Koning en Keizerrijken  

  Koning Willem I: Biografie

| Koninkrijken | Nederland | Biografie |Fotoalbum |


Koning Willem I
(1772-1843)
Het is het jaar 1766 als ons land, nog luisterend naar de naam Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, een nieuwe Stadhouder krijgt, Willem V. Het begint allemaal zo goed. Al een jaar later brengt hij een bruid mee naar huis, de knappe prinses Wilhelmina van Pruisen, een nichtje van koning Frederik de Grote.

Een vorstelijk huwelijk wordt in die dagen door de naaste familie bekokstoofd. Of de toekomstige bruid of bruidegom het eigenlijk wel op prijs stellen dat ze aan elkaar worden gekoppeld, dáár wordt niet naar gevraagd. Maar deze keer blijkt de keus van de familie niet zo gek geweest te zijn.

Want als Willem zijn toekomstige vrouw voor het eerst in Berlijn komt "bezichtigen" laat hij zich verrast ontvallen: "Dat had ik niet verwacht!" Maar Wilhelmina heeft méér dan alleen schoonheid: ze is ook verstandig, tactvol en doortastend en ondanks haar 16 jaren maakt ze toch al een vowassen indruk. Ze zal haar talenten nog hard nodig hebben in haar lange huwelijksleven met Willem!

Want het ontbreekt hem nog al eens aan zelfvertrouwen en daadkracht en dan is het Wilhelmina die met haar voortvarendheid en haar heldere inzicht moet bijspringen. Later, veel later, als haar dochter Louise gaat trouwen, schrijft Wilhelmina haar een brief waarin ze ons een kijkje gunt in haar gedachten over het huwelijk.

"Je geluk hangt voornamelijk van jezelf af", houdt ze Louise voor. "Je trouwt met een mens, dus een onvolmaakt wezen, behept met zwakten en fouten; volmaakte mensen bestaan nu eenmaal niet. Als alles van één kant komt kan het huwelijk niet gelukkig zijn. Geniet het goede, verwacht geen volmaaktheid en matig je verlangens".

Het zijn wijze woorden van een vrouw die zelf aan den lijve heeft ondervonden dat het voor prinsessen lang niet altijd meevalt het levensgeluk te vinden. Had haar oom, de beroemde koning Frederik de Grote van Pruisen, het niet zelf gezegd?

"De heren vorsten behandelen hun verbintenis als een niemandalletje", heeft hij ooit opgemerkt, "hun vrouw wordt meer beschouwd als een familiemeubel of eerste huisbediende, die zij aan hun waardigheid verplicht zijn te onderhouden, dan als de trouwe metgezellin in goede en kwade dagen of als de enige aan wie zij hun liefde schenken".

En dat is maar al te waar. Vorstelijke huwelijken zijn in die tijd een belangrijk onderdeel van de politiek en jonge prinsen en prinsessen zijn de pionnen in dit spel. Nee, ondanks alle pracht en praal van paleizen, juwelen en bals zijn ze heus niet altijd te benijden... Snel weet Wilhelmina zich aan haar nieuwe vaderland aan te passen. Ze leert uitstekend Nederlands spreken en schrijven, ook al is de officiële taal aan het hof nog altijd Frans.

Als prinses weet ze trouwens heel goed dat haar voorlopig maar één ding te doen staat: ze moet het land een stamhouder bezorgen. Dat is nu eenmaal de voornaamste plicht van elke vorstelijke vrouw in die dagen en daarover bestaat dan ook geen enkel misverstand. Als ze op bezoek gaat in Amsterdam houdt de hoofdschout van de stad haar in zijn welkomsttoespraak voor dat het zijn vurigste wens is dat "de Albestierder deze Echt spoedig wil zegenen met de geboorte van een mannelijke spruit".

Ook bij andere officiële bezoeken krijgt Wilhelmina het telkens weer te horen: er moet gauw een nieuwe loot aan de vorstelijke stam komen. Zelfs oom Frederik de Grote verzucht in een brief aan zijn nichtje: "Maak me toch spoedig oudoom..." De vurig gewenste geboorte van een troonopvolger is een veelbesproken onderwerp in die dagen en de huiselijke gewoonten van het prinselijk paar gaan vrijelijk over de tong.

"De prins slaapt alle nachten bij de prinses en slaat niet over haar telkens te strelen. Nochtans was Haer Koninklijke Hoogheydt tot hiertoe niet swanger", zo kan men in paleiskringen vernemen. Maar na de droevige geboorte van een dood jongetje wordt er in 1770 eerst een prinses geboren, Louise. En het duurt nog twee jaar voordat overal in het land het vreugdegejubel pas echt goed kan losbarsten omdat er eindelijk een prins is geboren.

Willem heet het jongetje dat op Huis ten Bosch ter wereld komt, net als zijn vader. Er volgt in 1774 nóg een prins, Frederik, en dan is het gezin van Willem V en Wilhelmina compleet. Financiële problemen kennen Willem en Wilhelmina niet en er wordt dan ook met gulle hand geld uitgegeven. Ze houden er een uitgebreide hofhouding op na, ze verzamelen van alles, van schilderijen tot een met bijzondere dieren, en aan bals en feestdiners geen gebrek.


Louise
(1770-1819)
Maar daarnaast houdt Wilhelmina zich toch ook heel intensief bezig met haar gezin. Ze heeft het allemaal heel duidelijk voor ogen hoe haar kinderen moeten opgroeien. "Ze moeten vooral zelfstandig leren denken", vindt de prinses; het is een eigenschap die ze zelf óók bezit en waar ze in haar leven veel plezier van heeft.

Maar ook een goede sfeer in huis vindt ze erg belangrijk. "Ik hoop toch zó dat de kinderen het ook later altijd goed met elkaar kunnen blijven vinden", wenst ze dikwijls. Aan háár zal het niet liggen want ze doet alle mogelijke moeite om de onderlinge band tussen haar drie zo verschillende kinderen zo stevig mogelijk te maken.

Ze zit altijd vol goede raad. Niet alleen ziet ze erop toe dat de drie kinderen regelmatig hun tanden poetsen maar ze leert hen ook al vroeg om alles wat hen bezig houdt op papier te zetten. "Schrijf het maar van je af", houdt ze hen voor, "dat is beter dan dat je er almaar mee rond blijft lopen". Het zijn ideeën die in onze 21-ste eeuw helemaal niet zouden misstaan! Bezorgd is ze ook.

