Koning en Keizerrijken

  Julius Caesar: Biografie

| Keizerrijken | Het Romeinse Rijk | Fotoalbum |


Julius Caesar
(± 100 v. Chr-44 v. Chr)
Gaius Julius Caesar (Latijn: C·IVLIVS·C·F·C·N·CAESAR) Rome, 13 juli ± 100 v. Chr. - Rome, 15 maart 44 v. Chr. was een militair leider en dictator van het Romeinse Rijk. Hij wordt meestal kortweg Julius Caesar of Caesar genoemd. Caesar is de zoon van een vooraanstaande Romeinse familie. Hij krijgt een zeer goede opvoeding waardoor hij vertrouwd raakt met literatuur en wetenschappen. Caesar blinkt vooral uit door zijn aangeboren redenaarstalent dat hij bijschaaft in een in die tijd vooraanstaande school voor welsprekendheid (rhetorica) op het Griekse eiland Rodos. Ook is hij zeer bedreven in diverse sporttakken.

Reeds op jonge leeftijd (± 16 jaar) zet hij zijn eerste stappen in de Romeinse politiek. Hij sluit zich aan bij de volkspartij, die geleid wordt door zijn oom Marius. Onenigheid met Sulla, de leider van de senaatspartij, dwingt hem in 82 v. Chr. te vluchten richting Klein-Azië, waar hij in het leger gaat en zijn eerste krijgservaringen opdoet. In 84 v. Chr. trouwt Caesar met Cornelia ,die stierf in 67 v. chr. In 75 v. Chr., op 25-jarige leeftijd, valt hij tijdens een reis in handen van Siciliaanse zeerovers. De Griekse historicus Plutarchus schrijft hierover: de piraten eisen voor de vrijlating van Caesar een losprijs van 20 talenten. Deze lacht hen uit, zegt dat ze niet weten wie ze voor zich hebben, en raadt hen aan de prijs naar 50 talenten te verhogen. Aldus geschiedt. Caesar stelt zich ook verder arrogant op en dreigt iedereen te zullen straffen na zijn vrijlating, maar dit wordt als een grap weggewuifd. Het geld wordt betaald en Caesar komt vrij.

Meteen organiseert hij een strafexpeditie, neemt alle piraten gevangen en ziet er persoonlijk op toe dat de meeste van hen gekruisigd worden. Na de dood van Sulla keert Caesar naar Rome terug en begint een praktijk als advocaat. Ondertussen is hij nog steeds actief in de plaatselijke politiek. Zijn talent in de krijgskunst manifesteert zich wanneer hij in 63 v. Chr. stadhouder wordt van de Romeinse provincie Spanje. Hij is zeer populair bij de Romeinse soldaten doordat zij royaal delen in de buitgemaakte rijkdommen en gronden toegewezen krijgen in de veroverde gebieden. Hierna wil hij zich nog meer bewijzen in de lokale Romeinse politiek. In 59 v. Chr. zijn er consulverkiezingen in Rome. Om sterk te staan stapt hij reeds in 60 v. Chr. in een zogenaamd triumviraat (driemanschap) met de beroemde generaal Pompeius en de steenrijke Crassus. Op die manier verzekert hij zich van een stevige militaire en financiële basis.

Hij wordt als consul van Rome verkozen voor de volkspartij. In 58 v. Chr. wordt Caesar stadhouder van Gallia. Zijn opdracht is om heel Gallia te onderwerpen. In 57 v. Chr. slaagt hij hierin. Overigens blijft het nooit echt rustig in deze Romeinse provincie: nog tot 52 v. Chr. komen de Gallische stammen steeds opnieuw in opstand, maar dan weet Caesar in een beslissende slag bij Alesia de Gallische leider Vercingetorix te verslaan en Gallië voorgoed in te lijven. Caesar maakt - zoals alle legergeneraals moesten doen - op een zeer ambtelijke en zakelijke wijze verslag op van zijn oorlogscampagne onder de titel de bello gallico (notities over de Gallische oorlogen). In 55 v. Chr. doet Caesar een poging tot een invasie van Engeland met twee legioenen en een honderdtal schepen. Hij gaat aan land, maar ontmoet hevige tegenstand. Diverse stormen teisteren de vloot, zodat de Romeinse cavalerie zich niet bij hem kan voegen. Na veel tegenslagen wordt de onderneming afgeblazen.

Een tweede poging in het volgende jaar is meer succesvol. Caesar maakt verkenningstochten, komt tot waar nu Londen ligt, maar vertrekt weer, met familieleden van stamhoofden als gijzelaars in zijn gevolg. Pas onder keizer Claudius zullen de Romeinen terugkeren, nu om er enkele eeuwen te blijven. Ondertussen is het politieke leven in Rome zeer woelig. De successen die Caesar in Gallia behaalt, worden met lede ogen door Pompeius en Crassus bekeken. Het triumviraat dat Caesar had aangegaan valt uiteen door de dood van Crassus (gesneuveld in Syrië) en de overstap van Pompeius naar de senaatspartij. De politieke tegenstanders van Caesar trachten zijn macht te breken door gebruik te maken van zijn afwezigheid. Wanneer hij op 7 januari in het jaar 49 v. Chr. van de Romeinse senaat de opdracht krijgt zijn trouwe leger af te danken, besluit Caesar de wapens op te nemen tegen zijn politieke concurrenten.

