Koning en Keizerrijken  

  Anna van Hannover: Biografie

| Koninkrijken | Nederland | Biografie | Fotoalbum |


Anna van Hannover
(1709-1759)
Natuurlijk heeft Maria Louise haar gedachten al eens vaker over een huwelijk van prins Willem laten gaan. Een paar jaar geleden heeft ze, natuurlijk in het diepste geheim, voorzichtig de Engelse gezant gepolst. Wat denkt men in Engeland van een verbintenis tussen hun oudste prinses en haar zoon?

Natuurlijk, Willem is voorlopig nog alleen maar een Fries stadhoudertje, maar dankzij de erfenis van Willem III heeft hij toch schitterende vooruitzichten nietwaar? In Engeland heeft men er wel oren naar. Daar heeft de naam Oranje, sinds Willem III, nog altijd een magische klank. Trouwens, geschikte prinsen die óók nog protestant zijn, zoals Willem, zijn in Europa niet dik gezaaid.

En wat Willem betreft: een huwelijk met een dochter uit het Engelse koningshuis is voor hem bijzonder eervol. Het zal vast zijn kansen op een algemeen stadhouderschap vergroten, zo redeneert Maria Louise. En nu Willem meerderjarig is komt het plan opnieuw boven tafel, deze keer wat openlijker. Er wordt gewikt en gewogen, alle voor- en nadelen worden breedvoerig besproken en tenslotte wordt de knoop doorgehakt: de twee families zien er wel wat in.

Dat is een lelijke streep door de rekening van de Hollandse regenten. Ze zien de bui al hangen: als dat huwelijk doorgaat zal Engeland vast en zeker Willem als algemeen stadhouder in het zadel willen helpen. En dat is nu juist het allerlaatste wat de heren regenten willen. Ze voelen er niets voor om hun macht weer met een Oranje-stadhouder te moeten delen, ze vinden dat ze het zelf véél beter afkunnen! En de prinses zelf, Anna van Hannover, wat vindt zij ervan?

Als Anna in 1709 in het Duitse Hannover geboren wordt is ze nog helemaal geen Engelse prinses, maar een Duitse hertogin. Het arme kind moet al gauw ervaren dat ze in een hoogst zonderlinge familie terecht is gekomen. Haar grootvader, keurvorst Georg van Brunswijk-Luneburg, is een bikkelhard man, gierig en achterdochtig. Als hij zijn vrouw van echtbreuk verdenkt sluit hij haar doodleuk op in een afgelegen kasteel, levenslang.

Zijn zoon, Anna's vader, neemt dat niet, met het gevolg dat hij voortdurend met zijn lastige vader overhoop ligt. Ook Anna's moeder, Carolina van Ansbach, trekt partij voor haar schoonmoeder en de ruzies in huize Brunswijk zijn dan ook niet van de lucht. Als de kleine Anna 5 jaar is sterft de Engelse koningin Anne, haar peettante, en die gebeurtenis heeft voor de familie grote gevolgen.

Het is namelijk de afspraak dat de Engelse kroon door het Duitse keurvorstengeslacht zal worden overgenomen als koningin Anne kinderloos mocht sterven. En zo wordt grootvader Georg plotseling koning van Engeland en de familie vertrekt naar Londen om daar aan het Engelse hof een heel nieuw leven te beginnen. Helemaal compleet is de familie overigens niet.

Anna's grootmoeder moet achterblijven in het kasteel waar ze opgesloten zit en de nieuwe koning vindt het om politieke redenen ook beter als Anna's oudste broertje in Hannover blijft. De arme ouders moeten zich bij dat bevel neerleggen en hun kleine zoontje moederziel alleen in Duitsland achterlaten... De nieuwbakken koning zorgt er overigens wél voor dat twee van zijn drie maitresses zich bij de stoet aansluiten.

Vanwege haar postuur wordt de een in Engeland al gauw spottend "de olifant" genoemd en de ander "de bonestaak!" De sfeer binnen de nieuwe koninklijke familie is dus niet al te best. Grote en kleine ergernissen zijn aan de orde van de dag, vooral tussen de koning en zijn zoon, die nu Prins van Wales is en troonopvolger. Een uitbarsting kan dan ook niet uitblijven. Als de kleine Anna er een broertje bij krijgt moet er een peetoom benoemd worden.

Wat is Anna's vader woedend als de koning daarvoor de hertog van Newcastle uitzoekt, uitgerekend iemand aan wie hij een gloeiende hekel heeft. Tijdens de doopplechtigheid in de slaapkamer van prinses Carolina weet hij zich nog in te houden, maar direct daarnaa stapt de jonge vader dreigend op de peetvader af. "U bent een schurk", bijt hij hem woedend toe, "wacht maar, ik zal u wel weten te vinden!" De koning is razend om zoveel brutaliteit.


George I
(1660-1727)
Dát zal hij zijn onbeschaamde zoon weleens even betaald zetten. De volgende morgen krijgen de prins en prinses van Wales te horen dat ze het paleis ogenblikkelijk moeten verlaten maar...zonder hun kinderen. "Die blijven bij mij", heeft de koning bevolen, "ook de pasgeboren baby". Voor Anna's ouders zit er niets anders op dan te gehoorzamen.

De wil van een koning, hoe meedogenloos ook, is nu eenmaal wet. Het kleine baby'tje sterft al na enkele dagen... Nu zijn er alleen nog de drie prinsesjes van wie Anna met haar 9 jaar de oudste is. Wat een hartverscheurende tonelen spelen zich af als de ouders afscheid moeten nemen van hun drietal.

"De arme prinses Carolina kreeg de ene flauwte na de andere", vertelt een ooggetuige, "de koning behandelt haar veel te hard. Ze heeft toch niets gedaan, waarom moet hij haar dan verbieden haar kinderen te zien waar ze zo dol op is?"

