De hertog nam hem vaak mee op reis, naar Frankrijk en Spanje en toen Hendrik twintig jaar was, in 1503, trouwde hij met de rijke erfdochter Françoise van Savoye, de dochter van Jacques van Savoye, graaf van Romont, die veldoverste was onder Maximiliaan en Filips. Intussen bewees Hendrik zich als krijgsman en ging hij belangrijke ambten bekleden. En plotseling zien we hem aan het hof van Filips' zoon, Karel V, als zijn opvoeder en later als opper-kamerheer. Tussen deze grote vorst en de Nassause graaf zou een grote band ontstaan. De keizer heeft hem grote diplomatieke zendingen toevertrouwd en ook deze nassau-telg wist de belangen van zijn meerdere goed met die van zijn eigen Huis te combineren. Zo werd hij op een dag naar het Franse hof gestuurd om namens zijn vorst de hand van 's konings dochter te vragen, dat was dan tegelijk een poging om tot een toenadering met Frankrijk te komen. De onderhandeling mislukte, maar hij prifiteerde wel van het bezoek om voor zichzelf een zeer voordelig huwelijk te sluiten. Zijn eerste vrouw was namelijk al vroeg overleden en zijn huwelijk was kinderloos gebleven. Nu dacht hij over een huwelijk met Claudia van Chalon, een jonge vrouw uit een zeer aanzienlijk en vermogend Bourgondisch geslacht, dat soeverein was in Orange, een prinsdom in het zuiden van Frankrijk, waarvan zij overigens geen erfgename was. Dat was haar broer Philibert. Enthousiast schreef hij naar "huis", naar Dillenburg dus, dat van plan was opnieuw te trouwen. Maar zijn vader maakte bezwaar. Moest hij de dame in kwestie niet eerst eens even zien? "Vader! schreef hij terug, de huwelijksvoorwaarden bieden grote voordelen, neem alleen al de bruidsschat: 130.000 pond! En ik sluit dit huwelijk, schreef hij, om gehorsam te sijn der Kais. Maj. ende ook om te wille te sijn den Conic van Frankrijk, ende sonderlingen om mijner eeren ende prouffijts willen..." Altijd een eerlijk man geweest, Hendrik. Hij kon toen nog niet eens weten dat het prinsdom Orange later aan het Huis van Nassau zou toevallen. In 1518 kregen Hendrik en Claudia een zoon, die ze Renatus noemden. Maar Claudia leeft niet lang. Zij gaat dood, niet hij, terwijl hij in die tijd veel veldslagen leverde. Tegen Gelre bijvoorbeeld, en bij Sédan, en wat later, in 1521 een tweede strijd tegen Frankrijk. In de korte tijd dat Claudia met Hendrik getrouwd was, verloor ze haar broer, Philibert, en erfde ze Orange en nog meer Franse bezittingen. Een jaar later vergezelde Hendrik als opper-kamerheer keizer Karel V naar Spanje, waar hij voor de derde keer in het huwelijk trad, en wel met Mencia de Mendoza. Zij stamde uit een oud Maraans geslacht en was van Joodse bloede. Weer zo'n buitengewoon voordelig huwelijk. Ze was namelijk de erfdochter van de reeds overleden Spaanse grande Rodrigo, markgraaf (= markies) van Zenette, en zeer rijk. Het tot stand komen van dit huwelijk ging weer niet van een leien dakje, niet zozeer omdat Mencia's vader een bastaard was, (de zoon van een kardinaal-bisschop) maar omdat keizer Karel, die dus ook koning van Spanje was, zijn fiat aan dit huwelijk moet geven. Hij was er vóór, maar moest dit doordrukken tegen de wil van een groot aantal Spaanse edellieden in. Vooral de hertog van Alva was er fel tegen. Hij had dit lotje uit de loterij voor zijn kleinzoon gereserveerd. (De beruchte! Het kan best zijn dat Alva deze tegenvaller nog niet was vergeten, toen hij in 1568 naar de Nederlanden kwam...) Ook Hendrik zelf heeft enige noten op zijn zang... Toen het weduwengeld voor Mencia moest worden vastgesteld (men dacht aan alles), vond hij dat Karel V dat wel kon betalen, op grond van de vele diensten die hij de keizer had verleend. "En zo is het ook gegaan", schreef hij aan zijn broer Adolf. Ook moest Hendrik er in toestemmen om de titel van Markies van Zinette vóór die van Nassau te voeren. Logisch, want die was hoger dan die van graaf, maar hij vond dat, misschien gezien de voorgeschiedenis, oneervol. Verder schreef hij wat mokkend naar huis, toen hij het portret van Mencia naar de Dillenburg stuurde. (Ziet u het voor u? zo'n schilderij op de rug van een paard, door Spanje, door Frankrijk, dan Duitsland door... Heel veel later werd er bij een inventaris van Dillenburg nog melding van gemaakt) dat hij het wel wat leuker had gevonden als hij wat jonger en zij wat knapper was geweest. Hij was toen al over de veertig en Mencia was amper zestien. Maar zó weinig "hübisch" was ze toch niet en ze was zeker niet dom. In 1532 werd het huwelijk met veel pracht en praal voltrokken. Er werden grote banketten aangericht, toernooien en zelfs een stieregevecht gehouden. Maar volgens de kronieken van die tijd zat Hendrik er enigszins bozig bij en voor een toernooi was hij niet te porren, deze Seigneur Monseigneur le marquis de Zenette, comte de Nassau, zoals hij nu werd genoemd.
