Koning en Keizerrijken  

Frederik Hendrik: Biografie

| Stadhouders | Biografie|


Frederik Hendrik
(1584-1647)
Willem van Oranje werd nog geen maand na de feestelijk gevierde doop van zijn jongste telg vermoord. De straf voor een te uitbundige praal tijdens dat feest, wist een Leidse predikant. Nu stond Louise de Coligny alleen voor de zorg voor haar zoontje en voor alle stiefdochtertjes uit Willems vorige huwelijk. En dat terwijl er haast geen geld was.

Eerst trok ze van de Prinsenhof in Delft naar het Binnenhof, toen naar Leiden, naar het huis op de Rapenburg, waar Maurits gewoond had toen hij daar studeerde. Maar het beviel haar niet, en ze vestigde zich met haar kinderschaar op de abdij van Middelburg, waar ze vijf jaar bleef.

Toen besloten de Staten van Holland een huis voor haar te huren in Den Haag, "Het Oude Hof", het latere paleis Noordeinde, iets wat ze dankbaar accepteerde. Frederik Hendrik was nu een jongetje van zeven jaar en zijn moeder was vastbesloten om hem een goede opvoeding te geven, waarvoor ze de beste krachten wilde aantrekken.

Ze beschikte op dat moment alleen over niet meer dan 10.000 gulden voor haar "en de haar soontken", waarop de Staten van Holland opnieuw te hulp kwamen en Frederik Hendrik, oftewel "Heyndrick", benoemden tot kolonel van een regiment en tot gouverneur van Geertruidenberg, dat Maurits net heroverd had. Uit deze inkomsten kon de opvoeding van het prinsje worden bekostigd. Hij zal later trouwens grote inkomsten uit Geertruidenberg ontvangen.

Kort voor zijn tiende verjaardag verhuisde de kleine jongen met een eigen hofhouding naar Leiden om er letterkunde te studeren, maar toen zijn moeder drie jaar later besloot om naar haar geboorteland Frankrijk te vertrekken, ging hij graag mee. De Hollandse Staten keken even bedenkelijk maar toen hij beloofde na een jaar terug te komen, werd de toestemming gegeven.

Ze reisden naar Parijs en daar werd de jonge prins als page in dienst genomen bij zijn peetoom, de Franse koning Hendrik IV. Het beviel hem er zo goed dat hij moest worden aangespoord om terug te keren, "overmits den tijt die hem geconsenteerd was in Frankrijk te blijven, overstreken is". Terug naar Den Den Haag. Hij is nu een levenslustige, goedogende vijftienjarige geworden, en al gauw kreeg hij de bijnaam "Moy Heintgje".

De jonge prins kreeg in Den Haag steeds meer openbare taken opgedragen. Hij stond in deze jaren sterk onder invloed van Maurits, al is hij een stuk charmanter, voorzichtiger en kalmer dan zijn grote broer. Hij is iemand die, voordat hij ergens een handtekening onder zet, wenst "zich eerst nog eens te beslapen". De angst van zijn moeder dat hij "een echte naäper" van zijn broer zal worden, zoals Louise eens schreef, lijkt dan ook ongegrond. Hij was niet voor niks goed opgevoed.

Het jaar 1609, het jaar waarin de erfenis van zijn vader eindelijk werd geregeld, is ook voor Frederik Hendrik een belangrijk jaar. Hij begint nu flink wat inkomsten uit zijn bezittingen te krijgen en koopt een aantal jaren later zelf de heerlijkheden Naaldwijk (Honselaarsdijk) en Wateringen. Louise begon zich een beetje ongerust te maken over de voortzetting van het geslacht Oranje-Nassau.

Filips Willem, de oudste broer, die nu in de vijftig was, was wel getrouwd maar het huwelijk was kinderloos gebleven, en Maurits zou vast niet meer trouwen. Frederik Hendrik was dus als laatste zoon van Willem van Oranje de enige hoop! Maar Heyndrick vond het best zo, en liet zich niet porren. Ja toch, het was Maurits, op zijn sterfbed, die hem wist over te halen om in het huwelijk te treden. Frederik Hendrik was toen al ruim veertig jaar, en in de tussentijd was er veel gebeurd.