"Kijk uit voor vleiers", waarschuwt ze haar drietal, want ze weet dat er altijd mensen zijn die vorstelijke personen graag naar de mond praten om er beter van te worden. "En wees bescheiden, houd je gevoelens in bedwang". Voor Willem, die eens de zware taak van zijn vader moet overnemen, heeft ze nog wat extra goede raad.

Hij krijgt dikwijls te horen dat plichtsbesef bij hem op de allereerste plaats moet komen: hij zal zich immers later helemaal in dienst van zijn volk moeten stellen? Toch is Wilhelmina niet bedillerig: het komt allemaal recht uit haar goede hart. Ze wil alleen haar kinderen zo goed mogelijk voorbereiden op een misschien moeilijke toekomst en dat doet ze met veel overgave.

Ze weet een sfeer van gezelligheid om zich heen te scheppen en de kinderen hangen erg aan hun moeder die overal in het land liefkozend "prinses Willemijntje" wordt genoemd. Dikwijls gaan ze met haar mee naar de kermis of naar Sinterklaasfeesten en soms maken ze met het hele gezin een wandeling langs het strand. Want Willemijn beseft heel goed dat die drie vertederende prinsenkinderen de populariteit van het Huis van Oranje nog verder kunnen verhogen.

Van tijd tot tijd moeten de Hagenaars zich toch aan de drie kleine Oranjes kunnen vergapen en daarom horen zulke uitstapjes er bij. "Ik heb de kinderen erop uitgestuurd om in het Haagse Bos te gaan wandelen", noteert ze op een stralende middag, "ik verwacht dat er veel mensen zullen zijn". Toch is voor de kinderen zelf niet altijd een pretje om in zo'n gouden kooi te moeten leven en niet zelden komen ze teleurgesteld terug.

"We zijn met de koets naar zee geweest en het was verrukkelijk op het strand", vertelt een opgetogen prinses Louise, maar ze laat er treurig op volgen: "Als ik geen prinses was geweest zou ik zeker even langs de zee hebben gewandeld. Maar nu kon ik er alleen komen met een hele mensenmenigte achter me aan en dan is het plezier er wel af..."

Maar gelukkig vergoedt het gezellige gezinsleven in de eigen huiselijke kring veel. Als de kinderen opgroeien wordt het duidelijk hoe verschillend ze eigenlijk zijn. Prinses Louise, door iedereen "Loulou" genoemd, is een erg geestig en gevoelig meisje. Willem, de erfprins, wordt een gesloten jongen, haast op het stroeve af. "Hij wil alles weten maar laat zelf nooit iets los", moet prinses Wilhelmina gelaten vaststellen als ze haar zoon ouder ziet worden.

En prins Frederik, de benjamin, groeit op tot een levenslustige populaire jongen die niets liever wil dan later militair worden. Als de tijd rijp is stellen Willem en Willemijn voor hun twee jongens een degelijk opvoedingsplan op. Voor Loulou is dat niet nodig(!) zij is voorbestemd voor een vorstelijk huwelijk maar haar moeder zal haar straks niet laten gaan voordat ze haar dochter eerst met vele wijze en moederlijke raadgevingen heeft overstelpt.

Als prins Willem 16 jaar is vertrekt hij voor een grote reis naar het buitenland. Moeder Willemijn heeft intussen alvast enkele geschikte huwelijkskandidaten voor haar zoon de revue laten passeren. Want als er een goede partij gevonden moet worden kun je er niet vroeg genoeg bij zijn, vindt ze. En ze denkt dat er binnen haar eigen familie in Berlijn vast wel iets naar haar gading zal zijn.

En zo gaan moeder en zoon samen op bezoek bij de koning van Pruisen die een dochter heeft die óók Wilhelmina heet, net als zij zelf. Maar daar houdt de gelijkenis ook mee op. Want verder is Mimi, zoals het meisje genoemd wordt om de onvermijdelijke spraakverwarring te voorkomen, een vriendelijk en zachtaardig kind. De schranderheid en voortvarendheid van haar tante mist ze ten enen male. Maar "ze spreekt al heel goed Nederlands", weet prins Willem trots over zijn nieuwbakken verloofde te vertellen.


Wilhelmina
(1774-1837)
Want er zijn al meteen spijkers met koppen geslagen: zodra de prins klaar is met zijn studie in Leiden zullen neef Willem van Oranje en nicht Wilhelmina van Pruisen met elkaar trouwen. Het is inmiddels 1791 geworden als de feestelijke bruiloft in Berlijn plaatsvindt.

Niet minder dan zeventien dagen lang vieren de Pruisen dit heuglijke feit maar tenslotte laten ze het jonge paar toch naar Nderland vertrekken. Willems zuster Louise trouwt óók in diezelfde tijd en in de straten wemelt het van de oranje linten en strikken.

Een buitenlandse reiziger kijkt zijn ogen uit als hij ziet dat zelfs de poten van de ooievaars bij de Haagse Jacobskerk nog met mooie oranje strikken getooid zijn! Maar al vieren de twee vorstenhuizen feest, het ziet er naar uit dat er stormachtige tijden op komt zijn. Twee jaar eerder had in Frankrijk de Franse Revolutie alles op zijn kop gezet.

Het volk, jarenlang onder de duim gehouden door een reeks praalzieke koningen, kreeg er genoeg van en nam de touwtjes in eigen handen. De koninklijke familie was onder luid gejuich onthoofd en voortaan zouden alle mensen voor de wet gelijk zijn. Weg met die kleine bevoorrechte klasse die zich altijd ten koste van de gewone man had weten te verrijken.

Deze revolutionaire ideeën waaiden ook over naar Nederland en stadhouder Willem V moet toezien hoe zijn gezag aan alle kanten aan het afbrokkelen is. Maar ook voor mensen die zich niet met de politiek bemoeien zijn het zware tijden. Ziekte onder het vee zorgt ervoor dat er hongersnood heerst en sommige streken worden geplaagd door vreselijke overstromingen. Van zoveel ellende worden de mensen opstandig. Om de toestand nog wat penibeler te maken begint ook Frankrijk dreigende taal uit te slaan.

"Nederland wordt óók door zo'n tiran geregeerd", wordt er geroepen, "wij zullen jullie wel eens even helpen om je van die uitzuiger te bevrijden".