Maar de koning is niet te vermurwen, en zo groeien de drie kleine meisjes zonder vader of moeder op, al mag Carolina later haar dochters wel eens per week even bezoeken. De drie kinderen die ze ná deze ongelukkige gebeurtenis nog krijgt mag ze vreemd genoeg wél bij zich houden. De koning trekt zich maar heel weinig van zijn kleindochters aan, soms gaan er maanden voorbij zonder dat hij ze ziet.

Gelukkig heeft hij als verzorgster een lieve verstandige vrouw aangesteld en de opvoeding die de meisjes krijgen is dan ook helemaal niet slecht. Er komt pas een einde aan deze vreemde toestand als de koning tien jaar later sterft. Anna's vader moet nu als George II zijn vader opvolgen en de inmiddels 18-jarige Anna krijgt als oudste dochter de titel van Princess Royal. Het is een hele verandering voor de drie meisjes.

Ze mogen plotseling weer terug naar hun ouders, naar hun broertje en zusjes die ze nauwelijks kennen. Ineens staan ze midden in de schijnwerpers van een druk hofleven terwijl ze tot nu toe in afzondering zijn grootgebracht. Maar Anna is er niet rouwig om. Ze heeft met ergernis de vreemde capriolen van haar grootvader gezien, de talrijke hofruzies meegemaakt en gevoeld hoe het Engelse volk zijn nieuwe koning bespot en minacht. Ze is dolblij dat ze naar haar moeder kan, want ze houdt veel van de talentvolle en wilskrachtige koningin.

Maar ze begrijpt ook wel dat ze niet haar hele leven thuis zal kunnen blijven. Ze zou het verschrikkelijk vinden om later afhankelijk te moeten worden van haar jongere broer. Hij heeft het geluk dat hij een jongen is en dus koning kan worden. En dat is iets wat de eerzuchtige Anna zélf dolgraag zou willen. "Ik wou dat ik geen broers had, dan kon ik later koningin worden", laat ze zich eens in een jaloerse bui ontvallen.

"Foei Anna, zoiets mag je niet zeggen", zegt moeder Carolina bestraffend, maar Anna voegt er nog veel heftiger aan toe: "Ik zou het niet erg vinden om morgen dood te gaan als ik vandaag maar koningin zou kunnen zijn!" Zal zij dan later genadebrood van haar jongere broer moeten eten en genoegen moeten nemen met een tweederangsplaats aan het Engelse hof? Zo'n vooruitzicht is onverdraaglijk voor de trotse prinses die daarom elke kans op een huwelijk met beide handen aangrijpt.

Ze kan nog knarsetanden van woede als ze terugdenkt aan het huwelijkaanzoek van de Franse koning. Koningin van Frankrijk had ze kunnen worden, maar haar vader had die schitterende kans laten lopen omdat de bruidegom katholiek was! Maar nu is er gelukkig een nieuwe kandidaat aan de horizon verschenen: de prins van Oranje. Niet zo'n schitterende partij als de Franse koning natuurlijk, maar hij is tenminste protestant en er zijn nog andere voordelen.

En dus kijkt Anna met spanning uit naar het bezoek dat de prins binnenkort aan het hof zal komen brengen. Iedereen is trouwens razend benieuwd, want onder de hovelingen gaan de wildste geruchten over de aanstaande bruidegom. "De prins van Oranje schijnt een soort dwerg te zijn", wordt er gefluisterd. "Hij is vreselijk mismaakt en zijn adem is zeer onwelriekend". Maar de Engelse gezant die de prins een keer in levenden lijve heeft gezien weet wel beter.


Willem IV
(1711-1751)
"Zijn gestalte is niet zo gunstig als men zou wensen", moet hij toegeven, als hij aan het Engelse hof verslag komt uitbrengen, "hoewel hij niet zo lelijk is als ik gehoord had. Maar hij heeft kennelijk een uitstekende opvoeding genoten en hij is zeer gemakkelijk in de omgang. Hij heeft een knap gezicht en is vriendelijk en innemend, en van de stijve deftigheid heeft hij helemaal geen last".

Trouwens, ook Anna laat zich niet van de wijs brengen door al die boosaardige praatjes. Ze trekt zich geen zier aan van de geruchten over Willems "mismaaktheid" en tegen iedereen die het maar horen wil zegt ze onverstoorbaar: "Ik trouw met hem ook al ziet hij eruit als een aap!"

Op een koude novemberdag in 1733 stapt Willem van Oranje moe en met darmstoornissen aan Britse wal. De Engelsen begroeten hem met hartverwarmend enthousiasme en Willem heeft de grootste moeite om met zijn rijtuig heelhuids door de mensenmassa's heen te komen. Maar aan het hof is de ontvangst heel wat koeler. De koning kan toch niet helemaal vergeten dat Willem maar een eenvoudig stadhoudertje is, ver beneden de stand van een Engelse koningsdochter.

En de koningin is vreselijk geschrokken van haar toekomstige schoonzoon. Wat is hij lelijk, het is inderdaad niet voor niets dat hij de "Hollandse Baviaan" genoemd wordt, vindt ze. "Heus Anna, je hóeft echt niet hoor", zegt ze keer op keer, "je bent volkomen vrij om ja of nee te zeggen, bedenk dat goed". Maar Anna trekt zich niets aan van de overdreven reactie van haar ouders en zusjes.

Ze ziet Willems grote blauwe ogen, zijn vriendelijk gezicht, zijn prettige manieren en zijn zelfbewuste houding en na vijf minuten is ze zijn gedrongen gestalte helemaal vergeten. Anna is trouwens mans genoeg om "nee" te zeggen als haar iets niet bevalt, maar in dit geval zegt ze volmondig "ja" tegen Willem als echtgenoot. De koning en de koningin zuchten inwendig, maar nu ze eenmaal A gezegd hebben moeten ze ook B zeggen: het huwelijk gaat dus door!

