![]() (54-96) |
In de daarop volgende jaren is hij diverse malen consul en vervult hij het ambt van priester. Bij dit alles blijft hij echter steeds in de schaduw van zijn oudere broer Titus. Na de dood van hun vader Vespasianus volgt Titus hem op als keizer. Nog datzelfde jaar, in juni, benoemt Titus zijn broer Domitianus officieel tot zijn opvolger. Als Titus twee jaar later, in 81, plotseling overlijdt, wordt Domitianus als zijn rechtmatige opvolger erkend door de senaat. Hij is bij de senaat en vooral bij Tacitus niet erg gewild, maar hij is een kundig beheerder en bevelvoerder van het leger. Zijn eerste daad als keizer is de vergoddelijking van zijn broer Titus. Ter nagedachtenis aan de overwinning van zijn vader en overleden broer in Judea laat hij een triomfboog oprichten, de zogenaamde Titusboog. Ook gaat hij verder met het restaureren van de gebouwen die tijdens de burgeroorlog van 69 vernield zijn.
Onder zijn regering komt het Amphitheatrum Flavium (het Colosseum) gereed. Hij slaagt er ook in om de schatkist, die onder Titus aardig leeggeraakt was, weer gevuld te krijgen. Domitianus reorganiseert de legioenen aan de Rijn. De 22ste Primigenia werd van Neder- naar Opper-Germania verplaatst en vervangen door een nieuw legioen de eerste Minervia. Hij slaagt erin de Chatti te onderwerpen en zo komt een deel van Germania (het huidige Baden-Würtemberg) in Romeinse handen. Hij krijgt echter te maken met een ernstige bedreiging van de Donau, de andere grensrivier, door de Quadi, Marcomanni en Daciërs. Ook wordt er een Romeins legioen vernietigd door de Sarmaten. Decebalus, de koning van Dacia, trekt de Donau over Moesia in en doodt Oppius Sabinus, de Romeinse gouverneur. Daarna trekken de Daciërs zich weer snel terug. Domitianus zint op wraak en stuurt zijn troepen Dacia in, waar ze prompt verslagen worden.
Domitianus geeft echter niet op en stuurt generaal Antonius Julianus opnieuw het vijandelijke gebied in, met succes deze keer. Decebalus moet om vrede vragen en Domitianus houdt een triomftocht in Rome. Toch is hiermee het Dacische gevaar niet geweken. Daar zal pas onder Trajanus definitief een einde aan gemaakt worden. De relatie tussen Domitianus en de senaat wordt er ondertussen niet beter op. Domitianus, die zich meer en meer afwendt van de gematigde politiek van zijn vader en broer, laat steeds vaker merken dat hij een voorstander is van de absolute monarchie. Hij krijgt daarbij steun vanuit het gewone volk en de lage adel (de equites dat wil zeggen ridders) aan wie hij belangrijke ambten verleent. Vanaf het jaar 86 laat hij zich met de titel dominus et deus (heer en god) aanspreken. Zijn tegenstanders moeten het veld ruimen. Dit leidt al snel tot de nodige weerstand. In 87, komt het eerste complot tegen Domitianus aan het licht. In de daarop volgende jaren wordt de oppositie tegen het bewind van Domitianus steeds sterker.
In reactie hierop laat Domitianus vertegenwoordigers de Stoa, een op Aritoteles gebaseerde filosofenschool, verbannen omdat ze zijn concept van de absolute monarchie afwijzen. Ook laat hij enkele belangrijke edelen en twee consuls terechtstellen. In Rome overheerst een sfeer van angst en verraad waarbij velen, niet zelden onschuldig, het leven laten. Flavia Julia (later Julia Titi genoemd) speelt een belangrijke rol in het leven van Domitianus. Zij werd in 65 geboren als dochter uit het tweede huwelijk van keizer Titus. Ze was dus een nicht van Domitianus. Aanvankelijk probeert Titus een huwelijk voor haar te arrangeren met zijn jongere broer maar omdat deze niet wil scheiden van zijn vrouw Domitia, arrangeert Titus uiteindelijk een huwelijk met haar achterneef Flavius Sabinus. Enkele jaren na het huwelijk ontstaat er echter alsnog een verhouding tussen Julia en Domitianus. Rond 83 is dit zo serieus geworden dat Domitianus van zijn vrouw Domitia scheidt en haar laat verbannen.
In 84 moet ook de echtgenoot van Julia het ontgelden. Hij wordt door Domitianus op een onzinnige beschuldiging geëxecuteerd. Julia sterft rond 90 als gevolg van een poging tot abortus als zij van Domitianus in verwachting is. Na haar dood wordt zij door Domitianus vereerd en krijgt ze de titel Diva (goddelijk).
Domitianus wordt zelf op 18 september 96 vermoord bij een samenzwering in zijn paleis waarbij zijn (ex)vrouw Domitia, officieren van de praetoriaanse garde en mogelijk zijn opvolger Nerva betrokken zijn. Na zijn dood wordt over Domitianus, die gehaat was onder de adel en de priesterstand, de damnatio memoriae uitgesproken. Dit houdt in dat zijn naam uitgewist moest worden door alle beelden, schilderijen en inscripties met betrekking tot zijn persoon, te vernietigen. Met Domitianus eindigt de Flavische dynastie. Om het keizerrijk te vrijwaren voor weer een nieuwe despotische keizer, besluit de senaat het keizerschap aan een kinderloze, oudere senator aan te bieden. Dit wordt Nerva.
