Maria Theresia werd op 13 mei 1717 geboren als oudste dochter van keizer Karel VI uit het huis Habsburg. Karel was de laatste mannelijke Habsburger en als hij slechts dochters zou nalaten, zou de Hongaarse kroon verloren gaan en het Habsburgse rijk waarschijnlijk uiteenvallen. om dit te voorkomen kondigde hij in 1713 een nieuwe opvolgingsregeling af, de zogenaamde Pragmatieke Sanctie, die inhield dat na zijn dood volgens het geboorterecht eerst mannelijke en vervolgens vrouwelijke nakomelingen alle Oostenrijkse erflanden zouden erven. Door deze maatregel werd het mogelijk dat Maria Theresia hem opvolgde. Formeel erkenden alle Europese staten deze nieuwe opvolgingsregeling, hoewel later zou blijken dat deze erkenning van geen enkele waarde was. Keizer Karel VI stierf op 20 oktober 1740. Zijn enige zoon was al enkele maanden na de geboorte gestorven, dus waren zijn twee dochters de erfgenamen. Het bericht van keizer Karels dood en de daaruit voortvloeiende opvolging gaven aanleiding tot protesten uit heel Europa. Men was het plotseling niet meer eens met de opvolging door Maria Theresia. De Europese leiders hoopten namelijk dat het Habsburgse rijk uiteen zou vallen en dat ze allemaal een stuk van het rijk konden inpikken. De grootste dreiging kwam in eerste instantie uit Pruisen, waar net koning Frederik II (1740-1786)-later bijgenaamd de Grote-aan het bewind was gekomen. Hij bezat het machtige leger van de wereld en brandde van verlangen om de kracht van dat leger te testen. Hij besloot gebruik te maken van de Habsburgse zwakte en begon onmiddellijk met de verovering van de rijke Oostenrijkse provincie Silezië. Keizerin Maria Theresia kon niet op tegen het Pruisische leger, want ze had te weinig troepen, oorlogsmateriaal, voorraden en geld. Frederik de Grote behaalde dus de overwinning, maar was toch buitengewoon geschrokken van het leger dat Maria Theresia in zo'n korte tijd op de been had weten te brengen.
Pruisen sloot namelijk een aliantie met Frankrijk, terwijl Spanje een verbond sloot met Beieren. Daarbij werd afgesproken dat Frankrijk de Oostenrijkse Nederlanden zou krijgen in ruil voor het keizerschap van de Beierse keurvorst Karel Albert. Toen Karel Albert met behulp van Franse troepen Bohemen binnenviel, was voor Maria Theresia de maat vol. In 1742 sloot ze vrede met Frederik de Grote en deed hiermee afstand van Silezië (Vrede van Breslau). Ze zette alles in het werk om een enorm leger, van voornamelijk Hongaren, te formeren om Beieren aan te vallen. Hierbij speelde zij sluw in op het sentiment van het Hongaarse volk. Ook kreeg ze geldelijke steun van Engeland, de Republiek der Verenigde Nederlanden en Rusland. In 1742 viel haar leger Beieren binnen en werden ook de Fransen teruggedreven tot over de Rijn. Twee dagen na de inval in Beieren liet Karel Akbert zich als Karel VII tot keizer uitroepen. Maar hij overleed al in 1745, waarna Maria Theresia ervoor zorgde dat haar echtgenoot, de zwakke Frans I van Lotharingen, keizer werd van het Heilige Roomse Rijk. Hiermee stelde ze haar eigen positie als erfopvolgster veilig. Beieren werd teruggegeven aan de zoon van Karel VII. Doordat het tegenoffensief van Oostenrijk zo krachtig verliep, was Frederik II bang dat Silezië ook weer zou worden aangevallen. Daarom viel hij Bohemen binnen en dwong Maria Theresia opnieuw het verlies van Silezië te aanvaarden (1745). Bij de Vrede van Aken in 1748 moest Maria Theresia, naast Silezië, ook nog enkele gebieden in Italië afstaan. De overige delen van het Habsburgse rijk kon ze handhaven. De herovering van Silezië zou echter het belangrijkste doel van haar buitenlandse politiek blijven. Door de vele beproevingen die Maria Theresia had moeten doorstaan, was zij zeer vroom geworden. Ze was ervan overtuigd dat God haar door deze moeilijke tijd heen had geholpen. In haar ogen stond de vorst in dienst van God en was hij alleen aan God te allen tijde verantwoording verschuldigd.
