Aan aandacht geen gebrek: de jeugdige grootmoeder - prinses Willemijn is pas 41 jaar - en de amper 19-jarige moeder verdringen zich om het wiegje van de kleine Oranjetelg. Maar buiten het paleis pakken zich donkere wolken samen. Nederland is in de greep van allerlei revolutionaire ideeën, overgewaaid vanuit Frankrijk waar de Franse revolutie alles op zijn kop heeft gezet. En als na enige tijd de Franse legers ons land binnenvallen wordt get voor de Oranjefamilie zelfs té gevaarlijk om nog langer in Holland te blijven. Twee jaar is de kleine Guillot pas als hij op een ijskoude januarimorgen plotseling in een Scheveningse vissersboot wordt getild. Even later is hij samen met moeder Mimi en grootmoeder Willemijn op weg naar Engeland waar de veiligheid wacht. De mannen volgen diezelfde avond nog en de hele familie mag van de Engelse koning zijn intrek nemen in het paleis Hampton Court. Daar zitten ze nu, ver van het vaderland... De toekomst ziet er wel erg somber uit. "Die mensen zijn dolhoofden, je kunt er de gekste dingen van verwachten", had prinses Willemijn voorspeld toen de Fransen haar man de oorlog hadden verklaard. In Frankrijk zelf was het intertijd uitgelopen op de tragische dood van de koning en koningin, op het schavot nog wel... Een schokkende gebeurtenis en de schrik zit er bij de andere regerende vorsten in Europa goed in! Nee, dan maar liever het zekere voor het onzekere nemen en in Engeland betere tijden afwachten. Maar Guillots vader houdt het niet lang in Engeland uit. Hij heeft het idee dat de Engelsen hem toch niet zullen helpen om de Fransen uit Nederland te verjagen. Nee, dan verwacht hij méér van zijn schoonvader in Pruisen. En zo gaat de kleine Guillot al kort daarna wéér op reis, ditmaal naar Berlijn. Prinses Willemijn vindt het vreselijk om haar kleine oogappel te moeten missen. In een brief aan dochter Loulou schrihft ze: "Het valt me wel héél zwaar om Mimi en het kind te zien heengaan, vooral omdat ik betwijfel of het wel góed is dat ze uit Engeland vertrekken". Heel wat brieven gaan er in die jaren tussen Londen en Berlijn op en neer. Het gezin van Willem en Mimi wordt nog uitgebreid met een zoon, prins Frederik, en een dochter, prinses Pauline. Willemijn snakt ernaar om de kleine Guillot weer terug te zien en om haar twee nieuwe kleinkinderen te bewonderen. Reikhalzend ziet ze uit naar post uit het verre Berlijn en als de kleine Guillot haar een brief met haar verjaardag stuurt schrijft ze terug: "Ik zie met blijdschap dat je soms toch aan grootmama van Oranje denkt. Ik denk zoveel aan jou en aan de hele familie!" Maar voor de kleine Willem begint de herinnering aan zijn grootmoeder langzaam maar zeker te vervagen. Het kind gaat helemaal op in zijn nieuwe leven in Duitsland waar hij al gauw een rap mondje Frans, Duits en Nederlands leert spreken. Toch is grootmoeder willemijn niet zo te spreken over de talenkennis van haar kleinzoon. "Nu heb ik weer een brief van hem gekregen in zogenaamd Hollands", schrijft ze vermanend aan Willem en Mimi, "maar hij is slecht gesteld en zit werkelijk vól taalfouten. Een kleine geleerde hoeft Guillot heus niet te worden - ik houd trouwens helemaal niet van wonderkinderen - maar hij kan toch wel beter dan dit!"
Maar hij voelt zich op de nieuwe school wel thuis en hij legt gemakkelijk contacten met de mensen om hem heen, een eigenschap die hem in zijn verdere leven veel plezier maar ook de nodige narigheid zal bezorgen. Als hij na vijf jaar Academie van zijn vader te horen krijgt dat hij nu verder moet gaan studeren in Engeland heeft Willem daar eerst helemaal geen zin in. Maar ja, een kroonprins heeft nu eenmaal een veelzijdige opvoeding nodig, ook al is hij voorlopig nog in ballingschap, en dus vertrekt Willem tenslotte toch naar Oxford. In een piepklein bootje steekt hij samen met zijn gouverneur over naar Engeland. Hij heeft een valse Duitse naam aangenomen want Napoleon houdt alle havens nauwlettend in de gaten en staat klaar om elk schip op te pakken. Het is een uitgebreid studieprogramma dat Willem in Engeland krijgt voorgeschoteld. Braaf werkt hij zich door de vaak taaie stof heen maar eigenlijk gaat zijn hart veel meer uit naar het avontuur, naar het militaire leven vooral, met alle schittering daar omheen. Gelukkig krijgt hij al gauw een kans om zijn boeken te ontvluchten. De Engelse veldheer Wellington vertrekt naar Spanje om daar Napoleon te gaan verjagen en hij wil de jonge prins van Oranje best meenemen om hem voor het eerst echte kruitdampen te laten opsnuiven. De gevechten zijn een kolfje naar Willems hand. Moedig, ja soms zelfs óvermoedig stort hij zich in de strijd en wat is hij trots als hij na de veldslag bij Salamanca naast de grote Wellington te paard de bevrijde stad kan binnen rijden. Ook Wellington is tevreden. "De prins van Oranje gedraagt zich uitstekend en is bij iedereen zeer geliefd", schrijft hij. Nu, dat klopt wel, want menig Spaans gravinnetje of hertoginnetje is zwaar onder de indruk van die knappe moedige prins. En als de Spanjaarden grootse feesten voor hun bevrijders op touw zetten wordt Willem aan alle kanten omgestuwd door bewonderende vrouwen. Als hij na een jaar weer in Engeland terugkomt merkt hij dat hij ook daar door zij dapper gedrag opeens waanzinnig populair is geworden. Nu mag hij er ook wel zijn: hij is bepaald knap om te zien en in de omgang bijzonder gemakkelijk en charmant. In Londen ziet hij voor het eerst na vier lange jaren zijn vader weer terug en het contrast tussen de stroeve ongemakkelijke vader en de vlotte knappe zoon is wel heel groot... Maar de vader, altijd in de weer om de oude glorie van de Oranjes te herstellen, heeft voor zijn zoon een plan uitgedacht. "De jongen kan een mooie toekomst tegemoet gaan als hij trouwt met prinses Charlotte, de enige erfgename van de Engelse troon", peinst hij bij zichzelf. Want het is nog maar zeer de vraag of Guillot ooit nog eens over Nederland zal kunnen regeren nu de Fransen daar de touwtjes in handen hebben. En dan is het nog helemaal niet zo gek om echtgenoot van een Britse koningin te worden. Guillot zelf staat er niet om te springen maar zijn mening is niet belangrijk in zo'n gewichtige zaak als een vorstelijk huwelijk. "Ik voel er niets voor om later de onderdaan van mijn eigen vrouw te worden", sputtert hij tegen zijn vader. "Op die manier kan een huwelijk toch niet gelukkig worden? Laat me liever terug naar Duitsland gaan en daar met een van mijn Pruisische nichtjes trouwen. daar voel ik veel meer voor. De vroegere glorie van onze familie kunnen we maar beter vergeten..." Maar dat schiet zijn vader toch in het verkeerde keelgat.
Maar het loopt allemaal toch anders. Want het jaar 1813 breekt aan en plotseling beginnen de kansen voor de Oranjes te keren. Na zoveel jaren van wachten en nog eens wachten wordt vader Willem tenslotte teruggeroepen naar Holland om daar als koning Willem I het land opnieuw op te bouwen. Eindelijk kan zijn gezin, dat in de jaren van ballingschap zo uit elkaar is gevallen, zich weer herenigen en nog wel op vaderlandse bodem. Wat is de jonge Willem blij dat hij na zo veel jaren zijn moeder weer kan terugzien! Want bij al zijn stoerheid heeft de prins in de tijd dat hij van huis weg was danig last gehad van heimwee... "Mijn lieve mama, ik heb in die vier jaren werkelijk geen gelukkig ogenblik gehad", schrijft hij openhartig, "en ik ben dolblij dat ik U binnenkort allemaal weer terug zal zien". Zijn jongste zusje Marianne ként hij nog niet eens, ze is geboren toen hij al naar Engeland was vertrokken. Zo is de hele familie weer bij elkaar. Maar liefst 18 jaren zijn er verstreken sinds die ijskoude januaridag waarop de tweejarige Guillot met Moeder Mimi en grootmoeder Willemijn Holland haastig heeft moeten verlaten. Nu komt hij als 21-jarige troonopvolger weer terug in een vaderland dat hij eigenlijk niet kent. Samen met zijn broer, prins Frederik, moet hij alle moeite doen om aan dat nieuwe land te wennen. "Holland is zo'n vlak land dat je er droefgeestig van wordt", zeggen de twee broers onder elkaar, "en wat zijn de mensen hier traag en ontzettend zuinig. Pedant zijn ze ook en soldaten zijn het al helemáál niet". Vooral dat laatste is wel een heel ernstige tekortkoming in de ogen van de twee prinsen, die zo'n echte Pruisisch-militaire opvoeding achter de rug hebben! Maar Willem is en blijft een charmante prins. Met zijn half Engels, half Nederlandse taaltje neemt hij iedereen voor zich in. "Hij wordt hier aanbeden", schrijft een Pruisische generaal vanuit Brussel, "hij heeft voor iedereen een vriendelijk woord en de knapste en voornaamste vrouwen maakt hij het hof. De jongeman is werkelijk erg populair". Maar Willem mag dan wel allerlei knappe vrouwen het hof maken, de huwelijksplannen met de Engelse prinses Charlotte zijn nog altijd niet van de baan. Integendeel, er komt nu pas goed schot in de zaak. De Engelse prinses is inmiddels weer wat ouder geworden en Willem I moet tot zijn schrik constateren dat het een grillig en lastig persoontje is geworden. Veel geluk heeft het arme kind dan ook nooit gekend. Haar grootvader, koning George III, heeft regelmatig aanvallen van verstandsverbijstering en moet tenslotte de regeringszaken overdragen aan zijn zoon George IV, een wijnig verfijnd man die in het ene schandaal na het andere verwikkeld raakt. Zijn huwelijk met prinses Carolina van Brunswijk is een rampzalige mislukking en man en vrouw vechten als kat en hond om hun enige dochter prinses Charlotte. George ziet in het huwelijk met de prins van Oranje een mooie kans om zijn vrouw weer eens een hak te zetten. De prinses zal dan immers in Holland moeten gaan wonen en hij weet heel goed dat moeder en dochter het vreselijk zullen vinden om van elkaar gescheiden te worden. Toch weet hij zijn dochter zover te krijgen dat ze toestemt in een verloving.