Hij keert vanuit Gallia met een elitelegioen (het tiende legioen) terug. Bij het oversteken van de noordelijke grensrivier met Italië, de Rubicon, spreekt Caesar de beroemde woorden alea iacta est uit ("de teerling (dobbelsteen) is geworpen"), daarmee aangevend dat er nu geen weg terug meer is. Hij trekt rechtstreeks naar Rome, verjaagt er zijn tegenstanders en neemt de volledige politieke en militaire macht over. Dit is het begin van de Romeinse burgeroorlog (49-45 v. Chr.). Eveneens in 49 helpt hij Cleopatra, koningin van Egypte de macht te behouden. Na enige tijd laat Caesar zich tot dictator voor het leven benoemen en maakt van het Romeinse rijk de facto weer een monarchie. Dit zette kwaad bloed: Rome had in haar ontstaansperiode zeven koningen gehad. Hun despotisme (aanleiding om de republiek uit te roepen) was nog steeds een schrikbeeld. Ter toelichting: in de Romeinse republiek was een dictator iets anders dan wat we daar tegenwoordig onder verstaan.

In tijden van nood kon een veldheer door de senaat voor maximaal een half jaar met buitengewone volmachten aangesteld worden om het tij te keren. De dictator stond dan zelfs boven de beide consuls. Het betrof hier dus een officieel tijdelijk ambt. Dictator voor het leven was een staatkundig novum (en een opmaat naar de moderne betekenis van het woord). Caesar ontpopt zich tegenover zijn onderdanen als een zeer gematigd en rechtvaardig staatsleider. Militair gezien blijft hij niet op zijn lauweren rusten: hij organiseert vanaf 48 v. Chr. tot ongeveer 45 v. Chr. nieuwe veldtochten in – achtereenvolgens - Spanje, Griekenland, Egypte, Azië en Afrika, voornamelijk met het oog op het definitief uitschakelen van zijn uit Rome gevluchte politieke tegenstanders. Toch blijft Caesar ook in Rome politieke tegenwind hebben. De leden van de senaatspartij zijn het niet eens met de reorganisatie van het staatsbestel (monarchie): zij willen het republikeinse staatbestel behouden, hoewel dat oude systeem slecht berekend was op de gigantische omvang die het Rijk gekregen had.

Op 15 maart (de Idus van maart, volgens de overlevering had een waarzegster hem al onheil voorspeld voor deze dag) van het jaar 44 v. Chr. wordt Gaius Julius Caesar in Rome op de trappen van het senaatsgebouw vermoord. Een tiental samenzweerders, leden van de senaatspartij, waaronder ook Brutus en Cassius, brengen hem met hun dolken om het leven. Vooral het verraad van Brutus, die hij behandelde als zijnde zijn eigen zoon, ontstelde Caesar. Zijn laatste woorden waren dan ook aan Brutus gericht, maar er doen verschillende mogelijkheden de ronde: tu quoque, fili mi, of in het Grieks: ?a? s?, te???? (jij ook, mijn zoon?), een andere is: et tu, Brute (ook gij, Brutus?) Caesar hervormde de kalender, die nu naar hem de Juliaanse kalender genoemd wordt. De nieuwe kalender, ingevoerd vanaf 1 januari 45 v. Chr., een bedenksel van de sterrenkundige Sosigenes, was niet meer gebaseerd op de maancyclus, maar volgde het zonnejaar, wat veel eenvoudiger was.

Hij voerde als eerste de schrikkeldag in. De titels keizer en tsaar zijn aan zijn naam ontleend. Caesar zelf is nochtans nooit keizer geweest, in tegenstelling tot zijn adoptief zoon Octavianus. Van de keizersnede (sectio caesarea) beweert men dat zij die naam draagt omdat Caesar ermee zou zijn geboren - wat zeer onwaarschijnlijk is omdat zijn moeder zijn geboorte overleefde. Het Nederlandse woord bruut is afkomstig van de naam Brutus, zijn geadopteerde zoon en één van de moordenaars van Caesar. Vandaar: Et tu Brute? (Jij ook, Brutus?) (al neemt men aan dat Caesar eerder Tu quoque fili? (Jij ook, zoon?) zou gezegd hebben, ook zeggen sommigen dat hij het in het Grieks zei: " Kai su, teknon ? " (= Jij ook, mijn zoon?)


    Andere beroemde uitspraken van Caesar zijn:

  • Veni, vidi, vici (ik kwam, ik zag en ik overwon)

  • Alea iacta est (de teerling is geworpen)

  • Aut Caesar aut nullus (ofwel Caesar, ofwel niemand)
Caesar komt als terugkerende "gastacteur" (in ietwat minder succesvolle vorm dan in het echte leven) voor in de beroemde stripboeken en tekenfilmserie Asterix. In 1999 schreef de Duitse onderzoeker Francesco Carotta een these, en beweerde dat Jezus wellicht Julius Caesar was.



| Keizerrijken | Het Romeinse Rijk | Fotoalbum |


terug naar boven