Koning en Keizerrijken

  Keizer Hadrianus: Biografie

| Keizerrijken | Het Romeinse Rijk | Fotoalbum |


Keizer Hadrianus
(76-138)
Omstreeks het jaar 120 n. Chr. maakt Hadrianus, een onvermoeibare reiziger, met een aantal intimi een reis door het Romeinse Rijk. Onder hen is een jonge Griek, Antinoüs, zijn geliefde vriend. De dood van de jongeman werpt een schaduw over zijn verblijf in Egypte.

Hadrianus is een keizer zonder vaste woon-of verblijfplaats. Twaalf van de twintig jaar dat zijn regeringsperiode duurt, reist hijdoor zijn Rijk, met een duidelijke voorkeur voor het oostelijke deel. Zijn reizen hebben verschillende motieven. Hadrianus is nieuwsgierig van aard en hij houdt van de prachtige steden rond de Middellandse Zee, die door dichters bezongen en door de geschiedenis getekend zijn. Dan zijn er de beroemde heiligdommen, waar de keizer heengaat om er de inwijdingsrites te ondergaan.

Maar voor Hadrianus horen zijn reizen vooral bij zijn taak als keizer. Hij vindt dat hij alleen op die manier zijn politieke macht kan uitoefenen. Door zijn grenzen te inspecteren en alle hoeken van zijn Rijk te bezoeken, dwingt hij respect af bij de volkeren die zich daardoor meer met Rome verbonden voelen. Hadrianus reist zonder veel luxe en in klein gezelschap: zijn vrouw Sabine, de dichteres Julia Balbilla, zijn vriend Lucius Ceionius, de leden van zijn raad en Antinoüs, een jongeman die hij in Bithinië-een streek in Klein-azië die nu tot Turkije behoort-heeft leren kennen en voor wie hij liefde heeft opgevat. Drie jaar nadat hij in 118 als opvolger van Trajanus tot keizer is gekroond, begint Hadrianus zijn eerste grote reis, die van 121 tot 125 zal duren.

Hij bezoekt Gallië, Germanië en Bretagne, waar hij de naar hem vernoemde wal laat bouwen. Via Gallië reist hij naar Spanje waar hij vroeg in het jaar 123 verblijft en vanwaar hij met de boot naar Klein-Azië vertrekt. Hij doet er twee jaar over om van de Eufraat tot in Afrika te reizen. In de zomer van 125 is hij in Rome terug. Tijdens deze eerste rondreis heeft Hadrianus een stop gemaakt in Nicomedië, het huidige Izmit, hoofdstad van Bithinië. Hij logeert bij de landvoogd die ter ontspanning een aantal activiteiten organiseert. Tijdens een literaire avond ziet de keizer een beeldschone jonge Griek, Antinoüs, die zijn geliefde vriend wordt en hem vanaf dat moment op al zijn reizen zal vergezellen.


Standbeeld van de geliefde vriend van Hadrianus

Aan het eind van de zomer van 128 maakt Hadrianus een tweede grote rondreis door zijn keizerrijk. De keizer en zijn gevolg zeilen naar Sicilië en reizen door naar Afrika, waar ze de Romeinse legioenen inspecteren. Winter en voorjaar brengen ze in Griekenland door, eerst zijn ze in Athene, dan in Sparta, Eleusis, Efeze en Milet. In de herfst van 129 is Hadrianus in Antiochië (Turkije), waar hij intensieve diplomatieke activiteiten ontplooit. Het jaar 130 wordt fataal. De Romeinse legerleider bezoekt Palmyra, reist door naar Arabië, Judea en Geza. In juli gaat het keizerlijk gezelschap in de haven van Alexandrië aan land. De stad is nog altijd even mooi als in de gouden eeuw van de Ptolemaeus-dynastieën.

De keizer verheugt zich erop om de hoogtepunten van de oud-Egyptische beschaving aan Antinoüs te laten zien. Het keizerlijke schip en zijn gevolg vaen in alle rust de Nijl op. Tijdens een verblijf aan de wal staat een leeuwenjacht in de woestijn op het programma. Hadrianus denkt dat Antinoüs nu volwassen genoeg is en geeft hem de leiding over de expeditie. Kort daarna voltrekt zich een drama. Antinoüs verdrinkt. Zijn lichaam wordt teruggevonden in de Nijl, niet ver van Besa in Midden-Egypte. Een ongeluk? Zelfmoord? Of, suggereren sommigen, zou de jonge minnaar zichzelf van het leven hebben beroofd om de slechte voortekenen te bezweren die zich over Hadrianus afrekenden? De keizer is verpletterd.


