Koning en Keizerrijken  

Geschiedenis van het koninkrijk der Farao's

| Koninkrijken | Egypte |


Schilderingen en kunstvoorwerpen in de graven geven ons een beeld van het dagelijks leven in het oude Egypte. Op deze schildering zien we een adellijke familie op jacht tussen papyrusplanten.

De oude Egyptische beschaving bleef zo'n 3000 jaar vrijwel onveranderd. Ze liet grote monumenten en geweldige schatten na die de wereld nog steeds blijven verbazen.

In Egypte ontstond de tweede grote beschaving uit de geschiedenis. Dit gebeurde in het stroomgebied van de Soemerische beschaving in Mesopotamië. Deze beschaving heeft in eerste instantie dan ook die van Egypte beïnvloed. Mesopotamië stond echter altijd open voor invloeden van buitenaf, terwijl Egypte relatief geïsoleerd was. De oude Egyptische beschaving was opmerkelijk stabiel en behoudend. Het land ondervond nauwelijks invloed van buitenaf en had ook weinig invloed op de buitenwereld, behalve in de laatste peroide.

Er vonden veranderingen plaats maar dat gebeurde zo langzaam, dat zelfs andere volkeren uit die tijd Egypte als een mysterieuze en tijdloze beschaving beschouwden. Een Griekse geschiedschrijver noemde Egypte terecht 'het geschenk van de Nijl'. De belangrijkste bewoonde gebieden waren de stroken land aan beide zijden van de rivier. Deze waren honderden kilometers lang en liepen dwars door de woestijn. Uiteindelijk kwamen ze uit in de delta waar de rivier zich splitste en de Middellandse Zee instroomde.


In tegenstelling tot de rivieren in Mesopotamië stroomde de Nijl jaarlijks over, waardoor vruchtbaar slib werd afgezet en zich een effectief irrigatiesysteem ontwikkelde. Egypte was hierdoor uitzonderlijk vruchtbaar. Niet alleen de boeren konden zich voeden met de gewassen, ook kon een complete maatschappij in stand worden gehouden dank zij de overschotten.

De opgetekende geschiedenis van Egypte begint rond 3000 v. Chr., toen Menes of Narmer, de koning van Opper- (Zuid-)Egypte het land verenigde door Neder-Egypte (de delta) te veroveren. Het is opmerkelijk dat deze eenheid duizenden jaren zou blijven voortbestaan op een paar kortstondige perioden na.

Menes werd de stichter van de eerste van zo'n 33 Egyptische dynastieën; de laatste eindigde in 30 v. Chr., toen Cleopatra zelfmoord pleegde met een kleine giftige aspisadder. De gemakkelijkste manier om de geschiedenis van het oude Egypte te begrijpen is door haar in te delen in drie stabiele hoofdfasen, namelijk het Oude Rijk, het Middenrijk en het Nieuwe Rijk. Deze werden van elkaar gescheiden door een Eerste en een Tweede Tussentijd waarin burgeroorlogen en invallen van buitenaf de orde verstoorden.

Wanneer de afzonderlijke perioden precies begonnen is een kwestie van persoonlijke interpretatie, daarom zijn de neeste jaartallen van voor 2000 v. Chr. niet meer dan schattingen. Aan het Oude Rijk gingen twee dynastieën vooraf. Deze periode wordt ook wel de Vroegdynastische Tijd genoemd (ca. 3000 tot ca. 2600). Zelfs in deze vroegste periode waren al veel belangrijke eigenschappen van de Egyptische beschaving aanwezig. De koning werd als god beschouwd, ook al werd de bekende titel 'farao' (letterlijk: 'groot huis') pas in het Nieuwe Rijk gebruikt.

De Egyptische godsdienst was zeer ingewikkeld en richtte zich voornamelijk op het leven na de dood. Om van dit leven te kunnen genieten werden mummieficatietechnieken ontwikkeld om de lichamen van overleden koningen en koninginnen te bewaren. Een machtige priesterklasse en de ambtenarij deden hun interde. Gedurende het Oude Rijk (ca. 2600 tot ca. 2150) was Egypte het meest stabiel en in zichzelf gekeerd. Het wist de buitenwereld grotendeels te negeren.


De Egyptenaren waren zeer nauwkeurig in het plaatsen van de zijkanten van de piramide langs de noord-zuid-as. Om de positie precies te bepalen markeerden ze de opkomst en ondergang van een ster op een speciaal gebouwde circelvormige muur. De lijn die de hierdoor ontstane driehoek in tweeën deelde was de noord-zuid-as.