Hij was naar Orange geweest om er orde op zaken te stellen, hij had verder gestreden in de nationale vrijheidsstrijd. De uitverkorene van de graaf van Nassau, die zich sinds de dood van Maurits nu ook Prins van Oranje mocht noemen, was Amalia van Solms, wel mooi, wel voornaam, maar helemaal niet bemiddeld. Niet erg, het inkomen van de prins was aanzienlijk.

Hij werd rijk beloond voor zijn succesvolle belegering van Den Bosch, en wel met een gedeelte van de buit van Piet Hein, en verder ontving hij een royale schadeloosstelling van de Staten-Generaal voor gederfde inkomsten uit Breda, dat in handen van de vijand was. We kunnen rustig zeggen dat het geld hem van alle kanten toevloeide. Er is wel eens berekend dat hij in 1627 uit zijn ambten 250.000 franken binnenkreeg, en uit zijn bezittingen ruim 572.000.

Vergeleken met de inkomsten van Willem van Oranje wel heel wat meer, al is het wel zo dat de waarde van het geld, door de zilvertoevloed uit Amerika rond het midden van de 16de eeuw flink was gedaald. Zijn bezittingen, die nu de hele erfenis van zijn vader omvatten (Maurits had immers alles van zijn oudste broer geërfd en Frederik Hendrik erfde het nu weer van hem), bestonden uit het oude gebied van de Polanens, uit de tijd van Willem van Duvenvoorde dus; uit de gehele inbreng van Anna van Egmond, en uit alle andere aanwinsten uid de 15de en 16de eeuw plus wat hij in het begin van deze 17de eeuw had aangekocht.

Tenminste, voor zover het binnen de Nederlanden lag. Van de oude bezittingen búiten het eigen grondgebied was hij enig eigenaar van het prinsdom Orange en de baronieën in de Dauphiné. (Lodewijk XIV was er nog niet om die in te pikken.) Bovendien erfde hij het kasteel Regnard van zijn moeder. In Orange stelde hij zijn zwager, de burggraaf van Dohna aan. Orange floreerde. Amalia ruilde nog wat goederen in de Spaanse Nederlanden voor de heerlijkheid Zevenbergen.


Amalia van Solms
(1602-1675)
De voornaamste residentie van het prinselijk paar was het stadhouderlijk kwartier op het Binnenhof. De moestuin lag waar nu het huidige Plein te vinden is. Toen er vijf kinderen kwamen werd er op kosten van de Staten nog een nieuwe vleugel bijgebouwd, terwijl het Buitenhof, aan de overkant van de hofgracht, op een aardige lap grond lag zodat de familie af en toe discreet een luchtje kon scheppen zonder daarvoor zonder daarvoorniedere keer dwars door Den Haag te moeten trekken.

Er stond zelfs een "Speelhuys" met beneden en boven elk een zaal plus twee kamers. De Binnenhof moest gezien worden als de ambtswoning. Frederik Hendrik had ook nog een ander huis in Den Haag, "Het Oude Hof" waar zijn moeder had gewoond en waar hij, na haar dood, ook nog een paar jaar alleen had gehuisd. Amalia was er graag.

Het kan best zijn dat zij zich er een stuk vrijer voelde, dat het met de grote tuin en alle kans om naar hartelust te verbouwen veel antrekkelijker was. Maar ze zouden hun kans om te verbouwen en te bouwen nog krijgen: Honselaarsdijk en het Huis ter Nieuwburg, bij Rijswijk. Maar zo ver was het nu nog niet. Verder bestond het kasteel te Breda ook nog steeds.

Frederik Hendrik had het weer teruggekregen. Het was door de Spaanse krijgers verschrikkelijk uitgewoond en het werd wel weer opgeknapt, maar de glans was er af. Door een toevallig bewaard gebleven inventarislijst weten we precies wat voor meubels en ander goed er op het Binnenhof en op Het Oude Hof, het latere paleis Noordeinde te vinden waren. Het was zoveel, dat een heleboel op de zolers lag opgetast omdat er nog geen plaats voor was gevonden.

We lezen: kabinetten met juwelen, schrijfdozen van rood lakwerk met gouden vogels, tabourets, spinnewielen, marmeren vaten, gobelins, honderden ellen rood Italiaans damast, poppen met porceleinen koppen uit Fontainebleau, kostbaar vaatwerk. Het is wel eeuwig zonde dat er van alle pracht en praal zo weinig over is: Het Oude Hof danig verminkt, van Honselaarsdijk geen steen meer op de andere, van het gigantische Huis ter Nieuwburg, dat toch in al zijn luister onvergankelijk moet hebben geleken, zijn alleen nog afbeeldingen over.