Met veel pracht en praal zal het huwelijk in Londen gevierd worden maar...op het allerlaatste moment komt er toch nog een kink in de kabel. Als Willem de dag vóór de bruiloft in de kerk zit zakt hij plotseling in elkaar. Heel voorzichtig wordt hij in zijn rijtuig gedragen en stapvoets gaat het naar huis, want de prins schijnt er werkelijk heel ernstig aan toe te zijn. Van het huwelijk kan voorlopig geen sprake zijn en de arme bruidegom ligt weken achter elkaar ziek in zijn vertrekken.

Op een vriendelijk bezoekje van zijn aanstaande schoonfamilie hoeft hij niet te rekenen: koning George vindt het ver beneden zijn waardigheid om als regerend vorst op bezoek te gaan bij een eenvoudige stadhouder! En van de weeromstuit durft de rest van de familie óók niet op ziekenbezoek te gaan. Maria Louise, ver weg in Leeuwarden, is natuurlijk dodelijk ongerust als ze ervan hoort. Maar Willem kan haar toch al gauw een geruststellend briefje sturen.

"Ik ben erg ziek geweest en ik dacht niet dat ik het te boven zou komen", schrijft hij met een beverig handje, "maar God heeft medelijden gehad en me het leven teruggegeven".

Toch duurt het nog maanden voordat de niet zo sterke prins zich weer fit genoeg voelt om een nieuwe trouwdatum vast te stellen. En dan is het op 24 maart 1734 eindelijk zover: Anna en Willem sluiten een schitterend huwelijk. Wat was Maria Louise er graag bij geweest, wat zou ze genoten hebben van de stijlvolle plechtigheid, de glorieuze tocht door het juichende Londen, de paarden met de oranje strikken in hun staarten. Maar de Engelse koning ergert zich groen en geel aan al dat gejuich voor zijn schoonzoon. Voor hém, de koning, lopen de mensen niet zo warm, het enorme verschil is wel héél pijnlijk...

De koningin is al evenmin in haar sas. Ze heeft haar onredelijke afkeer van Willem niet kunnen overwinnen en zij en haar dochters trekken zó'n somber gezicht dat het meer lijkt op een begrafenisstoet dan op een vrolijke trouwpartij! Maar Willem zelf ziet er schitterend uit. Hij voelt misschien de nieuwsgierige ogen van de toeschouwers prikken maar ze krijgen niets te zien: de hoge rug en borst zijn netjes onder een lange golvende pruik weggestopt.


George II
(1683-1760)
Hij draagt een prachtig fluwelen staatsiekleed en men fluistert dat alleen al die diamanten knopen erop 300 Engelse ponden hebben gekost. Anna trekt zich van de doodgraversgezichten van haar familie niets aan: met bewonderende ogen kijkt ze naar Willem, ze is hem gaan waarderen en ze durft de toekomst best met hem aan.

Maar er wacht haar, en vooral Willem, nog één beproeving voor het zover is. Na het grootse bruiloftsdiner mogen bruid en bruidegom zich eindelijk terugtrekken maar...het gebruik eist dat de bruiloftsgasten het jonge paar zélf naar het huwelijksbed brengen.

Anna en Willem zullen, als ze in hun nachtgewaad op de rand van hun bed zitten, alle nieuwsgierige blikken en onbescheiden gefluister van de vrolijke gasten geduldig over zich heen moeten laten gaan. Nu kan Willem zijn vreemdgevormde rug niet langer wegstoppen. De pruik moet af en onder het nachthemd is de vergroeiing duidelijk te zien. Het is voor de koningin weer een reden om in jammerklachten uit te barsten.

"Ik wist niet wat ik zag toen ik Willem zonder pruik de slaapkamer zag binnenkomen", zegt ze de volgende dag klaaglijk tegen een vertrouweling. "Ik dacht dat ik flauw zou vallen toen ik dat monster op mijn dochter af zag komen. O wat heb ik een medelijden met die arme Anna, ik kan wel huilen!" Nu, Anna zelf huilt helemaal niet, integendeel. "Het lijkt warempel wel of ze verliefd op hem is", fluisteren de hovelingen, "moet je zien hoe ze naar hem kijkt. En ze is verrukt van alles wat hij zegt".

Toch komen de tranen bij het definitieve afscheid wel even tevoorschijn. Vooral koningin Carolina kan zich helemaal niet goed houden nu haar dochter met zo'n man voorgoed naar dat lastige Holland vertrekt. Ze zal het daar nog moeilijk genoeg krijgen, weet Carolina, want de koning heeft al een beleefd maar weinig toeschietelijk briefje van de regenten gekregen.

In hun ogen is de Prins van Oranje maar een eenvoudig ambtenaar, eigenlijk hun mindere, en dat hij nu toevallig met een koninklijke prinses getrouwd is maakt nauwelijks verschil. Vooruit, ze willen dan nog wel zo ver gaan dat ze Anna als een Koninklijke Hoogheid behandelen maar dat is dan ook alles. Het nieuwbakken bruidspaar moet er vooral niet op rekenen dat de regenten het met open armen zullen ontvangen. Integendeel, de heren zijn o zo bang dat dit deftige huwelijk Willem extra populair bij het volk zal maken.

En een populaire Oranjeprins zou hun eigen comfortabele positie lelijk in gevaar kunnen brengen... In Rotterdam valt de ontvangst nog wel mee. Als het prinselijk jacht de haven binnenloopt zorgen de regenten zowaar voor een hoffelijk welkom. Maar Amsterdam vindt het helemáál niet nodig om het prinselijk paar zoveel eer te bewijzen. Géén burgermeester staat er klaar, geen feestelijke kanonschoten ter verwelkoming, alles blijft akelig stil. De bevolking denkt er heel anders over.

