Dat zijn de hoogdravende woorden waarmee in Brussel in 1817 de nieuwe erfprins van Oranje begroet wordt. Noord en Zuid Nederland zijn allebei opgetogen: een sterke jongen, het voortbestaan van het Oranjehuis is voorlopig wel verzekerd. En Brussel is extra trots omdat binnen zijn muren de jonge troonopvolger is geboren. Want de ouders van het prinsje, kroonprins Willem en Anna Paulowna, hebben altijd een bijzondere voorliefde gehad voor het zuiden en ze wilden niets liever dan dat dáár hun eerste kind zou worden geboren. Als het kleine prinsje het levenslicht ziet is zijn grootvader, Willem I, nog maar nét koning. En als het jongetje opgroeit krijgt het een mateloze bewondering voor deze imposante figuur. Wel wel van een afstand, want erg toeschietelijk is Willem I nu eenmaal niet. Maar toch zal hij later, bij verschillende gebeurtenissen in zijn leven, nog dikwijls zeggen: "net als mijn grootvader". De langdurende strijd tegen Napoleon ligt iedereen nog vers in het geheugen en dat de kleine prins een militaire opvoeding moet krijgen staat als een paal boven water. Het ventje is pas tien jaar als hij in een plechtige ceremonie door zijn grootvader tot kolonel wordt benoemd. Maar al loopt de jonge Willem bijna altijd in een uniform, een échte militair zal hij nooit worden, dat ligt hem nu eenmaal niet. Wél geniet hij met volle teugen van een grote reis naar Rusland. "Het wordt hoog tijd dat je eens kennis maakt met je Russische familieleden", had Anna Paulowna gezegd, "per slot van rekening ben je een halve Rus, een afstammeling van de grote tsaren!" En zo vertrekt de 17-jarige erfprins naar het verre en koude geboorteland van zijn moeder. De jongen kijkt er zijn ogen uit, hij is nét zo onder de indruk als zijn vader toen die destijds zijn bruid in St. Petersburg was gaan halen. Wat een onvoorstelbare weelde heerst er aan het keizerlijk hof, Holland is er niets bij. De prins heeft heel wat te vertellen als hij weer in zijn vaderland terugkomt. En de tsaar, Anna's broer, is op zijn beurt erg ingenomen met zijn jonge neef. Toch is dat een uitzondering. Want de opgroeiende prins is in zijn eigen land niet erg geliefd. De mensen hebben het al lang door dat de jongen beslist niet naar zijn zwierige innemende vader aardt. Integendeel, de prins is nors en heeft soms woedeaanvallen om bang van te worden. "Dat is zijn Romanow-bloed", wordt er gefluisterd. Want Anna's vader tsaar Paul was zenuwziek en zijn grillige buien en onverwachte woedeuitbarstingen waren berucht. Anna slaat het met bezorgdheid gade. Moet die onbeheerste jongen later koning van Nederland worden? Er gaan heel wat ongeruste brieven van haar naar tsaar Nicolaas, haar broer. Af en toe gaat het weer iets beter met de erfprins. "Gelukkig is er nu weer wat verbetering", schrijft ze als Willem in Leiden studeert. "Hij heeft nu een jongen leren kennen die een goede invloed op hem heeft en gelukkig doet hij nu weer wat meer aan zijn studie". Als de prins het afsluitende examen aan de universiteit heeft afgelegd is hij 20 jaar. Wat nu? Een eigen taak is voor hem niet weggelegd en daarom zoekt de prins zijn heil maar in vrolijke feesten, liefst in het frivole Brussel, zijn geboorteplaats. Soms zijn die feesten een tikje ál te vrolijk en menigeen begint afkeurend de wenkbrauwen te fronsen. Is dat nu een passend leven voor een erfprins? "Eigenlijk zou de jongen moeten trouwen", meent men, "dan zal hij wel wat tot rust komen". Nu is de keus niet zo moeilijk. Want iedereen herinnert zich nog heel goed het bezoek dat koning Wilhelm van Württemberg kort geleden aan Nederland heeft gebracht. Zijn twee lieftallige dochters Maria en Sophie heeft hij meegebracht. "Een vakantie aan het gezonde Scheveningse strand", dat is de officiële reden voor zijn bezoek. Natuurlijk wordt er óók een bezoekje gebracht aan de kroonprinselijke familie want er speelt nog een andere gedachte door het hoofd van de Duitse vorst. Het zou eigenlijk best kunnen dat erfprins Willem verliefd wordt op een van zijn dochters, wie weet? En zoiets zou vorst Wilhelm eigenlijk heel goed uitkomen. Want Willem is jong, Willem is schatrijk en Willem zal ééns een kroon dragen. Wat kan hij nog meer wensen voor zijn dochter. En waarachtig, zijn opzet heeft succes. Willem raakt helemaal onder de bekoring van de knappe jonge dochter Sophie. Het meisje heeft haar moeder, een zuster van Anna Paulowna, nooit gekend: vóórdat haar tweede dochter een jaar oud was was Catharina Paulowna gestorven. Twee freules voeden de kleine prinsesjes op maar ook de vader bemoeit zich veel met hun opvoeding. ![]() Op de vlucht voor Napoleon: op 18 januari 1795 stapte de prinses van Oranje met enkele familieleden op het strand van Scheveningen van een koets over op een vissersboot die haar veilig naar Engeland bracht Vooral op Sophie is hij erg gesteld. Ze is bijzonder intelligent en haar levendige karakter doet hem erg aan zijn aanbeden eerste vrouw denken. Hij is verrukt als hij merkt hoe gretig ze alles in zich opneemt en met het grootste gemak vijf vreemde talen onder de knie krijgt. Dikwijls is Sophie te vinden in de bibliotheek van haar jonggestorven moeder die ze zo pijnlijk mist. Dan haalt ze Catharina's boeken uit de kast en zuigt zich vol met kennis. Vader Wilhelm ziet het met welgevallen aan. "Sophie, je spreekt zo uitstekend Frans", zegt hij tevreden, "je kunt voortaan misschien mijn staatsdocumenten voor mij in het Frans vertalen". Dat is een kolfje naar de hand van de actieve 16-jarige prinses en ze doet het zó keurig dat haar vader langzamerhand ook allerlei staatszaken met haar begint te bespreken. Het is iets heel ongewoons in die tijd: een vrouw, een prinses nog wel, die belangstelling heeft voor politiek, voor wetenschap, voor geschiedenis, voor wijsbegeerte. En toch, als het op de keus van een huwelijkspartner aankomt heeft Sophie niets in de melk te brokkelen. Zelfs bij zo'n intelligente en ontwikkelde prinses gaat het niet anders dan bij andere vorstelijke meisjes: vader is het hoofd van het vorstenhuis en vader beslist welke partij voor zijn dochter de beste is. En de koning van Württemberg heeft zijn oog nu eenmaal laten vallen op de