Het gaat om zijn oudste zoon Filips Willem, genoemd naar zijn peetoom koning Filips II, die in december 1554 in Buren werd geboren uit het eerste huwelijk van de toen 31-jarige prins Willem met Anna van Buren. Waarom is zo weinig over deze Oranje-prins bekend? Dat is gauw verteld: Filips Willem heeft een groot deel van zijn leven in een soort ballingschap in Spanje doorgebracht. Koning Filips II was zó kwaad over het geheime vertrek van Willem van Oranje naar de Dillenburg in 1567, dat hij besloot diens zoon Filips Willem als een soort gijzelaar naar Spanje te ontvoeren. Met de jonge prins als onderpand van de Spaanse koning zou de koppige Willem misschien eerder zijn verzet geven! Tot zijn onvrijwillige vertrek naar Spanje had de dertienjarige Filips Willem al een veelbewogen leven achter de rug. Toen hij pas drie jaar oud was, stierf zijn moeder. Filips Willem erfde van haar de vele bezittingen in het graafschap Buren en mocht zich voortaan Graaf van Buren noemen. Samen met zijnoudere zusje Maria werd hij in het luxueuze kasteel van Breda opgevoerd. In 1566 stuurde Willem zijn oudste zoon naar Leuven, om aan de universiteit verder te studeren, en het was uit deze stad dat de prins ontvoerd werd. Hoe ging die ontvoering in zijn werk? Het "brein" erachter was de gehate kardinaal Granvelle, invloedrijk adviseur van Filips II. "Majesteit", zei hij eerbiedig maar nadrukkelijk tot de koning, "de Graaf van Buren staat in Buren staat in Leuven onder invloed van ketters ideeën. Om hem daartegen te beschermen, meen ik dat hij hier in Spanje moet worden opgevoed. Alleen hier kunnen wij erop toezien dat hij met de zuivere leer van de katholieke kerk wordt grootgebracht. Bovendien is de Graaf uw petekind - u heeft dus een zekere verantwoordelijkheid voor zijn geestelijk welzijn!". De Spaanse koning luisterde aandachtig naar Granvelle. Hij lachte spottend. "Dat Graafje van Buren zullen wij eens wat discipline bij brengen. Zijn vader is is helemaal losgeslagen - we moeten voorkomen dat de zoon ook zo wordt". "Bovendien Majesteit", voegde de sluwe Granvelle er nog aan toe, "hebben wij met de graaf als onderpand een krachtig wapen in handen tegen zijn lastige vader..." "Dacht u dat ik dat zelf niet bedacht had?" was Filips geprikkeld antwoord. "Zorg nu maar dat het Graafje van Buren naar Spanje komt!" Nu was er een klein probleem voor Granvelle: al eeuwenlang bestond de bepaling dat geen enkele student van de Leuvense universiteit zonder toestemming van de rector magnificus mocht meegenomen worden door wie dan ook - zelfs koning Filips had dit voorrecht nog bevestigd. Juist vanwege deze zogenaamde "immuniteit" (onschendbaarheid) had Willem zijn zoon niet naar Dillenburg meegenomen: Filips Willem was in Leuven veilig genoeg! Ná de ontvoering van de graaf, toen het dus al te laat was, hebben inderdaad de professoren heftig bij de koning geprotesteerd tegen deze forse schending van de studentenrechten. Letterlijk was de reactie toen: "Ach, wat malen wij om uw voorrechten?" De eigenlijke ontvoering van de rijke erfprins (Filips Willem zou zowel van zijn vader als van zijn moeder talloze bezittingen erven en was daarmee de rijkste edelman van de Nederlanden) verliep tamelijk geruisloos. In februari 1568 kreeg de hertog van Alva in Brussel een brief van zijn koning met het verzoek de jonge graaf naar Spanje te transporteren. Alva bedacht meteen een handige list om Filips Willem in de val te lokken. Hij stuurde een paar getrouwen naar Leuven die zich lieten aandienen bij de graaf. "Hoogheid, wij hebben een brief voor u-edele van de hertog van Alva. Hij verzoekt u zich met hem samen naar het Spaanse hof te begeven ter kennismaking met de koning. Uw vader en voorvaderen hebben dat ook gedaan: de koning van Spanje is immers hun hoogste heer en zij moesten hem hulde betuigen!"
