![]() (37-68) |
In 53 was hij getrouwd met de dochter van de keizer, Claudia Octavia. In october 54 werd Claudius door Agrippina vergiftigd en zijn zoon Britannicus vastgezet zodat Nero zonder enige concurrentie tot keizer kon worden uitgeroepen. Britannicus stierf aan tafel op 11 februari 55 waarschijnlijk vergiftigd door Nero en/of Agrippina. Zijn lijk werd onmiddellijk gecremeerd, zodat een moord niet te bewijzen was. Gedurende de eerste paar maanden van zijn keizerschap had Agrippina een aanzienlijke invloed maar na de dood van Britannicus werd zij uit het paleis verstoten zodat Nero, op 18-jarige leeftijd, alle macht in handen kreeg. Zijn belangrijkste adviseurs werden Seneca en de prefect van de Praetoriaanse garde, Burrus die zich op het juiste moment van Agrippina hadden afgekeerd. Vier jaar later werd zij uiteindelijk door haar eigen zoon vermoord.
De eerste vijf jaren van zijn keizerschap waren een gouden tijd voor Rome en het Rijk, er heerste vrede en welvaart onder het kundig advies van Seneca en Burrus. Daarna echter, hield Nero zich steeds minder bezig met het landsbestuur en gaf zich over aan zijn passies voor de Griekse cultuur, kunst, vooral toneel en muziek, maar ook drank en seks (waaronder een avontuur met een volksmeisje Acte maar ook perversiteiten van de ergste soort). Hij liet het bestuur van het rijk feitelijk alleen nog maar over aan Seneca en Burrus. Onderwijl werd generaal Corbulo erop uitgestuurd om de Parthen een lesje te leren. Hij trok Armenië binnen en nam Artaxata en Trigranocerta in, maar uiteindelijk zette hij toch Tiridates, de broer van de Parthische koning Vologases weer terug op de troon, ondanks opdrachten uit Rome om de Parthen voorgoed uit dit betwiste gebied te verdrijven.
Daarop werd Paetus naar het oosten gestuurd om het over te nemen, maar deze leed een smadelijke nederlaag tegen de Parthen. Daarna kreeg Corbulo het bevel weer terug en streed een succesvolle campagne. Toch was de uiteindelijk uitkomst dat Tiridates weer op de Armeense troon bevestigd zou worden door Rome. In 62 kwam Burrus om het leven (volgens geruchten vermoord door Nero), Seneca werd gedwongen zijn ontslag te nemen en Claudia Octavia werd terechtgesteld. Nero verving haar door zijn maitresse Poppaea, ex-vrouw van zijn vroegere vriend Otho die hij eerder als gouverneur naar Lusitania (tegenwoordig Portugal) had gestuurd. Vanaf deze tijd ging het alleen maar bergafwaarts. Nero hield zich vrijwel alleen nog maar bezig met zijn passies en trad zelfs op als dichter, zanger en acteur, maar met zijn middelmatige talenten had dat een averechts effect op zowel de senaat als het volk.
Bovendien verwoestte een grote brand in 64 een groot deel van Rome. Hoewel de keizer niet in de stad was en veel deed het leed te verzachten en de wederopbouw ter hand te nemen, deden (waarschijnlijk valse) geruchten de ronde dat hij zelf tot de brand opdracht had gegeven - vanwege het mooie schouwspel, of om plaats te maken voor een groot paleis. Daarop gaf Nero de schuld aan een religieuze minderheid, de christenen. Er was al grote haat tegen de joden vanwege de gespannen toestand in Palestina en de christenen, voor een deel zelf Romeinen, die weigerden om nog deel te nemen aan de Romeinse rituelen, waren dubbel gehaat. Een aantal van hen werd gefolterd tot ze bekenden de brand veroorzaakt te hebben en daarna werden zij als brandstichters gestraft. Onder de slachtoffers van Nero's zondenbokpolitiek waren naar verluidt ook de eerste paus Petrus en de missionaris Paulus.
Nero wordt daarom vaak gezien als de aanstichter van de eerste christenvervolging, maar dit beeld klopt niet helemaal; tot algemene, systematische geloofsvervolging in het hele Rijk kwam het pas veel later in de Romeinse geschiedenis. Toch was Nero's poging om de onvrede onder het volk op de christenen te gooien niet erg geslaagd. Het volk had alle vertrouwen in hun keizer verloren. Steeds meer onderzoekers twijfelen aan het feit dat Nero de eerste christenvervolger was. De manuscripten spreken over chrestiani, en dat betekent volgens taaldeskundigen geen christenen maar is oud-Grieks voor woekeraars en speculanten. Bovendien is de 'christenvervolging' alleen terug te vinden bij Tacitus; enkele erudiete vroeg-christelijke geschiedschrijvers maken geen melding van vervolgingen onder Nero. En aangezien het enige resterende exemplaar van dit deel van Tacitus' geschiedschrijving een elfde eeuwse kopie is, bestaat het vermoeden dat de vervolgingskwestie pas later is toegevoegd.
Dit zou een geheel nieuw licht werpen op deze gebeurtenis en de christenvervolging. Het ongelooflijk grote en luxueuze paleis dat Nero liet bouwen in het verwoeste deel van de stad, vergrootte de haat tegen de keizer. Het bevatte onder andere een enorm standbeeld van Nero van zo'n 40 meter hoog, later de Colossus genoemd. Het paleis verhinderde niet alleen een groot deel van de oorspronkelijke bewoners terug te keren naar hun plek, maar verergerde ook de fiscale crisis die ontstaan was door de werderopbouw van de rest van de verwoeste gedeeltes van de stad. Het is dan ook niet verwonderlijk dat in 65 een complot tegen Nero werd gevormd.
Het lekte echter uit en Nero nam zeer harde maatregelen.
Nero liet Tiridates in 66 persoonlijk naar Rome komen -wettelijk was dat niet nodig- om zijn bevestiging uit handen van de keizer te ontvangen. Zo werd alle moeite die Corbulo gedaan had weer ongedaan gemaakt.
Uiteindelijk betekende een op zich niet zo belangrijke opstand in 68 in Gallia, die door Rufus werd neergeslagen, het einde voor Nero (zie het vierkeizerjaar). Deze gebeurtenis was echter de aanleiding voor verschillende andere opstanden van Galba en Otho (Spanje en Portugal), Rufus (die Vindex had verslagen) en Clodius Macer in Noord Afrika. Uiteindelijk zette de Senaat Nero af. Toen men hem kwam arresteren liet hij zich doden met de woorden Qualis artifex pereo (Wat een kunstenaar sterft er met mij...) Hij liet het Rijk bankroet en in totale chaos achter.