Nederlandse Oranjeprins. Zijn lievelingsdochter zal later een kroon dragen, daar zal hij voor zorgen. Want koning Wilhelm heeft nog heel wat méér dochters en stiefdochters die allemaal aan de man gebracht moeten worden. "Mijn huis lijkt wel een meisjeskostschool", verzucht hij soms wel eens. Maar de beste partij is voor zijn Sophie, dat staat vast. De jonge Willem is wel ingenomen met het knappe prinsesje maar de liefde komt jammer genoeg maar van één kant. Als Sophie haar eigen hart zou mogen volgen heeft ze veel liever de hertog van Brunswijk. Maar van hém kan ze geen kroon verwachten en daarom houdt vader Wilhelm koppig vast aan de Nederlandse erfprins. "Lieve Sophie, jij met al je talenten, jij hoort thuis aan een koninklijk hof", houdt hij zijn dochter almaar voor. Sophie heeft het er heel moeilijk mee. Ze weet dat ze haar vader als een goede dochter eigenlijk moet gehoorzamen. Hij zal toch heus wel weten wat het beste voor haar is? Maar ze geeft niets om Willem en dat kan toch ook niet goed zijn? Zo zit Sophie tussen twee vuren en ze weet werkelijk niet wat ze moet doen. Op zulke momenten mist ze haar moeder dubbel. En bij Willems moeder, de zuster van haar eigen moeder, kan ze haar hart óók al niet uitstorten. Ze voelt heel goed dat tante Anna Paulowna haar helemaal niet mag. Maar de erfprins zélf mag Sophie wel, ook al is ze lang niet altijd even vriendelijk tegen hem. Bovendien kan hij nu niet meer terug, vindt hij. Hij weet ook wel hoe er destijds stiekem is gelachen door Europa's gekroonde hoofden toen de huwelijksplannen van zijn vader met prinses Charlotte van Engeland zo smadelijk mislukten. Aan een herhaling van zoiets heeft Willem geen behoefte. En zo komt het er ternslotte tóch van. Op 18 juni 1839 wordt in het Duitse Stuttgart de vorstelijke bruiloft gevierd. Anna Paulowna is de grote afwezige... Het is bepaald geen stralende bruid die drie dagen later door de Nederlandse bevolking met uitbundige hartelijkheid wordt binnengehaald. Want haar gedachten zijn eigenlijk nog bij haar vader, die ze nu voorgoed heeft moeten verlaten. Toch heeft Sophie haar goede wil getoond door alvast Nederlands te gaan leren. Ze wil niet onderdoen voor haar schoonmoeder en haar grote talengevoel maakt het haar gemakkelijk. En als men bij haar feestelijke binnenkomst in Holland Duits tegen haar begint te praten laat ze direct merken dat ze daar niet van gediend is. "Spreek ik het Nederlands zó slecht dat U bang bent dat U me niet verstaat?" vraagt ze een tikje vinnig. De ijzig-koele manier waarop schoonmoeder Anna Paulowna haar begroet is wel in schrille tegenstelling met het hartelijke afscheid van vader Wilhelm. Ook Anna is niet gelukkig. Met lede ogen moet ze aanzien dat haar oudste zoon nu is getrouwd met iemand die helemaal niets om hem geeft. Want het ligt er duimendik bovenop dat de verstandhouding tussen Willem en Sophie niet goed is. Sophie vindt dat mensen altijd eerlijk voor hun mening moeten uitkomen.
Zijn opvliegend karakter zorgt regelmatig voor enorme woede-aanvallen waarbij iedereen zijn hart vasthoudt. En even later, als de storm is overgedreven, kan hij toch weer de hartelijkheid zelf zijn. Maar juist dat onberekenbare maakt hem zo moeilijk in de omgang. "Ik vind ze erg koel tegenover elkaar voor een pasgetrouwd paar", moet Anna constateren. "Na twee maanden huwelijk zijn er al heel wat stormen tussen die twee geweest. Ik had dus wel gelijk toen ik er zo tegen was..." Maar ondanks alles doet Moeder Natuur haar eeuwenoude werk en na een jaar wordt er een kind geboren. Een prins en alweer een Willem. Even worden de wrijvingen binnen de familie vergeten. Zelfs Anna Paulowna is vriendelijk als ze op kraambezoek komt om deze eersteling van een nieuwe Oranjegeneratie te bewonderen. En kroonprins Willem, die het overigens wél uitstekend met zijn schoondochter kan vinden, is een enthousiaste grootvader. De doop is een hele bijzondere gebeurtenis: maar liefst vier generaties Willem van Oranje zijn er bij elkaar. Daar is overgrootvader Willem I die zojuist teleurgesteld afstand heeft gedaan van de troon en op het punt staat naar Duitsland te vertrekken, naar zijn geliefde Henriette d'Oultremont. Dan de kersverse koning, Willem II, grootvader van het kleine prinsje. En tenslotte zijn zoon, nu kroonprins geworden, vader van de dopeling die voorlopig "Wiwill" genoemd wordt. Want zoveel Willemen binnen de familie, dat vráágt om verwarring. Gelukkig merkt het prinsje op dat moment niets van de gespannen situatie binnen de familie. Tussen zijn overgrootvader en zijn grootvader zijn hooglopende meningsverschillen over het tweede huwelijk dat Willem I met gravin Henriette wil sluiten. De kloof die tussen vader en zoon gaapt is zó groot dat het er naar uitziet dat het nooit meer goed zal komen. En zijn eigen vader, de kroonprins, voelt het als een vernedering dat zijn grootvader zomaar afstand van zijn koninklijke waardigheid heeft gedaan. Trouwens, ook tussen de kroonprins en zijn vader, Willem II, botert het niet erg en het is voor niemand een geheim dat het huwelijk tussen de kroonprins en prinses Sophie een levensgrote mislukking aan het worden is... Maar voorlopig slaapt de kleine Wiwill nog in zijn wiegje, zoals alle baby's, nietsvermoedend van wat nog komen zal. De geboorte van de prins brengt Willem en Sophie niet dichter bij elkaar. Integendeel, het lijkt wel of deze twee zó verschillende mensen steeds meer van elkaar vervreemden. De romantische Sophie voelt zich niet thuis aan het Nederlandse hof, dat is zonneklaar. Het vlakke Hollandse landschap vindt ze dodelijk saai. "O, die vreselijke druilerige grijsheid hier", verzucht ze dikwijls, "wat een verschil met de lieflijke heuvels bij ons thuis". Ze mag dan met een Nederlandse prins getrouwd zijn, in haar hart blijft ze als echte Duitse toch een beetje neerkijken op dat benepen Nederlandje. De Hollandse taal heeft ook al geen enkele bekoring voor haar. "Dat Nederlands is toch zó'n onmuzikaal taaltje", kan ze schamper opmerken, "goed genoeg om over allerdaagse dingen te praten maar totaal ongeschikt om er mooie verheven gevoelens in uit te drukken. Het is allemaal zo gewoontjes..."