"Het is goed", zei de jongen vriendelijk, "maar ik wil vergezeld worden van mijn kok en rentmeester en ook van twee pages en kamerdienaars". De Spanjaarden hadden daar natuurlijk geen bezwaar tegen - als de graaf maar meeging, dáár ging het om! Alva had intussen al een schip in Vlissingen gereed laten maken, want over zee was de tocht het makkelijkst én het veiligst - van een boot kon Filips Willem toch niet ontsnappen. Via Mechelen, Antwerpen en Middelburg reisde het gezelschap en een paar dagen later naar Flissingen, waar het op de boot stapte. Een aantal weken later zette Filips Willem voor de eerste keer voet op Spaanse grond. Vandaar uit trok de stoet meteen door naar Madrid, waar Filips al met popelend hart op de Oranjeprins wachtte. "Welkom geliefde neef!" waren zijn vriendelijke welkomstwoorden. "U zult zich hier aan mijn hof zeker goed thuisvoelen: ik beschouw u als mijn eregast. Intussen heb ik een aantal gerieflijke vertrekken voor u laten gereedmaken. Het zal u aan mijn hof aan niets ontbreken". Filips Willem keek wat verbaasd om zich heen. Overal om hem heen stonden Spaanse hoogwaardigheidsbekleders in de prachtigste kleding. De koning zelf - die overigens altijd heel streng keek; er kon kennelijk geen lachje bij hem af; zo ernstig vatte hij zijn taak als koning op - droeg de ordetekenen van Het Gulden Vlies, die zeer voorname ridderorde waartoe alleen katholieke edelen van hoge komaf uitgenodigd werden. Op verzoek van Filips II toonde enige hovelingen de kamers van Filips. "Prachtig, prachtig..." stotterde de graaf opgetogen. Hij was overtuigd van de goede bedoelingen van de koning en schreef daarom weldra een lange brief aan zijn leermeesters in Leuven waarin hij zijn tevredenheid toonde. "De koning gedraagt zich erg aardig tegen mij en ik woon hier confortabel en ruim", stond in Filips Willems brief, "Ik denk dat ik mijn studie hier in Spanje kan afmaken". "Wat een naďeveling!!" mopperden zijn leermeesters toen zij de brief kregen. "De koning heeft niets goeds in de zin, dat zal de graaf nog wel merken!" Niet alleen de Leuvense professoren protesteerden tegen de ontvoering van hun grafelijke student, ook zijn verbannen vader Willem van Oranje deed zijn uiterste best zijn oudste zoon uit handen van de Spaanse koning te krijgen. In augustus 1568 schreef hij een brief aan de keizer van het Heilige Roomse Rijk, waarin hij Alva en Filips scherp aanklaagde. "De hertog van Alva heeft het aangedurfd om mijn eigen zoon, de graaf van Buren, uit Leuven te halen om mij te laten zien hoezeer hij mij haat. Als een soort wraak dus. Zogenaamd deed hij dit om hem een betere opvoeding te kunnen geven, maar de eigenlijke reden is duidelijk: hij wil mij hiermee zo de handen binnen dat ik wel zal moeten toegegeven aan de Spaanse koning". Ondanks smeekbeden, protesten, klachten kon niemand wat aan de onvrijwillige ballingschap van de graaf doen. Meer dan een kwarteeuw zou Filips Willem in Spanje gevangen gehouden worden...leefde de graaf in betrekkelijke vrijheid. De koning liet hem overbrengen naar een plaats even buiten Madrid waar hij de eerste tien jaren voolopig bleef wonen. Hij studeerde er aan het universiteitscentrum Alcalá. Daarnaast kon hij zijn geliefde sporten beoefenen: Filips Willem hield namelijk erg van paardrijden, schermen, jagen en...dansen. Voor dat laatste was kennelijk tijd genoeg: Spaanse meisjes waren regelmatig te gast bij de graaf... Vaak schreef Filips Willem brieven naar zijn verwanten in de Nederlanden. Ook over het lot van zijn vader liet hij zich uitvoerig voorlichten. Maar in alles bleek, dat de oudste zoon van Willem van Oranje een vrij passieve, kalme persoonlijkheid had.