Want Charlotte beseft heel goed dat prinsessen niet al te veel noten op hun zang mogen hebben als het om een huwelijk gaat. Maar Carolina, haar moeder, laat het er niet bij zitten. Samen met haar zwager bewerkt ze haar dochter net zo lang tot deze de verloving verbreekt. En dat schiet koning Willem I weer in het verkeerde keelgat. Zou die wispelturige Engelse prinses zomaar zijn mooie plannen doorkruisen en de verloving verbreken? Nee, zo'n vernedering doet de naam van de Oranjes geen goed en gauw zorgt hij ervoor dat de verloving weer "aan" raakt. Er wordt meteen vast een huwelijksdatum vastgesteld maar achter de schermen zijn de ruzies niet van de lucht. George verfoeit zijn vrouw zó dat hij haar verbiedt de bruiloft van haar eigen dochter bij te wonen. Maar dan gaat hij toch werkelijk te ver. Charlotte vertikt het om nog langer een speelbal van haar ouders te zijn en zonder het aan iemand te zeggen schrijft ze Willem resoluut een brief. "Mijn plaats is bij mijn moeder", laat ze hem weten, "en als ik in een ander land moet gaan wonen zal ik me niet gelukkig voelen. Ik beschouw onze verloving van nu af aan voor eens en voor altijd verbroken". Haar vader is woedend over dit eigengereide optreden van zijn dochter en het weerbarstige meisje wordt meteen gestraft met huisarrest. En de jonge Willem is natuurlijk óók weinig gelukkig met het blauwtje dat hij heeft gelopen. De hele pijnlijke affaire is een dankbaar onderwerp van gesprek in de Europese paleizen. Er wordt heel wat afgegniffeld om de onvermijdelijke spotprenten die al spoedig de ronde doen. Wat een vernedering! Er zit voor Willem niets anders op dan met lege handen weer naar Den Haag terug te keren... Gelukkig voor Willem wordt alle aandacht in één klap van hem afgeleid als er plotseling verbijsterend nieuws binnenkomt: Napoleon, de grote veldheer die half Europa onder de voet heeft gelopen, is van zijn gevangenis-eiland Elba ontsnapt! De kleine generaal wil proberen zijn enorme macht weer terug te veroveren en een golf van schrik gaat door Europa. Haastig zorgen Engeland, Nederland en Pruisen ervoor dat er een leger klaarstaat om de oprukkende Napoleon tegen te houden. De hertog van Wellington is het moedige gedrag van de jonge prins van Oranje in Spanje nog niet vergeten en hij zet Willem daarom nu aan het hoofd van een deel van het leger. En nu maar wachten op Napoleon. "Laat hem maar komen, we zullen die Fransen weleens even een lesje leren", zeggen prins Willem en de andere legerleiders vol vertrouwen tegen elkaar. Maar Napoleon is slim en hij laat z'n vijanden eindeloos wachten. En al die tijd moet Willem, die van ongeduld staat te popelen, zich inhouden. Als de hertogin van Richmond in Brussel een groot bal geeft nemen Willem en Wellington de uitnodiging dankbaar aan. "Eindelijk eens een verzetje", verzuchten ze tegen elkaar, "dat wachten is maar een saaie bezigheid". Die avond wordt er onbezorgd gedanst en geflirt. De muziek brengt iedereen in zo'n zorgeloze stemming dat de vele officieren haast zouden vergeten waarom ze eigenlijk hier in België zijn, zo ver van huis. Want Napoleon lijkt nog zó ver weg... Maar tegen middernacht wordt het sprookje ruw verstoord. Buiten adem komt een koerier de balzaal binnenrennen met een boodschap die aan duidelijkheid niets te wensen overlaat: Napoleon is al heel dicht in de buurt en als er niet razendsnel gehandeld wordt is de ellende niet te overzien. In één klap is het feest afgelopen. De feestelijke balzaal stroomt leeg en de legerofficieren springen, zó in hun prachtige gala-uniformen, op hun paarden om het Franse leger tegemoet te stellen. Nu kan prins Willem eindelijk weer eens laten zien wat hij waard is. Op het slagveld voelt hij zich als een vis in het water en onverschrokken voert hij zijn leger aan. Voortdurend is hij dicht bij het bulderende vuur van de kanonnen en zo gebeurt het dat opeens zijn paard onder hem vandaan geschoten wordt. Niet lang daarna wordt hij ook zelf getroffen: een kogel slaat in zijn linkerschouder en bloedend valt hij op de grond. Haastig dragen zijn helpers hem weg op een oude deur die ze gauw uit een schuur hebben gehaald, maar de strijd is dan al beslist: in deze Slag bij Waterloo wordt Napoleon voor eens en voor altijd verslaan. Opgetogen is Willem over de afloop. Gewond of niet, hij moet en zal nog diezelfde avond een juichende brief naar huis schrijven.
"Je bent altijd mijn dierbare kleinzoon geweest", schrijft ze, "maar nooit ben je me zó dierbaar geweest als nu, na deze grote gebeurtenissen!" Ook Wellington is bijzonder tevreden over de prestaties van zijn oud-leerling. "Geen lof is te groot voor de prins van Oranje", zegt hij, en daar is heel Nederland het hartroerend mee eens. "De held van Waterloo" wordt Willem nu plotseling overal genoemd, op straat wordt hij uitbundig toegejuicht, iedereen loopt wég met deze onverschrokken kroonprins. De gevierde jongeman heeft voor zijn prestaties een geweldig cadeau verdiend, dat staat vast. En zo krijgt prins Willem van een dankbare Nederlandse bevolking een paleis aangeboden, paleis Soestdijk. De Zuiderlijke Nederlanden willen niet achterblijven en van hen krijgt de prins een paleis in Brussel en het fraaie landgoed in Tervueren. Willem geniet van al die roem, van al die verering, hij raakt er bijna door bedwelmd. Voortdurend wordt hij door bewonderaars omstuwd en als klap op de vuurpijl krijgt hij een maand later een wel heel vererend voorstel: de tsaar van Rusland biedt hem de hand van zijn jongstte zuster Anna Paulowna aan. Willem is opeens een fel begeerde vrijgezel geworden en hij kan de vrouw krijgen die aan Napoleon was geweigerd. Een keizersdochter, wat een eer voor de Oranjes! Over het antwoord hoeft hij niet lang na te denken en al een paar maanden later arriveert hij in St. Petersburg in het verre Rusland om kennis te gaan maken met zijn 20-jarige bruid. Bijna een maand is hij onderweg geweest naar dit verre land en als hij er eenmaal is gaat er een hele nieuwe wereld voor hem open. Schatrijk is de tsarenfamilie, Willem kijkt zijn ogen uit als hij door de paleizen wandelt. Hij wordt erg hartelijk ontvangen en het lijkt erop dat Anna en hij wel bij elkaar in de smaak vallen. De knappe Anna wil de vlotte innemende prins best als echtgenoot hebben en de kogel is al gauw door de kerk. Nu kunnen de fantastische verlovingsfeesten in volle omvang losbarsten. "Wat een pracht, wat een praal, die Russen weten er raad mee", denkt Willem bij zichzelf met in zijn achterhoofd de zoveel eenvoudiger hofhouding van Willem I en koningin Mimi. De hele winter blijven de feesten aanhouden en de bruiloft eind februari wordt een groots hoogtepunt. Een gouden kroon fonkelt op Anna's hoofd als ze onder feestelijk kanongebulder naar voren schrijndt om met de held van Waterloo in de echt verbonden te worden. Twee keer schuiven bruid en bruidegom de ringen aan elkaars