Alleen als hij op Spaans bezit had gehoopt voor zijn nageslacht, moet hij teleurgesteld geweest zijn want ook dit huwelijk bleef, net als het eerste, kinderloos. In 1530 reisde hij met zijn vrouw naar Italië, naar Bologna, waar Karel V tot Rooms keizer zou worden gekroond, en als hij daarna de beroemde Rijksdag in Augsburg heeft bijgewoond, keert hij naar Breda terug. Hoe moet de rijke Mencia tegen dit slot in Breda aangekeken hebben? Dat kasteel van Jan van Polanen, waar Hendrik al heel wat aan verbouwd had, is deze kunstlievende en zeer ontwikkelde vrouw waarschijnlijk wel een beetje tegengevallen in het begin. In ieder geval wordt er al snel besloten om er een gedeelte bij te bouwen. Het kasteel wordt ook versterkt, zoals dat in die tijd met zoveel kastelen gebeurde, want de techniek van oorlogvoeren veranderde en de afweermiddelen moesten daaraan worden aangepast, wat neerkwam op dikkere muren. Ook van de stad Breda zelf werden de muren versterkt. De belangrijkste ingreep was toch wel het hoofdgebouw van het slot. Als we een afbeelding van het kasteel van een eeuw later bekijken, zien we de laat-middeleeuwse toren van de burcht van Jan van Polanen, stoer, kaal, met kleine ramen, en daarnaast een elegante renaissance-gevel, met bogen en guirlandes boven de ingang, een sierlijke daklijst, engelen die een rosette vasthouden en koepeltjes op het dak. De bouwmeester voor deze grote nieuwbouw werd uit Italië gehaald, hij heette Thomas Vincidor van Bologna. Helemaal voltooid is het nooit, zelfs in de tijd van prins Willem III is er nog aan bijgebouwd. In dit kasteel woonden Hendrik en Mencia, en er werd net als in hun weelderige paleis in Brussel, zeer luxueus geleefd, het hof werd in grootse stijl gevoerd. Het ziet er wel naar uit dat Hendrik in deze periode van zijn leven heel wat liever van het leven genoot dan zich aan zijn plichten te wijden, hij begon zich ook wezenlijk te interesseren voor de schone kunsten. Zowel keizer Maximiliaan als keizer Karel V waren er te gast. In die tijd was het leven van de meeste edelen ruw, moreel niet bepaald op een hoog plan, en het leven van de meeste graven van Nassau, vooral dat van Engelbert II, maakte hierop geen uitzondering. Maar aan het Bredase hof heerste een sfeer van een veel grotere beschaving. Mencia had de Spaanse humanist, haar opvoeder, Vives, meegenomen, die er commentaren schreef op Virgilius en de aanwezigheid van de beroemde Spanjaard trok de aandacht van Desiderius Erasmus, die hem graag wilde ontmoeten. "Hij is de schone letteren welgezind", schreef Erasmus, "en dus ook mij". Hendrik ontwikkelde zich tot een waar maecenas, hij gaf opdrachten aan dichters, aan tapijtontwerpers, zoals de beroemde Barend van Orley, en schilders, zoals Jan van Scorel. Wat de kunstenaars er precies hebben achtergelaten is niet goed bekend, zeker is dat Willem van Oranje, toen de grond onder de voeten hem te heet werd, veel van het interieur mee naar de Dillenburg heeft genomen en later heeft moeten verpanden om aan geld voor zijn legers te komen. Toen Hendrik er woonde moet het slot door een grote voorraad kunstwerken zijn gesierd. Zo hingen er bijvoorbeeld schilderijen van Cranach, die, "het" portret van Luther schilderde, verder was er een penningenkabinet en een goed voorziene bibliotheek. Heel beroemd waren de acht gobelins, die in Brussel naar ontwerpen van Van Orley werden