En het blijft niet bij dreigen alléén: in 1793 trekken de Franse legers ons land binnen om Willem V te komen verjagen. Met angst en beven ziet de stadhouderlijke familie de Franse soldaten naderen. Iedereen weet dat het Nederlandse leger niet veel voorstelt. Toch vechten prins Willem en prins Frederik, samen met hun vader, nog moedig terug, maar het is een ongelijke strijd en ze moeten het tenslotte toch opgeven.

Dan rollen de Franse legers over Nederland heen en dat betekent het einde van de Republiek der Verenigde Nederlanden. Hoe is het de Oranjefamilie in de woelige jaren vóór de Franse oorlog vergaan? Er is veel ontevredenheid in het land, de mensen worden opstandig en komen steeds meer in verzet tegen het beleid van hun Stadhouder. Maar het lijkt wel of Willem V niet wil zien hoe zijn macht links en rechts brutaal wordt aangetast.

De stadhouder is geen doortastende man: hij weet niet goed hoe hij moet reageren als hij merkt dat zijn gezag aan alle kanten aan het afbrokkelen is. Prinses Wilhelmina ergert zich aan die besluiteloosheid van haar man en prins Willem aardt wat dat betreft naar zijn moeder. Ook hij is mateloos geïrriteerd als hij merkt dat zijn vader soms het liefst het hele stadhouderschap eraan zou willen geven.

Dikwijls komt het tot heftige botsingen tussen vader en zoon en prinses Willemijn heeft de grootste moeite om de gemoederen weer wat te bedaren. Zelf zou ze óók liever zien dat haar man wat doortastender was maar als het erop aankomt staat ze toch achter hem. "Je vader is nu eenmaal het Hoofd van het Huis van Oranje", houdt ze haar van woede briesende zoon dikwijls voor, "en hij moet uiteindelijk beslissen wat er in de toekomst van de Oranjes worden zal".

Maar daar is Willem het helemaal niet mee eens. Machteloos moet hij toezien hoe zijn vader zich zonder slag of stoot steeds meer macht uit handen laat nemen.

"Beseft U wel dat ook mijn toekomst verkeken is als U nu Uw rechten op Holland zomaar uit Uw handen laat glippen?" werpt hij zijn vader verbitterd voor de voeten, "U mag alleen iets weggeven als dat ook werkelijk van U zélf is. Maar deze rechten zijn van alle Oranjes en ik ben er óók nog, en ik heb een zoon!"


Op vijftienjarige leeftijd leerde Willem paardrijden op het Valkhof in Nijmegen. ca. 1787.

Inderdaad, prins Willem en prinses Mimi zijn een jaar na hun huwelijk de trotse ouders geworden van een zoon die ook weer Willem is genoemd. En zal deze kleine Willem nu door het weifelende gedrag van zijn grootvader alle kansen kwijtraken om ooit nog in Nederland te regeren? Prins Willem kan het eenvoudig niet verkroppen en de spanning in het eens zo gezellige gezin is soms om te snijden.

Zo is de situatie als de Franse legers tenslotte Nederland onder de voet lopen. En dan is het te laat voor de Oranjes, hun kansen lijken nu wel voorgoed verkeken. Een jaar eerder al, toen het er allemaal zo dreigend begon uit te zien, had prinses Willemijn haar hele juwelenschat opgestuurd naar haar dochter Loulou in Duitsland.

"Pas er maar goed op", had ze geschreven, "zelf vertrekken we pas als de toestand in Holland hopeloos is".

En in januari 1795 is het inderdaad zover: de stadhouderlijke familie kan geen moment langer in Hollandse bodem blijven, het is er te gevaarlijk geworden. Haastig worden er een paar vissersboten klaargemaakt en daarmee steken de Oranjes over naar het gastvrije Engeland. Dáár zullen ze tenminste veilig zijn, in hun eigen vaderland zijn ze hun leven niet langer zeker. Het laatste wat ze van Nederland zien is een klein groepje Oranjeklanten dat hen op het Scheveningse strand nazwaait...

"Er hangt een dichte sluier over onze toekomst", schrijft prinses Wilhelmina in deze donkere dagen, "ik weet werkelijk niet wat er van ons worden zal..." Als het stadhouderlijk gezin eenmaal in Engeland is neergestreken wordt prins Willem alleen nog maar rustelozer. Hij kan het niet aanzien hoe zijn vader de gebeurtenissen maar over zich heen laat komen.

"We moeten álles op alles zetten om Holland weer te bevrijden", zegt hij telkens maar vader Willem is nergens voor te porren. Tenslotte geeft de prins het op. "Dan ga ik het zélf maar proberen", neemt hij zich grimmig voor, want hij wordt dol van het gedwongen stilzitten. Hij moet en zal de rechten van de Oranjes weer terugwinnen. Eenvoudig zal dat niet zijn nu Nederland bezet is door het Franse leger. Van Engeland verwacht hij niet veel hulp.

Nee, dan heeft hij meer vertrouwen in Pruisen, het land van zijn schoonfamilie. Daarom vertrekt hij samen met prinses Mimi en het kleine prinsje Willem naar zijn schoonvader in Berlijn. Dáár zal hij plannen gaan smeden voor een terugkeer naar Nederland. Het zijn donkere dagen voor het kleine gezinnetje maar er breekt toch ook even een zonnetje door als in Berlijn een nieuw prinsje wordt geboren dat Frederik heet, naar de broer van zijn vader.

Rusteloos is prins Willem, hij verzint het ene plan na het andere om de Oranjefamilie weer terug in Nederland te krijgen. Maar het wil nog maar niet lukken en zo verglijden de jaren in ballingschap, de een na de ander, en de onzekerheid over de toekomst blijft. Er wordt nog een klein dochtertje geboren, prinses Pauline, en voor de drie rap Duitssprekende kinderen is "Holland" nog maar een heel vaag begrip.

Intussen is in het ontredderde Frankrijk een man opgestaan die nog geducht van zich zal doen spreken. Napoleon Bonaparte is zijn naam en weinigen kunnen nog vermoeden dat deze kleine generaal binnenkort half Europa onder de voet zal lopen. Maar het duurt niet lang of de succesvolle veldheer staat klaar om Pruisen, waar prins Willem met zijn gezin zijn toevlucht heeft gezocht, eens een lesje te leren. De oorlog die volgt is kort maar krachtig: na negen dagen is alles alweer voorbij.