vingers. Want na de exotische Russische huwelijkssluiting, zo vol pracht en praal, met kaarsen en iconen, volgt nog een protestantse plechtigheid die er door zijn eenvoud schril bij afsteekt. En opnieuw storten Willem en Anna zich in een wirwar van bals, opera's, optochten, vuurwerken, rijtoeren en galadiners. Er lijkt eenvoudig geen eind aan te komen en het jonge paar staat er niet bij stil dat men in het verre Nederland nu toch wel een beetje ongeduldig begint te worden. Het is natuurlijk prachtig dat het jonge stel daarginds in Rusland zo gevierd wordt, maar men wil nu toch eindelijk de nieuwe kroonprinses van Oranje weleens met eigen ogen zien! Natuurlijk, Rusland is ver weg, maar moet het nu heus allemaal zó lang duren? Ook koning Willem en koningin Mimi worden verteerd door ongeduld en Mimi besluit haar zoon en haar onbekende schoondochter alvast tot Berlijn tegemoet te reizen. Eindelijk, een half jaar na Willems vertrek, begint het jong paar aanstalten te maken om naar Nederland af te reizen. Dat moet ook wel want Anna is inmiddels zwanger. Het valt haar nog helemaal niet mee om afscheid te moeten nemen van haar uitgebreide familie, van de grootse paleizen en van de vele bekende plekjes uit haar jeugd. En vooral: van Rusland. Waar zal ze terechtkomen? Nederland moet een pietepeuterig klein lapje grond zijn in vergelijking met het onmetelijke Rusland. En het koningshuis is natuurlijk wél minder deftig dan de keizerlijke tsarenfamilie, dat weet Anna Paulowna ook heel goed. Maar Willem bevalt haar wel en ze ziet haar onbekende toekomst met vertrouwen tegemoet. Eindelijk, eindelijk komt de kroonprins met zijn jonge vrouw bij de Nederlandse grens aan. Overal, langs de hele route vanaf de grens tot aan Den Haag, ziet het zwart van de mensen. Allemaal willen ze een glimp van de nieuwe kroonprinses opvangen en ze hebben soms al dagen staan wachten. Waar Willem en Anna ook komen, het is overal even prachtig versierd. Erebogen, toespraken, feestredes, de mensen rekken hun halzen om niets van dit sprookje te hoeven missen. Het is dan ook geen wonder dat de stoet er tien dagen over doet om in Den Haag te komen. Het enthousiasme van het Nederlandse volk doet Anna goed. Nog even verschijnt ze voor een van de ramen van Huis ten Bosch om naar de feestelijke parade te kijken die buiten in de stromende regen voor haar wordt gehouden. Maar ondanks haar "allervorstelijksten en onbeschrijflijk rijken tooi" is ze toch ook maar een gewoon mens. De vermoeienissen van de afgelopen maanden eisen nu hun tol: ze kan eenvoudig niet meer op haar benen staan. ![]() Een miniatuur, afkomstig van het Russische hof met Anna Paulowna en haar broertje Nicolaas, de latere tsaar Wat is ze blij als ze zich eindelijk kan terugtrekken in een huis aan de Lange Voorhout waar ze zolang zal gaan wonen. Want het nieuwe paleis aan de Kneuterdijk moet eerst grondig verbouwd worden voordat het goed genoeg is voor een Russische grootvorstin die van huis uit wel het een en ander aan weelde gewend is. "Eigenlijk zou ik het liefste in Brussel gaan wonen", had Willem verzucht. Want hij is dol op die stad, hij voelt zich er veel beter thuis dan in het stijve noorden. Al zijn inkopen doet hij er, zijn werklui haalt hij er vandaan, kortom, voor Willem is de keus niet moeilijk. Maar de koning vindt het om allerlei redenen niet verstandig, hij heeft zijn zoon liever in de buurt. En toch, als het éven kan trekt Willem naar zijn Brusselse paleis. Omgekeerd zijn ook de Belgen erg gesteld op de vlotte innemende kroonprins die zo uitsteken Frans spreekt. Dat hij van het Nederlands nog niet zoveel terecht brengt valt hun niet op. Bovendien houden ze, als echte zuiderlingen, wel van wat vorstelijk vertier en de schitterende japonnen en juwelen van Anna Paulowna vallen bij hen zeer in de smaak. Eerlijk gezegd vinden ze de eenvoudige levensstijl van koning Willem I en koningin Mimi wel wat érg gewoontjes... Op 19 februari 1817 beginnen alle Brusselse kerkklokken feestelijk te beieren en 101 kanonschoten laten het aan iedereen weten: kroonprinses Anna Paulowna heeft een zoon gekregen. Voor 't eerst na 360 jaar wordt er binnen de stad weer een vorstelijke troonopvolger geboren en zowel Noord als Zuid Nederland is opgetogen. "Leve de held van Waterloo, leve zijn eerstgeborene", roepen de mensen enthousiast op straat. Willem heeft goed werk werk geleverd: de troonopvolging is voorlopig wel verzekerd. Ook in het verre Rusland leeft men mee. Anna's broer tsaar Alexander stuurt zijn kleine neefje een schitterende luiermand vol met typisch Russische kleertjes, allemaal met de hand gemaakt. Anna is opgetogen als ze de mand uitpakt, want in haar hart kan ze haar vaderland nog maar moeilijk vergeten. Ze zorgt er dan ook voor dat haar zoon behalve de echte Hollandse naam Willem óók nog de klinkende namen van twee Russische tsaren krijgt: Alexander en Paul. Per slot van rekening is het jongetje een halve Rus, waar of niet. Voor de buitenwereld moet het allemaal wel een sprookje lijken. Maar ingewijden weten dat het vooral tussen de koning en zijn zoon niet altijd koek en ei is. De jonge Willem, bewierookt in heel Europa en razend populair in zijn eigen land, gaat bij het kiezen van zijn vrienden weleens slordig te werk. Hij kan nu eenmaal erg gemakkelijk met mensen omgaan, hij is hartelijk en de mensen mogen hem graag. Voor zijn vader, de wat norse en soms ongenaakbare koning, zijn ze in hun hart een beetje bang. Maar af en toe is Willem wel wat ál te gemakkelijk in de omgang. En er zijn in Brussel genoeg mensen die de prins graag voor hun karretje willen spannen. Al gauw raakt Willem verzeild in een kring van "vrienden" waar vader Willem I helemaal niet gelukkig mee is. Want er wordt gefluisterd dat die "vrienden" een complot aan het smeden zijn om de Franse koning van de troon te verjagen. En wie willen ze daarna op de troon zetten? Inderdaad, de prins van Oranje, de Hollandse troonopvolger! Willem voelt zich eigenlijk wel gevleid en al gauw gelooft hij zelf ook in de drieste plannen van de samenzweerders. En als hij in diezelfde tijd plotseling een komeet ziet verschieten is zijn eerste gedachte: "Dat is een teken van de Voorzienigheid, ik ben op de goede weg!" Maar als geruchten over deze samenzwering zelfs helemaal tot in Rusland doordringen neemt tsaar Alexander zijn zwager eens flink onder handen. "Maak je zo snel mogelijk los van die onwaardige intriges", waarschuwt hij, "een man als jij hoort zich met dit soort gekonkel niet op te houden!" Zulke harde woorden van een machtig familielid vallen Willem wel wat koud op het lijf en berouwvol neemt hij zich voor een punt achter de hele affaire te zetten. Zelfs de grote Wellington komt zijn vroegere pupil eens flink de les lezen. Maar Willems louche "vrienden" weten hem toch telkens weer te vinden en het lukt Willem maar niet om zich voorgoed uit hun netten los te maken.