Sabine
Een paar weken lang is hij totaal verslagen. Op 30 oktober 130, sticht de keizer, in navolging van Alexander de Grote-maar om redenen die op een andere manier tragisch zijn-niet ver van de plaats waar het drama zich voltrokken heeft, een stad die hij opdraagt aan zijn geliefde vriend: Antinopolis. Zo verzet hij zijn gedachten en vervolgt hij zijn reis over de rivier. Op 18 november komt hij in Thebe aan. Hij steekt de Nijl over en brengt een bezoek aan de Memnonkolossen. In de Thebaanse necropool heeft hij ongetwijfeld aan Antinoüs moeten denken...

Vroeg in het jaar 131 besluit Hadrianus uit Egypte weg te gaan, dat hem zijn jonge minnaar heeft ontnomen. Via Thracië bezoekt hij Anthene voor derde keer. Misschien keert hij terug naar Judea, waar onlusten zijn uitgebroken. Over de laatste maanden van deze reis is weinig bekend. Is Hadrianus vroeg in het jaar 133 naar Rome teruggekeerd? Of heeft hij nog een jaar gereisd? Allemaal vragen die onbeantwoord zijn gebleven...

Hadrianus sticht Antinopolis

Hadrianus is ontsteld door de dood van Antinoüs en verheft de jongeman tot god. Hij laat een tempel en een graf oprichten voor de jonge Griek en besluit een stad te stichten, Antinopolis-het huidige Cheik Abadeh-op de plaats van het oude Besa, de stad van de god Bes. Hadrianus ontfermt zich persoonlijk over het stadsplan. Antinopolis, op de rechteroever van de Nijl, heeft een theater, diverse tempels, een triomfboog, een arena en een paardenrenbaan. Van de stad is niet meer over, alleen een paar fundamenten herinneren aan het stadsplan. In de 19e eeuw waren de ruïnes van Antinopolis nog ruimschoots zichtbaar gezien de vele tekeningen en schetsen die de wetenschappers van de Franse expeditie uit Egypte mee terug brachten. Maar een paar jaar later geeft Mohammed Ali toestemming de ruïnes van Antinopolis te slopen om er fabrieken neer te zetten.


reconstructie van Arsinoë, gebouwd aan de Nijl aan de voet
van het Arabisch gebergte, op de plaats waar Antinoüs zou zijn verdronken


De dood van Antinoüs verteld door Marguérite Yourcenar


Marguérite Yourcenar
(1903-1987)
In haar roman Hadrianus' gedenkschriften doet Marguerite Yourcenar op ontroerende wijze verslag van de dood van Antinoüs. Ze begint met de angstige voorgevoelens van Hadrianus. 'De eerste dag van de maand athyr, het tweede jaar van de 226e Olympiade... Het is de geboortedag van Osiris, de god van de doodsangsten: overal langs de rivier klinken sinds drie dagen uit alle dorpen de snerpende klaagzangen'. Terwijl de keizer de hele dag de post uit Rome beantwoordt, voltrekt het drama zich.

'Tegen het middaguur komt Chabrias opgewonden de kamer binnen. In strijd met alle regels had de jongeman het schip verlaten zonder te zeggen waar hij heen ging en hoe lang hij weg zou blijven: sinds zijn vertrek waren intussen twee uur verstreken. (...)We gingen in aller ijl aan land. De oude leermeester liep zonder nadenken in de richting van een oude kapel op de oever (...). Aan de rand van het laatste bassin zag Chabrias in de snel vallende duisternis een opgevouwen kledingstuk liggen, en sandalen. Ik daalde de glibberige trap af: hij lag op de bodem, al weggezonken in het rivierslib. (...)

Het anders zo gewwwwillige lichaam weigerde zich te laten verwarmen, weigerde zich tot leven te laten wekken. We brachten hem aan boord. Alles stortte in, alles leek te verstommen. De Zeus van de Olypus, de Heerser over het Al, de Redder der Wereld waren verslagen en het enige dat resste was een grijsaard huilend op de brug van een schip'.



| Keizerrijken | Het Romeinse Rijk | Fotoalbum |


terug naar boven