Amalia van Solms was iemand die geen moeite had met al die rijkdom. Ze wist ermee om te gaan alsof de weelde haar aangeboren was. Maar zij was een geschikt persoon om de hoge positie van het Huis gestalte te geven en haar man was daar volledig voor in. Zonder bezwaar werd het verkregen aandeel van de buit van de Zilvervloot gestoken in de bouw van het lustslot Hoselaarsdijk, bij Naaldwijk. En een van de grootste architecten van zijn tijd werd hiervoor aangetrokken: Jacob van Campen (die ook het Paleis op de Dam en de Nieuwe Kerk in Haarlem bouwde, bijvoorbeeld).

Hij introduceerde weer zijn leerling Pieter Post. Deze twee waren niet alleen de bouwmeesters maar ook schilders en bovendien adviseerden zij de prins bij de aanschaf van schilderijen. Werken van Rembrandt, Lievens, Bloemaert, Honthorst, Rubens en Van Dijck, werden aangekocht, waarbij Rembrandt een beetje uit de gunst raakte, hij deed zo lang over een opdracht, vond men.

Honthorst werd de hofschilder. Naast deze beroemde schilders trof men er ook schilderijen van allerlei oorsprong, een vrij rammelend allegaartje van Venussen, Vlaamse madonna's en wulpse nymfen. Bovendien was het hebben van een complete galerij portretten van alle toen levende vorsten een "must". De Franse koningin-moeder, Maria de Medici, liet nog even vragen of Amalia haar nu staand of zittend wilde hebben...

De Engelse Gezant, Sir William Temple, wist te melden dat er bij zijn weten geen weelderiger hofhouding te vinden was dan die van Frederik Hendrik en prinses Amalia. Er werd gedronken uit gouden bokalen, de champagne werd in gouden vaten gekoeld. In dit slot, dat "Klein Versailles" werd genoemd, waren gebeeldhouwde trappen en schoorsteenmantels, kostbare vloeren, schitterende gobelins. De binnenplaats en de brug waren bekleed met rode en blauwe Zweedse tegels.

De tuinen, ontworpen door Mollet, de zoon van de hovenier van Lodewijk XIII, werden net als de Parijse Tuilerieën en de tuinen van Fontainebleau op Italiaanse wijze aangelegd, met hagen en terrassen. In de boomgaarden groeiden perziken en abrikozen, er was een bos met herten, duiven en fazanten... De sfeer aan het hof is doordrenkt van buitenlandse invloeden, niet alleen door de architectuur en de tuinaanleg, ook door de vele voorname buitenlandse gasten.

"Heel Europa" stuurde er zijn jonge edellieden heen om goede manieren, een verfijndere omgang te leren en hun kennis op het gebied van de letteren en de kunst uit te breiden. Ook de neven kwamen, soms logeerden er wel zesentwintig Nassau-graven tegelijk. We kunnen rustig zeggen dat het hof van Frederik Hendrik en Amalia het aanzienlijkste van Europa werd. De algemene beschavingssfeer lag een stuk boven die van Maurits' tijd. Daarbij werd er behoorlijk gefeest.

Bals, toneelvoorstellingen (compleet met een echte kameel), banketten en ook duels, het hield 's winters, als er niet werd gevochten, niet op. Oranje was het middelpunt van dit hof uiteraard, maar zijn roem straalde over de hele Republiek uit. Dichters, vondel voorop, bezongen de heldendaden van de prins. En weer werden er plannen voor een nieuw kasteel gemaakt: Huis ten Bosch, dat Frederik Hendrik voor Amalia wilde laten bouwen.


Stadhouder Frederik Hendrik met zijn gezin

Ook dit slot werd door Pieter Post, met adviezen bijgestaan door Jacob van Campen, gebouwd. Voordat de bouw ten einde was stierf Frederik Hendrik. Amalia heeft het Huis ten Bosch toen in een mausoleum voor haar man veranderd. Er kwamen grote wandschilderingen in de grote zaal, die zijn heldendaden uitbeeldden.. We hebben gezien dat Amalia eerzuchtig en prachtlievend was, en haar gemaal liet haar de vrije hand.