Koning Willem is er helemaal niet gelukkig mee dat zijn zo gemakkelijk te beïnvloeden zoon zo dikwijls in het frivole Brussel zit. Hij heeft hem liever in Den Haag, stevig onder vaders vleugels. Maar hij beseft ook wel dat hij de jongen eigenlijk iets te doen moet geven. Zo'n ondernemende en beweeglijke prins die niets om handen heeft, dat móet wel verkeerd aflopen. De verdediging van het land, dát is misschien een zaak waar de jonge Willem zich mee kan bezighouden. Per slot van rekening liggen militaire zaken hem nog altijd na aan het hart. Maar opnieuw krijgt de koning heel wat met zijn oudste zoon te stellen. Want de prins vindt dat hij als het erop aankomt maar heel weinig mag doen. Alle échte beslissingen worden door ene graaf van der Goltz genomen, nota bene een ondergeschikte. Na een tijdje krijgt de jonge Willem schoon genoeg van de situatie. Opstandig stelt hij zijn vader voor de keus: "Als Van der Goltz niet verdwijnt neem ik ontslag". De koning zit er erg mee in, wat moet hij toch beginnen met zijn rebelse zoon? Eerst maar eens een rustig gesprek. Maar de jonge Willem weigert vierkant om naar Den Haag te komen. Daar kan de koning natuurlijk geen genoegen mee nemen. "Als de jongen niet hier wil komen dan vertrek ik zélf wel naar Brussel om hem tot rede te brengen", kondigt hij aan en hij laat de paarden voor de koets spannen. Het nieuws van zijn komst snelt al vooruit en Willem, in Brussel, hoort dat zijn vader in aantocht is. "Ik wens mijn vader niet te ontmoeten", houdt hij koppig vol, "éérst moet hij me op schrift verzekeren dat Van der Goltz verdwijnt". "Maar dadelijk rijdt zijn koets hier voor, hoe moet dat dan?" vraagt Anna Paulowna angstig. De Russische grootvorstin zit tussen twee vuren. Ze is dol op haar man en zou hem het liefst in alles gelijk geven. Maar ze beseft ook wel dat Willems gedrag tegenover zijn vader heus niet altijd goedgepraat kan worden. En nu krijgt ze de ondankbare taak om schoonvader koning Willem I mee te delen dat zijn zoon voor hem het huis is uitgelopen! Natuurlijk is de koning woedend als hij hoort dat zijn zoon de benen heeft genomen en de arme Anna moet de klappen opvangen. "Ik zal er voor zorgen dat die heethoofd in de toekomst geen enkele macht krijgt", roept de koning uit, "over mijn lijk! Of hij óf ik zal het onderspit moeten delven en één ding is zeker: hij zal het hoofd moeten buigen en anders neem ik hem gevangen". Die arme Anna moet het allemaal aanhoren maar ze komt dapper voor haar man op, ook al voelt ze wel dat haar man op, ook al voelt ze wel dat haar Willem zijn vader het bloed onder de nagels weghaalt met zijn gedrag. Een paar dagen wacht de koning totdat Willem eindelijk eens naar huis zal komen maar wie er verschijnt, geen kroonprins. Voor de koning is de maat nu echt vol. "Hij zál zijn ontslag hebben", roept hij getergd, "die jongen heeft straf verdiend!" En inderdaad wordt de kroonprins uit zijn functies ontslagen... Anna Paulowna geeft in haar lange brieven naar huis levendige beschrijvingen van de heftige taferelen die zich in het Brusselse paleis afspelen. Ze voelt zich geradbraakt door al die spanningen, ze is nu eenmaal niet erg sterk. Veel goede woorden heeft ze niet voor haar veelgeplaagde schoonvader over. "Toen hij me bij het afscheid omhelsde had hij de uitdrukking van een echte valse Judas op zijn gezicht", schrijft ze verontwaardigd naar huis, "wat een vader, die arme Willem". ![]() In de grote kerk in Den Haag werd op 24 augustus 1818 de tweede zoon van Willem II gedoopt: Willem Alexander Frederik Maar die "arme Willem" is nog niet van plan zijn hoofd vor zijn vader te buigen. "Als ze me uit het Nederlandse leger ontslaan neem ik dienst in het Russische leger", deelt hij doodleuk mee, wel wetend dat hij zijn vader daarmee op zijn ziel trapt. Maar nu is hij toch wel erg ver gegaan. Grootmoeder Willemijn, moeder Mim, prins Frederik en Anna's moeder Anna Feodorowna, allemaal vinden ze dat er nu maar eens een eind aan dat akelige geruzie moet komen. Eén voor een lezen ze de onwillige kroonprins de les en het resultaat is dat de moeilijkheden toch weer worden bijgelegd. Opgelucht haalt koningin Mimi adem als vader en zoon zich weer voor de zoveelste keer met elkaar verzoend hebben. Ze zijn zó verschillend, die twee. De een, haar man, is moeilijk toegankelijk maar oprecht in al zijn bedoelingen. Hij weet zich geen raad met de wilde capriolen van zijn oudste zoon en zijn geduld wordt soms ook wel heel zwaar op de proef gesteld. Dan haar oudste zoon: inpulsief, onbesuisd en dikwijls opstandig omdat hij vindt dat hij veel te kort wordt gehouden als het om staatszaken gaat. Per slot van rekening is hij lang volwassen, hij heeft al een eigen gezin, waarom zou hij dan geen taak kunnen krijgen waarmee hij zich alvast op het latere koningschap kan voorbereiden? Maar Mimi weet maar al te goed dat een rustig begonnen gesprek tussen die twee dikwijls uitloopt op een felle woordenwisseling. En dan valt het niet mee om de twee kemphanen weer tot rede te brengen. Ook na deze verzoening blijft de verhouding tussen vader en zoon gespannen. Prins Willem komt door toedoen van zijn vroegere louche vrienden opnieuw in opspraak. Gelukkig blijkt dat hij deze keer echt onschuldig is maar aangenaam is het allemaal niet. "Wat moet Europa wel van mijn zoon denken", verzucht de koning teleurgesteld... Gelukkig is er een verhuizing op komst om de aandacht een beetje af te leiden. Paleis Soestdijk, dat Willem na de Slag bij Waterloo van de dankbare Nederlandse bevolking cadeau heeft gekregen, is mooi verbouwd en staat klaar om het kroonprinselijk paar te ontvangen. Anna vindt het heerlijk op Soestdijk, de boslucht is goed voor haar en ze voelt zich met de dag fitter en gezonder. Een paar maanden later viert Nederland opnieuw feest. De kroonprins heeft een tweede zoon gekregen, prins Alexander. Overgrootmoeder Willemijn is trots op dit tweede achterkleinkind. Dat ze dit nog allemaal mag meemaken, wie had dat kunnen dromen toen ze zo veel jaren geleden haastig in een vissersboot stapte om Nederland te verlaten? Haar zoon op de troon, haar kleinzoon kroonprins en twee achterkleinzoons om het geslacht voort te zetten. Nee, dat alles zich nog zó ten goede zou keren voor de Oranjes had ze toen niet durven hopen. Maar lang zal ze niet meer van zoveel familievreugde kunnen genieten. In 1820 overlijdt ze plotseling en vlak voor haar begrafenis wordt, veel te vroeg, Anna's derde kindje geboren, prins Hendrik. Het is eigenlijk geen wonder dat het kleintje veel te vroeg ter wereld is gekomen. De dood van prinses Willemijn is een grote schok voor Anna geweest en daarnaast is ook haar Willem weer in allerlei pijnlijke problemen verwikkeld. Anna heeft nu eenmaal een teer gestel en de emoties worden haar soms echt wel eens te veel. Twee jaar later werpt een droeve gebeurtenis opnieuw een schaduw over het kroonprinselijk gezin als er een klein prinsje wordt geboren. Prins Casimir wordt het kleintje gedoopt maar ach, Anna hoeft heus geen dokter te zijn om te zien dat het jongetje niet lang zal blijven leven. "Hij heeft een waterhoofd", schrijft ze bedroefd naar Rusland en inderdaad sterft het jongetje na vier maanden. Het kost Anna heel veel moeite om deze slag te boven te komen "Maar ze draagt haar verdriet met onderwerping", schrijft Willem aan zijn zwager. De mensen kennen Willem als een vlot-levende prins, ongedurig, beweeglijk en vol dadendrang. Daarom is het zo verbazingwekkend dat diezelfde Willem zich ontpopt als een uitstekend huisvader. Zelf maakt hij een opvoedingsprogramma dat voor die tijd beslist modern is. "Mijn kinderen moeten zoveel mogelijk in aanraking komen met het gewone leven", vindt hij, "en ze mogen vooral niet overladen worden met allerlei verhalen over de roem van hun voorouders. Het is veel belangrijker dat ze leren goed en kwaad van elkaar te onderscheiden en dat ze daarnaar ook handelen". En hij ziet er persoonlijk op toe dat de prinsjes inderdaad in die geest worden opgevoed. Eenvoud, waarheid, het zijn deugden die hij zijn kinderen graag wil meegeven. Bovendien wil hij voorkomen dat de geschiedenis zich herhaalt en dat zijn zoons later, als ze groot zijn, net zulke conflicten met hun vader krijgen als hij zelf... ![]() De oudste zoon van Willem II, de erfprins, in het uniform van kolonel. Een schilderij van A. Ladurneur uit 1834 "Zodra mijn zoons 18 jaar zijn krijgen ze van mij alleen nog maar vriendschappelijke raad", zo neemt hij zich heilig voor. Zelf kan hij er maar niet aan wennen om als kroonprins aan zo'n knellende teugel te moeten lopen. Gelukkig is de verhouding tussen de prins en zijn vader wat aan 't verbeteren. Het lijkt erop dat Willem zijn wilde haren een beetje kwijt is. Vertederd ziet Anna hoe hij met zijn zoontjes kan spelen en ravotten en op zijn Russisch noemt ze hem liefkozend "vadertje". Het leven met een man als Willem mag dan wel eens wat stormachtig verlopen, hij is toch haar echtgenoot en ze kan niet zonder hem. Gelukkig wacht Willem zich er wel voor om opnieuw contacten aan te knopen met allerlei duistere figuren. Hij heeft wat dat betreft zijn lesje wel geleerd. Maar stilzitten kan deze rusteloze prins niet, hij wordt al tureluurs als hij lang achter elkaar aan een bureau moet zitten. De angst slaat Anna wel eens om het hart als ze ziet hoe Willem zijn tomeloze dadendrang afreageert. Zo ziet hij er helemaal niet tegenop om na het ontbijt in Den Haag zijn paard te bestijgen en non-stop naar Brussel te rijden, weer of geen weer. Acht uur doet hij over die tocht en zijn artsen zien het hoofdschuddend aan. "U vergt werkelijk te veel van