Pruisen is verslagen, prins Willem heeft zich aan de Fransen moeten overgeven en de arme prinses Mimi moet maar zien hoe ze zichzelf en haar kinderen in veiligheid brengt. Ze heeft net een miskraam achter de rug maar er is geen tijd om daar nog aan te denken, ze moet nu vluchten voor haar leven. Steeds verder en verder trekt de opgejaagde prinses, tot ze eindelijk in Danzig aankomt, ver van de Franse troepen.

Hier kan ze een beetje op verhaal komen en gelukkig wordt Willem door Napoleon weer vrijgelaten zodat ze tenminste een beethe steun heeft in deze ellendige dagen. En dat is hard nodig want tot overmaat van ramp wordt het kleine prinsesje Pauline óók nog ziek. Mimi is vreselijk ongerust over haar zesjarige dochter. Ze weet het maar al te goed: een kinderleven is zo broos, het kan zo maar ineens voorgoed uitdoven.


Prinses Pauline
(1800-1806)
Pas geleden nog heeft haar schoonzusje prinses Marianne haar twee kleine dochtertjes moeten begraven en Mimi vreest het ergste voor haar lieve Pauline... Even lijkt het weer wat beter te gaan met het kleintje maar dan krijgt grootmoeder Willemijn het vreselijke bericht:

"Sedert vanmorgen halfvijf zijn wij in het grootste verdriet gedompeld", schrijft prins Willem aan zijn moeder, "want de dood heeft ons dit allerliefste meisje ontnomen".

Wat zou Willemijn nu graag bij het zwaargetroffen gezin zijn. Maar het kan niet, de afstanden zijn te groot, en er zit niets anders op dan op een afstand mee te leven met het verdriet van haar zoon en schoondochter. Mimi is werkelijk ontroostbaar en het lijkt Willem beter dat ze toch naar Berlijn teruggaat.

Uitgeput en wanhopig komt ze er aan, ze is de zware slag nog niet te boven. Willem gaat er weer op uit. Hij wil proberen te redden wat er nog te redden valt van de landgoederen en bezittingen van de familie en het duurt een half jaar voordat hij zijn gezin weer in Berlijn kan komen opzoeken.

"Mimi verzekert mij dat ze nu weer helemaal in orde is", schrijft hij opgelucht aan zijn moeder, "maar ik geloof dat de narigheden van de afgelopen tijd een zeer diepe indruk op haar gemaakt hebben want ze is nog erg mager en bleker dan gewoonlijk. Maar het kan ook wel dat ze zo bleek was omdat ze geen rouge gebruikt had, want dan ziet ze er heel anders uit".

De niet zo sterke Mimi heeft inderdaad heel wat ellende te verwerken gehad. Vooral het verlies van de kleine Pauline heeft haar erg aangegrepen en ze is dolblij als ze Willem kan vertellen dat ze opnieuw een kind verwacht. Een nakomertje, dat wel, want de twee jongens Willem en Frederik zijn zo zoetjesaan al 18 en 13 jaar oud. Wat is de familie dolblij als er een gezonde dochter wordt geboren, prinses Marianne.

Het jonge ding wordt enorm door haar moeder vertroeteld en niemand kan vermoeden dat juist deze prinses later nog heel wat stof zal doen opwaaien met haar eigenzinnige gedrag, vooral in de liefde... Maar voorlopig is Marianne moeders oogappel en het vrolijke kind dartelt als een stralend zonnetje door het Berlijnse paleis Unter den Linden.

Mimi krijgt er niet genoeg van haar kleintje te tekenen en te schilderen en ze bloeit na alle ellende van het verleden weer helemaal op, vooral als ook schoonmoeder Willemijn en schoonzusje Loulou in Berlijn komen wonen. Maar ook buiten het paleis begint het er iets hoopvoller uit te zien. Na de glorieuze overwinningen van het begin gaan Napoleons kansen keren, langzaamaan begint zijn geweldige macht te wankelen. En Willem krijgt weer hoop!

Hij vertrekt naar Engeland om van daaruit te proberen het Huis van Oranje in ere te herstellen. Want nu de legers van Napoleon dan toch eindelijk op de terugtocht zijn wordt in Holland, eerst schuchter maar dan steeds luider, geroepen dat de Oranjes moeten terugkomen. Vergeten zijn de vijandige gevoelens die er vóór de Franse oorlog waren: stadhouder Willem V is in ballingschap, ver van zijn vaderland, gestorven en met de nieuwe prins van Oranje wil men het best proberen.

Want Holland en Oranje horen onverbrekelijk bij elkaar, zo voelt men dat nu eenmaal. Even steekt er nog een akelig gerucht de kop op en prinses Wilhelmina vindt dat ze dat haar zoon toch, heel voorzichtig moet vertellen. Ze heeft namelijk gehoord dat de Engelsen eigenlijk liever Willems oudste zoon op de Hollandse troon willen hebben en niet de wat gesloten en stugge vader.

Willems zoon woont immers al vier jaar in Engeland. Hij is erheen gestuurd voor zijn opvoeding en de Engelsen hebben hem leren kennen als een zwierige charmante prins die ook op het slagveld zijn mannetje weet te staan. Hoe het ook zij, als het erop aankomt blijkt dat Engeland toch méér vertrouwen heeft in de ernstige, wat oudere vader dan in de jongeman die zijn wilde haren eigenlijk nog niet helemaal kwijt is. Toch duurt het allemaal nog eindeloos lang.

Engeland aarzelt nog: zal het Willem steunen ja of nee? De weken en maanden kruipen voorbij en de ongeduldige Willem die toch al zo lang - 18 jaar! - heeft moeten wachten wordt er haast moedeloos van. Maar zijn taai volhouden wordt tenslotte beloond als er onverwacht bezoek uit Nederland komt. Want daar heeft men intussen óók niet stilgezeten. Men heeft geen zin meer om eindeloos te blijven afwachten of het aarzelende Engeland misschien nog eens de helpende hand komt bieden.

Men heeft her heft in eigen handen genomen en gewoon op eigen houtje prins Willem uitgeroepen tot Hoge Overheid. Maar: waar is de prins? Woont hij in Duitsland, woont hij in Engeland? Niemand weet het precies, berichten komen in die tijd maar heel traag door. Gezanten worden uitgestuurd om hem te zoeken en zo treffen ze de prins tenslotte in Londen aan. Hun boodschap komt voor de veelgeplaagde Willem als een geschenk uit de hemel.


