
![]() |
In King Lear, het beroemde stuk van William Shakespeare, wordt uitgebreid ingegaan op het leed van een koninklijke bastaard. Het is dan ook niet verantwoordelijk dat Mr. Albrecht Willem (Pim) Lier, nadat in 1979 bekend was geworden dat hij een buitenechtelijk kind is van prins Hendrik, als 'King Lier' door het leven ging.
Wat de uit Den Haag afkomstige Lier als sinds zijn zestiende wist, verneemt de rest van Nederland pas begin november 1979: koningin Juliana heeft een halfbroer. Het Lockheed-schandaal waarbij prins Bernhard werd beschuldigd van het aannemen van steekpenningen, was nog maar net achter de rug en opnieuw haalde een schandaal rond het Nederlandse koningshuis de voorpagina's van de nationale en internationale pers. Het was zelfs in de eerste jaren van de 20-ste eeuw al een publiek geheim dat het huwelijk tussen koningin Wilhelmina en de Duitse hertog Heinrich (Hendrik) von Mecklenburg-Schwerin niet goed was.
Over de buitenechtelijke affaires van Hendrik werd in die jaren al flink geroddeld. De prins laat zich betalen door het Rode Kruis om onderscheidingen uit te reiken en dat geld gebruikt hij voor dure geschenken voor zijn minnaressen. In 1920 wordt de prins zelfs in een bordeel betrapt met schrijver Louis Couperus. Wat slechts weinigen weten is dat er sinds 1917 een vrouw is die een grote rol in het leven van van de prins is gaan spelen. Hendrik is tot over zijn oren verliefd geworden op de uit Den Helder afkomstige weduwe Wilhelmina (Mien) Abbo-Wenneker. Op 22 juli wordt uit deze relatie een kind geboren, dat Albrecht Willem wordt genoemd.
De naam laat niets aan duidelijkheid te wensen over: Albrecht is de derde naam van Hendrik en Willem is de mannelijke versie van Wilhelmina. Om het Mien niet nog moeilijker te maken als weduwe met nu een bastaardkind wordt er een geschikte echtgenoot voor haar gezocht. Deze wordt gevonden in Jan Derk Lier, een officier van de Landmacht. Hij besluit later om kleine Pim als zijn eigen kind te erkennen, maar pas nadat er afspraken met het Hof zijn gemaakt. Prins Hendrik belooft plechtig te zorgen voor Mien en hun zoon en zeht zelfs toe dat er ook voor de eventuele kleinkinderen zal worden gezorgd.
Wilhelmina, die op de hoogte moet zijn geweest van de handel en wandel van haar echtgenoot, besloot Mien Lier zwijggeld te betalen. Er werd voor Pim een spaarbankboekje met het voor die tijd fabelachtige bedrag van honderdduizend gulden geopend en Mien zelf kreeg tot haar dood in 1973 een toelage van duizend gulden per maand. Pim Lier ontmoette zijn vader minimaal één keer in zijn leven, maar hield uit respect voor de koninklijke familie zijn mond. Tot november 1979.
Aanvankelijk stelt Lier zich zeer bescheiden op. Maar naarmate hij meer aandacht krijgt en steeds meer mensen hem vragen waarom hij zij zijn titels niet opeist verandert hij. Hij hoopt in contact te komen met zijn halfzus Juliana maar de paleishekken blijven voor de zoon van prins Hendrik hermetisch gesloten. Ook zijn verzoek om aanwezig te zijn bij de inhuldiging van koningin Beatrix, op 30 april 1980, wordt afgewezen. Om toch nog nog enige erkenning te krijgen besluit hij zich bij allerlei duistere gezelschappen aan te sluiten. Lier laat kaartjes maken waarop onder een gouden kroon staat Mr. Albrecht W. Lier, prinz zu Mecklenburg.
Hij stelt zich tevens kandidaat voor het ambt van Commissaris van de koningin in Noord-Brabant, maar wordt daarbij gepasseerd door Dries van Agt. Een jaar later staat Lier weer in het nieuws als hij zich aanmeldt bij de omstreden Centrum Partij. Het beetje respect dat hij daarvoor had opgebouwd verliest hij direct en van het beloofde kamerlidmaatschap komt niets van terecht. Pim Lier en zijn echtgenote Petra worden overal uitgekotst en verliezen het grootste gedeelte van hun vriendenkring. Privé zijn ze er echter steeds meer een koninklijke levensstijl op na gaan houden en het kost Lier grote moeite om voor zijn vrouw en voor de buitenwereld verborgen te houden dat hij in grote financiële moeilijkheden verkeert.
Als het geldtekort hem boven hoofd dreigt te groeien, besluit hij zijn echtgenote te vermoorden. In de nacht van 18 op 19 december 1986 schiet hij Petra in haar bed dood. Van zijn aanvankelijke plan om zelfmoord te plegen ziet hij af. Hij durft de trekker niet over te halen. De dagen na de moord wordt Lier regelmatig in zijn woonplaats Boekel gezien. Hij verteld dat Petra in het buitenland op vakantie is, maarmaakt een verdrietige indruk. Rond de jaarwisseling brengt hij een bezoek aan een jeugdliefde en hij vertelt haar wat hij gedaan had.
Op 2 januari staat Lier met tranen in zijn ogen in een café en zegt dat hij zijn vrouw vermoord heeft.
Niemand geloofdt hem.
Pas als zoon Peter er achter is gekomen wat zich bijna twee weken geleden in zijn ouderlijke woning heeft afgespeeld, besluit Pim Lier zich bij de politie aan te geven.
Het nieuws komt op 7 januari 1987.
Pim Lier deelt die dag de voorpagina's met zijnzus Juliana en prins Bernhard, die dan 50 jaar getrouwd zijn.
Lier wordt veroordeeld tot vier en een half jaar cel en komt begin jaren '90 op vrije voeten.
Hij trekt zich volledig terug uit de openbaarheid.
Of hij nog leeft, en zo ja waar, is niet bekend
Pim Lier is de bekendste maar zeker niet het enige buitenechtelijke kind van prins Hendrik.
Volgens het boek 'De zwarte schapen van Oranje' van Hendrik Jan Korterink heeft de prins maar liefst zes kinderen verwekt bij Mien Abbo.
Insiders van de familie achten dit aantal
echter te hoog.
Zij zijn er wel redelijk zeker van dat naast Pim ook zusjes Aad en Rietje van prins Hendrik zijn.
Deze halfzusjes van Juliana zijn voorzover bekend nog in leven en wonen in de buurt van Den Haag.
Ze hebben echter altijd de publiciteit geschuwd.
Het belangrijkste bewijs dat er naast Pim nog meer kinderen van prins Hendrik waren, is de brief die Jan Derk Lier, de stiefvader van Hendrik's kinderen, op 8 juli 1946 naar het Hof stuurde met het verzoek spoedig geld te betalen.
Lier schrijft in die brief, over 'de drie kinderen van wijlen Z.K.H. prins Hendrik'.
Hendrik had bovendien nog andere affaires, waaruit kinderen zouden zijn geboren.
Volgens historicus dr. Lou de Jong zou in 1924 nog een zoon (Henri) zijn geboren uit de relatie van de prins met ene Elisabeth Le Roi.