uzelf", waarschuwen ze telkens, want ze zien dat al die inspanningen de prins geen goed doen. Zijn gezicht raakt zo ingevallen en ook zijn hart begint op te spelen. Maar het is allemaal aan dovemansoren gezegd. Als Willem met zijn vader in Zeist naar legeroefeningen heeft gekeken rijdt hij "even" door naar het Belgische Spa om Anna, die daar een gezondheidskuur ondergaat, te verrassen. Als hij de kans krijgt legt hij honderden kilometers te paard af, liefst in een zo hoog mogelijk tempo want de prins is dol op vaart en actie. Op zijn tochten naar Rusland rijdt hij dag en nacht door, in open koetsen zonder zich te storen aan vreselijke kou of moordende hitte. En áls hij dan na lang aandringen naar Spa vertrekt om zich er wat rust te gunnen maakt hij zich daar weer zo druk in het Casino dat het eigenlijk niets helpt. "Maar ja", verzucht zijn lijfarts dr. Everard, "onze kroonprins is nu eenmaal iemand die eenvoudig niet kán stilzitten. Als je hem alles zou verbieden zou hij wegkwijnen". Gelukkig heeft Willem ook minder vermoeide hobby's. Schilderijen verzamelen is er een van en hij weet langzamerhand een schitterende collectie op te bouwen. Hij is ook een groot liefhebber van toneel en muziek en bovendien werpt hij zich met veel enthousiasme op de verbouwing van zijn paleis aan de Kneuterdijk. Na hun drie zoons krijgen Willem en Anna in 1824 tenslotte ook nog een dochtertje, Sophie. Anna heeft zich tijdens de zwangerschap wel de nodige zorgen gemaakt want de herinnering aan Casimir laat haar niet met rust. Wat is ze blij als het een kerngezonde dochter wordt. En haar vreugde kent helemaal geen grenzen als ze niet lang daarna toestemming van koning Willem krijgt om een reis naar haar vaderland te maken. Zes maanden zal ze wegblijven en ze ziet reikhalzend uit naar het weerzien met haar Russische familie. Wat is het herlijk om weer rond te dwalen in het geweldige paleis waaraan ze zoveel goede herinneringen heeft. En wat lijkt het kleine Nederland dan ongelooflijk ver weg. Maar ook al is Anna nog honderd keer een Russische, er gaat geen dag voorbij of ze denkt met heimwee aan haar vier kinderen en aan haar geliefde Willem, thuis, in Nederland. Ze hoort in Rusland maar ze hoort óók in Nederland, daar kan ze niet omheen. En al geniet ze met volle teugen van deze vakantie, ze telt toch ook de dagen af tot Willem haar weer zal komen halen. Maar als deze tenslotte na de lange reis in het Russische paleis aankomt schrikt ze. "Wat ziet hij er moe en afgetobt uit", denkt ze bij zichzelf. "Hij heeft natuurlijk weer veel te hard gereden en zichzelf geen rust gegund". Ze is niet voor niets zo bezorgd want Willem krijgt ernstige hartklachten. Wat is het moeilijk deze man met zijn tomeloze levenslust af te remmen! Haar broer, tsaar Alexander neemt Anna even apart om haar nog eens goed op het hart te drukken dat Willem een beetje ontzien moet worden.
Anna belooft plechtig dat ze wat dat betreft haar leven zal beteren en dan vertrekt ze samen met Willem weer naar Nederland. Na een lange thuisreis en een allerhartelijkst weerzien met de kinderen en de rest van de familie begint het gewone dagelijkse leven weer. De kinderen hebben hun lessen en als de vakken taal en geschiedenis op het lesrooster staan komt Anna er dikwijls even bij zitten. Alles lijkt weer even op rolletjes te lopen in het kroonprinselijk gezin. Maar de rust wordt plotseling ruw verstoord. Nieuwe opschudding, wéér een schandaal, en wéér wordt Willems naam fluisterend genoemd. Wat is er nu weer aan de hand, Anna kan het zo langzamerhand allemaal niet meer volgen. Maar deze keer hoort ze het gauw genoeg want het is een zaak die vooral háár aangaat. Er is ingebroken in het Brusselse paleis en de dieven hebben een gouden greep gedaan: bijna alle kostbare juwelen van Anna hebben ze meegenomen. Schitterende diamanten, briljanten, gouden armbanden, parels, waaiers, diademen, het een nog kostbaarder dan het ander. Veel juwelen heeft Anna geërfd van haar moeder, de Russische kroonjuwelen waren beroemd in die dagen. De schade loopt in de miljoenen maar Anna vindt het haast nog erger dat ze nu de laatste tastbare herinnering aan haar moder kwijt is. Nóg erger is de enorme opschudding die de inbraak tot gevolg heeft. Boze togen beweren dat de prins van Oranje zélf opdracht heeft gegeven om de juwelen te stelen. Want dat de prins enorme schulden heeft is voor niemand een geheim. En dat hij er nog altijd vrienden op na houdt die een kroonprins beter niet kan hebben weet men ook wel. Het wordt een ware rel. Anna's broer de tsaar komt informeren wat er nu weer aan de hand is met Willem. Ook Anna beseft dat de onaangename geruchten niet helemaal uit de lucht gegrepen zijn. "Het zal je wel niet onbekend zijn dat Willem veel schulden heeft, zelfs veel meer dan ik weet", antwoodt ze haar broer, gelaten. "Hij sluit de ene lening na de andere af en wat dat betreft heeft hij geen goede naam. Volgens mij is dat vooral de schuld van een ondergeschikte van hem die als secretaris allerlei zaken regelt". Maar als het erop aan komt blijft ze Willem de hand boven het hoofd houden. Toch doet de hele affaire Willem geen goed en hij merkt dat zijn enorme populariteit in het zuiden danig verminderd is. Later worden de juwelen teruggevonden bij een Zwitserse dief die ze naar Amerika wilde smokkelen. Willem wordt dus van alle blaam gezuiverd maar vóór het zover is zijn er al weer heel wat stormen door het jonge gezin geraasd... Een jaar later is Willems naam alwéér op ieders lippen. In België is een opstand uitgebroken en de koning stuurt zijn zoon erheen om te bemiddelen. De vader is o zo huiverig om toe te geven aan allerlei eisen die de Belgen hebben. De zoon probeert zijn vader ervan te overtuigen dat het het beste is om Nederland in twee helften te verdelen, nder één kroon, Noord-en Zuid Nederland. Zelf zou hij dan een soort onder-koning van België moeten worden, onder de vleugels van zijn vader. Maar de koning aarzelt en als hij na lang denken tenslotte toestemt is de oproerige stemming in het zuiden al te sterk geworden. Men wil geen twee helften meer, men wil méér: het zuiden moet los van Holland. De koning schrikt van deze radicale eis. Maar prins Willem ziet nog mogelijkheden. Als de Oranjes België niet willen verspelen zou hij, de prins, eventueel ook koning van een zelfstándig België kunnen worden. Hij zet zijn vader onder druk: "Als de Belgen mij hun kroon komen aanbieden laat mij dan 'ja' mogen zegen", verzoekt hij de koning, "dat is in elk geval beter dan dat België ons helemaal ontglipt". ![]() Willem II voelde zich thuis op het slagveld. Hij was een typische legeraanvoerder. De bijna 40-jarige prins staat bovendien te popelen om nu zelf eens te kunnen regeren, precies zoals zijn vader dertig jaar geleden. Na veel aarzeling gaat de koning tenslotte door de knieën en geeft toestemming. Maar nu gaat Willem op eigen houtje veel verder dan zijn vader eigenlijk bedoeld heeft. Hij maakt openlijk bekend dat hij België als een apart land beschouwd: als de Belgen hun onafhankelijkheid willen kunnen ze op hém rekenen. Het is een gooi naar de kroon maar het koele antwoord van de Belgen komt voor de prins als een koude douche. Men wenst niets meer te maken te hebben met de Oranjes en hij, de eens zo populaire prins, hoeft niet op de Belgische kroon te rekenen. Wat een afgang... Vader Willem is verbijsterd en verdrietig door dit eigenmachtig optreden van zijn zoon. Wat Willem nu heeft gedaan was helemaal niet de bedoeling. In Holland steekt dan ook een storm van verontwaardiging op. Bij niemand heeft nog een goed woord over voor de prins. Ook de koning heeft het er erg moeilijk mee. Vader en zoon hebben allebei op hun eigen, zo verschillende, manier geprobeerd België voor de Oranjes te behouden. Maar het resultaat is dat ze België toch verloren hebben. Erger nog, de koning is bang dat zijn troon in Noord-Nederland als gevolg van de gebeurtenissen óók aan het wankelen is gebracht. Hij vindt dan ook dat hij zijn zoon ernstig de les moet lezen. Maar tegelijkertijd komt zijn vaderhart toch ook in opstand als hij zo boos moet zijn op zijn onberekenbare zoon. "Het lijkt me beter dat je je voorlopig maar eens een tijd niet in Holland vertoont", begint hij op strenge toon. "Je begrijpt toch zeker wel dat je je daar volkomen onmogelijk gemaakt hebt?" "Maar ik kon niet anders", verdedigt de prins zich, "ik stond met mijn rug tegen de muur". "Had dan toch eens wat meer naar de goede raad van je vader geluisterd", verzucht de koning, "ik weet dat je van goede wil was maar je hebt je nu wel erg in de nesten gewerkt". Intussen wordt Anna op Soestdijk haast verteerd door de zenuwen. Vol spanning wacht ze de berichten uit België af, hoe zal het allemaal aflopen? Eerst Willem die ongewapend het opstandige Brussel binnenrijdt, het hol van de leeuw. Daarna de koortsachtige onderhandelingen tussen vader en zoon en de Belgen en nu heeft Willem zich plotseling de woede van heel Holland op de hals gehaald. Het schijnt zelfs zo erg te zijn dat hij voorlopig niet thuis mag komen. Anna reageert haar onzekerheid en wanhoop af in lange brieven aan haar broer de tsaar. "Heus lieve Nikki", schrijft ze aan Nicolaas, "Willem is me nog nooit zo dierbaar geweest als juist nu. Kon ik hem maar laten weten dat ik met heel mijn hart achter hem sta". Gelukkig leeft de koninklijke familie erg met haar mee in deze spannende dagen. "De koningin is zo vriendelijk voor me", schrijft ze opgelucht, "ze overlaadt me met haar sympathie. En ook de koning is erg hartelijk. Louise (de vrouw van prins Frederik) is zo lief in deze moeilijke dagen, ze is als een zuster