In groten getale zijn de mensen uitgelopen om de prins en prinses van Oranje te zien en toe te juichen. "Het is een schande dat er niemand is om de prins behoorlijk te ontvangen!" roepen ze kwaad. Anna voelt zich diep gekrenkt door het uitblijven van officieel eerbetoon. Ze heeft zich niet gerealiseerd dat Willem hier kennelijk zó onbelangrijk wordt gevonden dat men niet eens de moeite neemt om hem behoorlijk te begroeten. En het feit dat zij zelf een koningsdochter is schijnt op die regenten ook geen enkele indruk te maken.

Het is een bittere pil voor de trotse prinses en het zal niet de laatste zijn die ze te slikken krijgt... Gelukkig weet men in Friesland wél hoe men een prins en prinses van Oranje hoort te ontvangen. Daar hebben de heren zich het vuur uit de sloffen gelopen om een grootse intocht voor de stadhouder en zijn nieuwe vrouw te organiseren. Als Willems jacht Harlingen binnenvaart staat daar natuurlijk ook Maria Louise.

Ze is vreselijk benieuwd naar haar onbekende schoondochter van wie ze tot nu toe alleen een paar weinigzeggende briefjes heeft gehad. Zal ze er een nieuwe dochter bijkrijgen die het vertrek van haar eigen Anna Charlotte een beetje kan goedmaken? Eén ding zal ze goed moeten onthouden: Anna wenst als koningsdochter voorrang te hebben boven haar schoonmoeder. Maria Louise is immers maar de dochter van een landgraaf en onderscheid moet er blijven nietwaar?


Maria Louise
(1688-1765)
Willem heeft het behoorlijk pijnlijk gevonden om aan zijn moeder te moeten schrijven dat zij voor haar schoondochter zal moeten buigen. Maar Anna staat erop dat ze behandeld wordt zoals bij haar hoge rang hoort en Maria Louise, ach die geeft niet zo veel om die dingen. Als ze maar goed met elkaar kunnen opschieten, dat vindt ze veel belangrijker dan al die uiterlijke eerbewijzen.

Maar Maria Louise wordt al dadelijk teleurgesteld. Anna doet erg koel tegen haar en wat ze ook probeert om het hart van haar schoondochter te ontdooien, Anna blijft op een afstand. Nieuwsgierig kijkt de nieuwe prinses van Oranje de eerste dagen in Leeuwarden om zich heen.

Hier zal ze voorlopig dus wonen, wat een popperig klein stadje in vergelijking met het grote Londen! Na een paar weken valt het haar nog altijd niet mee in haar nieuwe woonplaats. De overgang van het drukke mondaine Engelse hof naar het rustige kleine Leeuwarden is ook wel erg groot. Wat is het hof hier verschrikkelijk saai en eenvoudig. Anna's elegante toiletten steken schril af tegen de sobere kleren die Maria Louise en haar dames dragen.

Een andere tegenvaller is dat er in het stille Leeuwarden niets aan muziek gedaan wordt. Thuis in Londen was Anna altijd achter het clavecimbel te vinden. Jarenlang heeft ze muzieklessen gehad van de grote componist Händel van wie ze een vurig bewonderaarster is. Maar daar hoeft ze hier in Leeuwarden niet mee aan te komen, dat merkt ze gauw genoeg.

Trouwens, ook met schoonmoeder Maria Louise wil het nog niet zo vlotten, ze zijn ook zo verschillend, die twee. Anna vindt Willems moeder met haar vrome eenvoudige levenswandel maar stijf en saai. Maria Louise voelt wel dat het niet klikt en ze probeert van alles om Anna voor zich te winnen. Maar die extra hartelijkheid irriteert Anna alleen maar en zo wordt de kloof tussen de twee vrouwen eerder groter dan kleiner.

Daarom is Anna maar wát blij als Willem vijf weken na hun feestelijke aankomst op veldtocht moet. Voor haar een prachtige gelegenheid om even naar huis te gaan, het huis dat ze aan Willems arm juist zo opgewekt had verlaten. Maar nu piept ze wel anders. De vernederingen die de trotse prinses van de regenten heeft moeten slikken, het dodelijk saaie leven in het kleine Leeuwarden, ze heeft er nu al schoon genoeg van. Anna's ouders zijn een beetje verlegen met de situatie.

Wie had kunnen denken dat hun dochter al zó gauw na de bruiloft weer op de stoep zou staan? Anna vermaakt zich intussen opperbest aan het drukke Engelse hof. Dáár weet men tenminste hoe een koninklijke prinses behandeld hoort te worden. Kon ze maar altijd hier blijven. Natuurlijk, ze mist Willem wel, maar teruggaan naar dat nare Holland... Toch wil Willem zijn vrouw wel graag weer terugzien als de veldtocht is afgelopen. Maar de ene week na de andere gaat voorbij en Anna kan zich nog maar niet laten overhalen om terug te gaan.

"Ik ben in verwachting, ik kan nu niet reizen", is haar verklaring maar lang niet iedereen gelooft dat. De Engelse ambassadeur in Den Haag geeft Anna duidelijk te verstaan dat men het in Nederland zo angzamerhand heel vreemd gaat vinden dat de pasgetrouwde prinses van Oranje zó lang wegblijft. Als ze wil dat haar man het ooit nog tot algemeen stadhouderbrengt zal ze zulke capriolen niet meer moeten uithalen. Tenslotte voelt Anna wel dat ze er niet langer onderuit kan.

Of ze wil of niet, ze zal toch echt terug moeten naar Friesland. De gedachte dat ze haar belangrijke plaats aan het Engelse hof weer zal moeten inruilen voor haar o zo bescheiden positie in Leeuwarden is onverdraaglijk. En welke vernederingen zal ze nog te verduren krijgen van de Hollandse regenten voordat Willem eindelijk de hoge positie krijgt waar hij recht op heeft? In Harwich ligt de boot al klaar en het kost Anna heel wat zelfoverwinning om erin te stappen.

