Men blikt terug op het leven van een koningin die aan de zijde stond van drie koningen. Ze zag er misschien breekbaar uit, maar haar gedrevenheid, intelligentie en nieuwschierigheid maakten van haar een uizonderlijke vrouw die internationale geschiedenis schreef. Prinses Elisabeth begint meteen uitbundig te zwaaien als ze op 8 oktober 1900 door een enthousiaste menigte in België verwelkomd wordt. Geraakt door de overeldigende opkomst, begint ze plots heel spontaan kushandjes te gooien naar het publiek. Zo is ze: vrolijk, spontaan en tikkeltje rebels. Elisabeth was op 2 oktober in München getrouwd met de Belgische kroonprins Albert. Voor het eerst in de geschiedenis van het Belgische koningshuis is dit huwelijk niet gearrangeerd. De twee zijn dolverliefd en de kroonprins zal in Elisabeth steeds een enorme steun vinden. Hij vertrouwt haar en kan met haar praten. Albert volgt koning Leopold II op op 23 december 1909. Het verhaal gaat dat de prins de nacht voor zijn eedaflegging tot 's avonds laat aan zijn toespraak werkt. Wanneer hij naar bed gaat, kan hij de slaap niet vatten. Hij staat op en loopt door de slaapkamer te ijsberen: "Nee, ik doe het niet. Ik doe het niet". Elisabeth wordt wakker en praat urenlang op hem in. Samen met zijn privé-secretaris kan ze hem uiteindelijk overtuigen. 's Anderendaags legt de nieuwe koning een vlekkeloze eed af, voor het eerst in de geschiedenis ook in het Nederlands. De missie van het nieuwe koningspaar is een heel andere dan die van de meer autoritaire voorganger Leopold II. Als koning en koningin zijn Albert en Elisabeth er om hun volk te dienen. Ze willen op de hoogte blijven van wat leeft in de verschillende lagen van de bevolking. Met een ontzettende energie, tijdens en ook na de oorlog, onderhouden ze het contact met de mensen en proberen ze te helpen waar nodig. Diezelfde waarden willen Albert en Elisabeth ook hun kinderen meegeven. In 1901 wordt hun eerste zoon, prins Leopold, geboren en in 1903 prins Karel, de latere prins-regent. Drie jaar later komt er nog een zusje bij, Marie-José, die in 1930 zal trouwen met Umberto, de Italiaanse troonopvolger. De koningskinderen moeten van hun ouders contact hebben met de kinderen van het volk. Ze spelen in Oostende op straat, tijdens de oorlog laat de koningin prins Leopold soep uitdelen aan arme schoolkinderen en ze neemt hem mee naar ziekenhuizen en veldhospitalen. Voor de opvoeding kunnen Albert en Elisabeth onmogelijk zelf instaan. De gouvernantes krijgen wel heel duidelijke richtlijnen wat de 'gewone' opvoeding van de prinselijke telgjes betreft. De prinsen moeten onder meer een vuur brandend kunnen houden, het geheugen oefenen en eerlijk en dienstbaar te zijn. Over jagen en paardrijden luidt het advies: 'moet niet aangemoedigd worden, vissen enkel indien ze dat zelf wensen'. De wortels van Elisabeth liggen in Duitsland. Haar vader, Karel-Theodoor von Wittelsbach, was hertog in Beieren. Hoewel ze door de bloedbanden van haar beide ouders met bijna alle vorstelijke families van Europa verbonden was, was Elisabeths jeugd sober en zorgeloos, zonder enige hofhouding. Misschien daarom heeft ze ook altijd een beetje moeite gehad om zich aan te passen aan het protocol van het Belgische hof. Als tiener brengt Elisabeth veel tijd door met haar tante, de legendarische Oostenrijkse keizerin Sissi. De twee gaan samen paardrijden en van haar tante erft Elisabeth ook de drang om de wereld te zien. Hun favoriete bestemming is de Middellandse Zee. Later zal ze als koningin met koning Albert naar Amerika trekken, leert ze de geheimen kennen van de Egyptische koningsgraven en snuift ze in het Verre Oosten de geest op van de Indische filosofie. Onder invloed van Sissi groeit het tienermeisje op tot een open, joviale en moderne vrouw, klaar voor het leven. Koningin Elisabeth gaat de geschiedenisboeken in als de Koningin-Verpleegster. Koning Albert als de Koning-Ridder. Zij een verpleegsterskapje, hij een helm. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog kiest de Duitse correct en consequent de kant van haar nieuwe vaderland. Koningin Elisabeth richt onmiddellijk het Paleis van Laken in als veldhospitaal. Wanneer half augustus 1914 Brussel ontruimd moet worden, trekt de koninklijke familie eerst naar Antwerpen en vanaf oktober verblijven ze in villa Maskens in De Panne. De koning en de koningin blijven aan het front, bij het leger, in het laatste stukje België dat nooit door de Duitsers bezet wordt. De kinderen zijn veilig naar Engeland gebracht. Elisabeth mist haar kinderen erg, maar ze houden contact. In De Panne richt Elisabeth meteen een oorlogskliniek op, het 'hospital de L'Océan'. Zo konden gewonde soldaten snel geholpen worden. De koningin werkt er elke dag en komt zonder aarzelen helpen als er gevaar dreigt. Onvermoeibaar assisteert ze dokter Depage tijdens operaties. Hoewel ze zich vooral bezighoudt met de organisatie en het inzamelen van fondsen, vindt de koningin het toch ook vanzelfsprekend dat ze de gewonde soldaten aan hun ziekbed gaat bezoeken. Koningin Elisabeth loopt langs de IJzer en gaat plichtsgetrouw naar begrafenissen. De soldaten noemen haar de 'Witte Engel van de IJzer'. Wanneer een Vlaming nog een laatste keer om zijn 'moederke' roept, blijft de koningin bij hem. Adjudant Bols uit Marseille beschrijft een anekdote over hoe hij op een morgen met een Belgische luitenant een wandeling te paard langs de duinen maakt. Onderweg komen ze een klein, fijn verpleegstertje tegen. Ze beslissen om even halt te houden en nodigen haar uit om een glaasje mee te drinken. 'Komen jullie maar iets drinken bij mij', antwoordt ze glimlachend. Ze leidt hen naar een eenvoudige villa, wijst hun een plaats in de veranda en verdwijnt. Even later komt ze terug, met aan haar zijde een rijzige, fiere, blonde officier: 'Mag ik u voorstellen aan mijn echtgenoot, Albert I'. Net als haar vader verafschuwt de vorstin de strijd. Maar wanneer ze samen met haar man op 11 november 1918 terugkeert naar Brussel staan tienduizenden landgenoten hen toe te juichen. De naoorlogse periode is één lange triomftocht. Buitenlandse staatshoofden komen naar België of nodigen het koningspaar uit. De koningin blijft zich ook later inzetten voor het Rode Kruis en voor de oorlogsveteranen. Elisabeth had haar hart niet alleen aan de geneeskunde verloren, maar ook aan de kunst, en dan vooral aan de klassieke muziek. Nagenoeg al haar passies erfde ze van haar vader Karel-Theodoor. Hij gaf zijn carriére als militair op toen hij 58 was en verwierf na zijn medicijnenstudies internationale faam als oogarts. Maar de hertog was ook een zeer begaafd musicus. Net als Karel-Theodoor vindt ook Elisabeth kracht en troost in de muziek. Ze leert zelf haar kinderen vioolspelen. Prins Leopold heeft weinig aanleg, prins Karel des te meer. Wanneer Elisabeth rond de eeuwwisseling naar België komt, leert ze er de violist Eugéne Ysaÿe kennen. De man staat op dat ogenblik aan de top van zijn carriére. Ysaÿe wordt de persoonlijke leraar van de koningin en even later ook hofkapelmeester. Hij speelt bovendien al geruime tijd met het idee van een wedstrijd voor jonge virtuozen. Hij