voor mij. Ik zal mijn uiterste best doen om van mijn kant altijd een respectvolle schoondochter te zijn. En ik zal alles doen om de eenheid binnen de familie te bewaren". Maar als Anna tenslotte het nieuws van Willems vernederende afgang met alle details hoort is ze helemaal van de kaart. Als de koning en de koningin nu maar niet denken dat haar Willem zich tégen zijn vader heeft gekeerd! "Gelooft u me toch", smeekt ze de geschokte ouders ouders, "Willem zou U nooit ontrouw worden. Hij zal er heus wel goede redenen voor gehad hebben om zo te handelen". ![]() Als "held van Waterloo" vertoonde de erfprins zich graag in uniform Koning Willem en koningin Mimi zien wel dat de spanningen om haar onberekenbare man Anna erg hebben aangegrepen en ze doen alles om hun schoondochter te kalmeren en te troosten. Maar Anna heeft geen rust meer. Kon Willem maar naar Den Haag komen, ze verlangt er zo naar hem weer terug te zien. Maar dáárin is de koning niet te vermurwen: Willem heeft een scheve schaats gereden en hij moet nu maar eens een tijdje uit Holland wegblijven. Het beste kan hij naar Engeland vertrekken om daar te wachten tot de storm weer wat is gaan liggen. Trouwens, het doet vader Willem zelf óók pijn om zijn zoon weg te moeten sturen en van zijn gezin gescheiden te houden. Anna ziet wel hoe ook het hart van haar schoonvader ten prooi is aan hevige emoties. "Hij schreide veel", vertelt ze haar broer in een van haar vele brieven. "Ik vroeg hem of Willem dan niet één dag hier mocht komen om ons allemaal te zien, maar hij wilde het niet. 'Nee nee', zei hij alsmaar, 'als hij eenmaal hier is kan ik vast niet meer van hem scheiden'. Nu zie je toch wel dat hij eigenlijk een goede en tedere vader is maar hij wordt gewoon tegen zijn zoon opgestookt!" Tenslotte kan Anna het op Soestdijk niet langer uithouden. Ze moet en ze zal Willem nog zien vóór hij naar Engeland vertrekt. Daarom reist ze in haar eentje naar het Brabantse Willemsdorp waar Willem zolang in een herberg logeert. Alleen Willem, de oudste zoon, kan mee, de andere kinderen hebben kinkhoest. "Ik vloog in zijn armen", schrijft ze aan haar broer en ze neemt zich voor om de koning toch nog zo ver te krijgen dat Willem naar Den Haag mag komen vóórdat hij naar Engeland gaat. "Al moet de onderste steen boven, lukken zal het", neemt ze zich voor en waarachtig, na heel lang aarzelen stemt de koning tenslotte toe. Wat is Anna blij als vader en zoon elkaar dan toch kunnen begroeten. Het is nog wel wat onwennig na alle pijnlijke gebeurtenissen maar toch beslist niet onhartelijk. Nu de ergste plooien zijn gldgestreken reist Willem toch naar Londen, de stad die hij nog zo goed kent uit zijn jeugdjaren. Al gauw wordt hij er opgenomen in het vrolijke leventje van de deftige "society". Feesten, bals en galadiners zijn aan de orde van de dag en het kan niet anders of Willem is zijn pijnlijke ervaringen weer snel vergeten. Toch ziet hij ook nu weer kans om in allerlei verwikkelingen verstrikt te raken. Anna, ver weg in Nederland, maakt zich dan ook dodelijk ongerust. Wat zal Willem nú weer uithalen, je kunt het bij hem nooit weten. "Die lieve ongelukkige Willem, hij heeft zo'n impulsief karakter", schrijft ze ongerust aan haar broer, "en hij is veel te goed van vertrouwen. Hij gaat vaak met mensen om die zijn woorden helemaal verdraaien en wie krijgt dan uiteindelijk de schuld als het misloopt? Willem!" Haar bezorgdheid is inderdaad niet ongegrond. Want in Londen maakt Willem opnieuw een paar vreemde bokkensprongen en als koning Willem I daar lucht van krijgt vindt hij het beter dat zijn zoon maar weer zo gauw mogelijk terug naar huis komt! Bovendien is er werk voor hem aan de winkel. De Belgische kwestie is namelijk nog steeds niet goed geregeld, het wachten is op een behoorlijk afscheidingsverdrag. Maar koning Willem is niet tevreden. "De Belgen liggen dwars, ze stellen veel te hoge eisen", moppert hij verontwaardigd. Maar de Belgen zijn niet van plan water bij de wijn te doen en dat kan de koning werkelijk niet verkroppen. "Als het niet goedschiks kan, dan maar kwaadschiks", zegt hij tenslotte. Zoon Willem, de rasmilitair, moet maar eens een goed oorlogsplan opstellen, dat zal de Belgen wel tot andere gedachten brengen. Natuurlijk is dat een kolfje naar Willems hand. Eindelijk kan hij zich weer eens nuttig maken en dat nog wel op het slagveld. En zo gaat na enige tijd de Tiendaagse Veldtocht van start, een oorlog tussen mensen die kort geleden nog samen onderdanen van één land waren. En weer is Anna Paulowna, thuis, dodelijk ongerust over haar Willem. Ze laat een prachtig portret van zichzelf schilderen waarop te lezen staat: "liever met mijn Willem in een hutje dan zwichten voor oneer". Het is een gebaar waarmee ze wil zeggen: "Ik ben solidair met je geweest in al die moeilijkheden van de afgelopen tijd. Je hebt jezelf misschien wel van alles op de hals gehaald maar als het erop aankomt sta ik, je vrouw, helemaal achter je!" Willem moet het portret steeds bij zich dragen, vindt ze, en er moed uit putten voor deze nieuwe strijd. Het is een ontroerend teken van aanhankelijkheid aan haar soms zo onberekenbare man. Maar ze hoeft zich deze keer helemaal geen zorgen te maken: op het slagveld is Willem in zijn element. Hij is niet voor niets de Held van Waterloo en ook nu laat hij zich weer van zijn beste kant zien. De Belgen moeten hals over kop vluchten en Willem gaat er in volle vaart achteraan. ![]() Een bezoek aan de citadel van Antwerpen in 1831 Maar dan wacht hem een teleurstelling. De Engelsen en Fransen maken aanstalten zich óók in de strijd te gaan mengen en dan vindt de koning het wel wat gevaarlijk worden. Aan een grote Europese oorlog heeft hij geen behoefte, dat is de zaak ook niet waard. En dus geeft hij Willem het bevel onmiddellijk te stoppen en dat staat de kroonprins allerminst aan. Het gaat nu juist zo prachtig, waarom niet doorstoten? Maar de koning is verstandiger. De Belgen hebben hun lesje geleerd en daar ging het toch maar om. En prins Willem heeft door zijn optreden in één klap al zijn populariteit in Holland weer terug! Nog acht lange jaren moet Willem wachten totdat hij eindelijk de troon kan bestijgen. Met veel pracht en praal wordt hij in Amsterdam ingehuldigd. "Ik zal je maar niet gelukwensen lieve goede Anna", schrijft tsaar Nicolaas aan zijn zuster. "Ik kan je maar beter heel veel sterkte toewensen nu jullie koning en koningin gaan worden. Want ik weet uit ervaring dat dit vak niet gemakkelijk is en verre van genoeglijk..." Het zijn de woorden van een man uit de harde Russische praktijk. Maar niemand laat zich erdoor ontmoedigen. De nieuwe koning Willem II is 47 jaar en heeft al een zeer bewogen leven achter de rug. Zijn wilde haren is hij voor het grootste deel wel kwijt en vol goede moed begint hij aan zijn zware taak. Eén ding is zeker: hij wil het allemaal anders gaan doen dan vader Willem I. Volgens hem heeft zijn vader altijd veel te weinig rekening gehouden met de wensen van zijn onderdanen. "Maar ik doe het anders", zegt de nieuwe koning, "ik zal ervoor zorgen dat de mensen mij liefhebben en respecteren". Willem II en Anna Paulowna houden van vorstelijke pracht,dat is al direct te merken als Willem plechtig in de Nieuwe Kerk wordt ingehuldigd. Na de sobere jaren van Willem I kan het publiek zich weer vergapen aan oogverblindende luister. Daar staat Willem, getooid met een schitterende koningsmantel die hij over zijn militaire uniform heen draagt. Want een militair is en blijft Willem nu eenmaal. Scepter, rijksappel en kroon, de tekenen van het koningschap, zijn allemaal spiksplinternieuw. Speciaal voor deze gelegenheid zijn ze gemaakt want het oude stel van Willem I vindt het nieuwe vorstelijke paar veel te eenvoudig. En Anna heeft een prachtige troon voor Willem laten maken, versierd met hun initialen en een gouden kroon. Het is venijnig koud op die inhuldigingsdag en Anna heeft de behaaglijke warmte van het hermelijnbont, waarmee al haar kleren zijn afgezet, hard nodig. Zelf ziet ze er ook schitterend uit in haar kroningsgewaad van zilver-en goudbrokaat, bespikkeld met fonkelende diamanten. Iets van de overweldigende pracht van een tsarenkroning zoals ze die vroeger in Rusland heeft meegemaakt moet toch van haar afstralen als ze Willem terzijde staat. Maar de vele "ah's" en "oh's" die uit het publiek opstijgen als de indrukwekkende stoet voorbijtrekt kunnen het toch niet verbergen: er is óok kritiek. "Móet datnu heus allemaal zo luxueus?" wordt er door sommige mensen gemopperd, "zó vol is onze schatkist toch niet. En kan de koning van Nederland na zoveel jaar zijn eigen moedertaal nóg niet behoorlijk spreken?" Want als Willem de eed op de grondwet aflegt klinkt daar onmiskenbaar een Engels accent in door! Maar als het nieuwe koningspaar even later op het balkon van het paleis verschijnt wordt het vol enthousiasme toegejuicht. Het is zover: Willem en Anna zijn koning en koningin. Maar wat een groot verschil is er tussen die twee Oranjekoningen. De vader: een keiharde werker, een handig financier, ijverig, nauwgezet maar moeilijk in de omgang. En de zoon: vlot en charmant maar ook ongedurig, impulsief en onwaarschijnlijk gul. De zuinige Hollanders kijken ervan op als ze zien hoe royaal Willem II zijn geld uitgeeft. Maar veel geld gaat ook naar goede doelen en ondanks alle vorstelijke pracht blijft Willem zelf in het dagelijks leven een eenvoudige, hartelijke man die altijd op een veldbed slaapt. Maar Anna is er dol op, op de pracht die ze nu als koningin ten toon kan spreiden. Het paleis aan de Kneuterdijk is het toneel van de meest grandioze feesten.