En ze begint te beseffen dat ze zélf heft in handen zal moeten nemen als ze nog iets van haar leven wil nemen. Veel speelruimte heeft ze niet. Haar huwelijk is nu al een grote mislukking maar daar zal ze zich bij moeten neerleggen. En ze zal er ook aan moeten wennen dat ze de rest van haar leven in dat saaie Nederland zal moeten slijten. Maar Sophie is een verwoed brievenschrijfster. En met haar brieven kan ze contacten leggen met interessante mensen in het buitenland, kan ze ideeën uitwisselen en haar kennis uitbreiden. Via haar brieven kan ze ontsnappen aan het alledaagse leventje dat haar zo weinig bevrediging heeft. Elke dag zet ze zich met enthousiasme aan haar schrijftafel en daar komt ze de de eerste uren niet meer vandaan. Vol vuur verdiept ze zich in de vele brieven die ze vanuit heel Europa krijgt. En met evenveel genoegen zet ze zich aan de beantwoording ervan en de meest uiteenlopende onderwerpen komen aan de orde. Politiek, kunst, literatuur, nieuwtjes uit de internationale "society", Sophie heeft zo'n vaardige pen en weet de dingen zo raak te zeggen dat vorsten, politici en geleerden het een waar genoegen vinden om met haar te corresponderen. Toch blijft Sophie eenzaam. Ze voelt dat ze iemand nodig heeft met wie ze al haar zorgen kan bespreken, iemand op wie ze echt kan vertrouwen. Haar oog valt op mevrouw Falck, de weduwe van een trouwe dienaar en vriend van koning Willem I. En op een dag krijgt mevrouw Falck een brief van de kroonprinses. "Schrik niet van het voorstel dat ik U ga doen", heeft Sophie geschreven, "verwerp het niet en vergeet dat ik Prinses van Oranje ben. Ik wil alleen van vrouw tot vrouw met U spreken. Wilt U mij helpen met Uw goede raad, met Uw ervaring? Ik ben jong, ik heb één kind en ik verwacht de tweede, en ik heb een vriendin nodig die mij kan helpen op mijn weg die soms moeilijk en gevaarlijk is". Het is een hartekreet van een eenzame prinses en mevrouw Falck kan niet weigeren. Ze heeft allang gehoord dat de jonge kroonprins het erg moeilijk heeft en een vertrouwelinge hard nodig heeft. "Een gemakkelijk baantje zal het niet zijn", zegt ze bij zichzelf. Want dat er tussen Sophie en Willem geregeld laaiende ruzies losbarsten is publiek geheim. Twee keer per jaar kan Sophie het allemaal even ontsnappen. In de lente en in de herfst vertrekt ze naar Stuttgart om wat gezelligheid te zoeken bij haar eigen vertrouwde familie. Het zijn reizen waar ze telkens weer verlangend naar uitkijkt. Drie jaar is de kleine Wiwill als hij er een broertje bij krijgt. Prins Maurits. Weer een jongen, het lot is de Oranjefamilie wel erg goed gezind! Sophie heeft zich voorlopig uitstekend van haar plichten gekweten maar erg veel waardering krijgt ze niet van haar schoonfamilie. Prinses Marianne, het vroegere "kleine zusje" van koning Willem II, vindt dat Sophie veel te veel noten op haar zang heeft. "Sophie heeft nu niet bepaald een gelukkig karakter", schrijft ze aan mevrouw Falck, "het is moeilijk om het haar naar de zin te maken. Ze ziet alleen maar de slechte dingen, de goede kanten van het leven ziet ze niet en eigenlijk is dat zielig voor haar. Ze heeft dan wel zo'n briljante opvoeding gehad maar beseft ze wel dat het geloof toch eigenlijk het allerbelangrijkste is? Maar misschien draait ze nog bij en kan ze toch nog wel gelukkig worden. Want Willem is misschien niet zo innemend maar hij heeft toch een goed hart en ze hebben schattige kinderen. God beware Sophie voor de harde leerschool die ik heb gehad..." Want Marianne is óók niet gelukkig in haar huwelijk en wat dat betreft kan ze wel met nicht Sophie méévoelen. Maar Mariannes weinig vleiende opmerkingen over haar karakter vallen bij Sophie niet in goede aarde en dat laat ze weten ook. Daarop besluit prinses Marianne om dan voortaan alleen nog maar iets te laten horen op verjaardagen. "Ik geloof dat ik te openhartig ben geweest", zchrijft ze, "het spijt me maar zo ben ik nu eenmaal. Het is niets voor mij om alleen maar mooie woorden en vage complimenten uit gte wisselen als ik naar mijn familie schrijf. Het lijkt me dus beter om maar helemaal te stoppen met de correspondentie..."