Koning Willem I met zijn zoons, een beeld uit 1832

"Ons land wil Oranje weer terug", zo krijgt hij te horen, "Oranje Boven! Voelt de prins ervoor om onmiddellijk naar zijn vaderland over te steken?" Daar hoeft Willem geen ogenblik over na te denken, zijn antwoord is volmondig ja. Nog gauw schrijft hij een paar briefjes naar Berlijn om het goede nieuws te melden en al een week later staat hij, na 18 lange jaren, meer op het Scheveningse strand waar hij als 22-jarige jongeman in een vissersboot was gestapt...

Heel Scheveningen is uitgelopen om dit mee te maken. De duinen, het strand, overal ziet het zwart van de mensen die dit geweldige evenement van dichtbij willen meemaken. Het enige rijtuig dat Scheveningen rijk is wordt tevoorschijn gehaald en daar gaat Willem, tussen rijen dicht opeengepakte mensen die hen kelen schor roepen en zingen, op weg naar Den Haag.

Daar zijn de mensen in hun enthousiasme zelfs in bomen en schoorstenen geklommen om toch maar niets te missen van deze feestelijke en ontroerende intocht. Wat er in huizen aan kaarsen en olielampjes is wordt gauw voor het raam gezet en aangestoken zodat overal plotseling de lichtjes twinkelen. Het wordt zelfs de wat stroeve Willem haast te machtig en hij hoopt dat niemand merkt hoe de tranen over zijn wangen lopen als hij tenslotte op een balkon voor de juichende menigte verschijnt.

Het is groots, werkelijk groots! En dat allemaal terwijl de Fransen nota bene nog in het land zijn. Maar niemand die zich daar nu nog aan stoort. Het niet altijd even gemakkelijke verleden van vóór de Franse tijd is vergeven en vergeten en de nieuwe vorst gaat geen Willem VI heten maar Willem I: er wordt weer met een schone lei begonnen. Als Willem zich eenmaal goed en wel geïnstalleerd heeft wordt het hoog tijd dat ook Mimi terugkomt.

Voor de jonge prins Willem die al die tijd in Engeland heeft gezeten is het de allereerste keer dat hij zijn nieuwe zusje Marianne ziet. Hoog ziet het kleine meisje tegen die grote broer op en vol ontzag noemt ze hem "Mijn Generaal". Ook de oude prinses Wilhelmina en dochter Loulou zijn dolblij dat ze weer voet op Hollandse bodem kunnen zetten. Het is nog even een probleem waar de koninklijke familie nu moet gaan wonen. Bijna alle vroegere kastelen en paleizen van de Oranjes zijn vervallen, afgebroken of verkocht.

Voorlopig is het nog even behelpen met huurhuizen maar Willem laat al gauw zijn oog vallen op het paleis aan het Noordeinde als hoofdverblijf. En in de zomer trekt het hele gezin met veel plezier naar Het Loo, al moet Willem boos vaststellen dat de tuinen volkomen bedorven zijn in de jaren dat de Franse koning Lodewijk er gewoond heeft.

Terwijl de nieuwbakken koning energiek en met een ontembare werklust aan de slag gaat geniet koningin Mimi met volle teugen van haar gezin dat na zoveel jaar weer compleet is. Kroonprins Willem sluit een deftig huwelijk met de voorname maar toch wel wat snibbige tsarendochter Anna Paulowna. En een jaar later is Mimi de trotse grootmoeder van een nieuwe Willem, de toekomst van het Huis van Oranje lijkt voorlopig wel verzekerd.

Pracht en praal zal men in de hofhouding van Willem en Mimi tevergeefs zoeken. De schittering en glans waaraan Den Haag zich vroeger bij vader Willem V en Willemijn had kunnen vergapen is verleden tijd geworden: de nieuwe koning en koningin geven nu eenmaal niet om luxe. Als ze in het veel mondaine Brussel komen wordt er zelfs stiekem wel eens gelachen om hun wat ouderwetse en degelijke kledij...

Nee, onze eerste Oranjekoning is bepaald geen gemakkelijk mens geweest, niet voor zijn omgeving maar ook niet voor zichzelf. Met onvoorstelbare energie zet hij zich aan de taak die voor hem ligt. Dag en nacht werkt hij voor zijn land en het lijkt wel of hij nooit moe wordt.

"Noch overdag, noch 's nachts gunt onze vorst zich rust", noteert zijn zuster prinses Louise, "zijn enige rustige ogenblikken heeft hij wanneer hij aan tafel zit. En dat is maar één keer per dag want hij eet op zijn Engels, tussen 4 en 5 uur! Aan de thee tussen 8 en 9 doet hij zelden mee".

Ook op zondagen en feestdagen wordt er gewoon doorgewerkt. Zelfs op Eerste Kerstdag is de koning nog aan zijn bureau te vinden. Al bij het krieken van de dag buigt hij zich over de enorme stapels papier die hij allemaal tot de laatste letter leest, nog eens leest en wéér eens leest. Want makkelijk maakt hij het zich zelf niet. Hij kan het niet laten om zich voor de volle 100% met álles bezig te houden, tot in de kleinste en vaak onbenulligste details.

Plannen heeft hij genoeg. Hij wil niets liever dan zijn volk grote welvaart bezorgen. De Gouden Eeuw moet weer terugkomen. Willem laat kanalen graven, wegen en spoorlijnen aanleggen. Handel en industrie, de koning zorgt er persoonlijk voor dat er overal grootse dingen van de grond komen. En als het moet steekt hij er dikwijls zijn eigen geld ook nog in. Toch is niet iedereen even gelukkig met de tomeloze werklust van de nieuwe vorst.


Zijn ministers en naaste medewerkers beginnen na een tijdje te klagen. "We zijn een soort loopjongens geworden", mopperen ze onder elkaar, "de koning wil alles zélf doen en wij komen er eenvoudig niet meer aan te pas".

Daar komt nog bij dat het wat stroeve en gesloten karakter van de koning hem niet erg populair maakt. Gelukkig heeft koningin Mimi daar niet veel moeite mee. Ze heeft nu eenmaal een bescheiden en inschikkelijke natuur en kijkt met respect naar haar man op.