Ze begreep dat ze dit nooit alleen kon en nam de zeer bekwame raadsman graaf Friedrich Wilhelm von Haugwitz (1702-1765) in dienst. Hij kwam met het plan om de staat voortaan zelf de belastingopbrengst te laten regelen en te bepalen hoeveel elke maatschappelijke stand moest betalen. Dankzij deze hervormingen kon de keizerin een groot leger in stand houden, renten en aflossingen van de staatsschuld betalen en toch genoeg geld overhouden om andere onkosten te betalen. Het bleek een groot succes te zijn. De hervormingen werden in alle gebieden van het rijk ingevoerd en langzaam kwam de oude Habsburgse droom van een gecentraliseerde, absolutistisch geregeerde staat tot stand. Doordat er een groter gecentraliseerd bestuur was ontstaan en er herhaaldelijk een sanering van de financiën plaatsvond, was er een grotere behoefte aan goed opgeleide ambtenaren en rechters. Maria Theresia stemde daarom in met de drastische hervormingen die de Nederlander Gerard van Swieten (1700-1772)-tevens haar lijfarts-op de universiteiten wilde doorvoeren. Zo werd onder andere het gebruik van studieboeken geíntroduceerd en werd de medische faculteit van de universiteit van Wenen gekoppeld aan de algemene gezondheidszorg, die nog in de kinderschoenen stond. Gedurende de periode van vrede gaf Maria Theresia nooit de hoop op om Silezië op Frederik de Grote te heroveren. Om dit mogelijk te maken moest er een grondige modernisatie van het leger plaatsvinden. In 1753 benoemde ze graaf Wenzel von Kraunitz-Rietberg (1711-1794) tot hof-en staatskanselier. Hij was van mening dat Oostenrijk zijn leidende positie in Midden-Europa alleen kon behouden als Pruisen werd verpletterd. Om dit te bereiken hoefde niet meer op de steun van de oude bondgenoot Engeland te worden gerekend, omdat Oostenrijk daar niets tegenover kon stellen. De vroegere vijand Frankrijk zou misschien wel steun verlenen in ruil voor wat gebieden in België en Italië. ![]() Ook al wilde Maria Theresia alles zelf beslissen, ze nam toch zeer bekwame adviseurs in dienst, zoals graaf Wenzel von Kaunitz-Rietberg. Kaunitz zette Maria Theresia aan tot het heroveren van Silezië, wat in 1756 leidde tot de Zevenjarige Oorlog. Zo vond in 1756 de 'ommekeer der allianties' plaats: Pruisen verbond zich nu met Engeland. Het verbond tussen de huizen Habsburg en Bourbon werd bekrachtigd door het voorgenomen huwelijk van de pasgeboren keizersdochter Marie Antoinette met de Franse kroonprins, de latere Lodewijk XVI. Oostenrijk sloot ook nog een verdrag met Rusland. Frederik de Grote wilde Oostenrijk voor zijn en opende de strijd. Als eerste viel hij Saksen binnen, waar hij enkele overwinningen behaalde. Maria Theresia probeerde Silezië te heroveren, maar Frederik de Grote bleek te sterk tijdens de slag bij Leuthen. Twee jaar later verloor hij echter van het verenigde Frans-Russische leger en leek het tij zich te keren. Doordat Engeland zich voornamelijk concentreerde op de strijd ter zee, vooral tegen de Fransen, stond Pruisen er op het vasteland alleen voor en wist Frederik de Grote zich ternauwernood staande te houden. Maar langzamerhand ontstond er verdeeldheid tussen Oostenrijk, Frankrijk en Rusland. Frankrijk werd oorlogsmoe en ergerde zich aan Maria Theresia's halsstarrige aanspraken op Silezië en haar beoogde totale vernietiging van Pruisen. Bovendien was het geld op. Rusland steunde Maria Theresia nog tot 1762, toen tsaar Peter III de troon besteeg. Deze had grote bewondering voor Frederik de Grote en wilde dat er zo snel mogelijk vrede werd gesloten. Er zat voor Maria Theresia daarom niets anders op dan zich hierbij neer te leggen en de hoop op Silezië voorgoed op te geven. In 1763 werd de vrede van Hubertusburg getekend. Het resultaat van de oorlog was dat iedereen behield wat hij vóór de oorlog bezeten had. Nu Maria Theresia moest berusten in het verlies van Silezië, sloeg haar stemming radicaal om. Haar politiek was alleen nog gericht op het bewaren van de vrede. Bovendien gaf zij de binnenlandse politiek nu de volle aandacht. Een van de redenen van deze plotselinge omslag was haar verdriet om het plotselinge overlijden van haar echtgenoot in 1765. Maria Theresia voerde opnieuw een aantal hervormingen door. Die waren weliswaar niet schokkend, maar zijn toch van grote invloed geweest. Zo probeerde Maria Theresia om het landsbestuur overzichtelijker te maken en te verbeteren, waarbij met name de invloed van de kerk sterk aan banden werd gelegd. De bijna 30 jaar durende staat van oorlog waarin het Habsburgse rijk had verkeerd, was niet bevorderlijk geweest voor de ontwikkeling en modernisering van het onderwijssysteem. Met name het lager onderwijs stond er bijzonder slecht voor. Daarom werd de volksschool in het leven geroepen, waardoor er meer scholen kwamen en iedereen-rijk of arm-gelijke kansen kreeg om onderwijs te volgen. Er werd zelfs leerplicht ingevoerd.