Maar ze is de zee nog niet op of ze roept alweer dat ze onmiddellijk teruggebracht wil worden. "Het is op zee niet uit te houden", klaagt ze, "en ik ben in verwachting, een zeereis is vast heel slecht voor de baby". En zo staat ze even later wéér op de Engelse kade. Maar nu is voor George en Carolina de maat echt vol, ze schamen zich voor het onverstandige gedrag van hun dochter. De koningin heeft al een dringende brief van Willem gehad waarin hij haar vraagt om Anna toch echt naar huis te sturen.


Prinses Carolina
(1743-1787)
En koning George is woedend omdat zijn dochter zich als een dom verwend kind gedraagt. Hij wil haar niet meer in Londen zien, haar bezoek heeft trouwens al een lieve duit gekost. "Reis maat over Calais", schrijft Willem aan Anna, "dat is korter. Ik zal je van de boot komen afhalen".

Anna kan nu echt geen kant meer uit: voor de tweede keer moet ze-zeer tegen haar zin-in de boot stappen die haar naar Holland brengt. Van de zwangerschap; hoort niemand meer iets... Nu zal Anna zich toch echt in haar nieuwe leven moeten schikken, of ze wil of niet. Ze zal zich moeten neerleggen bij de vernederende plagerijen die de regenten voor Willem en haar in petto hebben.

Voor de man in de straat heeft de naam Oranje zijn toverklank niet verloren. Willem en Anna hoeven zich maar in de straten van een stad als Den Haag te vertonen en de toejuichingen zijn niet van de lucht. Maar de regenten laten geen gelegenheid voorbij gaan om te demonstreren dat zij de touwtjes in handen hebben en dat Willem maar een onbetekenend ambtenaartje uit het noorden is, meer niet.

Zo verlangen ze dat Anna als eerste bij hun vrouwen op bezoek gaat terwijl Anna natuurlijk vindt dat het andersom hoort te zijn: in haar rang van koningsdochter is zij toch veel en veel belangrijker dan de regentendames? Er gaan heel wat vrieven naar Engeland waarin Anna haar nood bij haar moeder klaagt. Als Engeland Willem nu maar eens een handje wilde helpen, schrijft ze verongelijkt. Het is toch te gek dat Willem maar domweg moet zitten wachten tot zijn kansen eindelijk eens zullen keren?

Maar Carolina is verstandig. Ze ziet heus wel in dat dat gekkenwerk zou zijn: al is Anna nog zo ongelukkig, Engeland kan zich onmogelijk met geweld in Hollandse zaken gaan mengen. De regenten zitten veel te vast in het zadel en trouwens, Willem zelf voelt ook niets voor geweld. Hij wil dolgraag algemeen stadhouder worden maar dan wel langs wettige weg. En hoe dringend Anna's brieven ook zijn, Carolina kan haar dochter alleen maar terugschrijven dat ze geduld moet hebben en vooral niet moet laten merken hoe gekwetst ze zich voelt.

"Als je op je ochtendwandeling de regentendames tegenkomt moet je een vriendelijk en ongedwongen praatje met ze maken", adviseert ze haar dochter, "ook met die die dames die weigeren jou te bezoeken. Dat heeft op den duur meer resultaat dan wanneer je je hooghartig op een afstand blijft houden".

Het valt de trotse Anna met haar gevoel voor étiquetten heel zwaar zulke adviezen op te volgen... En dat zijn niet de enige teleurstellingen die Willem en Anna te verwerken krijgen. Ze verlangen vurig naar een kind, liefst een stamhouder om hun positie weer een beetje te versterken. Maar het geluk is niet met hen. Twee keer wordt er een dood prinsesje geboren en Anna verliest ook nog haar moeder, de enige bij wie ze altijd met al haar ergernissen en verdriet terecht kon.

Met haar vader heeft ze helemaal geen contact meer; George vindt zijn dochter met haar dringend geschrijf om hulp maar knap lastig. Zo duurt het nog tot 1743 voordat Anna en Willem een dochtertje krijgen dat blijft leven. Wat is Maria Louise trots als ze kleindochter Carolina in de Leeuwardense kerk ten doop mag houden. Voor deze gelegenheid heeft ze zich nu eens echt feestelijk uitgedost, iets wat men niet van de eenvoudige prinses gewend is. Ze heeft zo meegeleefd met de narigheden van Willem en Anna.

Al zijn die twee niet zo dikwijls in Leeuwarden als ze wel zou willen, ze heeft wel gemerkt dat er een oprechte hartelijkheid tussen hen heerst en dat doet haar goed. Inderdaad is na de strubbelingen van het eerste begin langzaam een hechte band tussen Anna en Willem gegroeid. De teleurstellingen hebben hen waarschijnlijk dichter bij elkaar gebracht en het is voor iedereen duidelijk dat ze werkelijk dol op elkaar zijn. Als Willem eens op reis moet schrijft Anna hem lieve brieven die overlopen van echte genegenheid. "Pepin", noemt ze hem met een troetelnaampje, of ook wel kortweg "Pip".

"Ik tel de uren die ik nog zonder je moet doorbrengen, mijn engel", schrijft ze, "het huis is altijd afschuwelijk leeg zonder jou!" Willem op zijn beurt stuurt haar levendige brieven vol vrolijke grappen en binnenpretjes.


Johan Willem Friso
(1687-1711)
"Mijn onvergetelijke Annin", leest Anna, "zonder jou kan ik niet gelukkig en tevreden leven. In gedachten omhels ik je 1000 keer en de dagen dat jij er niet bent zijn voor mij verloren dagen. Als je dit briefje van Mijne Excellentie krijgt denk dan nog eens aan je allertrouwste Pepino!"

Na 1740 ziet het er toch naar uit dat Willems kaarten iets gunstiger komen te liggen. Het rommelt al een tijdje in Europa en voor de zoveelste keer breekt er een oorlog uit. De regenten zijn daar niet gelukkig mee. Ze doen wat ze kunnen om Nederland erbuiten te houden want één ding is zeker: in tijden van nood begint het volk altijd om Oranje te roepen, dat heeft de ervaring wel geleerd.