Maurits ging zijn hele leven helemaal zijn eigen gang, Filips Willem daarentegen schikte zich in zijn situatie. Het verschil tussen deze twee Oranjeprinsen komt natuurlijk ook door hun moeders: Filips Willem had de lieve, beminnelijke Anna van Buren tot moeder, Maurits de lastige en driftige Anna van Saksen. Overigens moet men bedenken dat de brieven die Filips Willem schreef waarschijnlijk eerst aan het Spaanse hof werden gelezen - hij kon zich dus niet vrij uiten en moest erg op zijn woorden passen. Desondanks liet hij in 1577 (dus na negen jaar gevangenschap) in een brief aan zijn oom Johan van de Dillenburg weten hoe eenzaam hij zich voele: "Ik snak naar mijn vrijheid. Niets liever zou ik doen dan mijn vader dienen en helpen. Misschien krijg ik daar de kans voor als de strijd in ons land eindelijk wat minder wordt..." Toen hij dat schreef, had hij nog achttien jaar gevangenschap voor zich... De opvoeding van de graaf in Spanje kostte natuurlijk het een en ander. Filips II had geen zin dat uit zijn eigen zak te betalen, ook al was Filips Willem dan zijn eigen petekind. Nee, heel zuinigjes werden de benodigde gelden gehaald uit de opbrengsten die de prins als graaf van Buren van zijn landgoederen kreeg. Rond 1578 werd de verhouding tussen Willem van Oranje en Filips II slechter en slechter. Om de vader te straffen besllot de koning diens zoon onder strengere bewaking te stellen, en Filips Willem werd van de ene op de andere dag overgebracht naar een zware en sombere vesting in Medina del Campo. Hij vond het er vreselijk, want zijn bewegingsvrijheid was nu zeer beperkt. Het zou nog erger worden: de zoon moest boeten voor de schanddaden van zijn vader. Willem van Oranje had het in 1581 voor elkaar gekregen dat de Staten van de provinciën hun koning Filips II gewoon afzworen en hem, Oranje, als hoogste machtsbekleder aanvaardden. Filips II werd hierover ongelooflijk boos. "De ongehoorde brutaliteit van deze berooide Oranjeprins moet eens en voor altijd aan de kaak gesteld worden", riep hij uit tijdens een vergadering met zijn regeringsfunctionarissen. "Totnutoe heb ik altijd gedacht dat ik met Oranje nog weleens tot een vergelijk zou komen. Nu weet ik niet alleen dat dat niet meer mogelijk is, ik zou het niet eens meer willen!" Om zijn woede te uiten moest Filips Willem het ontgelden. Van Medina werd hij naar een donkere oude burcht gebracht, Arévalo, waar hij in de kerker werd gezet. De graaf van Buren ging nu enige vreselijke jaren tegemoet. Regelmatig smeekte hij zijn Spaanse bewaker om een betere behandeling - hij had niet eens papier en inkt om te schrijven... Maar in 1589 (de graaf zat dus toen al ruim acht jaar in de kerker; zijn vader was in 1584 vermoord, hetgeen hij ook pas via een omweg hoorde...) lukte het hem een brief naar koning Filips te sturen waarin hij al zijn ellende duidelijk liet zien. "Majesteit, ik slaap hier altijd door een aantal bewakers omringd in een kerker die met acht sloten is afgesloten. De muren zijn zó vochtig, dat een eraan opgejhangen druiventros in een paar dagen verrot... Het hele kasteel van Arévalo is oud en bouwvallig en slecht onderhouden en ik merk dat mijn gezondheid er last van heeft. Ik heb helemaal geen geld, zodar ik niet eens de hoognodige dingen kan kopen. In alle jaren dat ik hier gevangen zit, heb ik geen dag van vreugde gekend noch van u, majesteit, een enkel bewijs van genade gekregen. Ik vraag u daarom dringend om enige verbetering in mijn zo droevig lot. Ik voeg eraan toe, dat ik onlangs 2000 dukaten heb moeten lenen van mijn kamerdienaar om de kosten van gevangenschap te betalen. Ik weet dat mijn zuster Maria zorgt voor de betaling van mijn "onderhoud" hier uit de opbrengsten van mijn graafschap Buren. Kennelijk is dit nu niet gebeurd, zodat ik dit geldbedrag heb moeten lenen. Majesteit - ik smeek u om verlichting van mijn lot! Ik teken als Zijne Majesteits vrijwillige gevangene, altijd en eeuwig zeer getrouwe Filips Willem graaf van Buren". edit: (In die tijd moesten gevangenen zélf opdraaien voor de kosten van hun opsluiting!) Deze ontroerende brief bracht geen enkele verbetering. Nog enige jaren zuchtte de graaf in zijn kerker. Pas in 1594 trok iemand zich zijn lot aan: dat was prinses Isabella, de dochter van de koning. Zij zou trouwen met de Oostenrijkse prins Albertus en met hem als nieuw landvoogdpaar naar de zuidelijke Nederlanden vertrekken. Isabella had nogal wat invloed bij haar oude vader (Filips zou in 1598 sterven) en onverwacht liet de koning zijn jarenlange gevangene vrij. Nog steeds is onbekend wat de redenen waren voor deze plotselinge vrijlating. Het was de kamerdienaar van de graaf die hem het heugelijke bericht kwam brengen. Filips Willem stond verstomd. "Vrij...? Vrij??? Mag ik terug naar mijn eigen land?" Zwijgend stond hij zijn dienaar aan te kijken. Toen drong het nieuws opeens pas goed tot hem door.