Bij haar hervormingen liet Maria Theresia zich alleen leiden door wat zij van belang achtte voor de Habsburgse monarchie. Ze verafschuwde de Verlichting, wat onder andere te merken was aan haar sterk antisemitische opvattingen en haar onverdraagzaamheid ten aanzien van protestanten. Toch werd ze erg gewaardeerd door het volk, dat haar de bijnaam Landesmutter (moeder des lands) gaf. Maria Theresia bracht 16 kinderen ter wereld, waarvan er 10 in leven bleven. Hoewel ze grote invloed uitoefende op hun opvoeding, kreeg ze het met de meeste van haar kinderen zwaar te verduren. Van haar zonen voldeed alleen Leopold van Toscane (de latere keizer Leopold II) aan haar verwachtingen, hoewel ook hij een lastig kind was geweest. Maria Christina was de lieveling van Maria Theresia. Deze dochter mocht trouwen met wie zij zelf wilde en kreeg grote hoeveelheden geld toegestopt. Drie andere dochters werden uitgehuwelijkt aan het huis Bourbon, ook al had Maria Theresia geen hoge pet op van dat huis. Alle drie hadden ze, net als hun moeder, een sterke eigen wil en Maria Theresia ergerde zich daar regelmatig aan. Een van hen, de latere koningin Marie-Antoinette van Frankrijk, werd door Maria Theresia bestookt met praktische adviezen en moraliserende vermaningen. De grootste problemen kreeg Maria Theresia met haar oudste zoon Jozef II. Hij had in 1765 zijn overleden vader Frans I opgevolgd als keizer. Zijn macht als mederegent was weliswaar beperkt tot de legerleiding, net zoals Frans I slechts invloed had gehad op financiële aangelegenheden, maar toch kwam het regelmartig tot botsingen met zijn moeder omdat Jozef veel radicalere hervormingen wilde doorvoeren op het gebied van bestuur en politiek beleid. In 1772 dwong Jozef, hierbij gesteund door Von Kaunitz, Maria Theresia ertoe in te stemmen met de eerste Poolse deling. ![]() De Grote Zaal van het slot Schönbrunn in een voorstad van Wenen. Dit lustslot werd op initiatief van Maria Theresia helemaal gereconstrueerd en van binnen van sierlijke rococo-decoraties voorzien. Het geeft een beeld van de enorme rijkdom van de Habsburgers. Hiermee gaf hij de aanzet tot het geleidelijk opslokken door Pruisen, Oostenrijk en Rusland van Polen, dat van de kaart zou verdwijnen. De gezondheid van Maria Theresia ging langzamerhand achteruit en zij bracht steeds meer tijd door in haar prachtige paleis Schönbrunn in een voorstad van Wenen. Ze probeerde nog altijd invloed uit te oefenen op het politieke beleid, maar ironisch genoeg hadden haar pragmatische hervormingen de weg vrij gemaakt voor het 'verlicht absolutisme' dat kenmerkend werd voor het beleid dat Jozef II na haar zou voeren. Op 29 november 1780 stierf Maria Theresia. |