Met haar beroemde Russische juwelen, haar rijke japonnen en haar keizerlijke waardigheid trekt zij alle ogen naar zich toe. Want Anna vergeet nooit één moment dat ze een keizersdochter is. De strenge Russische opvoeding heeft zijn werk goed gedaan. Want al is Anna eigenlijk een emotionele vrouw, naar buiten toe zal ze nóóit iets van haar gevoelens verraden; zelfbeheersing is een van de eigenschappen die haar in Rusland grondig is bijgebracht. En dan de étiquette. Anna weet tot in de puntjes wat wél en wat niet hoort en ze verwacht van haar omgeving dat men die fijne kneepjes net zo goed kent als zij zelf. Haar hele dagelijkse leven is nog altijd doortrokken van de sfeer van het oude Rusland. "Dat Hollandse brood is niet te eten", had ze al in het begin snibbig opgemerkt. Daarom neemt ze een Russische bakker in dienst die tenminste behoorlijk brood voor haar kan maken en die ook de recepten van de vertrouwde Russische lekkernijen kent. En als de vrome Anna in de speciaal voor haar ingerichte Russische kapel de diensten bijwoont zingt er een koor van Russische zangers. Ze ziet graag veel iconen om zich heen, die iets van de sfeer van het verre Rusland in het Hollandse paleis brengen. Voor haar geen praatjes met een personeelslid of een grapje met een "gewone" onderdaan. Nee, Anna wandelt het liefst in afzondering met alleen haar zes kleine Russische hondjes om zich heen. En trappenlopen is óók al zo'n bezigheid die een Russische grootvorstin niet past: als ze naar boven moet laat ze zich er in een draagstoel heen brengen. Dat geeft wel eens komische situaties. Als Anna eens een grote reis maakt, onderweg haar zoon prins Hendrik "de Zeevaarder" treft en bij hem aan boord wil gaan dineren is er een probleem: hoe moet ze de trap op? Geen nood, er wordt gauw een soort hijskraan in elkaar gezet die de deftige vorstin keurig van de wal af aan dek laat zweven! Zo slordig als Willem soms kan zijn, zo pijnlijk netjes en precies is Anna. Elke dag een uitgebreid Russisch bad en er wordt door de bedienden wel eens heel zachtjes gemopperd als ze alwéér de loodzware emmers met warm water een voor een naar boven moeten slepen. Maar Anna's Russische kamenier, de sigarenrokende madame Kuseljew die op een veldbed in Anna's kamer slaapt, ziet erop toe dat alles piekfijn in orde wordt gemaakt voor haar veeleisende meesteres. Zelfs Willem voelt zich wel eens minder op zijn gemak bij zijn majestueuze vrouw. "Ik wilde dat je eens wat minder rookte", zegt ze dikwijls als Willem net een van zijn geliefde sigaartjes wil opsteken, "het is vast vreselijk slecht voor je gezondheid". Maar Willem kán niet met die vertrouwde gewoonte breken en hij is o zo bang dat Anna het aan hem kan ruiken dat hij toch weer gerookt heeft. "Dr. Everard, ruik ik soms naar sigaren?" vraagt hij wel eens schichtig aan zijn lijfarts als hij Anna's vertrekken wil binnengaan. Schoondochter Sophie heeft haar schoonmoeder leren kennen al een hooghartige grootvorstin die met nauwelijks verborgen minachting op haar neerkijkt. Want Anna is het helemaal niet met de keus van haar oudste zoon Willem eens geweest en tot het laatst toe heeft ze zich tegen het huwelijk met prinses Sophie, een dochter van de koning van Württemberg, verzet. Maar de rest van de familie is vóór deze verbintenis en Sophies vader houdt zijn dochter alsmaar voor dat ze een uitstekend huwelijk zal doen met een kroon in het vooruitzicht. Wat is er mooier dan dat? De arme Sophie ziet wel hoe het allemaal wordt bekokstoofd maar ze laat het over zich heen gaan. Ze weet wel dat prinsessen maar bitter weinig keus hebben als het om trouwen gaat. Maar Anna kan zich er niet bij neerleggen. Sophie is een dochter van haar eigen zuster, grootvorstin Catharina, en ze is dus een volle nicht van prins Willem. En in de Russische godsdienst is het iets ongehoords dat neef en nicht met elkaar trouwen, bloedschande wordt dat genoemd. Natuurlijk gaat het huwelijk toch door maaar Anna slaagt er niet in haar afkeer van deze schoondochter te overwinnen en de onenigheid tussen de twee vrouwen werpt een blijvende schaduw over de verhoudingen binnen de koninklijke familie. Trouwens, ook met kroonprins Willem zélf heeft Anna niet gemakkelijk. Hij aardt helemaal niet naar zijn charmante vader, deze norse koppige jongen met zijn gevreesde woede-aanvallen. ![]() Een miniatuur, afkomstig van het Russische hof Stukje stamboom van de drie Neederlandse koningen. Uiteindelijk was het Wilhelmina die de taak van haar vader overnam, nadat haar drie half-broers overleden waren "Was Alexander maar als oudste geboren", denkt ze dikwijls bij zichzelf, "die zou veel geschikter zijn voor de kroon dan Willem". Ze is dol op haar Alexander, die ze op zijn Russisch liefkozend "Sasja" noemt. Maar op een dag komt de lijfarts dr. Everard haar voorzichtig meedelen dat het gehoest van de jonge prins hem grote zorgen baart. Het zal toch geen t.b.c. zijn, die gevreesde ziekte waaraan zoveel mensen bezwijken...? De schrik slaat Anna om het hart als ze de sombere woorden hoort. "Maar dochter Sophie heeft toch ook gehoest en die is er na die rustkuur in het Catshuis weer helemaal bovenop gekomen", werpt ze schoorvoetend tegen. Maar Alexander is er veel ernstiger aan toe. "Hij moet zo gauw mogelijk naar een warm zonnig land", adviseert de dokter, "dan is er nog een kans dat hij het haalt". De keus valt op het eiland Madeira en koning Willem II en koningin Anna hebben bange voorgevoelens als ze afscheid nemen van hun zoon. "Zullen we hem nog ooit terugzien?" vragen ze zich angstig af als het schip met de verzwakte prins langzaam uit Rotterdam wegvaart. De zieke jongeman kan nog geen drie maanden van de warme genezende zonnestralen genieten. Dan is hij zó verzwakt dat dr. Everard in allerijl naar Madeira afreist. Te laat! De 29-jarige prins sterft, ver van zijn familie, ver van zijn vaderland. Anna is ontroostbaar. Haar geliefde Sasja dood, ze kan het haast niet bevatten. Ook koning Willem is zwaar getroffen maar hij krijgt nauwelijks de tijd om bij zijn verdriet stil te staan. Want in het jaar 1848 gaat er een golf van grote onrust door Europa. Opnieuw is er revolutie in Frankrijk en opnieuw slaan er vonken over naar het gezapige Holland. De burgers eisen méér rechten en menige koning doet in deze dagen vertwijfelde pogingen om zijn kroon te behouden. Ook Willem weet niet direct hoe hij moet reageren. De wensen van het volk onderdrukken? Dan kan hij beslist op grote moeilijkheden rekenen, voorbeelden genoeg in de landen om hem heen. Wat dan? Toegeven aan de verlangens naar een nieuwe grondwet en daarmee zijn eigen koninklijke macht beknotten? Willem kiekt voor het laatste. Weliswaar niet van harte maar hij ziet wel in dat het onverstandig is om tegen de stroom van de tijd op te willen roeien. Het zijn dus zware dagen voor hem waarin de politieke strubbelingen hem volkomen in beslag nemen. Tijd om over het verlies van zijn zoon te rouwen wordt hem eenvoudig niet gegund... Daar komt nog bij dat Willem zich helemaal niet goed voelt. Hij is het vorige jaar