wil het artistieke én technische vernuft van de kandidaten toetsen. In 1931 overlijdt de man. De koningin heeft pas in 1937 de mogelijkheid een eerste wedstrijd te organiseren. De wedstrijd Ysaÿe kan van meet af aan rekenen op de belangstelling van de allergrootsten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt het weer even stil op muzikaal vlak, hoewel de cultuur in België wel blijft bloeien. Pas in de lente van 1950 komt er een nieuw concours dat deze keer de naam draagt van de koningin zelf. Sindsdien wordt er jaaelijks een Koningin Elisabethwedstrijd georganiseerd, afwisselend voor piano, viool en zang. Elk jaar houdt Elisabeth zich uiterst zorgvuldig bezig met de voorbereidingen, na haar dood neemt koningin Fabiola het van haar over. In de marge van de wedstrijd sticht de vorstin ook de Muziekkapel Koningin Elisabeth. Die kwam er om de opleidingsmogelijkheden van de jonge Belgische artiesten te verbeteren en was op Sovjetrussische leest geschoeid. Op 17 februari 1934 maakt koning Albert I een dodelijke val van de rotsen in Marche-les-Dames. De achtergebleven weduwe gaat door een diepe depressie. Een jaar later verongelukt ook de jonge koningin Astrid. Hoewel Elisabeth opnieuw enorm is aangegrepen, vindt ze toch troost in de zorg voor haar kleinkinderen. Ze vergeet nooit hun verjaardag, kiest de leukste cadeautjes uit en volgt hen in alles wat ze doen. In die tijd groeit de sterke band met de jonge Boudewijn. Elisabeth blijft trouw aan zijn zijde wanneer hij later na een turbulente koningskwestie de troon zal bestijgen. Maar eerst is ze er nog als steun voor haar zoon, koning Leopold III. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kiest die voor een houding die erg vergelijkbaar is met die van zijn vader tijdens de Eerste Wereldoorlog. Dat doet hij wellicht uit terechte bewondering voor koning Albert, maar zeker ook onder invloed van zijn moeder. Elisabeth blijft voor honderd procent achter haar zoon staan. Als hij in 1944 naar Duitsland gedeporteerd wordt, werpt Elisabeth zich op als pleitbezorgster van haar joodse landgenoten en veroordeelt ze openlijk het Duitse antisemitisme. Elisabeth was extravagant, een echte artieste. Ze was een dame met een willetje en deed altijd precies waar ze zin in had, zelfs al betekende dat in volle Koude Oorlog naar Rusland reizen om er de Tsjaikovski-wedstrijd bij te wonen. De koningin zette ook steeds door: wanneer ze zich iets in het hoofd haalde, kon niemand-ook niet haar man of de regering-haar tegenhouden. Elisabeth was sociaal voelend en ontdekte de wereld vol overgave. Ze vertoefde graag in het gezelschap van intellectuelen, kunstenaars en wetenschappers. Zo was Albert Einstein vriend aan huis in Laken en onderhield de koningin met hem een uitgebreide correspondentie toen hij voorgoed naar Amerika vertrokken was. In het midden van de eeuw verhuist koningin Elisabeth van Laken naar Stuyvenberg. Ze maakt er een muzieksalon en wijdt er de laatste vijftien jaar van haar leven volledig aan de kunst, reizen en haar vele vrienden. De deur van Stuyvenberg staat altijd open voor intellectuelen of literatoren. De koningin leest veel: geen romans, maar historische of wetenschappelijke werken, literaire essays en kunstkritiek. Verder blijft ze beeldhouwen en schilderen. Koningin Elisabeth verschijnt steeds minder in het openbaar. Een laatste keer nog bezoekt ze in 1964 de Gentse Floraliën en verschijnt ze op het défilé van de oud-strijders. Een jaar later sterft ze op een rustige herfstdag. Naast haar sterfbed ligt haar geliefde stradivarius. |
