Koning en Keizerrijken  

Het Binnenhof: Geschiedenis

| Paleizen | Nederland | Het Binnenhof |


De Tweede Kamer vergadert in een ruimte, die meer dan tweehonderd jaar geleden werd gebouwd om als balzaal te dienen voor het pronkvolle hof van onze laatste stadhouder, Willem V. Wat een schittering moet het in die dagen rond het Binnenhof zijn geweest. Wat een feesten, ontvangsten en danspartijen, wat een illuminaties en vuurwerken. Zelfs concerten, gegeven door muzikanten die deel uitmaakten van de prinselijke hofhouding.

De menigte vergaapte zich aan een stadhouderlijke lijfwacht van Zwitserse soldaten, voor de allerarmsten werden uitdelingen gehouden op het Buitenhof, en de hoge gasten van de stadhouderlijke familie werden gefêteerd in een nieuwbouw van schitterende eetzalen, alles naar de eisen des tijds beschoten en behangen, verguld en voorzien van tapijten, luchters, schilderijen en wandschilderingen, spiegels en meubels.

Willem V had de Staten van Holland zo gek gekregen om het voor die jaren astronomische bedrag van vijfhonderdduizend gulden te steken in een ruim opgezette uitbreiding van het toen al tientallen malen verbouwde, veranderde, soms weer in verval geraakte en dan opnieuw gerestaureerde Stadhouderlijke Kwartier.

Het werd allemaal zo mooi en indrukwekkend, dat het Hof van Den Haag toen ook wel Koningskwartier werd genoemd, eigenlijk best een passende betiteling, want al in middeleeuwse kronieken werd het ridderslot, dat graaf Willem II van Holland hier had laten bouwen, beschreven als "een coninclye palais". Al in het begin van de zestiende eeuw heeft een Nassau op het Binnenhof gewoond: Hendrik III die namens keizer Karel V o.a. stadhouder van Holland was en zo nu en dan in deze gewesten een kijkje kwam nemen.

Willem de Zwijger vond het nauwelijks te verdedigen "open" Den Haag veel te onveilig om zich te vestigen. Bovendien was het complex toen eigenaardig allegaartje geworden van stallen, dienstgebouwen en woonvertrekken. De Ridderzaal werd in die jaren veelal gebruikt door boekverkopers die er kramen met hun waar hadden uitgezet.

Later zou die "Hooge Sale" zelfs nog worden gebruikt als loterijzaal en het bouwsel is dan zo sterk verwaarloosd dat bij een beetje nat weer de bezoekers in de zaal hun paraplu opsteken: binnen regent het net zo hard als buiten en er bestaan al plannen om de hele zaak maar te slopen... Een stadhouder die zich weinig aantrok van de oncomfortabele behuizing die het Binnenhof nog aan het begin van de zeventiende eeuw had te bieden was Maurits.

Hij liet een vrijwel geslechte hoektoren - de Mauritstoren - weer bouwen maar had, vrijgezel zijnde, en bepaald géén liefhebber van een exquis hofleven, geen behoefte aan een weelderig en uitgebreid verblijf. Dat werd wel even anders toen zijn halfbroer Frederik Hendrik met zijn gade Amalia van Solms het Kwartier betrok. De woning uit 1626 werd onmiddellijk aanzienlijk verfraaid en later nog verder uitgebouwd: eerst na het kinderhuwelijk tussen de hier geboren Willem II en de Engelse Mary Stuart (I), later om de eveneens op het Kwartier geboren Willem III te voorzien van een passende ambtswoning.

De uitbreidingen vielen blijkbaar niet in de smaak, want deze koning-stadhouder heeft er maar zelden en altijd heel kort vertoefd. In 1785 werd zorgelijk geconstateerd dat het Binnenhof inmiddels opnieuw "irregulier, bekrompen en ruïneus" was geworden. Er moest een complete nieuwe vleugel komen, de grootste hofhouding van Willem V vergde de bouw van een statig paleis en er moest nog hard worden doorgewerkt óók, want de nieuwe balzaal was onmisbaar voor het grandioze feest waarmee het huwelijk zou worden gevierd in 1790 van de dochter van prins Willem V, Frederika Louise, met de erfprins Karel van Brunswijk.

Twee jaar nadat de bouw van de nieuwe vleugel eindelijk was voltooid kwamen de vertrekken nog onverhoeds leeg te staan: Het was het jaar van de grote omwenteling, 1795. De stadhouderlijke familie nam de wijk naar Engeland, de balzaal werd de vergaderruimte voor de "Nationale Vergadering", het Stadhouderlijke Kwartier werd eerst een militair instituut (de Ridderzaal was 's winters exercitieplaats) en later een militair hospitaal.

Koning Willem I, de eerste soevereine vorst der Nederlanden, opende in de balzaal waar hij als achttienjarige nog bij de bruiloft van zijn zuster had gedanst, in 1815 voor het eerst een vergadering van de Staten-Generaal. En hij dácht er niet aan om op het aloude Kwartier te gaan wonen. Geen enkele Oranje heeft er trouwens sindsdien nog een kwartier gemaakt...



| Paleizen | Nederland | Het Binnenhof |


terug naar boven