Met al zijn grootse plannen bemoeit ze zich helemaal niet, ze is dol op schilderen en als het even kan trekt ze zich terug in haar atelier. Willem van zijn kant houdt van de gezelligheid die Mimi in huis weet te scheppen. In de heel weinige uurtjes dat hij zichzelf eens wat rust gunt geniet hij van die huiselijke sfeer. Eigenlijk is iedereen dol op de zachte koningin die zich nooit op de voorgrond dringt en de vriendelijkheid zelf is.

Zelfs de toch niet zo gemakkelijke Russische schoondochter Anna Paulowna schrijft in haar wekelijkse brieven naar huis dat haar schoonmoeder "een echte engel" is. Haar schoonvader komt er wat minder goed af in die brieven. Na een van de vele meningsverschillen tussen haar man en zijn vader noemt ze hem zelfs "een echte valse Judas", een weinig vleiende benaming voor de koning. Maar voor de kleine Marianne, het nakomertje, doet de koning werkelijk álles.

Toch zal ook deze wat verwende jongste dochter het huis uitvliegen. Ze trouwt met haar neef Albert van Pruisen en vertrekt naar Berlijn. Erg dol is ze niet op haar toekomstige man maar ze probeert zichzelf nog wat moed in te spreken.

"Ik vindt dat ik, vergeleken met andere prinsessen, nog niet zo slecht af ben", schrijft ze aan een vertrouwde vriendin, "Berlijn is trouwens niet zo héél ver weg, dus ik kan nog wel eens thuiskomen. Als ik redelijk ben moet ik tevreden zijn en dat ben ik dan ook..."

Maar dat neemt niet weg dat er bij het definitieve afscheid van het ouderlijk huis heel wat traantjes worden gelaten. Ook door koningin Mimi die het er maar heel moeilijk mee heeft dat haar kleine nakomertje nu voorgoed vertrekt, het wordt heel stil in huis... Maar Willem heeft het te druk om daar veel van te merken. "Vader Willem" wordt hij nu in brede lagen van het volk genoemd en het is een benaming waar hij in zijn hart wel trots op is.

Want Willem mag dan wat nors en ongemakkelijk zijn, hij stelt zich op zijn wekelijkse "spreekuren" helemaal open voor de wensen en klachten van zijn onderdanen. Elke woensdag houdt hij "Openbaar Gehoor" in het paleis Noordeinde. Iedereen, jong of oud, arm of rijk, kan dan bij hem terecht met vragen of wensen, en wie 't eerst komt, 't eerst maalt. Met vaderlijke gemoedelijkheid aanhoort de koning wat zijn mensen op hun lever hebben.

De gewone man, de hooggeplaatste persoon, ze krijgen allemaal uitgebreid aandacht en het is verbazend hoe goed de koning alles onthoudt. In het buitenland kijkt men jaloers naar ons land: hoe is het mogelijk dat Jan en Alleman hier bij de koning in-en uitloopt zonder dat er scherpe politiemaatregelen aan te pas moeten komen? Maar in het privéleven van de koning gaat niet alles over rozen.

Telkens weer zijn er hooglopende ruzies met zijn oudste zoon, die zo'n volkomen ander karakter heeft dan zijn vader. En elke keer weeris er zijn moeder, de oude prinses Willemijn, die met veel takt probeert te bemiddelen. Op een ochtend, als Willemijn op een bankje in de tuin van Het Loo zit, wordt ze plotseling door een beroerte getroffen. Na een paar dagen sterft deze bijzondere vrouw die zich na haar huwelijk altijd zo energiek voor haar nieuwe vaderland heeft ingezet.

Wat heeft Willem altijd veel steun gehad aan zijn moeder. Altijd kon hij bij haar terecht voor goede en wijze raad, ook in die moeilijke jaren van ballingschap. En hoe vaak had de prinses niet tactvol bemiddeld als de pijnlijke ruzies tussen de koning en zijn oudste zoon weer eens hoog oplaaiden?

"Mogen mijn familieleden, en vooral mijn zoon, een goede herinnering aan mij bewaren, ik zou zo graag blijven voortleven in hun hart", was haar laatste wens geweest en het is een diepbedroefde familie die Willemijn gaat begraven. Zwarte bladzijden zijn er óók in Willems regeerperiode. Na de ontreddering die Napoleons oorlogen over Europa hebben gebracht hebben de grote mogendheden zich eens over de kaart gebogen om hier en daar nieuwe grenzen te trekken.

Zo is België bij Nederland gevoegd, als een extra garantie voor het geval Frankrijk nóg eens half Europa zou willen veroveren. Het koninkrijk Nederland is daarmee bijna twee keer zo groot geworden en Willem is er erg mee in zijn schik. Hij heeft het altijd al gezegd: Noord en Zuid Nederland hóren bij elkaar. En zo breekt er een periode aan waarin de regering steeds op en neer reist tussen het bezadigde Den Haag en het veel uitbundiger Brussel.


De intocht van koning Willem I in Amsterdam op het Koningsplein in december 1813

Maar nog geen tien jaar later laat Willem zich ontvallen: "Ik zou honderd keer gelukkiger zijn geweest met Holland alléén". Want eigenlijk is Willem een echte noordeling en als gelovig protestant voelt hij zich in het zuiden niet thuis. Ook het veel zwieriger leven in Brussel ligt hem niet, de sobere Willem is veel liever in het wat stijve Den Haag. Trouwens, ook de Belgen zelf zijn helemaal niet gelukkig met de nieuwe situatie.

"Een gedwongen huwelijk" noemen ze het, en er zijn er genoeg die het liefst zo snel mogelijk op een "echtscheiding" willen laten aankomen. Noord en zuid zijn té verschillend en er zijn almaar botsingen, vooral als het gaat om de taal of om de kerk. En Willem ziet geen kans de ontevredenheid bij de Belgen weg te nemen, om van de twee gebieden echt één land te maken. Met kroonprins Willem ligt het heel anders. De zwierige prins is juist dolgraag in Brussel met zijn weelderige feesten en mondaine genoegens.

Ondertussen is het met de gezondheid van de vriendelijke koningin Mimi bergafwaarts gegaan. Ze is zo mager en bleek geworden, ze begint echt op een oude vrouw te lijken. Meewarig zien de leden van haar hofhouding hoe hun vorstin steeds moeizamer gaat lopen en zich meer en meer in haar kamers terugtrekt. "Onze koningin is zó rijk maar ondanks al haar geld kan ze toch geen gezondheid voor zichzelf kopen", fluisteren ze vol medelijden.