We kunnen wel zeggen dat hij in zijn latere jaren aardig bij haar onder de plak zat. Ook voor haar kinderen was ze uitgesproken streberig. De huwelijkskandidaten waren niet gauw goed genoeg, daar zou haar oudste dochter Louise Henriëtte snel achterkomen. Van koninklijke bloede moesten ze zijn. Hevig tegenstribbelend, ze had haar hart aan een ander verpand, werd ze aan de keurvorst van Brandenburg uitgehuwelijkt.

En toen de uit Frankrijk verdreven Maria de Medici, aan het Nederlandse hof arriveerde, kon ze haar ogen niet geloven... Dat die boeren en burgers in het noorden het in een halve eeuw zo ver geschopt hadden! Daar moest ze beslist eens over praten aan het Engelse hof. De prinsesjes daar, haar eigen kleindochters (haar dochter was getrouwd met koning Chales I) waren beslist geschikte kandidaten voor de kleine Willem... Amalia hield haar niet tegen.

Het Engelse hof bood daarop de jongste dochter als bruid aan, maar die was nog piepjong, en na enig aandringen werd men het eens: de oudste dochter, die net al tien jaar was geworden, zou Willems bruid zijn. Het huwelijkscontract stelde een ruime bruidsschat in het vooruitzicht, en een royale weduwe-uitkering voor de prinses. De kinderen keken elkaar eerst wat vreemd aan.

We waren "un peu cérieux, tous deux" schreef het Hollandse prinsje ("een beetje stilletjes", vrij vertaald) maar Willem beloofde dat hij Mary Stuart zou beminnen. Hij vond zijn bruid zelfs mooier dan hij, afgaande op het portret, had gedacht. Gelukkig maar. Het portret moet wel heel weinig flatteus geweest zijn want men kon Mary onmogelijk een schoonheid noemen. Al gauw bleek dat voor dit huwelijk een stevige prijs moest worden betaald.

Men ging ervan uit dat nu een koningsdochter met een gewoon graafje trouwde, ver beneden haar stand en waardoor de kansen van het zusje om een oudste koningszoon te huwen verkeken waren, daar wel wat tegenover mocht staan. De Engelse koning rekende op forse hulp van de rijke Oranjeprins voor zijn eigen, financiële moeilijkheden. Toen de Engelse koningin haar dochtertje het jaar na de huwelijksceremonie kwam brengen (ze leefden nog niet als man en vrouw), werden er zaken gedaan. Ze kon na haar onthaal met 7 1/2 ton goud terugkeren.

De Staten-Generaal hadden haar bij vertrek een afscheidsgeschenk in geld gegeven. Frederik Hendrik had na enige aarzeling 3 ton voor de schoonmoeder van zijn zoon laten opnemen en bovendien had de berooide Engelse vorstin een aantal juwelen te verpanden, wat Frederik Hendrik goedig onder zijn naam deed, om de hare niet te schande te brengen, en waarvoor zij vier ton kreeg.

En daar is het niet bij gebleven, ook in de volgende jaren heeft onze stadhouder de Stuarts flink gesteund, door het helpen uitrusten van een vloot te Amsterdam, die troepen naar Engeland zou overbrengen. Hij kon moeilijk beweren dat het landsbelang hiermee gemoeid was. In de strijd van de Engelse koning met zijn parlement, stond het Nederlandse volk beslist niet aan de kant van de naar het Katholicisme overhellende en op absolute macht mikkende Stuarts!


De laatste jaren van Frederik Hendrik behouden uiterlijk glans genoeg maar in werkelijkheid lagen de dingen heel anders. De financiële toestand begon zorgwekkend te worden, de uitgaven aan het hof stegen onrustbarend, niet alleen door het onderhoud van al hun paleizen en de grote staat die er gevoerd werd, maar vooral ook door de ondersteuning van de Stuarts.

Populair uitgedrukt kan men zeggen dat ze aardig door hen geplukt zijn. Frederik Hendrik was net als Maurits een goed financier maar tegen deze overstelpende stroom van uitgaven was hij niet opgewassen. Willem II zal te kort leven om de gang van het fortuin ingrijpend te veranderen.



| Stadhouders | Biografie|

terug naar boven