En de koning, de grootvader van het prinsje, heeft daarin het laatste woord. Hij laat een ontwerp maken voor een opvoedingsplan en daarna krijgen de ouders "inspraak": ze mogen zeggen of ze het met dit plan eens zijn of niet. En dan barsten de meningsverschillen pas goed los! Willem vindt bijvoorbeeld dat zijn zoon, als opvolger van de Nederlandse troon, toch wel Nederlands moet leren spreken. Maar dat vindt Sophie maar onzin. "Heel Europa spreekt toch Frans?" zegt ze minachtend, "wat heb je nu aan Hollands als je echt belangrijke zaken wil gaan bestuderen?" En zo gaat het telkens: alles wat Willem wenselijk vindt wijst Sophie af en omgekeerd gaat het net zo. Het is een trieste situatie en de twee kleine prinsjes zijn er de dupe van. Ze groeien op in een sfeer van ruzie en narigheid en het is dan ook best te begrijpen dat Wiwill soms eens wat lastig is. Zijn gouverneur is in elk geval helemaal niet tevreden, en als het ventje amper zeven jaar is wordt er al stevig op hem gemopperd. "Het is hard nodig dat dit kind leert ijverig te werken", schrijft de man weinig opgewekt, "en als dat niet lukt zal er niets behoorlijks uit de jongen groeien. Ik ken zijn karakter door en door en ik heb wel gemerkt dat luiheid zijn grootste gebrek is. Hij is ook koppig en bovendien kan het hem niet schelen of ik tevreden over hem ben of niet. De moed zakt me van tijd tot tijd in de schoenen..." Wie vandaag zo'n streng oordeel over een jongetje van net 7 jaar onder ogen krijgt heeft onwillekeurig medelijden met het prinsje... De gouverneur gaat ook mee als de familie naar Het Loo vertrekt en ook daar wordt er gemopperd. "In Den Haag loopt alles ordelijk, daar heb ik de kinderen behoorlijk in de hand", klaagt de man, maar op Het Loo vindt het kind zóveel afleiding dat het wel heel moeilijk is om m'n geduld te bewaren. De jongen is daar heel anders dan in Den Haag en ik heb dan ook voor het eerst flink streng moeten optreden". Het arme kind, fijn spelen in de buitenlucht en onbezorgd ravotten is er voor hem nauwelijks bij. En thuis, in de familiekring, krijgt hij óók al niet veel hartelijkheid, de spanning is er dikwijls om te snijden. Ook nu weer. Kroonprins Willem kan het maar niet verkroppen dat zijn vader Willem II heeft toegegeven aan de eisen van het volk en een nieuwe grondwet heeft beloofd. Zelfs is hij conservatief en hij heeft helemaal geen zin om straks te moeten regeren met een grondwet waarin zoveel van de koninklijke macht is afgeknabbeld. De kwestie zit hem zo hoog dat hij het liefst eigenlijk maar helemaal van zijn koningschap afziet. "Ik heb geheel vrijwillig het onwrikbare besluit genomen om afstand te doen van mijn rechten van Prins van Oranje ten behoeve van mijn zeer geliefde zoon", laat hij zijn vader per brief weten.
Willem kan driftig en impulsief zijn, dat weet hij maar al te goed, maar de kans is groot dat de bui wel weer zal overdrijven... Ze gaat vooral om de kleine Wiwill weer te zien. Bovendien is ze in verwachting en de nieuwe vorstelijke baby moet toch in Nederland geboren worden! Ruim een jaar na de zo tragische dood van prins Maurits wordt er opnieuw een prinsje geboren. Alexander zal hij heten, naar zijn oom die zo jong op het eiland Madeira is gestorven. De baby arriveert te vroeg en Sophie vraagt zich bezorgd af of het kleintje het wel zal halen. Zelf heeft ze ook moeite om na de bevalling weer wat aan te sterken. Maar het land is in een feeststemming. Het is voor het eerst dat de vrouw van een regerende Oranje-koning een kind ter wereld brengt en de kranten staan er vol van. Toch heeft de komst van de kleine prins de stemming in het paleis niet kunnen verbeteren. "Ik neem hem aan als een geschenk van de Voorzienigheid maar ik kan me niet verheugen", schijnt de koning zich te hebben laten ontvallen. Het zijn weinig opgewekte woorden voor een man die net vader van een zoon is geworden. Sophie kan er niet langer tegenop. "Een echtscheiding, dat is de enige oplossing", denkt ze bij zichzelf, "zó gaat het niet langer". En ook de koning begint langzaam maar zeker in die richting te denken. Want hij ziet met stijgende ergernis hoe Wiwill steeds meer naar zijn moeder trekt en niets van zijn vader wil weten. "Ze stookt hem tegen me op", zegt hij telkens weer, verbitterd, en de gouverneur van de prins stemt daar van harte mee in. Hij vindt de koningin maar een intrigante die een slechte invloed op haar zoon heeft. En een echtscheiding, hoe ongehoord ook voor een koningspaar, kan misschien de invloed van de koningin op haar zoon verminderen. Nu man en vrouw er allebei van overtuigd zijn dat er iets moet gebeuren kan er onderhandeld gaan worden. Er wordt druk heen en weer gereisd tussen Den Haag en Stuttgart en tenslotte komt er een voorstel uit de bus. De koning wil wel in een echtscheiding toestemmen maar onder één voorwaarde: Sophie zal helemaal geen contact met Wiwill meer mogen hebben. Ze mag hem alleen af en toe eens schrijven maar dat is dan ook alles. "Ik had kunnen weten dat het hierop zou uitdraaien", is Sophies reactie, "maar deze prijs is voor mij te hoog. Ik kán geen afstand doen van Wiwill". En zo lopen de plannen op niets uit. Maar wat dán, er zal toch iets moeten gebeuren? Opnieuw komt de vriendelijke prins Frederik in actie. Hij spreekt uitvoerig met de twee partijen en houdt hen voor dat een echtscheiding van een regerend vorst toch werkelijk te ver gaat. Maar er zijn nog wel andere mogelijkheden, minder vérgaand. En zo komt er tenslotte toch een regeling. Niemand mag ervan weten, slechts een handjevol vertrouwelingen is op de hoogte van de afspraken die er in het geheim tussen