Meteen al in het begin van deze periode startte de bouw van monumentale gebouwen van steen. Het mooiste voorbeeld hiervan waren de enorme koninklijke graftombes-de piramides. De beroemde trappiramide bij Sakkara werd in de derde eeuw gebouwd voor koning Djoser naar een ontwerp van zijn legendarische bouwmeester Imhotep. Deze vroegst bekende architect werd later als goddelijk genezer vereerd. Onder de volgende dynastie werd de grootste piramide gebouwd bij Gizeh voor koning Cheops. De piramides werden nauwkeurig op de noord-zuid-as en met zeer primitieve midelen gebouwd.

De bouw ervan was vooral mogelijk door de grootschalige organisatie van mankracht, die nog nooit eerder was vertoond. Tegen het einde van het Oude Rijk werd de macht van de hoge ambtenaren steeds groter en raakte het centrale gezag in verval. Tijdens de Eerste Tussentijd (ca. 2150 tot ca. 1950) viel Egypte uiteen in een aantal rivaliserende plaatselijke dynastieën en werden piramides en andere graftombes van hun schatten beroofd.

In de periode van het Middenrijk (ca. 1950 tot ca. 1785) werd Egypte weer een eenheid toen de hoofdstad van Memphis, vlak boven de delta, naar Thebe in Opper-Egypte werd verplaatst. In het nabijgelegen Dal der koningen werden de koningen begraven en in twee districten van Thebe, Luxor en Karnak, verrees een groot aantal tempels en monumenten. Ook de ontwikkelingen op het gebied van de godsdienst stonden niet stil. Men geloofde dat het leven na de dood niet langer alleen voor koningen was weggelegd, maar mogelijk was voor alle Egyptenaren, mits goed voorbereid.


Waarschijnlijk hield dit verband met de nieuwe gewoonte om houten beeldjes in de graven te plaatsen. Deze stelden soledaten, handwerkslieden of bedienden voor, die de overledene van dienst moesten zijn in de onderwereld. Dank zij deze figuurtjes, sjawabti, kunnen we ons nu een voorstelling maken van het dagelijks leven van de oude Egyptenaren.

Het einde van het Middenrijk stond bekend om zijn sterke en succesvolle koningen die de macht van de adel wisten in te dammen. Ze voerden grootschalige drainageprojecten uit en door Nubië te veroveren breidden ze de heerschappij van Egypte uit naar het zuiden. In de Tweede Tussentijd (ca. 1788 tot ca. 1570) verbrokkelde het centrale gezag echter opnieuw en werd bovendien de delta bezet door indringers uit Azië, de Hyksos. Het Nieuwe Rijk (ca. 1570 tot ca. 1075) was de laatste grote fase van de Egyptische beschaving.

Deze bracht een groot aantal beroemde personen voort. Het was ook de fase waarin Egypte bij voortduring betrokken raakte bij de conflicten in het Nabije Oosten, eerst als keizerlijke macht en later als slachtoffer. De Hyksos hebben misschien wel de aanzet gegeven tot deze ontwikkeling, omdat de Egyptenaren van hun nieuwe vechttechnieken leerden (met name het gebruik van strijdwagens). Nadat ze de gehate indringers hadden verdreven, achtervolgden de farao's ze tot in Palastina en Syrië.

Op die manier begonnen ze met de opbouw van een rijk dat door de eeuwen heen sterk in omvang varieerde. Door deze ontwikkelingen kreeg het Nieuwe Rijk zijn kenmerkende eigenschappen. Zo werd er met name meer nadruk gelegd op de glorie van de farao als een aards veroveraar dan op zijn traditionele positie als godheid. Uit de geschreven bronnen kunnen we opmaken dat het politieke leven steeds ingewikkelder werd en steeds meer werd beheerst door indringers. Een van de meest opvallende figuren uit het Nieuwe Rijk was koningin Hatsjepsut.


De tombe van de farao was uitgerust met symbolen van zijn macht en met voorwerpen die hij nodig had in het hiernamaals, zoals deze stoel uit de tombe van Toetanchamon

Zij wordt afgebeeld met alle koninklijke tekenen en symbolen-inclusief de valse baard die aan de kin van de farao werd vastgemaakt! Onder een aantal sterke heersers werd het Egyptische Rijk uitgebreid totdat het reikte tot aan de Eufraat in de Vruchtbare Halve Maan. Het Rijk was het machtigst en meest stabiel onder krijger-farao Thoetmosis III (ca. 1479 tot ca. 1426) en de correspondentie tussen Amenhotep III (ca. 1390 tot ca. 1353) en zijn opvolger Amenhotep IV, die is bewaard op kleitabletten in Amarna, geeft een beeld van de zorgvuldige diplomatieke contacten die werden onderhouden met heersers uit het hele Middellandse-Zeegebied in het Nabije Oosten.

