Gunnar Riebs schetst een portret van de prins-regent zoals hij hem leerde kennen in de laatste jaren van zijn leven: onvoorspelbaar, gevoelig en met een voorliefde voor whisky en eieren. Prins Karel werd geboren op 10 oktober 1903 als tweede zoon van prins Albert en prinses Elisabeth, toekomstige koning en koningin der Belgen. Hij studeerde als jonge knaap in Groot-Brittannië en volgde zelfs een opleiding in de Britse marine. Prins Karel leidde in vergelijking met zijn broer koning Leopold III een vrij teruggetrokken leven en was relatief onbekend. Dat veranderde in 1944. Tijdens de woelige periode na de Bevrijding van België trad prins Karel op als regent. Zes jaar lang nam hij het regentschap op zich. 'Als regent redde hij de monarchie', meent Gunnar Riebs. Na zijn regentschap trok de prins zich terug uit het openbare leven en verhuisde naar het domein Raversijde (Oostende). Hij vulde zijn dagen met tekenen en schilderen en had vele contacten met de artistieke wereld. Zijn werken, die hij tussen 1973 en 1981 geregeld tentoonstelde, signeerde hij met 'Karel van Vlaanderen'. Op 1 juni 1983 overleed hij. Gunnar Riebs had de eer om de prins in de laatste jaren van zijn leven te mogen leren kennen. 'Ik was een beetje zenuwachtig bij mijn eerste ontmoeting met prins Karel, maar de prins verstond de kunst om iemand op zijn gemak te stellen', herinnert Gunnar Riebs zich nog. De 19-jarige Riebs leerde de bejaarde prins-regent, die toen 76 jaar was, in 1979 kennen. De jongeman was uitgenodigd voor het kunstweekend van Gravin Héléne d'Hespel, die goed bevriend was met de Graaf van Vlaanderen, op haar kasteel in Beernem. Riebs had immers een boek geschreven over Jan De Middeleer, componist en directeur van de muziekacademie in Tienen. ![]() Gunnar Riebs bij prins Karel 'Een tentoonstelling in Tienen zou ik wel zien zitten', liet de prins zich toen ontvallen tijdens het gesprek met Riebs. Die zag dat als een vraag van de prins om een tentoonstelling met zijn werken te organiseren in Tienen en verwezenlijkte die wens. Sindsdien ontmoette hij de prins-regent meermaals, zowel in de woning van de prins in Raversijde als bij hem thuis. Gunnar Riebs herinnert zich nog perfect het eerste bezoek van de Graaf van Vlaanderen bij hem thuis. 'De prins belde plots op met de melding dat hij naar het fort van Breedonk kwam. Vooraf zou hij mij thuis in Aarschot opzoeken. Aangezien de prins meedeelde dat hij rond 11 uur zou arriveren en tot 15 uur zou blijven, concludeerde ik hieruit dat hij bleef eten', vertelt Riebs. In tegenstelling tot wat men zou kunnen verwachten, eiste de prins helemaal geen vorstelijke maaltijd. Op zijn vraag bestond het menu uit aspergeroomsoep, roerei en een bordje havermoutpap als dessert. De pap had hij trouwens leren eten in het Britse leger. 'Hij at heel weinig, quasi niets, en ook heel sober', herinnert Riebs zich. Dat de prins voor een 'armtierige' maaltijd koos, had volgens Riebs niets te maken met het feit dat de prins het gezin niet op kosten wilde jagen. 'Neen, een prins rekent nooit. Hij heeft geen benul van wat iets kost. Hij at gewoon graag soep, liefst groene soep, en eieren. Eieren waren als het ware zijn grote liefde. Hij koos ze steeds als hoofdgerecht. Ooit was hij op huisbezoek bij een schepen van Blankenberge. Toen de schepen voorstelde om op restaurant te gaan eten, vroeg de prins of ze eieren in huis hadden. 'Bakt u dan maar een ei', reageerde de prins op het positieve antwoord. Met een ei kon je hem echt wel gelukkig maken', meent Riebs. Het lievelingsdrankje van de prins was whisky. 'Als ontbijt nam hij chocolademelk met whisky. De rest van de dag dronk hij gewoon whisky of een mengeling van whisky en melk. hij noemde dit zijn versterkte melk, lait renforcé. Als ik hem vroeg wat hij wenste te drinken, antwoordde hij steevast lait renforcé'. Bij de eerste ontmoeting van prins Karel als regent met zijn ministers zou volgens Riebs ook de fles naar boven zijn gehaald. Op deze manier brak de prins met de stijve traditie aan het hof.