Willem en Sophie gemaakt worden. Het document regelt een scheiding van tafel en bed, zodat voor de buitenwereld het huwelijk in elk geval gewoon blijft bestaan. Voortaan zal de koningin van mei tot november in Huis ten Bosch wonen met de kleine Alexander, maar ze is ook vrij om in die maanden buitenlandse reizen te maken. ![]() Portret van koning Willem III en zijn vrouw Sophie dat werd gemaakt ter gelegenheid van de troonsbestijging in 1849. Zo mooi als dit beeld lijkt, zou het huwelijk niet worden. De koning zal in deze maanden zijn intrek nemen in paleis Het Loo en hij krijgt alle zeggenschap over de opvoeding van Wiwill. Maar bij officiële ontvangsten, diners of bals zullen de koning en de koningin de schijn nog zoveel mogelijk moeten ophouden door samen te verschijnen. Het is een compromis maar het is in elk geval iets. Alles is beter dan de benauwende situatie waar ook de twee kinderen zo vreselijk onder lijden. En zo gaan Willem en Sophie na 16 moeizame huwelijksjaren ieder hun eigen weg, nóg meer dan voorheen... Toch beseft de koning niet dat hij dezelfde fout maakt als zijn vader destijds bij hemzelf: hij geeft zijn zoon niet genoeg te doen. De kroonprins wordt buiten alle belangrijke staatszaken gehouden en het is voor de jongeman maar moeilijk te verteren dat hij gedwongen is zo'n doelloos leven te leiden. Hoe kan hij zich op die manier voorbereiden op zijn zware taak? Maar hoe dan ook, Willem krijgt het "ontslag", waarom hij zijn vader heeft gevraagd, niet en geprikkeld vertrekt hij naar Engeland, vér van de verfoeide nieuwe grondwet die er natuurlijk tóch komt. Het is koning Willem II zwaar te moede als hij opnieuw afscheid moet nemen van een zoon. Eerst Alexander, nu Willem. Weinigen kunnen vermoeden dat de koning zijn zoon niet meer terug zal zien... En zo gebeurt het dat twee maanden later, als koning Willem II tot ontzetting van iedereen plotseling in Tilburg sterft, de kroonprins onverwachts tóch koning is geworden. Koning tegen wil en dank eigenlijk. Even is het nog spannend als een gezelschap hem tegemoet reist om hem dit belangrijke nieuws mee te delen. Zal de onberekenbare prins de kroon eigenlijk wel aannemen? En wat moet er gebeuren als hij weigert? De kleine Wiwill is pas 9 jaar, dus veel te jong voor zo'n zware taak. Maar alle ongerustheid is voor niets: vier dagen later zet de nu 32-jarige prins als koning Willem III voet op Nederlandse bodem. Het Nederlandse koningshuis is in die jaren geweldig populair en de mensen zijn op slag vergeten dat ze Willem als kroonprins eigenlijk niet zo erg mochten. Nu diezelfde prins koning is geworden zijn de mensen buiten zichzelf van enthousiasme en de intocht van de nieuwe koninklijke familie in Amsterdam is een glorieuze gebeurtenis. Daar rijdt de jonge koning te paard, een man in de kracht van zijn leven. Achter hem komt de galakoets, door acht paarden getrokken. Erin zit koningin Sophie met de twee kleine prinsjes Wiwill en Maurits. De toeschouwers zijn zó opgewonden dat ze van puur enthousiasme dwars door de rij soldaten heenbreken en in dichte drommen om de koning heendringen. Het is één grote onontwarbare kluwen mensen die de nieuwe koning, met paard en al, meetroont naar het paleis. "Ik heb een stukje van zijn laars aangeraakt!" roept de een ontroerd, en een ander doet zijn best om de jas of degen van de koning even vast te kunnen houden, En als de knappe Sophie met haar twee zoontjes uit de koets stapt om de kerk binnen te gaan is er iemand die zich voorover bukt en de sleep van haar jurk kust. Het lijkt wel een sprookje! Maar binnen in Sophies hart, is het daar ook een sprookje? Ze heeft nu dan eindelijk haar kroon, de kroon waar het haar vader allemaal om begonnen was toen hij plannen smeedde voor dit ongelukshuwelijk. Maar Sophie kan geen liefde huichelen die ze niet voelt. Ze zijn té verschillend, Willem en zij. En het lijkt wel of ze zich allebei van hun slechtste kant willen laten zien als ze bij elkaar zijn. Willem is dan driftig, onbeheerst en nors. Sophie weinig tactvol, hooghartig en moeilijk. Wat maken ze elkaar het leven zuur op deze manier... Sophie is nu koningin en haar schoonmoeder, Anna Paulowna, is in één keer al haar rechten kwijt geraakt. En dat laat Sophie haar overduidelijk voelen! Zij zal voortaan de eerste vrouw van het land zijn, zij zal overal de belangrijkste plaats innemen en die verfoeide Russische moet haar plaats weten. Ze hebben elkaar nooit gemogen, die twee vrouwen, al vanaf de allereerste ontmoeting toen Sophie nog maar een kind was en op vakantie aan 't ezeltje rijden was. Later, toen Sophie als jonge bruid voor 't eerst in Nederland kwam en haar schoonmoeder de hand wilde kussen had Anna haar nichtje ruw weggeduwd en gezegd: "Je weet dat ik dit huwelijk niet hewenst heb!" Willem II had haar toen getroost. "Dat gaat wel weer over", had hij geruststellend maar het was niet overgegaan. Haast dagelijks komt de vijandigheid boven in de vorm van allerlei hatelijkheden en beledigingen. "Sophie is sluw, ze heeft een kwaadaardig karakter", zegt Anna van haar schoondochter. En nu betaalt Sophie haar met gelijke munt terug. Maar Anna heeft een ijzeren zelfbeheersing en ze speelt het klaar om de vernederingen zonder blikken of blozen te ondergaan In 1850 komt er een tragisch dieptepunt in het ongelukkige huwelijk van Willem en Sophie. De kleine prins Maurits is de aanleiding. Het zesjarige jongetje wordt ziek en eerst lijkt het een onschuldig griepje maar de dokters zien al gauw dat er toch iets ernstigers aan de hand is. Het woord "hersenvliesontsteking" valt en Sophie wordt nu dodelijk ongerust.