Maar als Mimi bericht uit Pruisen krijgt dat haar lieveling Marianne eindelijk een vurig gewenste zoon heeft gekregen laat ze zich door geen tien paarden tegenhouden. Ziek of niet ziek, ze moet en zal haar kleinzoon zien, en haar dochter, haar familie, haar vroegere vaderland. Het kan immers wel de allerlaatste keer zijn. "Wat is moeder oud en zwak geworden", denkt Marianne bij zichzelf, ze is werkelijk geschrokken van de snelle achteruitgang.

Als de logeerpartij afgelopen is zwaait ze haar moeder met angst in het hart na. Zal ze haar nog ooit levend terugzien? Nog een paar maanden heeft de koningin te leven. Tenslotte is ze zó verzwakt dat ze kalm en rustig uit het leven wegglijdt. Prinses Marianne wordt nog gauw gewaarschuwd maar als ze in Den Haag aankomt is het al te laat: haar moeder leeft niet meer. Een teruggetrokken koningin is koningin Mimi geweest, ze heeft nooit op de voorgrond willen staan.

Makkelijk was haar leven trouwens niet bepaald geweest. Als jong Duits prinsesje had ze, amper twee jaar getrouwd, halsoverkop naar Engeland moeten vluchten. Daarna waren in Duitsland de lange en onzekere jaren van ballingschap gekomen. Tenslotte was ze koningin van Nederland geworden maar in de 46 lange jaren van haar huwelijk was ze altijd in de schaduw van haar man gebleven.

Om pracht en praal gaf ze niet en ze was geen partij voor haar doortastende schoonmoeder Willemijn en de zelfbewuste schoondochter Anna Paulowna. In alle stilte zorgde ze voor haar gezin, ze verspreidde gezelligheid om zich heen en iedereen was op deze zachtaardige vrouw gesteld. Voor koning Willem is de dood van Mimi een zware slag. Hij is nu 65 jaar en het valt hem zwaar om aan die grote leegte te wennen.

Wat mist hij het geregelde huiselijke leven, de gezellige thee-uurtjes, haar vriendelijke aandacht. Alle kinderen zijn het huis uit en Willem voelt zich steeds eenzamer worden. "Men moet gelukkig zijn om aan het leven te hechten, maar ik ben niet gelukkig", laat de teleurgestelde vorst zich eens ontvallen. En het lijkt wel of alle zorgen hem ook letterlijk tenéérdrukken want hij gaat steeds krommer, steeds gebogener lopen.

Om zijn sombere stemming wat te verdrijven gaat hij 's middags dikwijls een beetje rijden of wandelen. De vroegere hofdames van koningin Mimi gaan dan met hem mee en al gauw is het geen geheim meer dat de koning één van die hofdames bijzonder aardig is gaan vinden. Het is de 49-jarige Henriëtte d'Oultremont, een Belgische gravin. Sterker nog, de koning wordt werkelijk verliefd en in het diepste geheim vraagt hij haar zijn vrouw te worden.

Maar het opzienbarende nieuws lekt al spoedig uit en dan zijn de poppen aan het dansen! Het land staat bol van verontwaardiging: de koning trouwen met een vrouw die géén prinses is maar een gewoon gravinnetje? En dan ook nog een Belgische die nota bene katholiek is? Iedereen schreeuwt om het hardst dat zoiets nu werkelijk geen pas geeft.

Giftige spotprenten op het huwelijk van de koning gaan van hand tot hand en de akeligste roddelpraatjes worden gretig doorgefluisterd. Maar de grootste tegenstand komt van kroonprins Willem en dat grieft de oude koning diep. Eigenlijk is prinses Marianne de enige die aan de kant van haar vader staat. Zij kan het goed met Henriëtte vinden en ze vindt dat het huwelijk gewoon door moet gaan.

Dat vindt Willem zelf ook, hoe teleurgesteld en verbitterd hij zich ook voelt na alle gebeurtenissen. "Ik moet er niet aan denken dat er later, als ik oud ben, alleen betaalde handen zullen zijn die mijn laatste lichaamsgebreken verzorgen en mijn ogen sluiten",Zegt hij opstandig als men hem tot andere gedachten probeert te brengen. "Ik wil mijn laatste jaren delen met de vrouw die ik liefheb. En als dat niet kan doe ik nog liever afstand van de troon".


Henriëtte d'Oultremont
(1792-1864)
Om de gemoederen wat tot rust te laten komen vertrekt Henriëtte naar Duitsland, en iedereen denkt dat de plannen daarmee wel van de baan zullen zijn. Maar dan kent men Willem niet... Ook in de politiek zijn er teleurstellingen . Willem is het er helemaal niet mee eens dat de grondwet zó veranderd gaat worden dat de macht van de koning nogal wordt ingekrompen.

27 jaar lang heeft hij bijna alles in eigen hand gehouden, op eigen houtje het land naar beste weten bestuurd. En het is een pijnlijke ontdekking als hij merkt dat men dit niet langer slikt. Van alle kanten wordt hij zó onder druk gezet dat hij tenslotte wel moet toegeven en zijn handtekening onder de nieuwe grondwet zet...

Maar voor zichzelf heeft hij dan inmiddels een belangrijk besluit genomen. Een week later verrast hij heel Nederland met de mededeling dat hij vastbesloten is om afstand te doen van de troon! Willem is moe, teleurgesteld. Zijn leven lang heeft hij zich naar beste weten ingezet voor zijn land. Veel heeft hij tot stand gebracht, vooral in de eerste jaren van zijn regering.

Veel waar ook latere generaties hem dankbaar voor zullen zijn. Maar nu verlangt hij alleen nog naar een paar rustige laatste jaren, jaren samen met een vrouw die van hem houdt. Het wordt een historische gebeurtenis als koning Willem I in oktober 1840 plechtig afstand doet van de Nederlandse troon. Zijn familie, zijn ministers en allerlei hoogwaardigheidbekleders horen hoe hij de troonzaal van paleis Het Loo de plechtige woorden uitspreekt.

Nog diezelfde dag houdt hij een toespraak voor het Nederlandse volk. Hij legt uit dat voor hem nu het moment is gekomen om terug te treden, na 27 jaar lang met zoveel genoegen zijn werk te hebben gedaan. En dan vertrekt ook hij naar Duitsland, Henriëtte achterna. Hij is geen koning meer, de kroon waar hij die 18 lange jaren in ballingschap onvermoeibaar voor heeft gevochten heeft hij nu vrijwillig afgezet. Graaf van Nassau zal hij voortaan heten en niets staat een huwelijk nu nog in de weg.

