Koning en Keizerrijken  

Koning Boudewijn: Biografie

| Koninkrijken | België | Biografie | Fotoalbum |


Koning Boudewijn (1930-1993)
Boudewijn (Albert Charles Leopold Axel Marie Gustave) van Saksen Coburg Gotha werd op 7 september 1930 geboren als de oudste zoon van Leopold III en Astrid. Boudewijn kwam als eerste in aanmerking voor de troonsopvolging.

De grondwettelijke macht van de koning gaat (op dat ogenblik) in België bij erfopvolging over op het natuurlijke en wettige nakomelingschap, in rechte lijn van man op man, volgens het eerstgeboorterecht.

Bij de troonsbestijging van zijn vader, koning Leopold III, op 23 februari 1934, nam de kleine prins de titel "Hertog van Brabant" aan; deze titel is traditioneel enkel weggelegd voor de oudste zoon van de koning, de erfgenaam.

Boudewijn was nauwelijks 20 toen hij bij het afleggen van de eed, de nieuwe titel van kroonprins aannam. Eerder was hij door zijn vader tot luitenant-generaal benoemd. Zijn tenger, ernstig tot somber uiterlijk was, volgens velen, zijn reactie op de opeenvolgende drama's die zijn familie onderging. Op 17 juli 1951 volgde hij zijn vader op, na diens troonsafstand. Hij werd gaandeweg door de bevolking en de politici aanvaard als een ernstige vorst. vorst.

De nieuwe koning nam zijn taak in elk geval plichtsbewust op, bezocht alle provincies van het land, ging op reis naar Kongo (waar hij deelnam aan de viering van de Kongolese onafhankelijkheid) en liet zelden van zich horen in een andere dan beminnelijke stijl en met zeer veel begrip voor het leed, het verdriet en de vreugden van zijn landgenoten. Ondertussen was zijn zuster, prinses Josephine-Charlotte, gehuwd met groothertog Jan van Luxemburg en huwde zijn broer Albert op 2 juli 1959 met prinses Paola Ruffo di Calabria.

In 1959 werd door de Kamer van Volksvertegenwoordigers de Nederlandse tekst van de grondwet van België goedgekeurd, 128 jaar nadat deze in het Frans was opgesteld. De grondwet bepaalde op dat ogenblik ondermeer dat de koning regeert, niet bestuurt. De persoon van de koning is onschendbaar, de ministers zijn voor hem verantwoordelijk. De koning neemt deel aan de drie grondwettelijke machten: de uitvoerende, de wetgevende en de rechterlijke macht.

Op een ogenblik dat velen dachten dat koning Boudewijn een lange loopbaan als vrijgezel tegemoet ging, werd bekend gemaakt dat de vorst zich had bevriend en nadien verloofd met dona Fabiola de Mora y Aragon, een Spaanse edelvrouw die hem door kardinaal Suenens voorgesteld werd. Op 15 december 1960 traden ze in het huwelijk. Tot groot verdriet van beide bleef het huwelijk kinderloos.

De regeerperiode van Boudewijn kende weinig rumoerige tijden in vergelijking met deze van zijn voorgangers die telkens met oorlogen of zware onlusten geconfronteerd werden.

Ter gelegenheid van zijn 25-jarig koningschap besloot de vorst een stichting in het leven te roepen die zijn naam zou dragen (Koning Boudewijnstichting) en die sociale en humane opdrachten zou vervullen met de bedoeling de levensvoorwaarden van de bevolking te verbeteren.

Sedertdien beheert deze stichting projecten, publiceert zij werken in zeer verscheiden domeinen zoals armoedebestrijding en sociale integratie, milieubescherming, bescherming van het bouwkundig erfgoed en het kunstpatrimonium, jeugdvorming e.d.

Boudewijn was een zeer sociale en godsdienstige vorst die zich gemeend om zijn land bekommerde als een verantwoordelijkheid die hij moest dragen. Hij was streng voor zichzelf en voor iedereen die het geloof in de christelijke waarden in de weg stond of die "de ernst van het leven" mistte.

Ook zijn echtgenote, koningin Fabiola deelde deze religieuze en ernstige levensvisie. Begrijpelijk dat een diepgelovig paar zoals Boudewijn en Fabiola het moeilijk hadden toen de regering de abortuswet goedkeurde in 1990. Wanneer de eerste-minister, Wilfried Martens, de wettekst voor ondertekening aan de koning aanbod, vroeg hij bedenktijd. In een brief aan de regering beriep hij zich - op 30 maart 1990 - op gewetensnood om de abortuswet niet te ondertekenen, ook al was die de vorige dag door de Kamer van Volksvertegenwoordigers goedgekeurd. Artikel 82 van de grondwet werd ingeroepen: onmogelijkheid van de koning tot regeren.

Dit artikel was eigenlijk bedoeld om aan de situatie het hoofd te bieden als de koning door lichamelijke of geestelijke kwalen niet in staat zou zijn zijn plichten te vervullen, zoals zijn vader koning Leopold III had meegemaakt. Aldus werd koning Boudewijn voor 48 uur door de regering "in de onmogelijkheid tot regeren" verklaard en kon de regering in zijn plaats de abortuswet ondertekenen. De bevolking reageerde erg verschillend op deze werkwijze, maar de positie van de koning kwam nooit in gevaar. Velen hadden begrip toen hij zich bij de regering verontschuldigde met de vraag of hij de enige was die in dit land zijn geweten niet mocht volgen.

Ter gelegenheid van de 60ste verjaardag van de koning en de viering van zijn 40ste regeringsjaar werd in 1990 een nationale hulde georganiseerd, de zgn. "Koningsfeesten". De festiviteiten vonden plaats van 7 september 1990 (de verjaardag van de koning) tot 21 juli 1991 (de Belgische nationale feestdag).

In 1993 kwam de verrassing. De vorst was in het Zuiden van Spanje bezweken aan de gevolgen van een hartstilstand op het moment dat het koningspaar met vakantie was in hun Spaans buitenverblijf. Honderdduizenden mensen gingen gedurende vele uren in de rij staan om een laatste groet te kunnen brengen aan de overleden vorst. Zijn lichaam werd bijgezet in de koninklijke crypte van de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Laken.

Tijdens zijn leven had koning Boudewijn de oudste zoon van zijn broer Albert (prins Filip) voorbereid op de troonsopvolging. Iedereen zag prins Filip dan ook vanzelfsprekend als de volgende koning, maar tot grote verrassing van velen was het zijn vader, prins Albert die de troon van zijn broer overnam. Ondertussen had de regering ook een grondwetswijziging doorgevoerd in verband met de troonsverzekering in België.

De troonsopvolging moest niet langer verplichtend naar een mannelijke afstammeling gaan maar ook vrouwelijke afstammelingen kwamen vanaf nu in aanmerking, zoals in Engeland en Nederland. Velen zagen hierin een signaal dat niet Filip maar eerder zijn zuster Astrid in de toekomst wel eens haar vader, koning Albert II, zou kunnen opvolgen.




| Koninkrijken | België | Biografie | Fotoalbum |

terug naar boven