"Kunnen er geen andere dokters komen?" vraagt ze hem angstig, "Maurits gaat helemaal niet vooruit, we moeten álles proberen om hem in leven te houden". Maar daar voelt de koning niets voor. "De artsen die Maurits nu behandelen zijn deskundig genoeg", is zijn mening, "en ik voel er niets voor om ze voor het hoofd te stoten en ze weg te sturen". Sophie legt zich er niet bij neer: ze blijft aandringen op andere, bétere dokters die haar Maurits misschien nog kunnen genezen. En zo ruziën de ouders aan het bed van de doodzieke prins. Het kleine blonde jongetje is niet meer te redden en aan het hof verwacht men het ergste. Als Maurits een paar dagen later sterft is Sophie radeloos. Bitter zijn de verwijten die ze over Willems hoofd uitstort. "Had mijn raad maar opgevolgd", snikt ze, "dan had Maurits nu misschien nog geleefd. Het is úw schuld dat hij dood is!" Het zijn harde woorden van een getergde moeder. De situatie is onhoudbaar geworden en het liefst zou ze van Willem scheiden. Maar ze ziet zelf wel in dat dat niet zo eenvoudig zal zijn. Want al is een vorstelijk huwelijk nóg zo slecht, naar buiten toe hoort het ideaalbeeld overeind gehouden te worden. En juist van een koning en een koningin verwacht met het goede voorbeeld: een onberispelijk huwelijk, een gezellig gezinsleven. Maar Sophie móet er na de laatste gebeurtenissen tussenuit en ze vertrekt naar Stuttgart. "Ik ga niet meer terug naar Nederland", neemt ze zich heilig voor. En het is prins Frederik, de broer van Willem II, die in deze pijnlijke situatie de helpende hand moet komen bieden. Iedereen is gesteld op deze wijze vriendelijke oom die zo goed kan luisteren. Hij kan het prima met Sophie vinden maar ook met Anna Paulowna kan hij goed overweg, ook al kunnen de twee vrouwen elkaar niet uitstaan. Prins Frederik gaat met Sophie praten en hij weet haar zover te krijgen dat ze na drie maanden toch weer terug naar Nederland komt. Maar de verbittering blijft. Willem mag in zijn privéleven dan veel moeilijkheden hebben, als koning is hij erg populair. Hij heeft er ook het geschikte figuur voor: met zijn grote zware gestalte maakt hij diepe indruk en met zijn krachtige stem kan hij met gemak een grote mensenmenigte toespreken. Als het land geteisterd wordt door vreselijke overstromingen is de koning ter plaatse, altijd bereid om zijn beurs te trekken als dat nodig is. Als hij als een echte vaderfiguur de mensen moed inspreekt en hartelijk is laat hij zich van zijn beste kant zien. Maar...hij heeft ook het Russische bloed van de tsaren in zijn aderen. Heeft hij soms van hen, en dan vooral van tsaar Paul, Anna's vader, die beangstigende woede-aanvallen geërfd? Elke ochtend vragen de personeelsleden van het paleis elkaar fluisterend: "Is het humeur van de koning vandaag Russisch of Hollands?" Een "Russisch" humeur voorspelt namelijk niet veel goeds en als Willems gezicht op onweer staat dan berg je maar! Wat kan hij bulderen en briesen van woede, als hij zo tekeer gaat is het minstens vier kamers verder te horen. Maar zo woedend als hij de ene dag is, zo vriendelijk kan hij de dag daarop zijn. En dan slooft hij zich uit om zijn boze woorden van de vorige dag weer goed te maken. Ja, Willem is onberekenbaar. Als hij bij de plechtige gebeurtenis de eregast is kan hij zich zomaar opeens omdraaien en weglopen, de mensen verbluft achterlatend. "Zijne Majesteit vertrok" is de betiteling van zo'n soms pijnlijke gebeurtenis. En de volgende dag is alle korzeligheid weer als bij toverslag verdwenen: de koning is zo vriendelijk en goedhartig dat niemand zich nog kan voorstellen dat menigeen voor diezelfde man dikwijls staat te beven. Het liefst is Willem op Het Loo. Zijn hart gaat uit naar het eenvoudige leven daar, naar de jacht met een stel gezellige vrienden, naar de boeren die op zijn initiatief speciaal vee of een nieuw soort konijnen fokken. Al vroeg in de ochtend wandelt hij op zijn gemak van huis tot huis en overal informeert hij belangstellend hoe de zaken staan. Hier voelt hij zich thuis, tussen deze eenvoudige hartelijke mensen. Zij laten hem niet voelen dat hij niet zo'n intellectueel is, zoals Sophie dat zo goed kan. Want Willem kan zulke kritiek moilijk verdragen, hij wordt er onzeker van en weet dan niet goed raad met zijn figuur. Als hij op Het Loo is kan hij zomaar ineens op een voorbijganger afstappen om een praatje te maken. En wat heeft hij een plezier als de man hem éérlijk antwoordt, zonder vleierij of mooie woorden.
Wat is dat nu, hun koning die onder zulke barre omstandigheden zijn leven in de waagschaal gaat stellen? Maar Willem wuift alle bezwaren weg. "Als jullie in die boot durven durf ik het óók", zegt hij vastberaden, "en als we ergens de nacht op een dijk moeten doorbrengen dan is dat heus geen ramp, al die arme slachtoffers moeten dat toch óók?" En daar gaat hij, de grote sterke Willem, en hij verzet geweldig werk. De mensen merken dat hun koning dicht bij zijn volk wil staan en daarom wil men hem zijn dikwijls onbesuisde gedrag graag vergeven. En zo groeit er uit de eens zo weinig populaire kroonprins een koning die zich door zijn eenvoud en hartelijkheid toch werkelijk geliefd heeft gemaakt. Sophie richt op haar beurt haar leven op haar eigen manier in. Ze voelt zich het meest thuis tussen diplomaten, geleerden en wetenschapsmensen. Want haar leergierigheid kent geen grenzen: álles wil ze weten, overal wil ze over meepraten. En dat kán ze. Motley, een bekende Amerikaanse diplomaat, schreef zijn vrouw een opgetogen brief na een ontmoeting met Sophie. "Wat een begaafde vrouw!" is zijn oordeel, "ze spreekt vloeiend Engels, haast zonder accent, en ze is van alles uitstekend op de hoogte. Echt, ik heb nog nooit een bezoek gebracht aan een dame die zó levendig en interessant kan praten. Je vergeet bij deze intelligente en elegante vrouw helemaal dat je eigenlijk bij een koningin op bezoek bent". Dat laatste is een groot compliment want als vurig republikein moet Motley eigenlijk niets van koningen en koninginnen hebben... Op een dag hoort Sophie dat een beroemde geleerde, Leopold von Ranke, naar Den Haag komt om onderzoekingen te gaan doen, en ze vraagt direct of hij bij haar op bezoek wil komen. Zulke interessante bezoekjes geven glans aan haar verder zo eenzame leven. De geleerde heeft eigenlijk niet zo veel zin, hij heeft zijn tijd hard nodig voor zijn onderzoekingen. Maar ja, een uitnodiging van een koningin kun je toch niet zomaar afslaan en dus maakt de man wat tijd vij. Sophie begrijpt ook wel dat ze niet al te veel beslag op Leopolds kostbare tijd kan leggen maar ze heeft een ander idee. "U moet tussen het werken door toch ook eten?" vraagt ze. "Welnu, komt U dan elke dag bij mij hier het middagmaal gebruiken, dan kunnen we ondertussen over allerlei interessante dingen praten". Zo gezegd zo gedaan en de geleerde merkt al bij de eerste maaltijd dat je met déze koningin over ieder actueel onderwerp kunt praten. Wat weet ze ongelooflijk veel, hij weet niet wat hem overkomt! Zo probeert Zo probeert Sophie toch nog wat inhoud aan haar eenzame bestaan te geven. Want eenzaam blijft ze, haar hele leven... Af en toe doorbreekt ze alle protocollen om eens echt menselijk contact te hebben, om ongedwongen met "gewone" mensen te praten en rond te lopen in "gewone" huizen. En op haar buitenlandse reizen bloeit ze helemaal op. Naar hartelust kan ze dan allerlei mensen opzoeken, musea aflopen en haar kennis nog verder uitbreiden. Sophie moet een fascinerende vrouw geweest zijn die iets bijzonders uitstraalde. De beroemde Florence Nightingale is na een ontmoeting zó onder de indruk dat ze verzucht: "Ze is de koningin van alle koninginnen!"