flink ziek geweest en hij blijft met zijn gezondheid sukkelen. Hebben de dokters gelijk gehad met hun waarschuwingen waar hij nooit naar heeft willen luisteren? Door zijn manier van leven heeft hij altijd het uiterste van zijn lichaam gevergd. Hitte of kou, uitputting na urenlange ritten te paard, Willem heeft zich nooit ergens aan gestoord. En dat wreekt zich nu. Willem is moe. En niet alleen lichamelijk moe maar ook geestelijk moe van de vele politieke spanningen van het afgelopen jaar. Moe van de zorgen in zijn gezin. Zijn zoon Alexander gestorven, opnieuw problemen met kroonprins Willem. De geschiedenis herhaalt zich want tussen hem en zijn oudste zoon heeft het nooit erg willen boteren, van het begin af aan niet. En nu is er weer een nieuw conflict. Kroonprins Willem verfoeit het idee dat zijn vader zo dwaas en toegeeflijk is geweest om zijn onderdanen een nieuwe grondwet te beloven. Met zo'n grondwet wenst hij later niet te regeren, dan doet hij nog liever afstand van al zijn rechten als kroonprins. Gelukkig drijft de bui wel weer over maar zulke zorgen laten hun sporen dubbel en dwars na in de koning die tóch al niet goed in orde is. Na zoveel spanningen snakt Willem II ernaar om wat op verhaal te komen in zijn Tilburg. In dat Brabantse plaatsje heeft hij vroeger veel gelogeerd om van daaruit met het leger de toestand in het afgescheiden België in de gaten te houden. En nog altijd komt hij er bijzonder graag. Ook nu vertrekt hij naar het zuiden, alleen met zijn adjudant, om er, ver van Den Haag, tot rust te kunnen komen. Op de heenweg gaat hij in Rotterdam nog even kijken hoe het staat met het stoomschip dat daar voor hem wordt gebouwd. Het is koud en winderig als hij over de steigers loopt.
"Heus, heren, het is niets bijzonders", zegt hij, "laten we maar snel doorreizen naar Tilburg". Maar in de koets zit de koning stilletjes in een hoekje. Heeft de val hem toch meer kwaad gedaan dan hij wil toegeven? In Tilburg houdt hij zich nog groot. Hij wil beslist nog even gaan kijken hoe het staat met het nieuwe paleis dat voor hem in aanbouw is. Maar als hij tenslotte op zijn veldbed in slaap valt is hem geen rustige nacht gegund. Een kamerdienaar die een kamer verderop slaapt hoort hem opeens kermen van pijn en angst en hij roept haastig de dokter. Snel wordt er wat bloed afgetapt en de koning voelt zich al wat beter. Maar de toestand is toch ernstig genoeg om lijfarts dr. Everard en Anna Paulowna onmiddellijk te waarschuwen. Willem is nu zó zwak dat elke emotie hem noodlottig kan worden en men bezweert Anna dat ze nog niet direct bij hem binnengaat. "Wacht U toch alstublieft tot morgen", krijgt de ontstelde koningin te horen, "dan is hij misschien weer wat opgeknapt". Ze vindt het een beproeving: haar zieke Willem zó dichtbij en toch mag ze niet bij hem. "Laat me dan toch in elk geval door een kier van de deur luisteren naar zijn stem", roept ze wanhopig, en ze komt pas wat tot rust als ze de vertrouwde stem even zacht hoort fluisteren. Maar het is voor het laatst... Die nacht krijgt Willem opnieuw een aanval van benauwdheid. Haastig wordt Anna geroepen maar het is al te laat. Nog één keer vliegt de koning overeind, dan zakt hij stervend in zijn leunstoel. Koning Willem II is dood. Anna is buiten zichzelf van verdriet. Snikkend valt ze op de levenloze gestalte van haar echtgenoot. Maar negen jaar heeft zijn regering geduurd, te lang is hij kroonprins geweest, te kort koning. Ontroostbaar is de koninklijke weduwe bij dit zo onverwachte verlies. En waar is de kroonprins, die op dit droeve ogenblik zo onverwachts koning is geworden? Willem is na de onenigheid met zijn vader over de nieuwe Grondwet geprikkeld naar Engeland vertrokken. In allerijl wordt er iemand gestuurd die de nieuwe koning Willem III moet gaan halen. Voor Anna breekt een zware tijd aan. Eerst blijkt dat haar vrijgevige Willem de rijke erfenis van Willem I heeft veranderd in een zware schuldenlast. De schitterende schilderijenverzameling die hij heeft opgezet zal verkocht moeten worden, er zit niets anders op. Gelukkig wil haar broer tsaar Nicolaas de prachtige doeken wel overnemen en zo verhuizen de Rembrandts en andere meesters naar het paleis in St.-Petersburg. Gelukkig kan ze haar geliefde Soestdijk houden. Ze brengt er alle voorwerpen heen die haar aan haar dierbare Willem herinneren. Zelfs de botsplinters die na de Slag bij Waterloo uit zijn schouder zijn gehaald krijgen er een plaatsje, samen met de bebloede brief waarin Willem zo juichend de overwinning meldde. Het paleis aan de Kneuterdijk waar ze samen met Willem zoveel goede jaren heeft gehad wil ze niet meer zien, de herinnering is té schrijnend. En de slaapkamer van Willem wordt dichtgemetseld en verzegeld, ze kan het niet verdragen dat nog iemand een voet in dit vertrek zal zetten. Als ze met haar statige koets, met vier paarden bespannen, door Den Haag rijdt krijgt de koetsier steevast de boodschap: "Denk ernaar, niet langs paleis Kneuterdijk, maak maar een onweg". En dan Sophie. De door Anna zo verfoeide schoondochter heeft nu haar plaats als koningin van haar schoonmoeder overgenomen. Anna Paulowna is niet langer de "first lady" van het land, voortaan is dat Sophie en ze laat het Anna voelen ook! Anna trekt zich terug in paleis Buitenrust en het huis ernaast, Rustenburg, laat ze inrichten als een Russische kapel. Dáár, tussen de iconen en de sonore stemmen van de Russische koorzangers, kan ze nog wat troost vinden voor haar grote verlies. Maar in de zomer is Anna nog altijd op Soestdijk te vinden. Daar kan ze naar hartelust ronddwalen in de Waterloozaal waarin ze alle herinneringen aan Willem heeft verzameld. Daar in Soestdijk, zijn ook de jachthonden van haar veel te jong gestorven lievelingszoon Alexander. Langzaam wordt het stil rondom Anna. Al haar broers en zusters zijn gestorven, met Willem III en Sophie en hun kinderen heeft ze maar weinig contact en haar dochter Sophie woont ver weg in Duitsland. Alleen haar jongste zoon prins Hendrik en zijn vrouw Amalia komen haar dikwijls opzoeken. Steeds vaker gaan Anna's gedachten terug naar Rusland. ![]() Portret van koning Willem III en zijn vrouw Sophie dat werd gemaakt ter gelegenheid van de troonsbestijging in 1849. Zo mooi als dit beeld lijkt, zou het huwelijk niet worden. Wat lijkt het allemaal lang geleden, haar huwelijk destijds in St.-Petersburg, haar vertrek samen met Willem naar het nieuwe onbekende vaderland. En wat waren de Hollanders enthousiast toen ze aan Willems zijde het land was binnengereden. Bijna een halve eeuw is er sinds die dag verstreken... En dan wordt Anna ziek. Ze heeft een borstaandoening die haar erg benauwd maakt. Het ziet er naar uit dat het einde nadert en zelfs schoondochter Sophie brobeert nog iets goed te maken door Anna liefdevol te verzorgen in deze moeilijke laatste dagen. Maar het duurt niet lang meer: de 70-jarige grootvorstin Anna sluit voorgoed de ogen. In het familiegraf in Delft zal ze naast haar Willem kunnen rusten, deze bijzondere verschijning in de Hollandse Oranjefamilie. |
