaat. Destijds was het staatshoofd van deze nieuwe dynastie, die in de diplomatieke dienst te Wenen actief was, en in het leger, weinig geinteresseerd in zijn kleine land. Pas toen Aloys II Liechtenstein in 1842 bezocht, ontmoette het volk een van zijn soevereinen. Het vorstendom werd in 1799 bezet door de Franzen, en werd daarmee deel van de Rijnbond, waarmee het land volledig onafhankelijk werd.
In 1862, ten tijde van de regering van Johan II (1858-1929), een van de langste regeerperioden uit de geschiedenis, kreeg het volk van Liechtenstein een Grondwet en een vertegenwoordigend lichaam, de 'diet' (Rijksdag). In 1929 volgde Frans I zijn broer op; hij stierf in 1938. Zijn achterneef, prins Franz-Jozeph II volgde hem op. Hij woonde op kasteel Vaduz, en was daarmee de eerste vorst die in eigen land verbleef. Tijdens de Tweede Wereldoorlog hield hij zijn land neutraal; de onnoemelijk waardevolle, totale kunstcollectie van de dynastie werd door hem teruggehaald vanuit Bohemen, Moravie en Oostenrijk en ondergebracht in kasteel Vaduz.
Tijdens zijn beheer ontwikkelde het land zijn potentie op het gebied van waterkracht en industrie. Bovendien moedigde hij buitenlanders ondernemingen aan zich in Liechtenstein te vestigen. Het gemiddelde inkomen van een inkomen van een inwoner van Liechtenstein is het hoogste in heel Europa. Prins Franz-Jozeph stierf op 13 november 1989. Zijn oudste zoon, prins Hans-Adam, is de huidige soeverein.
Op de prins van Monaco na, is de prins van Liechtenstein de enige Europese monarch die nog werkelijk macht heeft. Zoals in de Grondwet van 1921, die nog verscheidene malen is aangepast, ligt verankerd, is de persoon van de soeverein, het staatshoofd, onschendbaar en heilig. De prins respecteert de wetten van de diet, maar heeft wel de bevoegdheid de diet bijeen te roepen, te sluiten, op te schorten, en zelfs te ontbinden. Hij benoemt de premier, en de vier ministers die door het parlement worden voorgedragen, maar heeft hetrecht hen te ontslaan.
Voor de 'veiligheid en het welzijn van de staat' heeft hij het veto-recht en de mogelijkheid de wetgevende macht te vervangen, en per decreet wetten uit te vaardigen. De prins sanctioneert wetten, bemiddelt bij belangenconflicten, en is beschermer van het nationaal belang. De doodstraf is in 1987 afgeschaft in Liechtenstein, maar de soeverein heeft wel het recht straffen te verminderen of te wijzigen, of zelfs de hele rechtsgang stop te zetten. Het katholieke geloof is staatsgodsdienst.
De monarch draagt de volgende titel: 'Zijne Doorluchtige Hoogheid de Soevereine Prins (Furst) van en tot Liechtenstein en in Liechtenstein, Hertog van Troppau en Jagerndorf, Graaf van Rietberg. De jongere familieleden zijn prinsen en prinsessen van en in Liechtenstein; allen hebben het recht op het voorvoegsel Zijne (of Hare) Doorluchtigheid'. De soeverein heeft de bevoegdheid mensen in de adelstand te verheffen en zijn onderdanen titels toe te kennen, maar doorgaans gebeurt dat alleen wanneer een van de familieleden met een burger trouwt, en dus het recht op de titel prins of prinses verspeelt.
De successie verloopt in mannelijke lijn, volgens het eerstgeboorterecht van de nakomelingen uit legitimehuwelijken.
Is er geen mannelijke erfgenaam, dan bestijgt de oudste dochter de troon; zij wordt dan weer opgevolgd door haar oudste zoon, waarna de successie als boven beschreven verder gaat.
Leden van het Huis Liechtenstein moeten, voor zij een huwelijk aangaan, toestemming vragen aan de soeverein.
Wie huwt zonder zijn toestemming verliest daarmee voor zichzelf en alle nakomelingen alle aanspraken op de troon.