'Voorheen moesten de ministers rechtstaan als ze bij de koning op audiëntie kwamen', legt hij uit. 'Prins Karel was de eerste die zei: Meneer de minister, gaat u zitten. Heeft u dorst? De minister, een beetje verbaasd over de reactie van de regent, zei nee. Prins Karel antwoordde toen: Ja, maar ik heb dorst. Hij trok zijn lade open en pakte twee glazen en eenn fles whisky. Ook bij de meest serieuze gesprekken mocht een glaasje whisky niet ontbreken'. Gunnar Riebs herinnert zich de prins als een onvoorspelbare maar uiterst gevoelige man, waar moeilijk vat op te krijgen was. Van nature uit was de prins geen prater, vooral over zijn familie sprak hij zeer weinig. De prins had een enorm respect voor koning Boudewijn, maar de contacten met de koninklijke familie waren zeker niet intens te noemen. Volgens Riebs had de prins-regent het beste contact met de huidige koning Albert en koningin Paola. Paola kwam Karel zelfs bezoeken toen hij in het ziekenhuis lag met een breuk. Ze bezocht eveneens een van zijn tentoonstellingen, samen met de toen nog piepjonge prins Laurent. De Graaf van Vlaanderen was wel een goed luisteraar. Hij nodigde graag mensen uit. 'Hij was zeker niet eenzaam. Er ging geen dag voorbij of hij kreeg bezoek in Raversijde, ging zelf op visite of nodigde mensen uit op restaurant', vertelt Riebs. Op zijn domein in Raversijde had de prins twee woningen: een villa waar hij de mensen ontving en een privé-woning waar enkel zijn echte vrienden kwamen. Riebs mocht zich tot de tweede groep rekenen. 'De privé-woning was een mandenvlechterswoning. Die was volgestouwd met onder meer schilderijen die hij gekregen had of waaraan hij werkte, dagbladen, documenten, penselen, brieven, ingebonden boeken... Hij had zeker drie archivarissen nodig en een groot huis om alles te archiveren. Het was een typische kunstenaarswoning, met dat verschil dat alle voorwerpen er van kwaliteit waren. In de andere villa stonden de minder persoonlijke zaken. Maar ook dat pand was volgestouwd met onder meer meubels, boeken en schilderijen. Brieven lagen daar niet', zegt Riebs. Het laatste bezoek van Gunnar Riebs aan de prins dateert van zo'n vijf maanden voor zijn dood in 1983. Zijn ontmoetingen met Graaf van Vlaanderen, waarbij vooral werd gepraat over kunst, zijn voor Gunnar Riebs onvergetelijk. ![]() Prins Karel van België (midden) 'Wat me het meest heeft getroffen, zijn zijn levenslessen. Hij leerde me een zekere bescheidenheid aan de dag te leggen. Als jongeman van 19 jaar, die een boek had geschreven en in zulke kringen verkeerde, moest je oppassen dat je niet begon te zweven. Ooit vertelde de prins mij dat hij bepaalde mensen had gezien. Ik vroeg toen: Heeft u het over mij gehad? Het is pretentieus te denken dat we het altijd over u hebben, reageerde hij toen. De prins hield me met beide voeten op de grond op het moment dat ik succes had. Hij bracht me een relativiteitsgevoel bij. Ik had misschien wel een boek geschreven, maar hij was staatshoofd geweest en zie waar het hem had gebracht, hoe vergankelijk alles is. Hij leerde me ook eerlijk te zijn. Zo kreeg ik van hem het schilderij 'Jachthaven van Oostende' cadeau. Toen hij me dat gaf, zei ik: Monseigneur, die eer is te groot als u mij dat cadeau doet. De prins nam het doek terug, gaf het aan een medewerker en zei: Kun je dat weer in de koffer leggen. Als u dat geschenk te groot vindt, dan neem ik het weer mee. Hij leerde me toen om eerlijk te zijn in wat je zegt'. Uit eerbetoon aan de prins schreef Gunnar Riebs een boek, genaamd Karel: Graaf van Vlaanderen, Prins van België, Regent van het Koninkrijk'. Aan de hand van zijn ontmoetingen en gesprekken met intimi van de regent schetst Riebs een portret van prins Karel, die na zijn regentschap erkenning kreeg als schilder. |