Met Henriëtte neemt hij na zijn huwelijk zijn intrek in het paleis Unter den Linden in Berlijn, hetzelfde paleis waar koningin Mimi zo lang heeft gewoond in de jaren van ballingschap. Het Nederlandse volk laat zijn vroegere vorst met onverschilligheid vertrekken en juist dat gebrek aan nmedeleven treft Willem wel heel diep. Dat hij nu zó uit Holland moet vertrekken, het verschil met zijn bejubelde aankomst 27 jaar geleden is wel heel schrijnend!

Gelukkig woont hij dicht bij Marianne, de enige die hem naast Henriëtte nog een beetje kan troosten. Want zoon Willem, de nieuwe koning, geeft geen krimp. "Als koning kan ik de gravin d'Oultremont niet als Uw gemalin erkennen en haar niet als zodanig ontvangen", heeft hij zijn vader duidelijk laten weten. Willem heeft het gevoel dat hij heeft afgedaan voor Nederland, en dat valt hem heel, heel zwaar...

Gelukkig ebt in Nederland de verontwaardiging langzaam maar zeker weg, de tijd heelt alle wonden, zegt het spreekwoord en dat geldt gelukkig ook hier. En tenslotte is de tijd rijp voor een verzoening, eerst tussen vader en zoon, dan tussen de oude Willem en zijn vroegere onderdanen. Hij is weer welkom in zijn vaderland en hij kan gerust een paar weken op Het Loo gaan logeren zonder bang te hoeven zijn voor bitse opmerkingen van zijn onderdanen en vroegere ministers.

Zelfs houdt hij in Den Haag nog één keer zijn befaamde spreekuur, net als vanouds... Toch is het nieuwe geluk hem niet lang gegund. 71 jaar is Willem Frederik van Oranje Nassau als hij onverwacht aan zijn werktafel in elkaar zakt. De eerste Oranjekoning, die voor zijn land zo ongelooflijk veel werk heeft verzet, sterft plotseling.

Hij heeft het zichzelf en de mensen om hem heen niet altijd even gemakkelijk gemaakt maar hij deed alles vanuit de oprechte behoefte om zijn land vooruit te helpen. En tot de dag van vandaag kunnen wij de vruchten daarvan nog plukken! Hém mogen de Belgen wel, hij houdt wel van wat vorstelijk vertoon en bovendien kunnen de Belgen aan hem hun klachten veel gemakkelijker kwijt dan aan de wat norse koning. Zo groeit er een nieuwe tegenstelling tussen vader en zoon en het gevolg is dat de ruzies weer hoog oplaaien.

Kroonprins Willem komt voor de Belgen op, maar vader Willem weigert om aan hun verschillende wensen toe te geven, Dat duurt net zo lang tot de Belgen er schoon genoeg van hebben. "We zijn het beu", zeggen ze opstandig, "altijd zijn we tweederangsburgers gebleven en de koning wil nooit naar ons luisteren. We willen zelfstandig worden". Opstand!

Koning Willem I viert net onbezorgd zijn 58-ste verjaardag temidden van zijn familie op paleis Het Loo als de verontrustende berichten binnenkomen. Rellen in Brussel, "weg met de Hollanders, aan de galg met ze", wordt er geroepen. Eigenlijk heeft iedereen dit al lang voelen aankomen. Hoe dikwijls was de koning niet gewaarschuwd door zijn medewerkers dat er in Brussel zwaar weer op komst was?


Laatste portret van Willem I, slechts enkele dagen voor zijn overlijden gemaakt.

Het enige antwoord dat Willem op zulke waarschuwingen had was een nors: "Dank U wel voor deze mededeling", maar tot echte maatregelen was het nooit gekomen. En nu is het dan zover. Onmiddellijk wordt het vrolijke verjaardagsfeest afgebroken en koning Willem trekt zich terug om na te denken. Want hij weet niet zo een-twee-drie wat hij met die ontevreden en vijandige Belg aanmoet.

Zal hij zelf direct naar Brussel rijden? Maar de Belgen zijn niet erg dol op hem, dat weet Willem best. De kroonprins dan? Die is in Brussel razend populair, is hij niet de aangewezen figuur om te gaan bemiddelen? De kroonprins houdt wel van zo'n avontuur en hij vertrekt meteen. Hij durft het zelfs aan om zomaar, haast zonder bescherming, het oproerige Brussel binnen te rijden.

Maar dat valt tegen! Hij komt in een woedende menigte terecht en even zit hij in het nauw. "Het enige dat erop zat was mijn paard de sporen geven en over de wegversperring te springen", vertelt hij later als alles goed afgelopen is, "en ik was blij toen ik veilig en wel in het Paleis terug was!" De opgekropte ontevredenheid is enorm en het ziet ernaar uit dat een breuk niet meer te voorkomen is.

Koning Willem probeert nog van alles om België voor de kroon te behouden maar er is geen redden meer aan: hij is besluiteloos en de gebeurtenissen volgen elkaar té snel op. In het buitenland heeft men ook niet veel zin om hem te hulp te komen en tenslotte moet de koning het toch heus onder ogen zien: hij heeft de zuidelijke helft van zijn koninkrijk verspeeld.

Het is een zware slag voor Willem I en het is hem onmogelijk om in dit zware verlies te berusten. Hij is het niet eens met het verdrag waarin de scheiding tussen Holland en België wordt vastgelegd en zeven jaar lang weigert hij eenvoudig om het te ondertekenen. De nieuwe Belgische koning Leopold blijft hij hardnekkig "meneer Leopold" noemen, in zijn ogen is de man geen koning. Koppig houdt de koning zijn verzet al die jaren vol.

"Ik neem niet gauw een besluit", zegt hij eens, "maar als het eenmaal genomen is is 't onwrikbaar. Dat oude Friese hoofd van mij wordt dan dubbel Fries: dat noemt men mijn koppigheid". Maar de druk op hem wordt tenslotte zó groot dat hij wel moet toegeven. België wordt eindelijk een koninkrijk maar de stormachtige gebeurtenissen hebben van Willem een verbitterd man gemaakt...



| Koninkrijken | Nederland | Biografie |Fotoalbum |


terug naar boven