Maar er is ook iemand die juist blij is met deze oorlog, en dat is graaf Willem Bentinck, een zoon van een de beste vrienden van Willem III. Zijn moeder is jarenlang de verzorgster geweest van...Anna toen die met haar twee zusjes bij haar grootvader moest wonen. "Het is nu of nooit", redeneert Bentinck en hij geeft Willem en Anna allerlei goede adviezen die hun populariteit nog verder moeten vergroten. Ze moeten zich vooral dikwijls aan het volk laten zien, vindt hij, en veel gasten uitnodigen, dat is belangrijk.

Handig stelt hij een plan op: de Oranje-aanhangers moeten proberen de bevolking zoveel mogelijk tegen de regenten op te zetten. Als de tijd rijp is zullen de burgers op het beslissende moment tégen die machtige heren in opstand komen. En dan is de weg vrij voor Oranje! Bentinck zorgt ervoor dat het machtige Engeland aan zijn kant staat en rustig blijft hij al die jaren doorwerken aan de uitvoering van zijn plannen. In 1747 komt er opeens schot in de zaak als de oorlog ook naar Nederland dreigt over te waaien: Franse troepen vallen Zeeuws-Vlaanderen binnen en de schrik slaat de Zeeuwen om het hart.

"Daar heb je het nu!" roepen ze in paniek, "de vijand staat op de stoep en niemand die ze tegenhoudt. Het is allemaal de schuld van de regenten!"

Woedend trekken de mensen midden in de nacht naar het huis van een Middelburgse regent om daar de boel kort en klein te slaan en in de andere Zeeuwse steden gaat het al net zo. "Lang leven Oranje" wordt er opeens weer geroepen, de mensen hebben na al die jaren schoon genoeg van de regenten. Laat Oranje maar teruggekomen om die oppermachtige heren eens een toontje lager te leren zingen!

De Zeeuwse regenten zijn ó zo bang voor hun hachje als ze die woedende volksmenigte tegenover zich krijgen en ze willen maar al te graag beloven dat ze Willem van Oranje tot stadhouder zullen benoemen. Willem Bentinck is meer dan tevreden: het loopt allemaal precies zoals hij en zijn mannen gehoopt hebben. De beweging is nu opeens niet meer te stuiten: na Zeeland geven ook de Hollandse, Utrechtse en Overijsselse regenten zich gewonnen. Eindelijk is het dan zo ver.

Willem zit thuis in Leeuwarden aan tafel als het geweldige bericht hem gebracht wordt. Nu snel naar Amsterdam waar de regenten deze keer wél klaar staan om het prinselijk paar plechtig te ontvangen! Overal wapperen vlaggen en als Willem met Anna en de kleine Carolina langs de juichende mensenmassa's rijdt kan hij zijn geluk niet op. Dit is nu de dag waarnaar ze al die jaren zo reikhalzend hebben uitgekeken, het is haast niet te geloven.

Maria Louise is in Leeuwarden achtergebleven, maar ze leeft volop mee met het welverdiende geluk van haar zoon. Halsoverkop heeft hij moeten vertrekken en in Den Haag zal hij het wel zo druk krijgen dat ze hem in Leeuwarden niet vaak meer zal zien. Maar ze gunt het Willem dubbel en dwars, na die lange frustrerende jaren van hopen en wachten. 45 jaar is het inmiddels al geleden dat Willem III Friso aanwees als zijn opvolger.

En nu, zoveel jaren later, is het niet Friso maar diens zoon die als stadhouder Willem IV het werk van zijn voorvaderen gaat voortzetten. En nu moet Willem aan de slag. De tijd is rijp voor allerlei hervormingen en de mensen zijn vol vertrouwen dat hun nieuwe stadhouder dat wel eens netjes voor ze zal regelen. Ze hebben hun buik vol van die hoogmoedige regenten die elkaar alle baantjes toespelen, van de zwaar drukkende belastingen en van nog heel veel meer.


Willem V
(1748-1806)
Hun Willem moet daar nu voorgoed een einde aan maken, de verwachtingen zijn hoog gespannen. Té hoog waarschijnlijk. Want zo vlot gaat het toch niet allemaal. Willem mag dan een zeer machtig man geworden zijn, een krachtig bestuurder is hij niet. Hij aarzelt, neemt verkeerde beslissingen en het duurt niet lang of de mensen moeten teleurgesteld vaststellen dat hun stadhouder niet tegen die moeilijke taak is opgewassen...

Voor Anna verandert er natuurlijk ook heel wat. Eindelijk kan ze dat saaie Leeuwardense hof verruilen voor het grote en veel voornamere hof in Den Haag. Eindelijk krijgt ze de eerbewijzen die haar al die jaren zo geniepig zijn misgund. Minzaam begroet ze de regenten die nu opgedoft en onderdanig in haar paleis verschijnen, welwillend staat ze bezoekers te woord die om gunsten of baantjes komen vragen.

Ze voelt zich in haar element! Willem betrekt haar graag bij zijn zaken want hij weet dat Anna met goede adviezen kan komen. En de mensen weten al gauw dat ze gemakkelijker iets van Willem gedaan krijgen als ze Anna er ook in betrekken. Het ligt Anna wel, dat politieke werk. Ze is trouwens blij dat ze Willem wat werk uit handen kan nemen. Want niemand kan ontkennen dat de nieuwe stadhouder ijverig en goedwillend is en keihard werkt om er iets van te maken.