De regeerperiode van Amenhotep IV (ca. 1353 tot ca. 1336) is evenwel vooral bekend vanwege de religieuze revolutie die door hemzelf was veroorzaakt. Amenhotep brak met alle duizenden Egyptische goden inclusief de machtige Amon-Re, wiens naam verwerkt was in die van de farao. De Egyptenaren moesten één god vereren, namelijk de zonnegod Aton. Om deze verandering kracht bij te zetten veranderde de farao zijn eigen naam van Amenhotep in Achnaton en stichtte hij een nieuwe hoofdstad bij Amarna.

Het is nooit duidelijk geworden wat de achterliggende betekenis van deze gebeurtenissen is geweest. Sommige historici prezen Achnaton als de eerste heerser die de verering van één god introduceerde (monotheïsme) en anderen veroordeelden hem als een intolerante fanaticus. De vrouw van Achnaton, Nefertiti, heeft waarschijnlijk een belangrijke rol gespeeld in zijn revolutie, die werd gepropageerd door de machtige Egyptische ambtenarij en werd geprzen door middel van inscripties en monumenten.


Achnaton
Het religieuze gezag van Achnaton was zo groot, dat er niet openlijk verzet tegen werd geboden. Er broeide echter onvrede. Het prestige van Achnaton nam misschien ook af omdat hij zijn rijk verwaarloosde. Terwijl hij bezig was met religieuze zaken, raakte hij de Egyptische bondgenoten en vazalstaten kwijt onder druk van vijandige machten. Om deze en andere redenen werd de revolutie na Achnaton's dood al vrij snel teruggedraaid.

Men had zo'n afkeer van zijn naam, dat deze van alle bestaande lijsten met heersers werd verwijderd. Inscripties en monumenten werden vernield om zijn herinnering uit te wissen. Dit alles gebeurde uit naam van een kind-farao Toetanchamon, de schoonzoon van Achnaton. Bovendien werd het hof weer verplaatst naar Thebe en ontdeed de farao zich van de 'Aton' in zijn naam.

Toetanchamon was 10 jaar toen hij de troon besteeg. Hij regeerde maar een paar jaar (ca. 1332 tot ca. 1323). Zijn rol zou in de Egyptische geschiedenis dan ook zeer beperkt zijn gebleven als niet later bij toeval een belangrijke ontdekking was gedaan. Hij werd begraven in het Dal der Koningen, waar zijn graf werd bedolven onder stenen tijdens de werkzaamheden aan het graf van een latere farao. Hierdoor bleef het graf van Toetanchamon vrijwel intact, terwijl de bekende graven van andere farao's werden leeggeroofd.

Meer dan drieduizend jaar later, in 1922, ontdekte de Britse archeoloog Howard Carter het graf. Het bleek vol met schatten te zijn. Zo werd de jonge Toetanchamon de beroemdste van alle Egyptische farao's. Egypte bleef verwikkeld in de conflicten in het Nabije Oosten en onder krijger-farao's als bijvoorbeeld Seti I (ca. 1290 tot ca. 1279) en Ramses II (ca. 1279 tot ca. 1213) groeide het weer uit tot een groot en machtig rijk.


Ramses II
Ramses liet gebouwen neerzetten van ongekende omvang, waaronder de Amontempel bij Karnak met zijn immense zuilengalerij en de rotstempel van Abu Simbel. Zijn pompeuze inscipties en kolossale beeltenissen getuigen van zijn grootheidswaanzin. Door de oorlogen van Ramses raakte Egypte echter uitgeput en het land raakte kort na zijn dood dan ook in verval.

In de 10-de eeuw v. Chr. bereikt dit verval zijn laatste fase toen Egyptische dynastieën werden afgewisseld door dynastieën opgelegd door volkeren van buitenaf, zoals Libiërs, Nubiërs en later de Assyriërs. Als laatste poging om de macht terug te krijgen veroverde Egypte Syrië. Het werd uiteindelijk echter beslissend verslagen door de Babyloniërs bij Karkemisj (in 605), waardoor Egypte zijn rijk in het Nabije Oosten verloor. In 525 werd Egypte deel van het Perzische Rijk.

Vervolgens bezette Alexander de Grote (356-323) het land. Hij werd opgevolgd door een van zijn generaals, Ptolemaeus, wiens dynastie over Egypte heerste tot 30 v. Chr. De Egyptische onafhankelijkheid eindigde met de dood van Cleopatra en de oude Egyptische beschaving stierf langzamerhand uit en werd vervangen door een Grieks-Romeinse cultuur. De laatste hiërogliefen (394 n. Chr.) kunnen worden beschouwd als de laatste woorden van de oude Egyptenaren.



| Koninkrijken | Egypte |


terug naar boven