Met veel toewijding zet ze zich in voor de bouw van scholen en ziekenhuizen en ze verstaat de kunst om plezierig met de mensen om te gaan. Naast het vaak onberekenbare optreden van de grote forse koning doet de verschijning van de lieftallige en elegante koningin soms weldadig aan... De twee prinsen zijn inmiddels al lang en breed volwassen geworden... Wiwill heeft zich ontpopt als een echte levensgenieter die het liefst met studentenvrienden in Den Haag zijn vertier zoekt. Dansen kan hij uitstekend en hij is een gezellige en onderhoudende prater. Moeder Sophie heeft altijd gehoopt dat ze iets van haar eigen talenten in haar zoons zal terugvinden. Als ze geleerden ontvangt zegt ze dikwijls: "Komen jullie er maar bij zitten, je kunt er nog wat van opsteken". Maar Wiwill is geen gemakkelijke jongen. Hij ligt graag dwars en heeft voor weinig dingen echt belangstelling. Nu heeft de prins ook een weinig gelukkige jeugd gehad. Altijd is hij een speelbal van zijn ouders geweest. Willem en Sophie hebben ieder apart geprobeerd de jongen naar zich toe te trekken en in zo'n nare sfeer kan geen kind goed gedijen. Met zijn gouverneur heeft hij het óók niet getroffen. De man is ontzettend streng en kan niet veel goeds in de prins ontdekken. "Wiwill gedraagt zich vadsig en onaangenaam", zegt hij afkeurend als de jongen 12 jaar is. "Hij vertoont zulke kunsten dat ik soms twijfel aan het gezond verstand van het kind!" Wiwill is geen studiebol en teleurgesteld moet Sophie vaststellen: "Mijn oudste zoon is niet zo ijverig als ik graag zou zien". Als de prins wat ouder wordt gaan Willem en Sophie eens uitkijken naar een geschikte prinses voor hem. Want er zal toch zo langzamerhand weer eens een troonopvolger geboren moeten worden nietwaar? Koningin Sophie heeft het liefst een Engelse prinses. Ze is dol op de stijlvolle Engelsen en het is een kolfje naar haar hand als ze - incognito - naar Engeland mag vertrekken om koningin Victoria alvast eens voorzichtig te gaan polsen. In Londen voelt men wel wat voor het plan. Maar koningin Victoria is kritisch, ze wil eerst weten wat voor vlees ze in de kuip heeft. De jongeman moet maar eens "op zicht" komen, vindt ze, en Wiwill gaat netjes zijn opwachting in de Britse hoofdstad maken. En waarachtig, hij valt erg in de smaak aan het hof. Maar dan doen de Engelse kranten óók een duit in het zakje. Ze "onthullen" allerlei geruchten over wilde avonturen die de prins in zwoel Parijs zou hebben gehad. En dan is het al gauw met de trouwplannen gedaan. Géén prinses Alice voor de Hollandse kroonprins, de Britse vorstin is veeleisend en deze prins is haar beslist niet "Victoriaans" genoeg! Ook aan andere vorstenhoven beproeft Willem zijn geluk maar het loopt allemaal op niets uit. Totdat hij - hij is inmiddels al 34! - zélf met een gegadigde komt. Het is géén prinses maar een "gewone" Hollandse gravin: Mathilde van Limburg Stirum. En dan gebeurt er iets geks: koning Willem en koningin Sophie die hun hele leven zo om de jongen hebben touwgetrokken zijn het nu plotseling gloeiend met elkaar eens: dit kan niet. Trouwens met een "onderdaan" die dan lid van de koninklijke familie zal worden is iets ondenkbaars. Wiwill is diep teleurgesteld als zijn vader weigert toestemming voor dit huwelijk te geven. Ontgoocheld vertrekt hij naar Parijs, in Nederland heeft hij voorlopig niets meer te zoeken. En met zijn vader, voor wie hij nooit liefde heeft kunnen voelen, wil hij niets meer te maken hebben. Zijn broer Alexander staat wél achter hem. Alexander is voor Sophie altijd een zorgenkindje gebleven, vanaf het moment dat hij - veel te vroeg - werd geboren.