Van 's morgens vroeg tot 's avonds laat zit hij te werken en Maria Louise nog even bezorgd als altijd, overstelpt hem met waarschuwingen om toch vooral niet te veel hooi op zijn vork te nemen. Zelfs geniet ze van de rustige jaren in haar Princessehof. Om haar buitenhuis Marienburg groeit onder de handen van de tuinman een prachtige lusthof en als ze langs de fraaie vijvers, de geurende rozenparken en de lieflijke prieeltjes wandelt waant ze zich in een paradijsje.

Een enkel keertje reist ze nog wel eens naar de andere paleizen, Het Loo bijvoorbeeld, waar Anna allerlei concerten organiseert. Maar ze is toch altijd weer blij als ze naar haar eigen Friesland terug kan, de vorstelijke levensstijl van Willem en Anna is haar wat te mondain. Maar ze blijft verlangend uitkijken naar Willems vriendelijke brieven, want al heeft hij het nog zo druk, elke zaterdag gaat er een brief naar Leeuwarden.

Soms zit er een kinderlijk krabbeltje van de kleine Carolina bij en er is één keer een bericht dat haar heel blij maakt: Anna is opnieuw in verwachting. Zou er dan nu toch eindelijk een stamhouder komen? In 1746 was er weer een dochtertje geboren dat na zes weken was gestorven, het zit die twee niet mee. Het is nóg een wonder dat Anna ondanks al die teleurstellingen zo opgewekt blijft, vindt Maria Louise.

Maar in maart 1748 wordt haar hartewens dan toch heus vervuld: er wordt een nieuwe Willem geboren en de toekomst lijkt voorlopig verzekerd. Maar naast de vreugde om de zoon is er de bezorgdheid om de veel te hard werkende vader. Steeds meer sukkelt Willem met zijn gezondheid, het harde werken sloopt hem. Maar als iemand hem waarschuwt lacht hij de zorgen weg. Tenslotte wil hij zich dan wel laten overhalen om voor een gezondheidskuur naar Aken te gaan.

Hij knapt er echt van op, maar zijn vaste jaarlijkse bezoek aan Maria Louise moet er nu bij inschieten. "Maar in maart hoop ik met het hele gezin naar Leeuwarden te komen", schrijft hij haar opgewekt en vol goede moed zet hij zich weer aan zijn werk. Maar een paar dagen later ligt hij weer met hoge koorts in bed. Zijn verzwakte lichaam heeft geen weerstand meer en voor de verbijsterende ogen van Anna sterft haar geliefde Pépin, nog geen 40 jaar oud...

Hoe lang heeft hij moeten wachten op zijn hoge ambt en hoe kort heeft hij maar stadhouder kunnen zijn. En toch, zijn onvermoeibare werken heeft niet veel resultaat gehad, een echte leider is hij niet geworden. De regentenmacht is nauwelijks gebroken en er is grote onrust in het land. Het kleine prinsje is pas drie jaar en daarom richten alle ogen zich nu op Anna: zij zal de teugels in handen moeten nemen totdat haar zoontje meerderjarig wordt en het zelf afkan.

Het is een zware en ondankbare taak die Anna nu op haar schouders krijgt. De regenten willen natuurlijk niets liever dan hun macht terugwinnen en ze doen wat ze kunnen om die Engelse prinses eens goed de voet dwars te zetten.


Hertog van Brunswijk
(1717-1788)
"Ze is maar een vrouw", redeneren ze, "niet eens een Nederlandse, en dan nog zo'n hooghartig type. Als het aan ons ligt is ze zó bij het volk uit de gratie en dan kunnen wij ons oude plaatsje weer innemen".

Toch probeert Anna ijverig om er het beste van te maken. Maar met haar gezondheid wil het niet meer zo best. Na de dood van haar geliefde Willem is al haar vroegere opgewektheid verdwenen, ze slaapt 's nachts zo slechts en ze wordt humeurig enlichtgeraakt. "Het ongeluk dat mij getroffen heeft maakt het mij haast onmogelijk te schrijven", schrijft ze aan Maria Louise, die ook dit nieuwe verdriet met vrome berusting heeft aanvaard.

"Ik leef alleen nog voor het geluk van mijn kinderen en ik zal blij zijn als ik daarna weer met mijn lieve prins verenigd kan worden".

Maar hoe Anna haar best ook doet, ze voelt de touwtjes langzaam door haar vingers glippen. Aan alle kanten wordt er aan de macht van de stadhouder geknabbeld en het aanzien van het Oranjehuis krijgt, zo kort na de glorieuze verheffing, een flinke knak. Anna voelt zich in het nauw gedreven en zoekt haar toevlucht tot allerlei intriges: door de een tegen de ander uit te spelen hoopt ze toch háár wensen overeind te houden. Maar met de onzekere zig-zagkoers die ze volgt vervreemdt ze groter groepen van de de bevolking van zich.

Wat voelt ze zich gekwetst als ze steeds vaker als hoofdpersoon in allerlei spotschriften belachelijk gemaakt wordt. De Amsterdamse regenten zijn zó vijandig en brutaal geworden dat Anna niet meer via Amsterdam naar Leeuwarden durft te reizen: ze is zo bang voor bespottingen dat ze liever een fikse omweg maakt. In 1758 raken de gemoederen oververhit. Er is opnieuw oorlog en van Anna wordt verwacht dat ze een verstandige koers zal uitstippelen.

Maar in de praktijk wordt haar dat gewoon onmogelijk gemaakt want iedereen werkt tegen, alle partijen willen iets anders, en het lukt Anna niet om een oplossing te bedenken. Op het hoogtepunt van de crisis stort ze in, ze kan er niet langer tegenop. Willems dood, haar eigen onmacht, de hardnekkige tegenwerking van de regenten en haar steeds slechter wordende gezondheid, ze kan zich echt niet langer staande houden. Nog één keer verschijnt ze in de vergadering van de Staten Generaal.