Eerst mocht hij naar het pas nieuw gebouwde Escorial, het grootste klooster-paleis van de oude Spaanse koning. Filips II ontving zijn petekind zeer minzaam. Een geschiedkundige uit die tijd schreef op, dat de koning hem "met wonderlijke demonstratie van goedertierenheid ende omhelsing van zachtmoedigheid audiëntie gaf". Dat mocht ook wel, na al die jaren... Aartshertog Albertus en prinses Isabella namen Filips Willem nu mee op hun reis naar Nederland. Die reis ging wel met een grote omweg via Rome, waar de graaf van Buren (die in zijn jaren in Spanje een gelovige katholiek was gebleven in tegenstelling tot de rest der Oranjes die zich tot het protestantisme hadden bekeerd) de kans aangreep de paus te bezoeken. Maar eindelijk, in februari 1596 bereikte de oudste zoon van Willem van Oranje zijn geboorteland - alwaar hem een teleurstelling wachtte. De regeringen van de provinciën waren bang, dat deze prins te veel macht naar zich toe zou trekken en daar voelden ze niets voor. Daarom lag er een verzoek voor Filips Willem klaar om zonder de toestemming van de Staten-Generaal niet naar de Noordelijke Nederlanden te komen (ons land was toen al in een zuidelijk en noordelijk deel gesplitst). Ook met zijn halfbroer Maurits (die nog nooit had gezien) kreeg hij enige problemen: al enige jaren zorgde Maurits voor het prinsdom Orange, dat echter aan Filips Willem was vererfd. "Ik wens mijn eigen erfenis te kunnen aanvaarden", zei Filips Willem vastbesloten tot zijn getrouwen. Eén van hen deed daarop een suggestie: "Waarom neemt u geen contact op met de koning van Frankrijk? Als hij u helpt, kan uw broer Maurits niets meer beginnen!" Dit deed Filips Willem inderdaad. De Franse koning was erg vriendelijk: "Waarde neef, ik wil u graag steunen, maar mijn voorwaarde is dat u trouwt met mijn bloedverwante prinses Eleanora van Bourbon..." De bedoeling van de koning was duidelijk: na de dood van Filips Willem zou het rijke Orange in handen vallen van de Fransen! Eigenlijk voelde de Oranjeprins niets voor een huwelijk, maar ter verkrijging van zijn erfenis had hij het er wel voor over. In 1606 trouwde hij met Eleanora - hun huwelijk bleef kinderloos zodat zijn bezittingen tóch in handen van de Oranjes bleven. Tot zijn dood in 1618 leidde deze onbekende Oranjeprins een rustig leven, waarbij hij vvvral ook veel in Breda was, in het kasteel dat hij eveneens had geërfd van zijn vader. Vrij plotseling overleed hij in 1618 na een verkeerde doktersbehandeling in Brussel: - in het Belgische plaatsje Diest is hij begraven: in de St. Sulpitiuskerk kan men nog heden ten dage de grafkelder van deze éérste in Nederland geboren prins van Oranje-Nassau die zo'n tragisch leven had, bekijken. ![]() |