Voor Sophie wordt de eenzaamheid dan wel heel groot. Wiwill in Parijs, Alexander uit huis, wie heeft haar nog nodig? "Ik leef in eeuwigdurende eenzaamheid", schrijft ze aan een vriendin, "en mijn gezondheid is hard achteruit gegaan". Sophie heeft een leverkwaal en haar hart is ook helemaal niet in orde: "Ik heb doorlopend pijn en ik ben zó kortademig. Als ik van de ene kant van de kamer naar de andere loop moet ik onderweg wel twee of drie keer stilstaan. Wat zou ze graag zien dat haar jongens trouwden. Geen kans laat ze liggen, overal heeft ze vriendinnen die haar allerlei tips kunnen geven over mogelijke kandidaten. Het hoeft niet eens een prinses te zijn, vindt ze, als het Oranjehuis maar kan blijven voortbestaan, dát is haar grootste zorg. Maar Wiwill wil alleen zijn Mathilde en de koning blijft halsstarrig weigeren zijn toestemming te geven... Nog één keer komt de kroonprins naar Nederland. Dat is in 1877, als de gezondheid van Sophie verder verslechtert. "Ik heb me nog nooit zo ongelukkig gevoeld als nu", schrijft ze in een van haar allerlaatste brieven, en prins Alexander zorgt ervoor dat Wiwill zo snel mogelijk uit Parijs overkomt. Samen staan de beide broers aan het sterfbed van hun moeder. Als het einde komt is Willem diepbedroefd, maar Alexander is werkelijk radeloos. Hij is altijd zo verknocht geweest aan zijn moeder. Zij heeft hem altijd geaccepteerd zoals hij was en nu ze er niet meer is stort zijn wereld in elkaar. Als Sophie plechtig begraven wordt kan hij zijn emoties niet de baas en de toeschouwers krijgen een brok in hun keel als de ontroostbare prins zich op de kist werpt, zich eraan vastklampt en luidkeels jammert van ellende. En de koning, voelt hij emotie als Sophies kist langzaam naar beneden zakt om naast die van de kleine prins Maurits te worden gezet? We weten het niet, hij toont in elk geval niets. Hij en zijn twee zoons hebben elkaar niets meer te zeggen. Na de korte begrafenis gaat ieder weer zijn eigen weg, van een verzoening is niets gekomen. Nu dit zo ongelukkige huwelijk niet langer bestaat wil de koning het liefst opnieuw trouwen. Hij beseft wel dat het voortbestaan van het Huis van Oranje aan een zijden draadje hangt. Want de kans dat Wiwill of Alexander nog kinderen zullen krijgen wordt met de dag kleiner. Eerst laat Willem zijn oog op een Franse operazangeres vallen. Maar als zijn ministers daar lucht van krijgen zijn ze dieo geschokt. Hemel en aarde worden bewogen om de koning van dit onzalige plan af te brengen en tenslotte laat Willem zich bepraten, hij ziet zelf ook wel dat dit eigenlijk niet kan. Maar niet lang daarna verrast hij iedereen met de mededeling dat hij zich gaat verloven met een Duits prinsesje, Emma van Waldeck-Pyrmont. 20 jaar is de onbekende bruid, bijna 62 jaar de bruidegom... Wiwill en Alexander komen heftig in opstand. Maar de regering is al lang blij dat de koning nu een prinses heeft uitverkoren en de toestemming voor het huwelijk is gauw gegeven. Als de koning in het Duitse Arolsen zijn bruiloft viert schitteren zijn beide zoons door afwezigheid. Erger nog, Alexander geeft opdracht om de luiken van zijn paleis aan de Kneuterdijk die dag te sluiten: het is zijn protest tegen het nieuwe huwelijk van zijn vader. Vader en zoons zijn vreemden voor elkaar geworden. Na Sophies dood heeft Wiwill nog één keer om toestemming gevraagd voor het huwelijk met zijn Mattie, het huwelijk dat hij zo zielsgraag wil. Vier jaar lang zijn de twee jonge mensen elkaar blijven schrijven, nog altijd hopend op een wonder. Zelfs de ministers zijn op Wiwills hand, zij willen hun toestemming wel geven. Maar de koning wil niet buigen. Het is "nee" en het blijft "nee" en dan geeft Wiwill het op. Met bloedend hart geeft hij Mathilde zijn woord terug en dan vertrekt de troonopvolger definitief naar Parijs. Met zijn vaderland wil hij niets meer te maken hebben, voortaan ziet men hem alleen nog bij de paardenrennen of temidden van twijfelachtige vrienden en vriendinnen. In Nederland is men er erg ongelukkig mee dat de kroonprins zich niets meer aan zijn land gelegen laat liggen en zich in kringen beweegt waar hij helemaal niet thuis hoort. Van alles wordt er geprobeerd om de prins naar Nederland terug te krijgen maar Wiwill is er niet toe te bewegen.
Maar hij ziet het wel: het gaat snel bergafwaarts met zijn broer. En een paar dagen later meldt een extra nummer van de Staatscourant de dood van de Prins van Oranje. Opnieuw is Alexander verpletterd door verdriet als de dood hem zijn laatste houvast op deze wereld afneemt. Hij is nu kroonprins geworden, maar de twee sterfgevallen hebben de ongelukkige prins voogoed geknakt. Nog vijf eenzame jaren staan hem te wachten, vijf jaren waarin Alexander alleen nog maar aan het verleden kan denken. Hij begraaft zich in zijn verdriet, in zijn herinneringen aan zijn moeder en zijn broer. Meer en meer trekt hij zich terug in zijn kleine paleisje, vooral in het laatste jaar van zijn leven. Dikwijls stuurt hij de bewakers naar huis en laat de luiken sluiten om de indruk te wekken dat hij niet thuis is. Zijn honden en zijn kakatoes zijn de enige levende wezens om hem heen en áls hij zijn huis verlaat is het meestal om naar de grafkelder in Delft te gaan en daar te treuren bij de graven van zijn moeder en zijn broer. Dan krijgt Alexander tyfus en in 1884 sterft ook deze prins een eenzame en tragische dood. Vader Willem zit in Duitsland voor een gezondheidskuur en erg veel haast om naar de begrafenis te komen maakt hij niet. Telkens stelt hij zijn komst uit en pas na drie weken kan de begrafenis van zijn ongelukkige zoon plaatsvinden. Ook prins Frderik en prins Hendrik zijn inmiddels overleden en de 67-jarige koning is nu de enige mannelijke Oranje die nog over is van de familie, die nog niet zo lang geleden zo rijk bedeeld was met troonopvolgers. Een dochtertje wordt er uit het heel gelukkige huwelijk met prinses Emma geboren en daar is alle hoop nu op gevestigd... Een paar jaar later is ook koning Willem niet meer in staat om zijn werk nog langer te doen. Zijn gezondheid wordt steeds wankeler en als hij tenslotte in 1890 sterft is de kleine prinses Wilhelmina pas 10 jaar oud. Gelukkig heeft ze een kordate moeder die met grote toewijding de plichten van haar dochter zolang op zich neemt en zo het voortbestaan van de dynastie redt. Het is maar een dunne zijden draad waar het Oranjehuis op dat moment aan hangt, maar de geschiedenis heeft het uitgewezen: die draad is wel dun geweest maar ook ijzersterk! |