De heren zien hoe onzeker ze loopt, de naderende dood staat haar op het gezicht geschreven. Maar Anna ziet niet tegen de dood op. "Sinds de sterfdag van Willem heb ik er elke dag opnieuw weer naar verlangd om deze wereld te verlaten", bekent ze de hofprediker. Voor het laatst tekent ze de stukken die haar worden voorgelegd en nog diezelfde dag sterft ze, verbitterd en teleurgesteld. De acht jaren van regentschap zijn toch nog te kort geweest om de tijd tot Willems meerderjarigheid te overbruggen.

Het kleine prinsje is pas 10 en er moet dus iemand komen die voor zijn verdere opvoeding zorgt. Dat wordt de hetog van Brunswijk, de "dikke hertog", en grootmoeder Maria Louise wordt toeziend voogdes. "Jullie moeten goed naar hem luisteren en hem beschouwen als een vader", heeft Anna haar kinderen op haar sterfbed op het hart gedrukt, want ze heeft veel vertrouwen in de hertog. De regenten zitten voorlopig op rozen: ze krijgen hun oude rechten weer terug totdat het prinsje meerderjarig wordt.

Alleen in Friesland loopt het anders. Daar leidt Maria Louise nog altijd haar rustige en eenvoudige leventje in het Leeuwardense Princessehof. Stil is ze haar goede werk onder de Friese armen blijven doen en de mensen weten hoe ze kan helpen en troosten bij ziekte en dood. Met vrome berusting probeert ze de harde slagen die het leven haar telkens weer toebrengt te dragen. Wat doet het haar verdriet als haar dochter Anna Charlotte na de geboorte van haar kind krankzinnig wordt.

Het is diep tragisch: haar dochter leeft nog wel maar toch volkomen onbereikbaar. Zolang Willem nog leeft is hij de enige troost, die ze nog heeft, zijn brieven zijn de enige afleiding in haar stille eenzame bestaan. Met Anna heeft het nooit goed willen boteren en Maria Louise heeft tot haar spijt maar weinig contact met haar schoondochter. Gelukkig voelt Willem dat aan en hij blijft haar trouw zijn gezellige brieven schrijven. Maria Louise blijft de overbezorgde moeder die ze altijd geweest is en steevast krijgt Willem van haar te horen:


Anna Charlotte
(1710-1777)
"Doe niet te veel, mat je niet zo af, het is niet goed voor je!" Wat moet zijn dood een zware slag geweest zijn, wat zal ze zijn hartelijke brieven gemist hebben. Het laatste contact tussen Friesland en de buitenwereld wordt nu plotseling afgesneden... En dan sterft na acht jaar ook Anna.

De regenten gaan tevreden weer in hun zachte kussens zitten behalve...in Friesland. Daar heeft men liever dat Maria Louise de touwtjes weer in handen neemt totdat haar kleinzoon meerderjarig wordt. Het is een hele eer voor Maria Louise, dat verzoek. Ze is al ruim 70 en ze sukkelt met haar gezondheid en toch hebben de Friese edelen nog alle vertrouwen in haar.

En het is alsof dat idee haar net de veerkracht geeft die ze nodig heeft. Opnieuw komen de Friezen bij haar met hun wensen en problemen, opnieuw moet ze benoemingen doen en andere stadhouderstaken vervullen. En daar tussendoor komt de hertog van Brunswijk regelmatig bij haar met allerlei vragen over de opvoeding van de jonge prins, iets wat haar veel voldoening geeft. Ze hebben haar nodig, en dat gevoel doet de bescheiden grootmoeder erg goed.

Het is alweer ruim 50 jaar geleden dat ze vanuit Kassel naar het Friese hof kwam als bruid van de onstuimige Prins van Oranje. Die jaren hebben van haar een echte Friezin gemaakt, ze heeft zelfs de moeite genomen om naast het Nederlands ook Fries te leren spreken! Maar ze is nu oud en dik geworden en ze wordt zo geplaagd door jicht dat ze zich in een draagkoetsje naar haar werk moet laten dragen. Toch blijft ze trouw haar plichten doen en ook de kerkdiensten slaat ze nooit over.

Als de Leeuwardense kinderen het vertrouwde draagkoetsje door de straten zien gaan drommen ze er omheen en ze roepen opgetogen: "Maaiken Meu, Maaiken Meu". Want dat is de geliefkoosde Friese bijnaam voor Maria Louise: tante Marijke. Een lieve vertrouwde tante, dát is Maria Louise voor de Friezen geworden en onder die erenaam zal ze daar blijven voortleven.

Maria Louise is nooit een optimiste geweest en ook nu voorspelt ze keer op keer dat ze de meerderjarigheid van de kleine Willem vast niet meer zal beleven. En ditmaal komt haar sombere voorgevoel ook werkelijk uit. "De pen valt me haast uit handen van zwakte", moet ze in een brief aan de hertog van Brunswijk schrijven. Al twee keer heeft ze een lichte beroerte gehad en het kaarsje is nu bijna opgebrand.

In 1765 komt het einde, de 77-jarige prinses heeft haar tweede termijn als regentes nét niet meer kunnen volmaken. Het is haar kleindochter Carolina, die de laatste paar maanden vóór Willems meerderjarigheid haar taak nog even overneemt. Met al haar bescheidenheid en eenvoud is Maria Louise toch een vrouw van formaat geweest. Ze heeft zich haar leven lang in dienst gesteld van anderen, haar man, haar kinderen, zieken, armen en misdeelden.

En juist die nederige houding heeft haar bij de Friezen zo geweldig populair gemaakt. "De oude Prinses" kan bij hun geen kwaad doen, ze beschouwen haar als een vertrouwd familielid en niet als een heerseres op een verheven voetstuk. En nu ze dood is verdwijnt mét haar het Stadhouderlijk Hof voorgoed uit Leeuwarden, na bijna tweehonderd jaar. Maar Maria Louise gaat de geschiedenis in onder die bijzondere erenaam: Marijke Meu!



| Koninkrijken | Nederland | Biografie | Fotoalbum |


terug naar boven