Twee beslissende feiten brengen Maspero ertoe een passie op te vatten voor het Oosten en Egypte. De eerste anekdote die dit lot beïnvloedt wordt verteld door de egyptoloog Evaristo Breccia: de jonge Maspero, die dol op lezen is, stapt als elfjarige bij een boekhandelaar binnen waar hij steeds komt. De kleine jongen wil een boek over Egypte kopen. Maar het is veel te duur voor het kind, dat maar een paar franc op zak heeft. De brave boekhandelaar, die zijn teleurstelling ziet en die schik heeft in en verwonderd is over zijn intellectuele vroegrijpheid, verkoopt het werk voor een prik. Maspero zelf vertelt wat daarna gebeurde: 'Ik was in Vanves, maar mijn ouders woonden bijna aan het eind van de wereld, in België, en de man die toezicht op me hield vergat regelmatig me te komen halen: op gewone zondagen, in paasvakanties en op nieuwjaarsdag, ik kwam nooit buiten, zelfs de eerste vakantiedagen niet'. De jongen, die dol op lezen is, brengt dan ook zijn tijd door in de bibliotheek van de onderwijsinstelling: 'Zo kwam ik', vervolgt hij, '15 augustus 1856 (...), in aanraking met het Oosten via Duizend-en-een-nacht'. Het vervolg: een erudiet afgestudeerde, een stortbui, het Louvre aan de overkant.
Gaston Maspero komt bijna bij toeval terecht in de zalen gewijd aan Egypte.
Hij raakt op slag gepassioneerd.
![]() Scheherazade, heldin uit Duizend-en-een-nacht. Maspero geeft toe dat zijn fascinatie voor het Oosten ontluikt via deze beroemde Arabische sprookjes De beslissende ontmoeting met de beschaving van de farao's vindt plaats via Auguste Mariette, de grote egyptoloog, die al zo'n tien jaar de afdeling Oudheden leidt. In 1867 heeft Maspero, dan eenentwintig, een graad in de letteren; hij heeft met name gefascineerd de colleges gevolgd die aan het Collége de France gegeven werden door Emmanuel de Rougé, conservator van de Egyptische oudheden. Maar het grootste deel van zijn kennis van het oude Egypte heeft Maspero zelf verworven, door steeds naar het Louvre te gaan en de geschriften van Jean-Francois Champollion te lezen tot zijn ogen ervan sleten. De jongeman is niet tevreden over het werk dat hij raadpleegt en construeert zijn eigen grammatica en woordenlijst. Omdat hij hoogbegaafd is kan hij al gauw elke tekst vertalen die hij onder ogen krijgt. Auguste Mariette, die veel over gehoord heeft via Emmanuel de Rougé, blijft sceptisch, totdat een tekst die Maspero vertaald heeft hem over de streep haalt: 'Ik ontving van de heer Maspero zijn vertaling van de stéle van Gebel-Barkal', schrijft Mariette.
'In deze jongeman steekt een uitmuntend egyptoloog, tenminste als filoloog.
Hij moet doorgaan'.
![]() Caïro vanaf de linker Nijloever gezien Nadat Maspero huisonderwijzer in Latijns-Amerika is geweest komt hij terug naar Frankrijk, krijgt de Franse nationaliteit in 1870 en sluit zich weer aan bij de egyptologische kring. Maar er is nog steeds geen sprake van dat hij naar het land van zijn dromen kan reizen. Het is de tijd waarin de jonge Gaston veel werkjes publiceert en naam maakt, maar...in Frankrijk. Hij geeft advies aan hen die zich bezighouden met decors, kostuums en accessoires bij de enscenering van Aïda, opgevoerd in de Parijse opera in 1880. Maar aan het eind van dat jaar neemt zijn leven een andere wending. Mariette wordt oud en ziekte put hem uit. Een betrouwbaar personage moet hem vervangen als hoofd van de Afdeling Egyptische Oudheden van Boulak, uit welks eigendom de eerste collecties zullen ontstaan van het museum in Caïro.
Op 28 december 1880 wordt bij decreet een permanente post in Egypte gecreëerd, met Gaston Maspero als directeur.
Van de ene dag op de andere pakt de familie-Maspero is getrouwd-haar koffers en scheept zich in voor het land waarvan de egyptoloog al zijn hele leven droomt.
Maspero komt in januari 1881 in Egypte aan, samen met een tekenaar, Jules Bourgoin, de jonge Egyptoloog Victor Loret-de toekomstige ontdekker van de graven van Amenhotep II en Thoetmozes III-en de arabist Dulac. Het eerste contact met Egypte wordt overschaduwd door een drama: de dood van Auguste Mariette, die Maspero zijn kans had gegeven en via wie vrijwel alles zich voltrokken had. Maspero, die kapot is, wordt benoemd tot voogd van de minderjarige kinderen van de meester en vereffent de schulden die hij had gemaakt. ![]() Gaston Maspero ligt begraven op begraafplaats Cimetière du Montparnasse Parijs, Frankrijk Als de rouw achter de rug is wordt het zaak een vervanger te vinden voor deze overledenman van formaat. Maspero, die er eerst geen gat in ziet vanwege de omvang van de taak en vooral zijn gebrek aan ervaring op dat gebied, accepteert uiteindelijk. Om zijn kantoor te vestigen en zijn gezin onder te brengen huurt hij een huis van een vroedvrouw van de harems van de kedive, een zekere Zarifa: 'Ik heb een geschikt huis gevonden aan de Mohammed Ali-boulevard, niet ver van de Sultan Hassan-moskee. Het huis is heel zacht pistache-groen en ingedeeld op zijn turks. Er is een begane grond waar ik de administratie heb ondergebracht, een eerste verdieping met een aparte trap, keuken, enz., kamers voor leerlingen, een studiezaal, een bibliotheek, een terras met washok van waaruit je aan de ene kant de citadel kan zien en van de andere de piramiden...' Maspero kan eindelijk het land van de farao's gaan ontdekken, dit dal waar hij al vanaf zijn jeugd van droomt. Op de Mensjie, de boot van Auguste Mariette gaat hij de Nijl op naar Boven-Egypte. Zijn prestigieuze lotsbestemming krijgt zijn beslag. |