vervaardigd. Cartons, heetten die ontwerpen en enkele ervan zijn nog bewaard. Op een daarvan zien we Hendrik III vereend met zijn drie gemalinnen. De hele serie beeldde de geschiedenis van de graven van Nassau uit, hij stelde namelijk veel belang in de genealogie van zijn geslacht. Hij is ook de eerste die een boek met een stamboom heeft laten samenstellen, waarbij hij de oorsprong van zijn familie tot Julius Caesar liet terugvoeren! (Caesar heeft een werk geschreven over zijn tocht naar het noorden "De bello Gallico" en daarin noemt hij een Germaanse legerbevelhebber Nasua. Van Nasua naar Nassau is natuurlijk een klein sprongetje...) De verering voor zijn oom Engelbert II liet hij blijken door een groot monument voor hem in de Grote Kerk van Breda op te richten (het is er nog), dat waarschijnlijk ook weer door de bouwmeester Vincidor is ontworpen. Er is in die kerk nog een graftombe, die van de heren van Polanen. Dat de positie van de Nassaus steeds aanzienlijker werd, kunnen we aan het verschil tussen die twee gedenkplaatsen wel aflezen...
Ook in Brussel hadden ze dus een eigen paleis, dat onder Engelbert II was gebouwd. Het stond op de plek waar Willem van Duvenvoorde zijn huizen had gekocht. Hendrik III maakte het nu nog veel mooier en groter. Het was in laat Gothische stijl opgetrokken en lag heel centraal, vlak bij het hof waar de vorsten en landvoogdessen van de Nederlanden verblijf hielden. En dan hebben we nog niet alles opgenoemd, ook in Mechelen en in Diest hadden zij grote huizen. Intussen bleef Hendrik bij de keizer zeer in de gunst. In 1533 ging Hendrik nog eens met zijn vrouw naar haar geboorteland, Spanje. Zijn zoon uit het huwelijk met Claudia van Chalon, Renatus, ook wel eens beschreven als Reynaart, in ieder geval werd hij René genoemd, ging mee. Eerst ging Hendrik naar het territoir Franche-Comté om het in een betere staat van verdediging te brengen. Daarna ging de familie naar Parijs, weer even zijn opwachting maken bij de Franse koning, Frans I. Bij dat bezoek werd de basis gelegd voor latere onderhandelingen. En toen, in 1535, volgde een nieuwe oorlog, tegen Frankrijk (Frans I en Karel V waren grote tegenstanders) en Hendrik voerde het opperbevel in Picardië, in Noord-Frankrijk, maar hij had weinig succes, bij Péronne, moest hij wijken en zijn leger liep uiteen. Wat niet wegnam dat Hendrik een uitnemend veldheer was, dat was vaak genoeg gebleken, alleen moest hij ook deze keer, net als bij de vorige, zelf de zware kosten dragen. Het strijden kost hem werkelijk handen vol geld, het is daarom des te opmerkelijker dat hij toch nog kans zag om in die tijd zijn bezit in Brabant door nieuwe aankopen uit te breiden. En daarbij is hij niet kinderachtig. Na de grote brand van Breda liet hij de hele stad volgens een bepaald plan herbouwen en tegelijk liet hij er ook het Mastbos aanleggen. Geen wonder dat toen hij stierf, in 1538, zijn heengaan niet alleen in de baronie maar ook ver daarbuiten werd betreurd. Hij stierf na een korte ziekte, niet op het slagveld, en liet dus maar één erfgenaam achter: René. Hij had ook nog twee onechte kinderen, Alexis en Elisabeth, maar hun spoor zullen we hier verder niet volgen. En Mencia? Ze keerde een paar jaar later naar Spanje terug, hertrouwde en verloor haar relaties met de Nederlanden. Haar erfgenaam was Louis de Requesens. We zullen later nog van hem horen... |
